Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
21 augustus 2025, 08:00

Europese vliegtrips nog altijd goedkoper dan de trein, maar de balans is licht aan het verschuiven

Wie deze zomer met de trein op vakantie was, heeft het vast gemerkt: treinreizen duren niet alleen langer, maar zijn ook vaak duurder dan vliegen. Dat bevestigt ook nieuw Europees onderzoek door Greenpeace. Wel is er vergeleken met twee jaar geleden een lichte verschuiving ten gunste van treinreizen zichtbaar.

Prijsvechter Ryanair is de grootste aanbieder van goedkope vluchten in Europa Prijsvechter Ryanair is de grootste aanbieder van goedkope vluchten in Europa. | Credits: Getty Images

Greenpeace analyseerde 109 internationale routes. Het gaat om trajecten binnen Europa onder de 1.500 kilometer, tussen steden die zowel een treinstation als een internationaal vliegveld hebben. Slechts 39 procent van de geanalyseerde routes over de grens was op de meeste dagen goedkoper met de trein dan met het vliegtuig.

Dat terwijl de verschillen in klimaatimpact enorm zijn, benadrukt de milieuorganisatie. Vliegen kan tot wel 80 keer meer impact op het klimaat hebben dan een treinreis, vooral in het geval van korte vluchten. Daarbij zijn ook aspecten als stikstofuitstoot meegerekend. Kijk je puur naar de CO2-uitstoot, dan is het verschil kleiner, maar nog steeds significant. Zo stoot een vlucht van Amsterdam naar Parijs zo’n 119 kilo CO2-equivalent uit, ten opzichte van 11,5 kilo voor de nog geen vier uur durende treinreis.

Geen btw op vliegtickets

Het verschil in prijzen tussen trein en vliegtuig komt met name door verschillen in belastingen. Zo wordt er geen btw geheven op vliegtickets en zit er geen accijns op kerosine. Bovendien betalen overheden in Europa miljarden jaarlijks miljoenen euro’s subsidies aan vliegvelden, waar vliegtuigmaatschappijen van profiteren.

Spoorwegmaatschappijen betalen wel belasting over treintickets (in Nederland is dat 9 procent) en betalen vaak veel om van het spoor gebruik te mogen maken. Dus waar de kosten per kilometer van treinreizen toenemen, als je langere afstanden aflegt, geldt dat voor vliegreizen nauwelijks, ziet Greenpeace.

Daarbij zijn er grote verschillen tussen landen en trajecten. In de Baltische staten is de trein volgens Greenpeace altijd goedkoper dan het vliegtuig, terwijl vanuit Frankrijk vrijwel alle internationale trajecten (95 procent) goedkoper zijn per vliegtuig.

Het traject tussen Barcelona en Londen vertoont het grootste prijsverschil tussen de twee opties. Op die route betaal je slechts 15 euro voor het vliegtuig, tegenover bijna 400 euro voor de trein.

Uitstoot zakelijk vliegen neemt af

Er is wel een kleine verbetering zichtbaar ten opzichte van 2023, toen Greenpeace grotendeels dezelfde routes analyseerde. Het aandeel van routes waar treinreizen per negen dagen ten minste in zes gevallen goedkoper was, is gestegen van 27 procent naar 41 procent. Deze verbetering heeft te maken met zowel betere treinverbindingen als minder extreem goedkope vluchten van lowbudgetmaatschappijen.

Ook zakelijk reizen kent een positieve trend, bleek eerder dit jaar uit onderzoek van Natuur & Milieu. De organisatie analyseerde de CO2-uitstoot van zakelijke vliegreizen door 47 grote Nederlandse bedrijven. Wat bleek: de totale uitstoot van bedrijven die daarover rapporteren is tussen 2019 en 2023 met gemiddeld 36 procent gedaald. Koploper is ABN AMRO. De bank rapporteert transparant, stelt reductiedoelen en heeft de CO2-uitstoot van zakelijk vliegen in vier jaar tijd met 43 procent verminderd. Ingenieursbureau Antea rapporteerde zelfs een afname van 90 procent, maar heeft dan weer iets minder ambitieuze doelen.

