André Oerlemans
14 juni 2024, 15:30

Explosieve groei windparken op Noordzee snel voorbij als industrie niet meer stroom kan gaan gebruiken

Met de bouw van twee nieuwe windparken door Vattenfall (Zeevonk) en SSE Renewables (Noordzeker) verdubbelt de capaciteit van windenergie op de Noordzee. Maar die groei is snel voorbij als Nederlandse bedrijven de komende acht jaar niet meer stroom kunnen afnemen. Die willen wel, maar worden gehinderd door netcongestie. De oplossing ligt in gelijkstroomsupersnelwegen, flexibeler gebruik van elektriciteit, meer batterijen en waterstof, en de bouw van kleinere windparken, zo bleek tijdens WindDay, het jaarlijkse congres van de windenergiebranche.

Foto Wind day 77 Orsted afname stroom Tijdens het congres werd gehamerd op het aanjagen van de vraag naar stroom. | Credits: André Oerlemans

Op het congres heerste een bescheiden jubelstemming. Windparkontwikkelaars Vattenfall (samen met het Deense investeringsfonds IPC) en SSE (samen met pensioenfonds ABP) werden gefeliciteerd met het winnen van de tender voor de offshore windparken IJmuiden Ver Alpha en Beta, samen goed voor 4 gigawatt aan windenergie capaciteit. Dat is bijna een verdubbeling van de huidige capaciteit van 4,7 gigawatt, die eind vorig jaar werd bereikt. En de volgende parken komen er al weer aan. In zijn Kamerbrief
van mei meldt demissionair minister Rob Jetten van Klimaat en Energie dat hij de volgende twee kavels IJmuiden Ver Gamma en Nederwiek I gaat vergunnen, samen goed voor nog eens 4 gigawatt.

Snelste groei in Europa

Wind is nu al de grootste stroomproducent in Nederland. In 2032 komt driekwart van alle stroom van de Noordzee en staat daar voor 21 gigawatt aan capaciteit. “Dat zijn gigantische getallen. We moeten teruggaan tot de tijd van de veenkoloniën dat iets zo dominant was in de energieproductie”, zegt voorzitter Jan Vos van branchevereniging NedZero (voorheen de Nederlandse Wind Energie Associatie, NWEA). De productie van windenergie groeit in Nederland het snelst van heel Europa. Tussen 2018 en 2023 steeg Nederland van de tiende naar de vijfde plaats op het continent. Al die groene energie is volgens Vos, maar ook volgens het nieuwe kabinet, niet alleen nodig om de CO2-uitstoot terug te dringen – vorig jaar lukte dat in de energieproductie met 17 procent – maar ook om onafhankelijk te worden van landen als Rusland.

Donkere wolken

Toch hangen er donkere wolken boven de sector. De marktomstandigheden zijn het afgelopen jaar behoorlijk verslechterd. De prijs voor materialen als staal en koper is fors gestegen. De rente op financieringen steeg, net als de kosten van arbeid en voor onderhoud. Dat maakt de bouw van windparken een stuk duurder. “De sector heeft het niet gemakkelijk gehad”, geeft Vos toe. “Er zitten heel hoge pieken en dalen in de orders van windturbines, maar de trend is nog duidelijk omhoog. Het afgelopen jaar zijn we met 268 procent gegroeid.”

Kostendaling spectaculair

Diederik Samsom – als rechterhand van Frans Timmermans mede-architect van de Europese Green Deal – wijst op de spectaculaire kostendaling in de sector in het afgelopen decennium. In zijn tijd als PvdA-leider kregen ontwikkelaars nog 16 cent subsidie per kilowattuur voor windparken. Dat daalde in vijf jaar tijd naar 4,6 cent en twee jaar later werd het eerste offshore windpark zonder subsidie gebouwd. Tegenwoordig betalen ontwikkelaars er zelfs voor. “Een spectaculaire ontwikkeling. Dit is in de geschiedenis maar heel weinig sectoren in zo’n korte tijd gelukt”, zegt hij.

Volgens de branche is die kostenreductie weer teniet gedaan door de huidige prijsstijgingen. Samson denkt dat de sector ook de huidige marktproblemen kan overwinnen. Bijvoorbeeld met innovatie.

