Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
25 juni 2025, 16:10

Fairphone wil nieuwe markt aanboren met rebranding: 'Alleen duurzaamheid is geen reden om een telefoon te kopen'

Een snellere processor, betere camera en een batterij die twee dagen meegaat. En ja, de Fairphone is óók nog de meest duurzame smartphone op de markt. Maar daar legt het bedrijf een stuk minder focus op. De vandaag gepresenteerde Fairphone (gen. 6) moet vooral goed zijn, en dan toevallig ook nog groen.

Monique Lempers, chief impact officer bij Fairphone, over de Fairphone (gen. 6). Monique Lempers, chief impact officer bij Fairphone, over de Fairphone (gen. 6). | Credits: Fairphone

Ongehinderd door de NAVO-top verzamelt een meute Europese techjournalisten zich in onze hoofdstad om de nieuwe Fairphone te aanschouwen. De ene na de andere bestuurder benadrukt: met de Fairphone 6 is het bedrijf écht klaar om de wereld te veroveren. Die wordt trouwens gewoon ‘de Fairphone’ genoemd. Want, wil het bedrijf benadrukken: mocht er een nieuw model komen, dan is het huidige niet meteen verouderd. Dit model is built to last, met vijf jaar garantie en minstens acht jaar software-updates. Vandaar: dé Fairphone.

Al snel wordt duidelijk dat de nadruk vandaag niet alleen ligt op de duurzaamheid van de Fairphone, maar vooral op de specs. Er zit een sterke processor in, de vervangbare batterij gaat tot wel twee dagen mee, Googles AI-chatbot Gemini zit ingebouwd en het bedrijf lanceert Moments, een schuifje op de zijkant waarmee je je smartphone in een minimalistische modus kunt zetten. In die stand zijn nog maar een paar apps beschikbaar en ervaar je als gebruiker minder afleiding, is het idee.

Duurzaamheid alleen niet doorslaggevend bij aankoopbeslissing

‘We maken ook nog steeds de duurzaamste smartphone op de markt. Maar duurzaamheid alleen is geen doorslaggevende reden om een smartphone te kopen’, weet Fairphones chief commercial officer Rutger Sneep. Een realitycheck, noemt hij dat. ‘Maar ook heel logisch. Mensen willen gewoon een apparaat dat goed werkt. Ze willen bereikbaar zijn en een sociaal leven hebben. Voorheen hadden we het daar minder over. Met de Fairphone 3 en 4 moest je qua specs zelfs inleveren ten opzichte van concurrenten. De Fairphone 5 was beter, maar die was dan weer relatief duur.’

En dus verkocht het merk de afgelopen jaren wel telefoons, maar zat er weinig groei in. De rebranding moet daar verandering in brengen. De Fairphone is geen duurzame telefoon meer, maar gewoon een goede telefoon die óók nog duurzaam is. Betere software en een lagere prijs (599 euro) kunnen de doelgroep volgens Sneep met factor tien vergroten.

'De Fairphone' (gen. 6) is in verschillende kleuren beschikbaar

‘De Fairphone’ (gen. 6) is in verschillende kleuren beschikbaar. Credits: Fairphone

Nieuwe wind bij Fairphone

Het is Sneeps eerste productlancering bij Fairphone. De cco startte in juni 2024. Ook Raymond van Eck (ceo) en Chandler Elizabeth Hatton (cto) werken sinds 2024 bij de smartphoneproducent. Er waait een nieuwe wind in het managementteam, en dat is te merken. Sneep: ‘We wisten dat er iets moest veranderen. Want als we de industrie willen laten zien dat een duurzaam bedrijf ook een goed bedrijf kan zijn, moeten we laten zien dat we een sterk businessmodel hebben. De ervaring van de klant staat voorop. We maken een telefoon die even goed is als die bij de concurrent, maar dan duurzaam.’

‘We willen niet meer de uitzondering zijn, maar een voorbeeld’, zegt Sneep op het podium. Dat bevestigt ook Monique Lempers, chief impact officer bij het bedrijf. Fairphone maakt zich hard voor meer duurzaamheid in de keten. Het is niet alleen zelf bezig een duurzaam product te maken, maar lobbyt ook in de industrie en politiek. ‘Toen de Europese Commissie de verplichting tot repareerbare schermen uit de nieuwe wetgeving voor smartphones wilde schrappen, zijn we meteen op de bres gesprongen.’ Naar eigen zeggen was het merk ook een inspiratiebron voor de regel die producenten sinds afgelopen vrijdag verplicht om upgrades uit te brengen tot vijf jaar na de laatste verkoopdatum van een smartphone, en reserveonderdelen tot zeven jaar na die datum.

Toch lukt het Fairphone nog niet om op elk vlak een nieuwe standaard te stellen, zegt Lempers. ‘Duurzaamheid bekt lekker in de marketing. Maar als je kijkt naar onze initiatieven voor een leefbaar loon in fabrieken, zie je dat die nauwelijks worden overgenomen. Dat terwijl de kosten niet veel hoger zijn. Het staat bij veel bedrijven gewoon niet op de agenda.’

