Redactie Change Inc. 04 januari 2023, 14:44

Gebieden ontwikkelen een nieuw en cruciaal kompas voor innovatie

Het afgelopen jaar heeft het Maatschappelijk Verantwoord Innoveren van Topsector Energie (MVI-e) de aandacht gericht op gebieden. De term ‘gebiedsinnovatie’ werd geboren. In zekere zin een truc, zegt Martine Verweij, programmaleider bij MVI-e, om de aandacht te richten op de potentie en de noodzaak van een gebiedsperspectief.

Adobe Stock 294442294 | Credits: Adobe Stock

‘Al die transities waar Nederland middenin zit, al die ontwikkelingen die zullen plaats vinden of die we graag willen, spelen zich uiteindelijk allemaal af in specifieke gebieden. Stukken Nederland met unieke kwaliteiten en kwetsbaarheden. Gebieden met een geschiedenis, met een identiteit. En niet te vergeten: met gemeenschappen die zelf ook dromen hebben over hun toekomst. Die zelf ook opvattingen hebben over wat wel en niet passend is in hun omgeving’.

Pas als de verbinding met gebieden daadwerkelijk wordt gemaakt, is er sprake van ‘gebiedsinnovatie’: de ontwikkeling van gebieden vanuit die gebieden zelf, de gemeenschappen, het landschap, de geschiedenis en de mogelijke toekomst. Soms letterlijk maar altijd figuurlijk geworteld in de bodem van het gebied, in wat er al is, in wat er van nature wil ontstaan op die plek’ (Uit essay: Een Nieuw Kompas voor Nederland – een pleidooi voor gebiedsinnovatie met diepe wortels).

De regio Emmen wijst de weg

In de regio Emmen is netcongestie, al langer dan op andere plekken in Nederland, een probleem. In deze dunbevolkte regio ligt wat insiders gekscherend een ‘camping-netje’ noemen, dat tot op heden prima voldeed, maar dat uiteraard niet geschikt is voor grootschalige opwek van zon of wind op land. Vanuit het perspectief van deze regio, gaat de innovatievraag echter verder dan alleen het oplossen van die netcongestie. Er is meer aan de hand.

De regio is in transitie van het ene energielandschap naar het volgende. Energielandschap 1.0 ontstond zo’n 150 jaar geleden ten tijde van de grootschalige vervening en daarmee gepaard gaande turfwinning. Energielandschap 2.0 ontstond in de jaren 50/60 door olie- en gaswinning en de daaraan gekoppelde komst van de chemische industrie en de glastuinbouw. Meer recent – als uitvloeisel van klimaatambities, kwamen de windmolens, biovergisters en zonnevelden, die het net deden vollopen (Energielandschap 3.0).

Energielandschap 4.0

De huidige innovatie-uitdaging bestaat volgens lokaal en regionaal betrokkenen uit de weg vinden naar een energielandschap 4.0. Wat dat is? Dat wil men de komende jaren uitvogelen.

In de woorden van betrokkenen bij het project gaat het naast een snelle groei van hernieuwbare energieproductie ook om ‘conversie naar koolstofarme energiedragers (zoals waterstof) en een slimme balans van vraag en aanbod. Typerend hierbij is dat er vanuit een systeemperspectief gedacht wordt, met gebruik van intelligente, door digitalisering gedragen, integrale energiesystemen en cross overs tussen sectoren’.

En daarmee gaat het automatisch ook over mensen, over de bedrijven waar deze mensen werken, over de identiteit van het gebied – de culturele verschillen tussen het deel van de bevolking dat op veengrond woont en werkt en een ander deel dat zich op het zand bevindt. Een gebiedsinnovatieproces dat moet leiden tot de transitie naar zo’n energielandschap 4.0, vraagt om een nieuw kompas voor innovatie.

