Hannah van der Korput
12 maart 2024, 11:00

Coalitie van boeren, wetenschappers en bedrijven wil voedselketen verduurzamen: ‘Financiële prikkel is belangrijk’

Transitiecoalitie Voedsel wil het huidige voedselsysteem op de schop gooien. Zoals de naam al zegt, werkt het samen met diverse partners. De coalitie bestaat uit boeren, foodbedrijven, wetenschappers en ngo’s.

Willem Lageweg mei 2021 3 Willem Lageweg houdt zich als directeur van Transitiecoalitie Voedsel bezig met het verduurzamen van de voedselketen.

Het voedselsysteem verander je niet alleen, weet Willem Lageweg. Eerder bekleedde hij topfuncties bij de Rabobank en MVO Nederland. Nu houdt hij zich als directeur van Transitiecoalitie Voedsel bezig met het verduurzamen van de voedselketen. “Grote vraagstukken zoals de voedseltransitie kun je niet in je eentje oplossen. Het is zo omvangrijk. Laat ik de landbouw als voorbeeld nemen. Dat gaat niet alleen over voedsel, maar ook over grondgebruik. Want boerenland kan ook een andere bestemming hebben, denk aan woningbouw, energieproductie en natuur. Landbouw is ook nauw verbonden met de financiële sector door de export en multinationals met grote financiële belangen. Het zou naïef zijn om te denken dat we de voedselketen alleen kunnen veranderen. We hebben iedereen nodig.”

Bondgenoten

En dus bundelt Transitiecoalitie Voedsel zijn krachten met diverse partijen. Het doel is om zoveel mogelijk medestanders te verzamelen en samen op te trekken. Dat lukt niet altijd, geeft Lageweg toe. “Boeren missen al jaren duidelijkheid vanuit de politiek. Veel boeren weten niet waar ze aan toe zijn. Ze krijgen teleurstelling op teleurstelling te verwerken. Sommige agrariërs geloven niet meer dat het anders kan en organiseren demonstraties en acties. Die groep in het verzet krijgen we als coalitie niet aan boord, maar er zijn ook veel boeren die wel vertrouwen hebben en vooruit willen. Zij verenigen zich in initiatieven zoals Caring Farmers en Herenboeren. Wij werken met deze collectieven samen om een nóg grotere beweging te vormen. Tegelijkertijd kunnen zij de schakel zijn naar gangbare collega’s. Met onafhankelijke voorlichting en begeleiding hopen we dat steeds meer boeren omschakelen. Dat is belangrijk. Er is lang geboerd op dezelfde manier. Nu zijn we op het punt gekomen dat het milieu en de volksgezondheid het niet meer kunnen dragen. Het is tijd voor vernieuwing.”

Geldstromen

De landbouw hervormen betekent ook de geldstromen herzien. Vervuiling wordt nog te vaak gesubsidieerd, vindt hij. “Zoals de hectarepremie. Dat is een regeling vanuit Europa en houdt in dat boeren meer geld krijgen naarmate ze meer hectaren grond hebben. Grootschalige landbouw is nog altijd het uitgangspunt, terwijl ecologische prestaties een betere meetlat zouden zijn. Wanneer een ondernemer wordt beloond voor de inspanningen op het gebied van biodiversiteit, wordt dat meer gedaan. Die financiële prikkel is belangrijk. Hetzelfde geldt voor andere financiers. Veel banken verstrekken boeren wel een lening om de productie op te schalen, maar niet om de omschakeling naar biologisch mogelijk te maken. Gelukkig begint dat bij de Rabobank nu te veranderen. Dat is een goede zaak.”