Mondiale impact

Hoewel Fairphone een Nederlands bedrijf is, worden de smartphones samengesteld in een Chinese fabriek. Dat klinkt wellicht niet duurzaam, maar ook zij werken volgens Fairphones ethische en ecologische standaarden, benadrukt Lempers. ‘Bovendien: je ontkomt bijna niet aan een wereldwijde keten als je een smartphone wilt maken. En dat willen we ook niet. Uiteindelijk willen we impact maken waar dat nodig is. En dat is juist in de mijnen en fabrieken.’

Ze is ook blij met de samenwerkingen met het Amerikaanse Google en processorfabrikant Qualcomm. ‘Dat betekent dat zij inzien welke grote stappen we zetten en dat we hen kunnen inspireren om duurzamer te worden.’ Lempers ziet het ook als ingang om de bedrijven uit te dagen. In het nieuwe model is bijvoorbeeld AI geïncorporeerd om aan de wensen van klanten te voldoen, maar ze vindt het wel belangrijk dat daar kritische discussies over worden gevoerd. ‘De AI in de telefoons is onderdeel van onze bredere ecologische voetafdruk. En dus bevragen we die bedrijven daarop. AI-providers en datacenters moeten zo veel mogelijk hernieuwbare energie gebruiken.’

Ook de nieuwe Fairphone is volledig modulair

Ook de nieuwe Fairphone is volledig modulair. Credits: Maaike Kooijman

De Fairphone (gen. 6)

De Fairphone (gen. 6) heeft een lagere ecologische voetafdruk dan de voorgaande versies, onder meer doordat deze langer meegaat. Ook wordt in verschillende delen van de toeleveringsketen gebruikgemaakt van hernieuwbare energie. De telefoon bestaat uit twaalf modules, waaronder het scherm en de batterij. Met de meegeleverde mini-schroevendraaier kun je die individueel vervangen. Ook bestaan de modules grotendeels uit gerecyclede materialen en mineralen.

De telefoon is te koop voor consumenten én bedrijven. Het bedrijf ging al samenwerkingen aan met onder meer Siemens en de gemeente Amsterdam. Sneep: ‘Dit jaar groeit onze B2B-tak met 100 procent. Het aandeel daarvan wordt steeds groter. Daar focussen we ook meer op. Bedrijven willen immers ook aan hun ESG-doelstellingen voldoen.’

Het bedrijf merkt daarnaast dat mensen in de huidige geopolitieke situatie sneller Europees kopen. Alle seinen lijken op groen te staan voor een significante groei. In 2030 wil Fairphone verviervoudigd zijn. ‘Minstens.’

Lees ook:

Dit zijn 3 alternatieven voor de nationale CO2-heffing waar Tweede Kamer vanaf wil