‘Gebiedsinnovatoren’ werken met nieuw kompas voor innovatie

Het MVI-Energie programma bracht afgelopen jaar een breed scala aan ‘gebiedsinnovatoren ’ samen om met elkaar te definiëren hoe vanzelfsprekend gebiedsgerichte innovatie op dit moment is in Nederland. Mensen als Gerwin Klomp, van Rijkswaterstaat, die voor Programma Rijke Wadden aan de transitie van het mobiliteitssysteem van het Waddengebied werkt. Of Mireille Groot Koerkamp, coördinator van het Leader programma “de Kracht van Salland”. Maar ook een coöperatief ondernemer zoals Ted van Hees, van Land van Ons, die gewend is gebiedsgericht zaken voor elkaar te krijgen. De analyse die de groep met elkaar deed stemde enigszins droevig. Monofunctionele oplossingen, met een opbrengst die makkelijk in cijfers kan worden uitgedrukt, winnen het nog altijd ruimschoots van plannen die meerdere doelen dienen, maar minder goed zijn door te rekenen. En de ontschotting van middelen, beleid, aandacht en oplossingen, waar wetenschappers op het gebied van klimaat en biodiversiteit om smeken, is nog ver te zoeken.

Toch gloort er hoop aan de horizon. De groep ‘gebiedsinnovatoren’ groeit en vraagt aandacht voor bijpassend innovatie-instrumentarium. Zoals meerjarige social labs, met langjarige funding die aan meerdere doelen tegelijkertijd kunnen werken, gefinancierd, op een manier die leidt tot lokaal eigenaarschap. Het MVI-Energie programma werkt komend jaar samen met Commonland. Dit is een NGO die wereldwijd werkt aan grootschalig herstel van ecosystemen en landschappen. En er is door de groeiende groep mensen die gebiedsgericht probeert te innoveren, een vijftal principes gedefinieerd die gebiedsinnovatie kenmerken, samengevat in een essay.

Kort door de bocht komen deze principes hierop neer (verkorte versie – uit essay: Een Nieuw Kompas voor Nederland – een pleidooi voor gebiedsinnovatie met diepe wortels):

  • Ecologische regeneratie

Gebiedsinnovatie moet bijdragen aan het behoud of de regeneratie van de ecologische kwaliteit van het gebied. Bodem, water, biodiversiteit: als deze er niet op vooruit gaan, dan is de voorgenomen innovatie eigenlijk al mislukt.

  • Ontmoet elkaar in de tussenruimte

Processen van gebiedsinnovatie staan of vallen bij de kwaliteit van de gerealiseerde tussenruimte (term Prof. Geert Teisman). Een ‘safe space’ waar je elkaar écht kunt ontmoeten, waar je je openstelt, kwetsbaarheid toont en wilt leren van elkaar. Een plek ook om afspraken te maken, die niet afhangen van het uitspreken van een ‘machtswoord’. Het gaat om een gezamenlijk proces van betekenisgeven, en afspraken maken die anderen zó positief beoordelen, dat ze ‘daar zelf voor gaan lopen’.

  • Meervoudig denken: middelen die meerdere doelen dienen

Gebieden doorbreken ons standaard denken; er is een probleem, en ons doel is om dat probleem op te lossen. Dus zoeken we naar een middel om dat doel te behalen. We denken maar aan één doel en zoeken het beste middel om dat te bereiken. Wat we dan over het hoofd zien, is dat er ook een heleboel andere doelen zouden kunnen profiteren van dat middel.

Kijken we welk middel, welke doelen kan realiseren, dan groeit bijvoorbeeld het besef dat de realisatie van kleinschalige elektrolyse installaties voor de productie van waterstof, op gebiedsniveau zinvol is. Zulke installaties produceren immers ook restwarmte en zuurstof, wat onder andere super relevant is voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving.

  • De innerlijke reis: verdiepen van verbinding

Processen van gebiedsinnovatie zijn gebaat bij aandacht voor een minder grijpbare dimensie, de onderstroom. In de onderstroom wordt voelbaar wat op gebiedsniveau uitgesloten is geweest in het verleden, maar graag in beeld gebracht wil worden. In die onderstroom kan ook blijken waar de balans tussen geven en nemen niet klopt in een gebied, met allerlei excessen als gevolg. En de onderstroom kan laten zien op welke vlakken maatschappelijk gezien een bestemming bereikt is en het tijd is voor een nieuwe bestemming.