Oproep aan de politiek

Transitiecoalitie Voedsel roept de politiek op tot actie. Onlangs deed het de oproep aan de formerende partijen om met een heldere visie te komen voor de lange termijn. Wat die visie zou moeten zijn, daar heeft Lageweg wel ideeën over. “Als we het hebben over toekomstige landbouw, dan zeg ik dat het veel meer naar gesloten kringlopen, duurzaam grondgebruik en plantaardig moet. Er moet meer oog komen voor dierenwelzijn, voor gezondheid en voor tal van diensten die boeren kunnen leveren. Wat mij betreft, is dat de stip op de horizon. Grote doelen moeten worden opgedeeld in kleinere stapjes waarvoor beleid kan worden gemaakt. Voor ondernemers actief in de voedingssector is dat belangrijk. Als het duidelijk is welke kant het op gaat, kunnen zij er rekening mee houden. Er worden nu te veel tegenstrijdige maatregelen genomen. Wetten worden aangenomen en weer teruggedraaid. Dat is demotiverend voor de mensen die ermee te maken hebben.”

De Superlijst

Daarnaast worden voedselaanbieders uitgedaagd. “Zij spelen een grote rol. Wij dagen ze dan ook uit om te bewegen naar een gezonder en meer plantaardig assortiment. Dit geldt voor alle voedselaanbieders van supermarkten tot fabrikanten, restaurants en cateraars.”

Zo steunt Transitiecoalitie Voedsel Questionmark met hun Superlijst. De lijst werd geïntroduceerd in 2019 en laat zien in hoeverre supermarkten echt duurzame en gezonde producten aanbieden en promoten. “In het begin kwam er vooral verzet vanuit de koepel van supermarkten. Inmiddels zijn we een paar jaar verder. Er is nog steeds ongemak, maar inmiddels geven supermarkten aan de ranglijst zelf ook belangrijk te vinden. Het creëert een zeker bewustzijn. Welke producten ze aanbieden, tegen welke prijs en hoe andere supermarkten het doen.”

Die weerstand die er aanvankelijk was, is Lageweg welbekend. “Eigenlijk gaat het altijd zo. Wanneer die eerste horde overwonnen is, komt er acceptatie en daarna zelfs actie. Dat helpt de transitie.” Al is er nog ruimte voor verbetering. “Supermarkten bepalen voor 75 procent wat er op ons bord terechtkomt. Ze kunnen en moeten nog meer doen dan ze nu doen.”

Het loont

Voor Transitiecoalitie Voedsel is er inmiddels genoeg bewijs dat samenwerken loont. “Je kunt elkaar echt verder helpen. Diverse gebiedscoöperaties laten zien dat een goed verdienmodel mogelijk is. Zo genereert Duinboeren, een initiatief van boeren rondom de Loonse en Drunense duinen, een mooi inkomen uit de samenwerking. Dat geldt ook voor het Markemodel in de Achterhoek. Maar ook Boerschappen, een initiatief dat zich richt op een korte keten, heeft succes. Niet elk collectief zal uiteindelijk slagen, maar er zijn genoeg voorbeelden die bewijzen dat vernieuwing in landbouw en voedsel werkt.”

Lees ook:

Hoe krijg je een circulaire fabriek van de grond? ‘Je moet denken vanuit de investeerder’

