Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
25 september 2025, 14:30

Gaan we de klimaatdoelen halen? Ondanks tegenwerking Trump blijven overheden en bedrijven ambitieus

Klimaatverandering is een ‘scam’ en overheden zouden geen groen beleid moeten voeren, aldus de Amerikaanse president Donald Trump in een speech bij de VN-top van deze week. De meeste landen en bedrijven geven geen gehoor aan die oproep en blijven werken aan emissiereducties.

President Donald Trump geeft een speech op de VN-top in New York President Donald Trump geeft een speech op de VN-top in New York. | Credits: Getty Images

De klimaatzorgen van Nederlanders hadden sinds 2019 nog niet zo weinig prioriteit. Klimaat is minder belangrijk voor kiezers dan bij de vorige verkiezingen. Zowel Shell als BP bliezen plannen voor een duurzame brandstoffabriek in Rotterdam af. De Europese duurzaamheidsrichtlijn voor bedrijven wordt waarschijnlijk afgezwakt. En de VS trokken zich terug uit het Klimaatakkoord van Parijs.

Het lijkt duidelijk: klimaat raakt steeds meer op de achtergrond. Maar is dat ook zo?

Een derde bedrijven doet juist méér aan klimaatbeleid

Dat valt mee, blijkt uit een studie van Harvard Business Review. Onderzoekers volgden 75 grote multinationals tussen april 2024 en mei 2025. De meerderheid van de bedrijven houdt gewoon vast aan duurzaamheidsdoelen, zo luidt de conclusie. Van de onderzochte bedrijven verminderde slechts 13 procent zijn inspanningen. Twee derde daarvan heeft daadwerkelijk toezeggingen teruggedraaid, de rest paste slechts de publieke boodschap aan.

Daartegenover staat 53 procent die doorvaart met de huidige koers. Liefst 32 procent van de bedrijven schroefde de duurzame inspanningen zelfs op. Volgens de onderzoekers is het dan ook niet de strategie die verandert, maar de zichtbaarheid daarvan.

Ze spreken van greenhushing: het expres niet benoemen van waardecreatie, bijvoorbeeld om geen politiek doelwit te worden. Meer dan de helft van de onderzochte bedrijven streeft nog wel naar klimaatdoelen, maar deelt daar niets meer over mee.

Op zich is dat goed nieuws: grote bedrijven zetten zich nog steeds in voor een duurzame toekomst. Tegelijkertijd heeft greenhushing negatieve effecten voor het momentum van collectieve actie, stellen de onderzoekers. Coalities als de Net-Zero Banking Alliance hebben sterk aan kracht ingeboet. Als bedrijven slechts nog individueel opereren, kunnen ze ook moeilijker van elkaar leren en vindt er uiteindelijk geen markttransformatie plaats.

Plannen voor klimaatneutrale operatie zelden concreet genoeg

In de Net Zero Stocktake 2025 (NZS) komen vergelijkbare inzichten naar voren. Veruit de meeste bedrijven op de Forbes Global 2000-lijst hebben als doel uiteindelijk volledig klimaatneutraal te opereren. Het gaat om bedrijven met een gezamenlijke omzet van bijna 37.000 miljard dollar – goed voor 70 procent van de totale omzet van bedrijven op de lijst. Meer dan twee derde van de bedrijven met dat doel heeft daar ook daadwerkelijk plannen voor.

De vraag is wel in hoeverre die plannen concreet en urgent genoeg zijn. Zo voldoet slechts 7 procent van de bedrijven aan de zogenoemde integriteitscriteria van Race to Zero. Die houden bijvoorbeeld in dat er een openbaar transitieplan is met concrete doelen voor zowel de eigen CO2-reductie als die van ketenpartners, en dat daar ook openbaar over wordt gerapporteerd.

Hoewel bedrijven hoog mikken, is het dus de vraag of ze er daarmee ook echt gaan komen. De NZS concludeert dat honderden bedrijven nog een emissiereductiedoel moeten stellen. Ook het daadwerkelijk behalen van die doelen is nog een uitdaging.

Emissiedoelen van landen: China zet nieuwe stap

Als we naar landen kijken, tekent zich een vergelijkbaar beeld af. Ruim twee derde van de nationale overheden in de wereld streeft nog altijd naar netto nul emissies van broeikasgassen. Zo’n twee derde van die doelstellingen is ook daadwerkelijk vastgelegd in de wet of formeel beleid, en dat percentage gaat rap omhoog. Ruim 2,5 miljard mensen wonen nu in een stad, regio of land dat op weg is om klimaatneutraal te worden, tegenover nog geen 500 miljoen in 2020.