Voor de kwaliteit van uiteindelijke oplossingen, voor de diepgang van het gezamenlijk denken, kan het behulpzaam zijn om werkvormen en rituelen te gebruiken die bezinning en stilte uitnodigen. En helpt het om een groep comfortabel te laten zijn met een fase van niet- weten, van chaos verdragen en wachten tot er heldere inzichten opkomen en beelden van de toekomst die zich wil manifesteren.

De vormen, rituelen en plekken die hierbij gekozen worden, doen ertoe. Kom bij elkaar in het gebied zelf, buiten, in de velden, in het bos en bij het water. Vul niet alle tijd die je samen hebt met taal en betekenis, maar laat geef ruimte voor bezinning. Wees samen stil.

5. De grote verbouwing: regels, wetten, financiering

Om de belofte van gebiedsinnovatie vaker, beter, sneller waar te kunnen maken, moeten we niet alleen kijken naar het spel, maar ook naar het speelveld en de spelregels. Naar de logica rond grondeigendom en grondprijzen. Veel gemeenten verkopen hun grond vaak automatisch voor de hoogste prijs. Maar we weten dat een gezonde agrarische bedrijfsvoering — binnen de stikstofgrenzen — vraagt om een meer extensieve landbouw. Gebiedsinnovatie vraagt erom dat we onszelf vragen stellen over dit soort logica. Het gaat uiteraard ook over de noodzaak van democratische vernieuwing. En om een gemengde manier van financieren (‘blended finance’) waardoor het lukt om bestaande praktijken (en machtstructuren) te doorbreken, zoals in het Polderlab in Vrouwevenne, waar de financiële inbreng vanuit Land van Ons cruciaal bleek, om langjarig op gebiedsniveau te innoveren met elkaar.

Hoe nu verder?

Vanuit de Topsector Energie is er inmiddels steeds meer aandacht voor het belang van een gebiedsgerichte kijk op innovatie. En dat vraagt samenwerking en cross-over-innovatieprogramma’s. Net als er samenwerking nodig is tussen allerlei beleidsprogramma’s die staan voor specifieke nationale opgaves. De verkokering voorbij. Op 21-22 juni 2023 vindt wederom een tweedaagse bijeenkomst plaats waar gebiedsinnovatoren elkaar treffen om van elkaar te leren. Blijf via www.hetnieuwekompas.nl op de hoogte van verdere ontwikkelingen.

Meer informatie over gebiedsinnovatie en bredere context:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Met het Anergienet is de stad zelf één grote cv-radiator