Geweldig: de gloednieuwe rijpingscellen waren binnen en konden eindelijk in gebruik worden genomen om alle bananen te laten rijpen. Laura Hoogland had weer een flinke stap gezet op weg naar haar droomfabriek. Dacht ze. "Tot een paar weken 200 liter water in de cellen stond. Die bleken helemaal niet gemaakt om fruit zó ver te rijpen als wij dat deden." Praktische en juridische bezwaren Inmiddels redt Hoogland met The Banana Factory en Sunt miljoenen bananen per jaar van de verbrandingsoven. Maar die natte bende is een voorbeeld van de praktische, en ook juridische bezwaren die bij circulaire producenten tussen droom en daad kunnen staan. Je kiest, zegt ze, nu eenmaal niet een zesbaans snelweg. "Mensen die circulaire fabrieken neerzetten, doen iets wat nog niet bestaat. Die moeten zelf een grindpad aanleggen." Wat er nodig is om een circulaire fabriek van de grond te krijgen? Nog iemand die dat als geen ander weet, is Lindy Hensen. Vanuit innovatiebureau/investeerder Tekkoo was ze medeoprichter van PeelPioneers, dat hoogwaardige grondstoffen haalt uit sinaasappelschillen. PeelPioneers mag je als succes beschouwen, aangezien het 10 miljoen euro ophaalde voor een fabriek in Den Bosch, die levert aan bekende afnemers als Seepje en Mayoneur.Laura Hoogland (Banana Factory): ‘Zolang het geen cent meer kost, vindt iedereen het tof wat je doet.’Inmiddels gebruikt Hensen haar lessons learned om andere ondernemers te helpen circulaire productie van de grond te krijgen. Accelerator Circular Factory, samen met onder meer circulaire hub BlueCity uit Rotterdam, draait al met het tweede klasje start-ups, waaronder NoPalm Ingredients, Pectcof en Pakt Packaging. En het programma draait om thema’s die je bij circulair ondernemen echt anders moet aanvliegen dan bij pakweg, een SaaS (software as a service)-start-up. Hensen: "Circulaire start-ups zijn uitzonderlijk moeilijk om op te schalen. Dat ligt aan een combinatie van dingen, maar dat je je eigen technologie ontwikkelt, is een belangrijke oorzaak. Daarvoor moet je in de regel een demofabriek neerzetten om te bewijzen dat de technologie werkt. Maar die demofabriek moet tegelijk wel aan echte klanten leveren, want je zult ook je operationele proces en product moeten valideren." Bovendien ben je er nog niet met die proeffabriek: werkt de manier waarop je produceert straks ook op de grote schaal waar je naartoe moet om je businesscase rond te krijgen?’ Ja, je kunt die demoproductie uitbesteden. Maar zorg dan wel dat je grip houdt: ‘Is de manier waarop die partij het produceert representatief voor de commerciële fabriek die ik uiteindelijk zelf wil neerzetten?" Sourcing: waar haal je je grondstof? Het begint lang daarvoor al – letterlijk – met wat er je fabriek ingaat. Als circulaire producent koop je geen ‘nieuwe’ grondstoffen of halffabricaten in, maar werk je met reststromen. Feedstock heet dat in hun jargon: de sinaasappelschillen, koffiedrab, plastic of textiel die ooit als ‘afval’ in de oven of op de vuilstort terechtkwamen, maar nu als ‘resttromen’ in nieuwe producten worden verwerkt. Je zult leveranciers er zelfs van moeten overtuigen dat ze hun reststroom bij je kwijt kunnen. De ziekenhuizen die dagelijks massa’s medische applicaties van pvc afdankten, hadden meer moeite om tot het besef te komen wat een verspilling van hoogwaardig kunststof dat is, vertelt Kimm Besselsen. Met BloodySeriousProject produceert ze uit medisch plastic afval grondstof voor onder meer laarzen. "Terwijl ze in Australië allang hergebruikt worden, was daar in Nederland niks van aan. Tijdens de coronaperiode ging het pas leven, de berg afval die ziekenhuizen opleveren. Wij praten met verzekeraars, ministeries, ziekenhuizen en producenten, we moeten de hele keten bewegen."BloodySeriousProject ziet medisch pvc-afval graag terugkeren als laarzen.Ook nu er na veel gelobby uiteindelijk beweging in is gekomen, blijft het een toer om de afvalverwerkers mee te krijgen. ‘Dat is een gevecht. Hun business is het afval in containers op wieltjes richting vuilverbranding te rijden, in plaats daarvan moeten de slangetjes en infuuszakken onze kant op. Pas als er genoeg klanten zijn die het anders willen, komt er beweging. We oogsten nu bij het Flevoziekenhuis en staan bij andere ziekenhuizen in de startblokken.’ Bij The Banana Factory was het overzichtelijk: het laten afvoeren van de afgedankte bananen vanuit de haven kostte de importeurs geld, en bij Hoogland konden ze op deze kosten besparen. Een tweede stroom betrekt ze van supermarkten. Renewaball weet perfect waar het zijn ballen moet halen: bij de tennis- en padelclubs waar ze worden afgedankt. Ceo Hélène Hoogeboom verwerkt ze in verse tennis- en padelballen en heeft inmiddels containers staan bij clubs in Nederland en een hele trits andere Europese landen. Zodra die vol zijn, geven de tennis- en padelbanen een seintje en halen recyclepartners de ballen op. ‘In Engeland heeft onze partner er de Daily Mail mee gehaald.’ Geld betaalt Renewaball niet voor de ballen – integendeel. "Het principe de vervuiler betaalt geldt bij ons. Clubs snappen dat, hebben ook steeds vaker een commissie duurzaamheid en zo’n ballenbak is bovendien perfect voor een lokale clubsponsor. Bovendien kunnen ze onze circulaire ballen weer verkopen aan de leden, zodat heel tastbaar wordt wat je doet met die afgedankte ballen."De circulaire ballen van Renewaball: ‘Clubs die afgedankte ballen inzamelen, kunnen deze weer verkopen aan leden.’Met zijn Seenons, een platform voor circulair afvalmanagement, zou je Joost Kamermans kunnen beschouwen als een spin in het web van de circulaire reststromen. Seenons verbindt zowel de partijen die afval aanbieden met de gebruikelijke verwerkers en de nieuwe generatie circulaire producenten. "De ontdoeners moeten geloven in je oplossing, dat is de bottomline’, zegt Kamermans. ‘Jaren geleden bleek de verbrandingsoven beter dan storten. Inmiddels zijn er betere oplossingen, dus we moeten stoppen met afval te brengen naar de plek die dertig jaar geleden de beste optie was." Inmiddels kun je als circulair ondernemer via Seenons over een kwalitatief goede feedstock beschikken, zegt Kamermans. "Zolang we nog een enorme berg aan foodwaste, productieafval en verpakkingsafval hebben, zijn we als samenleving verplicht om hoogwaardig hergebruik te realiseren." Feedstock is nooit kant-en-klaar Ook als je de sourcing en logistiek op orde hebt, is werken met feedstock iets heel anders dan de inkoop van ‘nieuwe’ grondstoffen. De bananen van Laura Hoogland zijn van geel tot groen of ‘heel erg rot’ en komen in allerlei formaten. Van elke container moet ze dus exact weten wat de herkomst is en de staat. En zodra de vruchten voldoende rijp zijn, moeten ze ook nog worden gepeld voordat ze tot pulp worden verwerkt. "Als ik hier veertig medewerkers neerzet, wordt de puree zes keer zo duur, dat moesten we dus automatiseren. De lijn die dat doet, inclusief visueel sorteren op kleur, vergde een miljoeneninvestering. We zijn gelukkig wel handmatig begonnen, wat enorm veel inzichten opleverde. Een groene banaan kan van binnen hartstikke rijp zijn, bijvoorbeeld."Ondernemers uit accelerator Circular Factory, met (in fel blauw) initiatiefnemer Lindy HensenBloodySeriousProject heeft onlangs in Lelystad een productielijn geopend waar de infuuszakken worden verwerkt tot een pvc-granulaat. "Die komen binnen met een kluwen aan slangen met allerlei dopjes en koppelstukken in kleuren. Alles moet dus worden gewassen, gedroogd en op kleur gesorteerd door onze