De consultancy-, finance- en ingenieurssector presteren over het algemeen goed op minder vliegen, terwijl bedrijven in de bouw & offshore en industrie achterblijven. Tata Steel en Van Oord hebben bijvoorbeeld juist een toename van emissies, zag Natuur & Milieu. Zakelijke vliegreizen zorgen voor ongeveer een derde van de CO₂-uitstoot van de luchtvaartsector.

De gemiddelde afname van het aantal vliegreizen komt deels doordat bedrijven vaker voor de trein kiezen. Maar ook online vergaderen heeft sinds de coronapandemie een hoge vlucht genomen. Natuur & Milieu merkt op dat de meeste grote bedrijven (34 van de 47) geen specifieke reductiedoelen hebben voor zakelijk reizen, maar dat ‘een groot deel’ van de bedrijven zegt aan de daling door corona vast te willen houden.

Lees ook:

5 batterij-innovaties waar iedereen reikhalzend naar uitkijkt

Batterijen voor elektrische auto's, batterijen voor tijdelijke opslag van duurzame stroom, batterijen om warmte te leveren aan de industrie. Als er één ding is waar niemand aan twijfelt, is het de cruciale rol die batterijen de komende vijfentwintig jaar gaan vervullen in het laten slagen van de energietransitie.Hoewel er geen gebrek is aan nieuwtjes over revolutionaire doorbraken van nieuwe batterijtechnologie, gaat het vaak om laboratoriumresultaten. De kunst is om vervolgens te komen tot batterijen die zich kenmerken door een lange levensduur (veel laadcycli) en snelle opschaling. Dat wil zeggen: het opleveren van grote volumes tegen aanvaardbare kosten.De benodigde innovatie van batterijtechnologie is afhankelijk van het specifieke doel waar verschillende typen batterijen voor worden ingezet. Change Inc. benoemt vijf richtingen waarvan iedereen hoopt dat revolutionaire doorbraken leiden tot massale adoptie. Mét hoopvolle voorbeelden. Batterijen die de actieradius van elektrische voertuigen vergroten Klassieke verbrandingsmotoren hebben als duidelijk nadeel dat er bij het verstoken benzine en diesel CO2 vrijkomt in de atmosfeer. Maar de enorm hoge energiedichtheid per eenheid volume die motorbrandstoffen zoals benzine en diesel hebben, is niet makkelijk te evenaren. Voor het equivalent van een liter benzine heb je relatief veel batterijruimte nodig om dezelfde hoeveelheid energie leveren. Die batterijen zorgen bovendien voor extra gewicht in de auto.Geen wonder dus dat er een verwoede zoektocht is naar batterijen met een hogere energiedichtheid. Eerder deze maand claimden onderzoekers van de Chinese Universiteit van Tianjin een lithiumbatterij te hebben ontwikkeld met een energiedichtheid van 600 wattuur per kilogram. Dat is het dubbele van de beste batterijen van Tesla en kan er in theorie voor zorgen dat de actieradius van toekomstige elektrische auto’s met factor twee tot vier toeneemt, meldde Interesting Engineering.Het Chinese team wist de verbeterde batterij gedurende negentig cycli van laden en ontladen stabiel te houden. De uitdaging voor uiteindelijke commerciële toepassing is om dat op te voeren naar duizenden laadcycli. Batterijen die sneller opladen [caption id="attachment_163584" align="aligncenter" width="900"] De race-auto van InMotion die binnen 4 minuten kan opladen. Bron: InMotion[/caption]Ook eentje die hoog op het wensenlijstje van de elektrische auto staat: batterijen die sneller opladen. Bij snellaadstations bedraagt de gemiddelde laadtijd zo'n 15 tot 30 minuten. De paar minuten die nodig zijn om een tank vol benzine of diesel te laden, halen batterij-auto's bij lange na niet. Nóg niet, ten minste.Eerder dit jaar boekte een studententeam van de TU Eindhoven een record met het laden van een elektrische racewagen in minder van 4 minuten. Om de warmte die vrijkomt bij het laadproces beter te reguleren, zorgde het team van InMotion voor betere koeling tussen de batterijcellen.Het team van InMotion gaf tegen Change Inc. aan nog niet bezig te zijn met commercialisatie van de koeltechnologie die ze hebben ontwikkeld. 