Met die nationale doelen zit het dus wel goed. Zelfs China, wereldwijd de grootste uitstoter van broeikasgassen, heeft voor het eerst een doel gesteld voor een absolute reductie van de uitstoot van broeikasgassen. De vermindering van 7 tot 10 procent in 2035 vanaf het huidige piekniveau oogt relatief bescheiden, maar China neemt het piekniveau van 2024 als referentiepunt.

Voor de EU is het reductiedoel voor de uitstoot van broeikasgassen anders geformuleerd en daar geldt een vermindering met 55 procent in 2030 ten opzichte van 1990.

Heeft het anti-klimaatbeleid van Trump dan helemaal geen invloed? Jawel. Volgens de NZS is ruim driekwart van de omvang van de wereldeconomie gedekt door nationale ambities om naar netto nul uitstoot te komen. Vóór Trumps tweede presidentstermijn was dat nog 93 procent.

Op sub-nationaal niveau zijn de gevolgen minder groot. 19 Amerikaanse staten hebben nog altijd als doel om volledig klimaatneutraal te worden. Voor meer dan de helft van de grootste bedrijven in de VS geldt hetzelfde.

Uitvoering blijft een bottleneck

De vraag is vooral of de plannen voldoende zijn. Antonio Guterres, secretaris-generaal van de VN, wees er tijdens de VN-top deze week op dat de verwachte stijging van de gemiddelde mondiale temperatuur sinds het tekenen van het Klimaatakkoord van Parijs is gedaald van 4 graden Celsius opwarming naar 2,6 graden aan het einde van de eeuw. Dat is nog steeds meer dan de afgesproken 1,5 tot 2 graden.

Daarbij gaat de uitvoering van de plannen niet in elk land van een leien dakje. De kans dat Nederland het wettelijk vastgestelde klimaatdoel van 55 procent emissiereductie in 2030 haalt, is bijvoorbeeld minimaal. Onder meer door schommelend overheidsbeleid en bezuinigingen raken de klimaatdoelen verder uit zicht. Volgens voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie ligt de EU wel op schema om haar doelstelling voor 2030 te halen. Over een nieuwe doelstelling voor 2040 zijn de lidstaten het nog altijd niet eens.

De geplande tijdslijn en uitvoering zijn dus cruciaal. De komende jaren kijkt de wereld vooral gespannen naar wat grote uitstoters China en India doen. India heeft bijvoorbeeld nog geen absolute emissiereductiedoelen gesteld. Net als China richt het land zich vooral op het reduceren van ‘carbon intensity’, ofwel gemiddeld minder uitstoten per eenheid economische productie. Maar als die activiteiten groeien, groeien de emissies nog steeds mee, analyseert Bloomberg.

Eind oktober publiceert de VN een rapport met een analyse van alle nationale plannen. In november komen de landen samen op COP30 om te bespreken hoe ze de koers kunnen bijsturen.

Lees ook:

Met LeydenJar jaagt Nederland op een sleutelrol in de Europese batterij-industrie