machines." De tennis- en padelballen van Renewaball hebben een duidelijkere samenstelling, maar moeten eerst worden ‘gescheiden’ om er het rubber en het vilt uit los te krijgen. "Het vilt is vaak van schapenwol uit Nieuw-Zeeland, terwijl het rubber uit Thailand kan komen en de productie in China plaatsvond. Kun je nagaan hoeveel zo’n bal heeft gereisd voordat hij hier belandt." Na het demonteren weet Renewaball circa 25 procent van het rubber materiaal op te werken tot nieuwe padel- en tennisballen: "We maken van vier ballen één nieuwe. De samenstelling is een fijne balans, hij moet wel voldoen aan de wedstrijdnormen." Afval in een juridisch moeras Dan een hoofdpijndossier voor veel circulaire ondernemers: de regelgeving waarmee ze te maken krijgen. Vooropstaat, zegt Hensen, dat die regels er niet voor niets zijn: die draaien onder meer om voedselveiligheid. "Je wilt niet dat iemand ziek wordt van je product. De ondernemers in Circular Factory werken vaak met organisch materiaal en je moet goed opletten of je dat nog mag verwerken in voedingsmiddelen. Je moet voldoen aan nogal wat kwaliteitseisen wil je het label ‘einde afvalstatus’ krijgen." Voor de bananenstroom van Hooglands fabriek was het een zoektocht. "Doordat de bananen de stempel ‘afval’ hadden gekregen in de havens zodat ze niet onnodig tegen hoge kosten ingeklaard hoefden te worden, moesten we echt goed uitzoeken hoe we dat ‘stempel’ er weer van af kregen om het als voeding voor consumenten te verwerken." Nog een lulligheidje: The Banana Factory zamelde de restbananen in voordat ze waren ingeklaard, maar de douane wilde de volle mep aan importheffing incasseren. "Er bestond nog geen goederencode voor reststroom-bananen. Het was echt met 300 partijen bellen om te vragen hoe zij omgingen met dit soort dingen. Op een gegeven moment werd de douane echt zenuwachtig toen we de kwestie op de agenda van de Tweede Kamer hadden gekregen."Kimm Besselsen (BloodySeriousProject): ‘Het is een gevecht om afvalverwerkers mee te krijgen.’Vinylrecycling.com, het familiebedrijf vanwaaruit Kimm Besselsen BloodySeriousProject als spin-out opzet, voert zelfs een bodemprocedure tegen toezichthouder ILT om de wetgeving rond ‘einde afvalstatus’ en de export van plastic. "Die afvalwet is echt zwaar verouderd en moet worden aangepast aan de huidige wereld. Eigenlijk lopen we als bedrijven voor op de regelgeving. Europa heeft wel de Green Deal, maar dat is een missie om onder meer in 2050 volledig circulair te zijn, met nog lang niet de passende wetgeving daarvoor. Wetgeving maakt het nog steeds lastig voor ondernemers. Je kunt niet even aan een jurist uitsluitsel vragen over de status van je reststroom en je wordt vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Terwijl niemand miljoenen in je fabriek investeert zonder die zekerheid."Soms spelen producenten met de gedachte om grondstoffen in eigen hand te houden, zodat ze grip houden op circulariteit. Materiaal krijgt dan nooit meer de afvalstatus. Met een klant onderzoekt Besselsen een ‘product as a service’-model, waarbij pvc na gebruik in ziekenhuizen direct weer wordt opgevangen en terug ingezet in medische klompen. Afnemers: waarom zouden ze circulair gaan? Wat die afnemers betreft: je maakt als circulaire fabrikant iets nieuws, zodat je de markt extra moet overtuigen van je alternatief. Op alleen het impactverhaal red je dat niet, waarschuwt Hensen. "Waar zit de winst voor mij? Dat zal je klant zich afvragen. Ook al kun je een product leveren met dezelfde eigenschappen, het mag hooguit tijdelijk iets duurder zijn. Je maakt meer kans op succes als je extra toegevoegde waarde biedt, meer functionaliteit of lagere verwerkingskosten."Joost Kamermans (Seenons): ‘Ook pensioenfondsen zouden investeringen