Nederland heeft voor de zware industrie een extra CO2-heffing ingevoerd om verduurzaming van productieprocessen te stimuleren, maar deze belasting ligt zwaar onder vuur. Een motie van CDA-leider Henri Bontenbal om de nationale CO2-heffing te schrappen kreeg deze week steun van de VVD en werd woensdag aangenomen door een Kamermeerderheid. Dat roept de vraag op welke alternatieven er zijn voor een nationale CO2-heffing en of die voldoende zijn om reductiedoelen voor de uitstoot van broeikasgassen door de zware industrie te behalen. Europese CO2-prijs versus nationale CO2-heffing De Nederlandse industrie heeft via het Europese ETS-systeem al te maken met het beprijzen van CO2. Geselecteerde bedrijven moeten jaarlijks zogenoemde emissierechten inleveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit, op basis van de hoeveelheid CO2 die ze uitstoten. Een deel daarvan krijgen ze gratis, maar een deel moeten ze kopen via een veilingsysteem of via de secundaire handelsmarkt voor emissierechten.De kosten van CO2-emissies worden hiermee bepaald door de prijzen van het Europese handelssysteem. In de grafiek hieronder is te zien dat de Europese CO2-prijs dit jaar schommelt tussen de pakweg 60 en 80 euro per ton CO2, met recent prijzen die iets boven de 70 euro per ton liggen.!function(){"use strict";window.addEventListener("message",(function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}}))}();De nationale CO2-heffing is afgestemd op het Europese systeem van emissierechten. Dit betekent dat de Nederlandse industrie alleen het verschil tussen de nationale en Europese CO2-heffing betaalt, als de nationale heffing hoger is dan de Europese CO2-prijs. In de tabel hieronder is te zien hoe de Nederlandse CO2-heffing oploopt in de komende jaren.!function(){"use strict";window.addEventListener("message",(function(a){if(void 0!==a.data["datawrapper-height"]){var e=document.querySelectorAll("iframe");for(var t in a.data["datawrapper-height"])for(var r,i=0;r=e[i];i++)if(r.contentWindow===a.source){var d=a.data["datawrapper-height"][t]+"px";r.style.height=d}}}))}();In 2024 bedroeg de nationale CO2-heffing 74,17 euro per ton en dit jaar is dat gestegen naar 87,17 euro per ton. Gegeven het niveau van de Europese CO2-prijzen betekent dit dat de nationale heffing pas sinds vrij kort echt pijn begint te doen voor de Nederlandse industrie, wat de aanzwellende roep om afschaffing mede verklaart.Vanaf 2026 komt er jaarlijks 12,84 euro bij, zodat de nationale heffing in 2030 op 152,10 euro uitkomt. Aangezien voor de Nederlandse industrie het verschil tussen de nationale heffing en de Europese CO-prijs relevant is, wordt het voor de Nederlandse industrie vooral een uitdaging, als de Europese prijs bijvoorbeeld rond de 70 euro per ton blijft hangen, terwijl de nationale heffing gestaag oploopt. Kritiek op nationale CO-heffing De nationale CO2-heffing is in 2021 ingevoerd en was vooral bedoeld als extra prijsprikkel om verduurzaming van de industrie te stimuleren. De zware industrie klaagt echter al een tijd over hoge energiekosten en waarschuwt voor de risico's van grootschalige sluitingen en/of vertrek uit Nederland.CDA-leider Bontenbal heeft zich gevoelig getoond voor deze kritiek, vooral met het argument dat de randvoorwaarden om verduurzaming van de industrie te realiseren niet goed zijn uitgewerkt. Voor elektrificatie van industriële processen speelt bijvoorbeeld mee dat het stroomnet aangepast en verzwaard moet worden. Daarnaast zijn er vragen over bijvoorbeeld de beschikbaarheid van groene stroom voor de industrie en het optuigen van de infrastructuur voor blauwe en groene waterstof.Als de nationale CO2-heffing inderdaad verdwijnt, hebben Nederlandse industriebedrijven alleen nog te maken met het Europese emissiesysteem, wat in ieder geval een gelijker speelveld oplevert. Alternatieven voor nationale CO2-heffing Feit blijft intussen dat verduurzaming van de industrie de komende jaren tractie moet krijgen om nationale reductiedoelen van de uitstoot van broeikasgassen te realiseren. In het Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat de industrie in 2030 de CO2-emissies moet hebben teruggebracht naar een niveau van iets minder dan 36 miljoen ton. Ter vergelijking: in 2023 zat de industrie op een uitstootniveau van 46,1 miljoen ton. De komende jaren moet onder meer de afvang van CO2 via het opslagproject Porthos extra vaart geven aan emissiereducties.Om het tempo erin te houden bij de 'decarbonisatie' van de industrie blijft ondersteuning vanuit de overheid waarschijnlijk hard nodig.  In een afgelopen jaar verschenen analyse gaf het Planbureau voor de Leefomgeving alvast drie alternatieven voor de huidige nationale CO2-heffing.#1 Nationale CO2-heffing koppelen aan de ontwikkeling van de Europese CO2-prijsDe huidige CO2-heffing van Nederland loopt de komende jaren op met een absoluut bedrag van jaarlijkse zo'n 13 euro per ton. Een variant hierop kan zijn dat de nationale CO2-heffing een beperkte procentuele opslag is bovenop de Europese CO2-prijs. Stel dat je 10 procent doet en de Europese CO2-prijs bedraagt 70 euro per ton, dan hef je 7 euro extra. Zakt de prijs naar 60 euro, dan hef je 6 euro extra, enzovoorts. Op die manier geef je nog wel een extra prijsprikkel tot verduurzaming, maar loopt de nationale heffing minder uit de pas met de Europese beprijzing.#2 MaatwerkafsprakenDe overheid kan ook zwaarder inzetten op zogenoemde maatwerkafspraken met grote uitstoters. Deze week werd bijvoorbeeld bekend dat suikerbedrijf Cosun een akkoord heeft gesloten voor CO2-reductie op zes productielocaties door te investeren in verduurzaming van het productieproces. De overheid legt daar dan een bedrag bij, dat kan oplopen tot 105 miljoen euro. Dergelijke maatwerkafspraken kunnen dus op bedrijfsniveau worden gemaakt.#3 Onrendabele top subsidiërenEen derde route is dat de overheid investeringen in verduurzaming stimuleert door de zogenoemde onrendabele top te vergoeden. Dat wil zeggen: als een duurzamere productiemethode met zich meebrengt dat een bedrijf hogere marktprijzen moet vragen om rendabel te blijven, vergeleken met de prijzen die CO2-intensieve concurrenten rekenen, dan kan de overheid het verschil vergoeden.Met het afschaffen van de nationale CO2-heffing, komt de bal dus al snel weer bij de politiek te liggen. Als het CDA in beeld komt om na de verkiezingen van oktober mee te doen aan een nieuw kabinet, mag voorman Bontenbal gaan uitleggen welke maatregelen hij voor ogen heeft om ervoor te zorgen dat de Nederlandse industrie tempo kan maken met emissiereducties. Lees ook:Hoe CO2-opslagproject Porthos kan zorgen dat industrie in Rotterdam blijft Kabinet sluit akkoord met Nobian voor versnelde CO2-reductie: vijf vragen over de eerste maatwerkdeal Suikerbedrijf Cosun reduceert CO2-uitstoot fors