Het aantal windparken op zee groeit spectaculair. | Credit: RVO

Vraag groene stroom stokt

Maar kostenstijgingen zijn niet de enige reden dat minder ontwikkelaars zich inschrijven voor de tenders op de Noordzee. Het allergrootse risico ligt niet in de stijging van hun kosten, maar in de afname van hun stroom. De Nederlandse industrie, vooral de chemische-, kunstmest- en staalindustrie, moet stoppen met olie en gas en massaal overstappen op elektriciteit. Maar dat stokt doordat er door netcongestie geen ruimte is op het elektriciteitsnet. “Zonder die elektrificatie kunnen wij onze energie niet kwijt en loopt het ergens na 2032 spaak”, zegt branchevoorzitter Vos. Hij pleit dan ook voor forse netverzwaring.

Elektrificatie strandt

De Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW), die de belangen van de grote energieverbruikers behartigt, betwijfelt zelfs of die grootschalige elektrificatie haalbaar is. “Op dit moment stranden alle elektrificatieprojecten in de industrie op netcongestie. Er is een inventarisatie gemaakt van 250 grote bedrijven; grote afnemers van elektriciteit in het hele land, die met elkaar 650 projecten in kaart hebben gebracht die ze willen uitvoeren. Van die 650 projecten kan 80 procent niet doorgaan, omdat het net dat niet aankan. Op die manier haalt de industrie zijn doelen voor 2030 niet. En zonder vraag is het jammer van de bouw van al die windparken”, zegt voorzitter Gertjan Lankhorst van de VEMW. “Als de netcongestie niet opgelost wordt zal een deel van de industrie na 2030 niet overleven of elders in de wereld gaan investeren.”

Vraag naar stroom aanjagen

Als er veel windenergie op de markt komt en er is geen vraag naar, dan daalt de elektriciteitsprijs. Die prijs is op dagen als het hard waait en de zon schijnt al negatief. Ditt jaar gebeurde dat meer dan ooit. Dan worden parken stilgezet en gaat groene stroom verloren. Met name wind op zee gaat daar vanwege de enorme geplande capaciteitsgroei flink last van krijgen, want met lage stroomprijzen kun je geen winstgevende offshore windparken bouwen. Momenteel heeft Nederland een capaciteit van bijna 50 gigawatt om elektriciteit op te wekken: 18 gigawatt aan gas- kolen- en kerncentrales en 31 gigawatt aan wind- en zonneparken of biomassa. Dat is meer dan de 15 gigawatt die nodig is voor de gemiddelde vraag naar stroom en ook meer dan de 24 gigawatt die nodig is voor de piekvraag naar stroom. “Die vraag stijgt de laatste jaren niet. Mijn belangrijkste bezwaar is dat er tot nu toe vooral aanbodbeleid is geweest en onvoldoende beleid op het ontwikkelen van vraag. We hebben een regisseur nodig die de vraag naar groene energie gaat aanjagen”, zegt Ruben Dijkstra, directeur Benelux van de Deense windparkbouwer Ørsted.

Alle ogen op Tennet

De grote vraag is: hoe jaag je de vraag naar groene stroom aan? Dat moet vooral de overheid doen, vindt de branche. Die kan bedrijven duidelijkheid geven, zodat ze investeringsbeslissingen voor de lange termijn kunnen nemen. Die kan de CO2-belasting op fossiele stroom verhogen. Of de aansluittarieven voor windparken, batterijen en elektrolysers verlagen, waardoor de prijs daalt. Maar de vraag wordt pas echt aangejaagd als de netcongestie wordt opgelost. Daarvoor zijn alle ogen gericht op de netbeheerder van het hoogspanningsnet: Tennet. Die investeert de komende jaren miljarden in de uitbreiding van het net. “We denken wel eens: waren we maar tien jaar geleden begonnen. Dan hadden we nu niet die congestie gehad. Maar terugkijken heeft niet zoveel zin, dus laten we vooruit kijken,” zegt hoofd strategie Margriet Rouhof van Tennet.

Dat vooruitkijken deed de netbeheerder vorig jaar in zijn visie op het elektriciteitsnet van 2045. Dat zogeheten Target Grid wordt groot genoeg om de elektrificatie van Nederland aan te kunnen. Dan zijn er supersnelwegen voor gelijkstoom die energiehubs verbinden en groene stroom over enorme afstanden kunnen transporteren, ook vanaf de Noordzee naar de industrie. Ook het bestaande net voor wisselstroom wordt verbeterd.