Wenen, een stad met 1,9 miljoen inwoners, heeft veel historische gebouwen en ongeveer 60 procent van de flats (400.000) wordt verwarmd met aardgas. Door de opwarming van de aarde neemt ook de vraag naar koeling toe. Er zijn dus nieuwe oplossingen nodig om de energietransitie tegen 2040 uit te voeren. Een veelbelovende mogelijkheid is het systeem van energieroosters, dat al in nieuwe gebouwen wordt toegepast. Het proefproject in Wenen heeft aangetoond dat het mogelijk is om in stedelijke gebieden een bodembeschermend energienetwerk aan te leggen. Met investeringen die zichzelf binnen twintig jaar terugverdienen. In het proefproject AnergieUrban1 is nu onderzocht of, en zo ja, hoe dit systeem ook achteraf in bestaande gebouwen kan worden ingebouwd. Het onderzoeksconsortium kreeg de opdracht van het Oostenrijkse ministerie van Milieu. De onderzoekspartners waren de Technische Universiteit Wenen, het Federaal Geologisch Instituut, de Oostenrijkse Vereniging voor Milieu en Technologie (ÖGUT) en het architectenbureau Zeininger Architekten dat een adviserende rol heeft.Anergienet Anergienet – ook bekend als koude lokale verwarming of koude stadsverwarming – is een veelbelovende variant van warmtevoorziening die duurzaam is en potentieel vrij van broeikasgassen en emissies. Deze netten kunnen volledig met hernieuwbare energie worden gevoed en kunnen de fluctuerende productie van wind- en zonne-energie compenseren. Bovendien kunnen netwerkdeelnemers optreden als 'prosumenten' en niet alleen energie verbruiken, maar ook produceren.In de Weense proef werden bestaande gemeenschappelijke componenten op een nieuwe manier aangepast en gecombineerd. Het resultaat is een systeem dat bestaat uit zonne-energie, benutting van afvalwarmte en geothermische sondes. Intensief gebruik van geothermische energie – zoals in stedelijke gebieden – kan de grond doen afkoelen. Daarom was het belangrijk om de warmte die in de winter aan de grond werd onttrokken in de zomer terug te geven aan de grond. Dat aspect maakt dat de stad als het ware zijn eigen cv-radiator wordt. Bovendien is er de kwestie van de beschikbaarheid van voldoende grond in de ondergrond. Aangezien de stedelijke grond al dicht is aangelegd met riolering, drinkwater, glasvezel en elektriciteitsleidingen. Een uitdaging die werd aangegaan met twee verschillend dichtbevolkte testgebieden: een woonwijk uit de jaren 60 in het veertiende district met ongeveer 2.000 inwoners en een woonblok in het zestiende district, waar 10.000 mensen voornamelijk in huizen wonen die eind negentiende en begin twintigste eeuw zijn gebouwd. De huizen in beide wijken worden momenteel nog verwarmd met aardgas.Warmte uit aardsonden Specifiek voor anergienetwerken is dat zij werken bij lage temperaturen in het bereik van de omgevingstemperatuur. Deze liggen meestal tussen 10 en 25 graden. Hierdoor kunnen energienetwerken warmte-energie gebruiken die anders verloren zou gaan. Zoals bijvoorbeeld het geval is met geothermische energie en afvalwarmte. De temperaturen van deze natuurlijke of gerecycleerde warmte-energieën zijn te laag om warm water te produceren of gebouwen te verwarmen. Daarom worden ze door middel van een warmtepomp op het vereiste niveau gebracht.In het Weense proefproject werd de anergie verkregen uit zonnecollectoren en afvalwarmte van gebouwkoeling en vervolgens via geothermische sondes in de grond opgeslagen. Vanaf een diepte van tien meter is de natuurlijke warmte van de grond in Oostenrijk het hele jaar door tien tot twaalf graden Celsius. De geothermische sondes worden geplaatst via boorgaten op een diepte tot 135 meter. Daar worden ze beschermd met een cement-bentoniet mengsel en kunnen ze via het grondwater de omgevingswarmte uit de grond opnemen.De overdracht vindt plaats via de warmtewisselaar. Dit is een plastic buis die in een U-vorm in het boorgat wordt ingebracht. In de zomer kan de overtollige warmte worden afgevoerd en opgeslagen met behulp van aardsondes; in de winter kan de in de grond opgeslagen warmte weer worden gebruikt via dezelfde aardsondes.Bodemtemperatuur Aangezien niet alleen aardwarmte aan de bodem wordt onttrokken, maar ook warmte wordt toegevoegd, kan op jaarbasis gemiddeld een evenwichtige bodemtemperatuur worden gewaarborgd. Door