'We hebben nu niet als doel om de markt op te gaan. Wel hebben we een groot netwerk aan partners, waarvan een aantal uit de autobranche komt. We staan altijd open om hulp uit te wisselen', aldus PR-manager Tali Pleijter van InMotion. Batterijen die energie grootschalig en over een langere periode leveren [caption id="attachment_161278" align="aligncenter" width="900"] Eigenaren Bram Bens en Thomas Stroes bij een prototype van Saltes' ThermalPod. Bron: Saltes[/caption]Het gros van de batterijen in de wereld betreft lithium-ionbatterijen die bij ontladen op maximale capaciteit binnen een paar uur leeg zijn. Voor de energietransitie is het van groot belang dat er meer batterijen komen met een grootschalige opslagcapaciteit die gedurende een langere periode als 'back-up' kunnen dienen. Energienetten die zwaarder leunen op hernieuwbare energie uit zon en wind, hebben immers een grotere behoefte hebben aan flexibele opslagcapaciteit. Zo kunnen fluctuaties in het aanbod van hernieuwbare stroom beter worden opvangen.Een voorbeeld van een nieuw batterijtype dat zich hierop richt, is de zogenoemde flowbatterij van het bedrijf HalioGen, die zink en bromide als vloeistoffen gebruikt. 'Ons systeem zal qua kosten goedkoper zijn dan een back-up energieopslag met fossiele brandstoffen en een lithium-ionbatterij', zei Thanasis Stergiou, medeoprichter en chief commercial officer van HalioGen Power, tegen Change Inc.Toenemende elektrificatie van het energiesysteem vereist ook dat het makkelijker wordt om stroom om te zetten in andere vormen van energie. Bijvoorbeeld in warmte voor de industrie, zodat die minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen. Het bedrijf Saltes heeft daar een oplossing: een zogenoemde warmtebatterij zet stroom om in warmte, die wordt opgeslagen in gesmolten zout.De ThermalPod van Saltes heeft de grootte van een klein gebouw en een opslagcapaciteit van 26 megawattuur, zodat deze gebruikt kan worden voor de levering van industriële warmte. 'Met één systeem kun je een hele fabriek van warmte voorzien', vertelde mede-oprichter Thomas Stroes van Saltes aan Change Inc. Brandveilige batterijen In de huidige wereld, die wordt gedomineerd door lithium-ionbatterijen, is brandveiligheid nog altijd een belangrijk vraagstuk. Dat heeft te maken met het gebruik van componenten die relatief makkelijk ontvlambaar zijn. Als een elektrische auto bij een ongeluk betrokken raakt, kan de batterij soms wel uren branden.Een deel van de batterij-innovatie richt zich dan ook op de inzet van materialen die brandwerend zijn, zonder dat dat ten koste gaat van de prestatie-eigenschappen van batterijen. Zo testten onderzoekers van de School of Phyiscs and Electronics in China materialen als fluor en fosfor om de elektrolyt van klassieke batterijen brandveiliger te maken. Dat lukte behoorlijk goed, maar daarbij bleven er wel uitdagingen wat betreft de milieuvriendelijkheid en de betaalbaarheid van brandveilige grondstoffen. Batterijen die minder afhankelijk zijn van schaarse grondstoffen De behoefte aan een sterke opschaling van de mondiale batterijcapaciteit roept ook geopolitieke vragen op. Huidige batterijgeneraties leunen zwaar op enkele cruciale grondstoffen: lithium, nikkel, kobalt en mangaan. Die worden momenteel in een beperkt aantal landen in de wereld gewonnen, wat risico's meebrengt voor de leveringszekerheid als er geopolitieke spanningen zijn.Het is dus niet meer dan logisch dat er volop onderzoek wordt gedaan naar batterijen die gemaakt kunnen worden van grondstoffen die op veel plekken in de wereld beschikbaar zijn. Een technologie die Europa een groot verschil kan maken, is de natrium-ionbatterij. Dat komt mede doordat natrium qua beschikbaarheid veel minder uitdagingen meebrengt dan de winning van lithium, nikkel, kobalt en mangaan. Lees ook:Belgische ‘superbatterij’ combineert beste technologie van twee werelden Europese batterijmaker NorthVolt krijgt tweede kans dankzij deze eigenzinnige Amerikaanse techondernemer Na Bill Gates stapt ook Google in veelbelovende Italiaanse CO2-batterij