Kijk hier hoe dat Target Grid van Tennet eruit ziet:

Meer dan alleen windpark

Maar daarmee is niet alles opgelost. Volgens Tennet moet verzwaring van het net gelijk op gaan met meer groene stroom omzetten in waterstof, opslag in batterijen en flexibeler en efficiënter gebruik van elektriciteit. Dat zijn volgens experts allemaal puzzelstukjes van het energiesysteem van de toekomst. Waterstof is niet alleen belangrijk als energiedrager, maar ook als brandstof voor sectoren als de scheepvaart, die niet kunnen elektrificeren. Daarom bouwt Vattenfall voor zijn windpark een elektrolyser op de Maasvlakte in Rotterdam. Die zet windstroom om in groene waterstof. Ook die productie moet de overheid aanjagen, vindt de branche. Daarnaast zullen windparken in de toekomst niet alleen windstroom leveren, maar ook zonnestroom en waterstof. Vattenfall bouwt bijvoorbeeld naast de turbines een drijvend zonnepark van 50 megawatt. Ook voor opslag van offshore windenergie in batterijen zijn diverse innovaties ontwikkeld, zoals een de opslagtank op de zeebodem van FLASC, die ervoor zorgt dat een windpark altijd stroom levert. Door deze combinaties blijven levering en dus prijzen stabiel.

Efficiënter stroomverbruik

Een andere oplossing is efficiënter en flexibeler gebruikt van elektriciteit. Dat kan door wind- en zonnestroom te gebruiken als die wordt opgewekt en bedrijven in energiehubs aansluitingen te laten delen en groene stroom van hun daken aan elkaar te leveren. Niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland. Door netten te koppelen kunnen Engelsen of Noren op andere tijden Nederlandse stroom gebruiken, vanwege het tijdsverschil. Ook kan de Duitse industrie dan elektrificeren met Nederlandse stroom. Tennet heeft die interconnectie opgenomen in zijn toekomstvisie. “We moeten overschotten weg kunnen transporteren in Europa. We kunnen niet alle gigawatts in Nederland consumeren”, zegt Rouhof.

Tendersysteem op de schop

Het Nederlandse tendersysteem, waarbij ontwikkelaars een voorstel voor de bouw van windparken kunnen indienen, is een voorbeeld voor heel Europa, stellen de experts. Daarin kijkt de overheid niet alleen naar de hoogste opbrengst, maar ook naar maatregelen voor de natuur, circulair bouwen, oplossingen voor netcongestie door batterijen en elektrolysers voor groene waterstof. Zo wordt innovatie gestimuleerd. Toch kan ook een aanpassing van dit systeem een rol spelen in de oplossing. Nu worden kavels van 2 gigawatt gegund, maar die zouden in de toekomst kleiner moeten zijn. “Je kunt beter terug naar 1 gigawatt, want 2 is echt heel veel. Op 1 gigawatt worden de risico’s kleiner en de kapitaallasten lager”, stelt Ireen Geerbex, directeur marktontwikkeling van Vattenfall.

Jetten akkoord

De branche heeft diverse verbeterpunten aangedragen, die minister Jetten heeft overgenomen, zo blijkt uit zijn Kamerbrief. Zo onderzoekt hij of het in de toekomst inderdaad beter is om kleinere tenders van maximaal 1 gigawatt uit te schrijven. De winnaars van de afgelopen tenders krijgen meer tijd om hun parken aan te sluiten op de platforms van Tennet, wat de realisatiekosten verlaagt en de risico’s van vertraging wegneemt. Ook wil hij de stijgende nettarieven en transportrechten bekijken en de bouw van elektrolysers op land stimuleren. Allemaal om de prijs van groene stroom beter te laten concurreren met die van fossiel. Hij overweegt zelfs weer subsidie te gaan geven als dat nodig is. Ook kan de overheid tweezijdige contracten afsluiten. Bij zo’n Contract for Difference (CfD) spreekt de ontwikkelaar een vaste stroomprijs af. Als de marktprijs daaronder duikt, legt de overheid bij, duikt die erboven dan betaalt de ontwikkelaar het overschot terug aan de overheid. De branche is heel blij met die brief.

Op WindDay was de hele Nederlandse windenergiesector aanwezig. | Credit: André Oerlemans

Wind op land levert meeste energie

En dan is er nog wind op land, nog steeds de grootste leverancier van windenergie. Die groei stokt, met name door alle bezwaren van omwonenden en de rechtszaken die ze tegen vergunningen voeren. Branchevoorzitter Vos wijst ook op het hoofdlijnenakkoord van het kabinet, dat windmolens zoveel mogelijk op zee wil bouwen. “Dat betekent niet dat we klaar zijn met wind op land. Alle bestaande plannen worden gewoon uitgevoerd, maar er zullen waarschijnlijk niet veel nieuwe plannen komen”, zegt hij.