de opwarming van de aarde en de overbouwing raakt de bodem echter steeds meer oververhit. Op sommige plaatsen in Wenen is de bodemtemperatuur inmiddels al achttien graden. Dat is een derde meer dan het normale gemiddelde van twaalf graden. Het Weense onderzoeksconsortium denkt dat het gebruik van geothermische energie aan de oppervlakte ook een strategie kan zijn om de oververhitte bodem af te koelen. In het kader van het proefproject werd in een Weens woonblok uit het begin van de twintigste eeuw het eerste duurzame energienetwerk gecreëerd, dat zich ontwikkelde tot een wereldwijd voorbeeldproject op het gebied van energietransitie. Het flatgebouw bestaat uit achttien woningen. Er waren evenveel boorgaten nodig om de geothermische sondes te plaatsen voor het opvangen, opslaan en verdelen van de anergie in de grond. Uit de gedetailleerde analyses van de open ruimtes blijkt dat zelfs in de dichte stedelijke bodem in principe nog voldoende ruimte is voor geothermische sondes. Technisch gezien staat niets de vervanging van fossiele verwarmingssystemen in de weg, aldus het consortium in zijn rapport. Het systeem zou kunnen worden ingevoerd in alle districten en steden in Oostenrijk.Er zijn echter nog passende wettelijke regelingen nodig, aangezien de analyse van de open ruimten ook betrekking had op openbare ruimten – trottoirs, parkeerplaatsen en straten. Er zijn momenteel geen plannen om deze gebieden te gebruiken voor energie-infrastructuur. Maar de stad Wenen werkt momenteel aan een richtlijn die het gebruik van de openbare ruimte voor geothermische sondes regelt.Hele stad als radiator Ook wordt de bodem niet geëxploiteerd door de installatie van geothermische sondes. Vergeleken met andere vormen van energieopwekking is geothermische energie zelfs zeer vriendelijk voor het landschap. Bovendien moeten strenge voorschriften voor de bescherming van de bodem in acht worden genomen.Zodra de geothermische sondes zijn geïnstalleerd, kunnen ze worden overbouwd of bedekt met humus zodat ze niet zichtbaar zijn. Het energienetwerk is modulair en kan achtereenvolgens groeien, waarbij het ene pand na het andere wordt verbonden. Het biedt dus eigenlijk de mogelijkheid om de hele stad als radiator te gebruiken en af te stappen van geïsoleerde thermische oplossingen in de flats. Dit is belangrijk omdat gebouwen goed zijn voor ongeveer een derde van het huidige energieverbruik.Overstappen op anergie-energie Als huizen worden verwarmd of gekoeld met anergie-energie, dan is alleen de elektriciteit voor de warmtepomp en voor de pomp van het watercircuit nodig. Met één kilowattuur elektriciteit kan tot zes kilowattuur warmte worden opgewekt. Overschakelen op een zonne-, geothermische-, sonde warmtepompsysteem is ook economisch aantrekkelijk. Volgens een volledige kostenvergelijking betaalt dit zich voor een huis uit begin twintigste eeuw met gasverwarming binnen twintig jaar terug. Daarbij kost de voortzetting van de bestaande gasverwarmingssystemen evenveel als de omschakeling.Zonder extra kosten Dit betekent dat de omschakeling op hernieuwbare energiebronnen mogelijk is zonder extra kosten. Ook zou het koelsysteem in de zomer geen extra kosten veroorzaken. Het bijzondere van dit energienet is dat het ook huizen kan voorzien die zelf niet voldoende warmtebronnen of opslagmogelijkheden hebben. Deze kunnen wel op het net worden aangesloten en maken gebruik van de energie-overschotten van naburige huizen. Om ervoor te zorgen dat het systeem ook in andere Oostenrijkse stedelijke gebieden kan worden toegepast, zijn er de AnergieUrban voorbeeldprojecten. Op basis van concrete bouwprojecten wordt hierin onderzocht welke juridische, organisatorische en sociaaleconomische randvoorwaarden moeten worden gecreëerd om een optimaal gebruik van geothermische energie in stedelijke gebieden mogelijk te maken.Het bericht Met het Anergienet is de stad zelf één grote cv-radiator verscheen eerst op Innovation Origins.Lees ook: Record op record voor groen opgewekte elektriciteitLof en kritiek op subsidiestop bossen verbranden voor energieGroene stroom op land in de lift, maar geplande projecten worden steeds vaker afgeblazenAanleg zonneparken stagneert door hoge kostenSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.