Voor het einde van het jaar krijgt Christian Rood ‘m: de sleutel van Plant One. Dan kan hij binnenstappen in de eerste fabriek van zijn batterij-startup LeydenJar op Strijp-T in Eindhoven. Niet dat daar al veel te zien zal zijn.‘Dan hebben we een mooie casco-fabriek met de randinfrastructuur’, zegt de ceo van LeydenJar. ‘Die moeten we dan verder zelf afmaken.’LeydenJar, een spin-off van onderzoeksinstituut TNO, heeft alles in zich om een nieuwe Nederlandse techkampioen te worden. Het bedrijf ontwikkelt een nieuw soort anode, de minpool van een batterij. Het geheim is een koperfolie met een flinterdun laagje silicium. Daarmee kunnen batterijen tot wel twee keer zoveel energie opslaan als met de huidige technologie. Nieuwe miljoenen voor batterijfabriek De fabriek in Eindhoven opent pas in 2027 de deuren, toch is de eerste klant al gestrikt. Een Amerikaanse producent van consumentenelektronica die liever anoniem blijft, investeert alvast 10 miljoen euro, zo maakte LeydenJar vorige week bekend.Dat was voor twee andere investeerders reden om ook ja te zeggen. Invest-NL, het Nederlandse overheidsfonds voor duurzame technologie, en het Duitse Extantia zeggen 13 miljoen euro toe. Rood is vooral blij met de climate tech-investeerder uit Berlijn. ‘Zij hebben veel ervaring met de fase waarin wij nu zitten. Onze technologie is bewezen, maar we moeten nog investeren.’Met het kersverse kapitaal kan LeydenJar de fabriek productieklaar maken en de laatste aanpassingen doen aan de machines. Vier stuks komen er straks te staan in Eindhoven. Genoeg om de eerste commerciële productie te draaien en winstgevend te worden, zegt Rood.Wat doet LeydenJar?Het verhaal van LeydenJar begint met een mislukte zonnecel. Onderzoeker Wim Soppe van TNO probeerde meer dan tien jaar geleden flexibele zonnepanelen te maken. Dat lukte niet, maar bij toeval ontdekte hij iets veel interessanters.Soppe liet siliciumgas als sneeuw neerdwarrelen op een dunne koperfolie. Het resultaat? Een sponsachtige laag silicium die perfect bleek voor batterijen. Waar gewone batterijen een anode van grafiet hebben – het spul uit potloodstiften – gebruikt LeydenJar dit speciale silicium.[caption id="attachment_165512" align="aligncenter" width="900"] De koperfolie met silicium die LeydenJar heeft ontwikkeld. CreditsL LeydenJar.[/caption]Het verschil is enorm. Silicium kan veel meer lithium-ionen opslaan dan grafiet, waardoor de batterij tot twee keer zoveel energie bevat. Het probleem was altijd dat silicium uitzet en krimpt tijdens het laden, waardoor batterijen kapotgaan. Maar door die poreuze, sponsachtige structuur heeft het silicium ruimte om te bewegen zonder schade.Het resultaat: batterijen die kleiner, lichter en krachtiger zijn dan alles wat er nu bestaat.Netcongestie speelt het bedrijf parten. Voor de huidige fabriek kon LeydenJar maar de helft krijgen van wat is aangevraagd aan stroom. Ook is elektriciteit in Nederland relatief duur. De volgende fabriek zou daarom weleens in het buitenland komen te staan.‘Het is nooit onze ambitie geweest om hier een gigafactory neer te zetten’, zegt Rood. ‘Het gaat om het introduceren van ons product in de markt. Die eerste machines zijn eigenlijk de duplostenen voor onze expansie.’ Batterijproductie in Europa lastig LeydenJar staat symbool voor hoe Nederland zich wil positioneren in de mondiale batterijrace. Niet als massaproducent van complete batterijen. Dat is haast een onmogelijke missie.In andere Europese landen vallen de batterijmakers stuk voor stuk om. Kijk naar het faillissement van Northvolt. Ook Porsche stopte onlangs de eigen batterijproductie en de Duitse fabrikant Varta werd ternauwernood gered van de ondergang.Lees ook: Dit is Dan Cook, de nieuwe eigenaar van Northvolt‘We moeten vergeten dat wij op grote schaal batterijen kunnen produceren tegen lage kosten. Daarmee kunnen we niet op tegen de Chinezen’, meent Rood. ‘Dus dan moeten we kijken wat we dan wel kunnen doen.’ Nederland als toeleverancier Wat de rol van Nederland kan zijn? Daar heeft Mustafa Amhaouch wel ideeën over. Hij is directeur van Battery Competence Cluster-NL, een organisatie die het batterijen-ecosysteem in Nederland aanjaagt.Hij is minder somber over de Europese kansen en wijst op ACC, de batterijfabriek in het Noord-Franse Duinkerke, waar autobouwers Stellantis en Mercedes-Benz samen met energiereus Total Energies miljarden in hebben gestoken. In dezelfde stad bouwt het Franse Verkor aan een gigafactory die moet gaan leveren aan Renault.De echte groei zit in Hongarije en Polen. Daar verrijzen nieuwe batterijfabrieken, maar die worden allemaal gebouwd door Aziatische bedrijven. Zuid-Koreaanse giganten zoals Samsung SDI en LG Chem hebben er al fabrieken staan, net als Chinese marktleiders CATL en BYD.