Lees ook:

Opmerkelijk: ’s Werelds grootste vliegtuig moet impuls geven aan onbenut potentieel onshore wind

In Nederland is de ruimte voor onshore windparken beperkt, laat staan voor windmolens die honderden meters de hoogte in reiken. Maar in uitgestrekte landen als de Verenigde Staten en Australië is de situatie heel anders. Het vervoeren van windturbineonderdelen naar de juiste plekken over de weg is alleen een helse klus. En met de hedendaagse groeispurt van turbines wordt die uitdaging in de toekomst niet makkelijker. Bruggen, tunnels, leidingen of wegdek dat simpelweg het gewicht van turbineonderdelen niet aankan vormen serieuze obstakels. Niet voor niets zijn de windmolens op zee al gauw twee keer zo groot als hun evenknieën op land.Vervoer over de weg van windmolens kan een hele uitdaging zijn.Grootste vliegtuig ooit Maar het Amerikaanse Radia verwacht dat dat in de toekomst gaat veranderen. Het bedrijf wil het grootste vrachtvliegtuig ter wereld bouwen, zodat op plekken die het wegennetwerk niet kan bereiken grote onshore windparken alsnog kunnen floreren. Het vliegtuig van Radia moet Windrunner gaan heten en heeft een inhoud van 8.200 kubieke meter. Ter vergelijking: het tot nu toe grootste vliegtuig was de Russische Antonov An-225 met een inhoud van 1.160 kubieke meter. De nadruk ligt hier op ‘was’, aangezien het enige exemplaar in een hangar in Kiev onherstelbaar werd beschadigd door een Russisch bombardement in 2022. Gigantische windturbines De Windrunner kan volgeladen worden via een neus die omhoog klapt. Het vliegtuig moet een turbineblad kunnen vervoeren van 105 meter lang, of gelijktijdig drie turbinebladen van 85 meter. Volgens Radia hebben de meeste wegen vandaag de dag al moeite met bladen tot 70 meter. Het bedrijf berekende bovendien dat de gemiddelde afstand die een turbineblad aflegt, van fabriek naar windpark, in Europa 850 kilometer is. In de VS is dat 950 kilometer. Je kunt je voorstellen dat zo’n weg behoorlijk wat obstakels kent. Het vliegtuig kan op een provisorisch gebouwde landingsbaan op de gewenste plek landen.Milieu-impact Hoewel luchttransport als een dure operatie klinkt, meent Radia dat de kosten min of meer gelijk zijn wanneer alle facetten van wegtransport worden meegenomen; van het verplaatsen van kabels en bruggen tot het inhuren van begeleidend transport. Verder heeft vliegen natuurlijk een stuk hogere milieu-impact dan vervoer over de weg. Over hoe deze vervuiling zich precies verhoudt tot de milieuwinst van nieuwe windturbines laat het bedrijf zich niet uit. Groene waterstof Radia ziet vooral potentie in grote onshore windparken aan de oost- en westkust van de VS. Hier waait het minder hard dan in het binnenland, maar wonen wel de meeste mensen. Met lagere windsnelheden zijn bovendien grote turbines nodig die meer wind vangen, zodat windparken rendabel worden. Ook ziet het bedrijf kansen voor windenergie in Noord-Afrika waar windparken in combinatie met elektrolysers kunnen zorgen voor groene waterstof. Op het ontbreken van landingsbanen op afgelegen plekken heeft Radia ook een antwoord. De Windrunner kan landen op een relatief korte en ruwe landingsbaan van 1.800 meter die niet eens volledig geasfalteerd hoeft te zijn. Aan het roer van het sinds 2016 bestaande bedrijf staat MIT-luchtvaartingenieur Mark Lundstrom. Hij wist inmiddels al 100 miljoen dollar op te halen uit verschillende hoeken, zoals energiebedrijf LS Power en olie- en gasreus ConocoPhilips. Lundstrom wil nog dit decennium meerdere Windrunners de lucht in hebben. Lees ook: Opmerkelijk: een kilometer hoge wolkenkrabber die energie opslaat met zwaartekrachtOpmerkelijk: op de Olympische Spelen krijgt de Franse keuken een plantaardig tintjeOpmerkelijk: geothermie 2.0 door boringen naar magma