in de circulaire economie moeten onderzoeken.’De bananenpulp van Hoogland kan ook op prijs concurreren met het spul dat in verre landen wordt gemaakt, zegt ze. "Het was een uitdaging, ook omdat we aanvankelijk nog niet zo efficiënt draaiden als de pureeketens die al decennia bestaan. Niet iedereen is bereid meer te betalen voor duurzaamheid: zolang het geen cent meer kost, vindt iedereen het tof wat je doet." Smoothies, ijs, overal kun je de geredde bananen in tegenkomen. Bovendien steunt haar bananenimperium op twee pijlers: onder het consumentenmerk Sunt maakt ze bananenbrood, donuts en andere bakkerijproducten met een hogere toegevoegde waarde dan pulp alleen. Maar dat is vandaag zo, na jaren pionieren. "Toen ik begon, moest ik klanten overtuigen van iets wat ik nog niet produceerde, zonder dat ik prijs en kwaliteit kon garanderen of kon aangeven wanneer ik kon leveren." Renewaball-ceo Hélène Hoogeboom was zelf als consultant betrokken bij loyaltyprogramma’s toen de circulaire bal op haar pad kwam. "Het begon als project om het tennistoernooi van ABN Amro te verduurzamen met deze uitvinding. Maar het heeft nog wat jaren van ontwikkeling gekost voordat we van een campingbal een product wisten te maken dat werd goedgekeurd voor wedstrijden." Inmiddels ligt de bal in vele clubkantines, sportwinkels en bij Bol. "We focussen op Europa, maar krijgen ook veel aanvragen uit de VS, Latijns-Amerika en Australië. Vooral onze knalroze padelbal gaat als een tierelier." Financiering: zorg voor een sterke case (inclusief afnemers) Investeerders hebben over het algemeen meer trek in ‘asset light’-modellen, dus de financiering van zelfs die eerste demofabriek is lastig, weet Hensen. "Daarom moet je denken vanuit die investeerder, die meestal geen ingenieur is, maar wel gevoelig is voor een aantrekkelijke case. Welke milestones, welke resultaten wil die zien voodat je investeerbaar bent? Als jij laat zien dat je een fabriek gaat neerzetten op basis van unieke, goed geteste technologie, inclusief een klant die een afnamecontract heeft getekend, maak je een goede kans." Laura Hoogland kon met zo’n letter of intent van een grote klant wapperen toen ze geld aantrok voor The Banana Factory. "Als er geen partners zijn en je bent niet operationeel, blijft het Laura met een leuk idee. Je moet laten zien dat er veel meer achter zit. Het moet staan als een huis. En niet alleen gaan over iets wat superduurzaam is. Met kutmarges voor de eeuwigheid of impact in een niche kom je er niet." Als een fabriek eenmaal draait en de cashflow op gang komt, kan dat een prima basis zijn voor een lening, zelfs bij een bank. Hensen: "Er wordt altijd naar equity gekeken, maar subsidies of bancaire leningen zijn ook best mogelijk. Het financieren van kapitaalintensieve circulaire start-ups past niet zo goed bij het model van de traditioneel ingerichte vc’s. Ik vraag me nu af hoe we kunnen zorgen dat er in Nederland een ecosysteem is waarin ook financiers zich achter circulaire start-ups scharen. Anders zijn we hier met Circular Factory luchtkastelen aan het bouwen." Volgens Kamermans van Seenons zouden andere partijen dan de bestaande vc’s de handdoek moeten oppakken om te investeren in de circulaire economie. "Een fabriek is geen high risk/high reward-investering, dit doe je met een lange horizon. Wat mij betreft zouden ook pensioenfondsen moeten onderzoeken: dit is belangrijke infrastructuur, en de circulaire economie is ondertussen ook rendabel." Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij MT/Sprout. Lees ook: Onrust bij plasticrecyclers weerhoudt Renewi niet van opening nieuwe sorteerinstallatieChemie kan veel meer gerecycled plastic gebruiken als het geen afval meer isBrede steun in Tweede Kamer voor vergroening chemie