‘Daar kunnen wij toeleverancier van worden’, zegt Amhaouch. ‘De wereldwijde batterijsector groeit in 2030 naar meer dan 400 miljard dollar. Wij zouden gek zijn als wij niet een gedeelte van die taartpunt kunnen pakken.’ Ecosysteem van batterij-startups Dan moet je wel wat in huis hebben. En dat heeft Nederland, aldus Amhaouch. Ons land heeft zich ontwikkeld tot een Europese hotspot voor batterijstartups. Naast LeydenJar sleutelen bijvoorbeeld E-magy, Powall, SparkNano en LionVolt aan de volgende generatie batterijtechnologie.Lees ook: Zo bouwt Nederland aan eigen batterij-industrie: ‘Thuisaccu’s zijn maar klein bier’Dat is geen toeval. Technische universiteiten zoals Delft, Eindhoven en Twente, en ook de Rijksuniversiteit Groningen en TNO, behoren tot de wereldtop qua materiaalkunde en chemie. Technieken uit de zonnepanelenindustrie worden toegepast op batterijen, nanotechnologie uit de chipwereld vindt nieuwe toepassingen in accu’s.Daarnaast heeft Nederland decennialange ervaring met het produceren van complexe hightech-apparatuur, vooral in de halfgeleiderindustrie. Bedrijven zoals ASML hebben Nederlandse ingenieurs wereldleiders gemaakt in precisiemachines.‘Als je geavanceerde chipmachines kan maken, dan kun je die kennis ook toepassen voor batterijmachines’, aldus Amhaouch, die zelf twintig jaar bij ASML heeft gewerkt. ‘Wij willen meedoen in de Champions League van de apparatenbouw.’ Eenvoudigere regelgeving voor startups Nederland kan op de batterijmarkt dus een belangrijke positie innemen als toeleverancier van innovatieve componenten en geavanceerde productiemachines. Maar er zijn obstakels, ziet Amhaouch.Voor Nederlandse bedrijven is snelheid cruciaal. ‘Als je een slim idee hebt, dan wil je eigenlijk als eerste op de markt komen. Je wil niet komen op het moment dat de kaarten al geschud zijn’, waarschuwt hij.Dat vergt betere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, en minder regelgeving voor startups. ‘Van een goed idee in een laboratorium naar uitvoering, dat moet sneller. Nederland moet slim, snel en wendbaar zijn. Dan kunnen we ons onderscheiden ten opzichte van de grote industrielanden.’ Financiering voor opschalen deeptech Kunnen andere scaleups het pad van LeydenJar volgen? Amhaouch noemt twee bedrijven die volgens hem in eenzelfde situatie zitten: LionVolt, dat 3D-lithium-metaalanodes maakt voor krachtigere, kleinere batterijen, en Powall, dat met nanocoatings de levensduur van batterijen kan verlengen.Bottleneck is de financiering. Het ontwikkelen van geavanceerde technologie vergt forse investeringen. ‘Het klinkt cliché, maar er moet geld komen van Europese spelers om te kunnen schalen’, erkent Amhaouch. ‘Vaak is het zoeken naar de juiste combinatie van investeerders en klanten.’LeydenJar heeft twee cruciale partners gestrikt: een Amerikaanse elektronicafabrikant die liever onbekend blijft, en een Chinese batterijproducent. Die laatste krijgt de lange rollen anodemateriaal geleverd en verwerkt ze tot kleine stukken die in de batterijen passen.Voor Powall is dat het Koreaanse Daesung, waarmee het in juli van dit jaar een overeenkomst sloot. LionVolt kocht een fabriek in Schotland en produceert nu de eerste partijen accucellen, voornamelijk voor klanten in de luchtvaart, wearables, consumentenelektronica en drones. Van oordopjes naar auto’s Ceo Rood van LeydenJar ziet dat de markt voor batterijbedrijven op dit moment lastig is. Door de recente voorbeelden van Europese producenten die in de problemen zijn gekomen, en omdat het geopolitieke landschap aan het verschuiven is. ‘Daarom is het extra mooi dat het ons gelukt is.’In totaal haalde LeydenJar tot nu toe ruim 86 miljoen euro op bij investeerders. Dat het bedrijf daarin slaagde, komt deels door een strategische keuze. Uiteindelijk wil LeydenJar zijn koperfolie met silicium leveren aan de auto-industrie, maar dat vergt nog veel meer onderzoekstijd en kapitaal.‘Ze hebben gezien: daar krijgen we niemand in mee, ook de investeerders niet’, zegt Amhaouch. ‘Dus hebben ze een tussenstap genomen door te beginnen in de consumentenelektronica.’De 500 laadcycli die LeydenJar nu haalt met zijn technologie, zijn goed genoeg voor oordopjes en smartwatches. ‘We moeten eerst zorgen dat we met dit product op de markt komen, daarmee ervaring opdoen en onze productietools inzetten’, zegt Rood. ‘Dan zou de volgende stap richting automotive kunnen zijn.’De prestaties van de anode moeten dan wel nog een stuk verbeteren. Voor accu’s in elektrische auto’s zijn minimaal 3000 laadcycli nodig. De crux zit ‘m volgens Rood in het optimaliseren van het elektrolyt, zodat de batterij langer meegaat. ‘Dat vergt nog veel werk, maar die potentie is er zeker.’ Lees ook:5 batterij-innovaties waar iedereen reikhalzend naar uitkijkt Deze flowbatterij kan zorgen voor een betaalbare energietransitie Je huis als batterij gebruiken: geen dure thuisbatterij meer nodig