Hidde Middelweerd 20 april 2023, 10:10

Duurzaamheid of business? Drie bedrijven spreken openhartig over duurzame dilemma’s

Als het kon, hadden bedrijven met een groene missie vandaag nog een volledig duurzame bedrijfsvoering. Maar de realiteit is: verduurzamen kost tijd. En vaak maken bedrijven vandaag nog keuzes die ze in de toekomst liever niet meer maken. Hoe gaan zij daarmee om? Arcadis, Greenchoice en ASN Bank spreken er openhartig over.

Adobe Stock 86551906 Met welke duurzame dilemma's kampen Arcadis, Greenchoice en ASN Bank? En hoe gaan ze daarmee om? | Credits: Adobe Stock

Cécile Cluitmans, business area director Places bij Arcadis

Aan welke projecten werken we mee? En voor welke opdrachtgevers? Het zijn vragen die bij Arcadis dagelijks gesteld worden, zegt Cécile Cluitmans. En dat leidt soms tot pittige keuzes: “Klanten die een kolencentrale willen, wijzen we de deur en straks geldt dat ook voor bedrijven die het Klimaatakkoord van Parijs niet onderschrijven. Maar dan sluit je natuurlijk wel een inkomstenstroom af. De gemiste omzet komt dan van duurzamere ondernemingen.”

Klimaatakkoord onderschreven of niet, Arcadis blijft hoe dan ook kritisch. “We vragen ons altijd af: is wat de klant van ons vraagt wel duurzaam genoeg?”, aldus Cluitmans. “En misschien nog wel belangrijker: kunnen we de klant challengen om een stapje verder te gaan? Om een voorbeeld te geven: met energielabel C voldoe je nu misschien aan de wetgeving, maar in 2050 zeker niet. Wij sturen zoveel mogelijk aan op duurzame ambitie, die gesprekken voeren we constant.”

Bijdragen aan een betere wereld

Wanneer er onzekerheid bestaat over de duurzame ambities van een potentiële klant, zet Arcadis zelf stappen om daarachter te komen. Zo doorloopt de technisch dienstverlener bij elke potentiële opdracht een checklist waar veel vragen over duurzaamheid tussen staan, zoals: heeft de opdrachtgever (ambitieus) duurzaamheidsbeleid? En: draagt de opdracht bij aan een betere wereld?

Als er daarna nog steeds onzekerheid over de opdrachtgever en/of opdracht bestaat, schuwt Arcadis vervolgstappen niet. “Ik ben onlangs nog meegegaan naar een gesprek met een potentiële klant”, zegt Cluitmans. “Ik wilde zelf de CEO spreken, om te bepalen of onze waarden overeenkomen. Als dat niet zo blijkt te zijn, laten we de opdracht aan ons voorbij gaan.”

Shell en Tata Steel: ja of nee?

Vaak kan Arcadis op deze manier keuzes maken waar het als bedrijf ook achter staat. Maar daar zijn ook weleens meningsverschillen over op de werkvloer. “Shell en Tata Steel zijn daar goede voorbeelden van. Niet iedereen binnen Arcadis staat te springen om voor hen te werken, maar als bedrijf willen we dat wel”, zegt Cluitmans. “Begrijp me niet verkeerd: we willen geen nieuw boorplatform voor Shell ontwerpen, maar willen hen wél graag verder helpen in de energietransitie. Hetzelfde geldt voor Tata Steel. Nu de directie heeft aangegeven dat het wil verduurzamen, is het meteen een heel interessante klant. Daar is immers ontzettend veel duurzame winst te boeken.”

Als medewerkers van Arcadis daar persoonlijke gewetensbezwaren bij hebben, houden we daar rekening mee, vervolgt Cluitmans: “Er is geen geschreven beleid voor, maar we verplichten niemand om aan bepaalde projecten te werken. Gewetenbezwaren worden gerespecteerd.”

Een continu proces

Hoewel Arcadis nu dus al met een kritische blik naar potentiële opdrachten kijkt, zijn daar nog genoeg vervolgstappen te zetten, benadrukt Cluitmans. “Het is een continu proces. Om een voorbeeld te geven: Arcadis is wereldwijd betrokken bij de bouw van vliegvelden en je kunt je afvragen: moet dat nog wel? Dat is een lastige. Enerzijds moet de luchtvaart op korte afstanden inkrimpen en kunnen we onze expertise ook inzetten voor duurzamere vormen van vervoer. Anderzijds blijft er behoefte aan wereldwijde connecties en die gaan met lange afstanden nu eenmaal vaak door de lucht. Dan kunnen we maar beter wel betrokken zijn, want Arcadis is bij uitstek in staat om vliegvelden zo duurzaam mogelijk te ontwerpen. Dat blijven lastige dilemma’s waar we constant mee bezig zijn.”

Coen de Ruiter, CEO van Greenchoice

Greenchoice kreeg tijdens de energiecrisis behoorlijk wat vragen van klanten over de prijsstijgingen. Hoe kan het dat de elektriciteitsprijzen bij Greenchoice ook omhoog schoten, als het uitsluitend groene stroom levert? “Dat was best een lastige om uit te leggen”, zegt CEO Coen de Ruiter. “Per jaar zetten wij net zoveel groene stroom op het elektriciteitsnet als we leveren, dus onder de streep leveren wij uitsluitend groene stroom. Maar in Nederland zijn we helaas nog niet op het punt dat er 24/7 genoeg groene stroom beschikbaar is. Dat is nu eenmaal zo en daar kunnen wij als Greenchoice weinig aan veranderen. Op drukke momenten moeten wij dus ook stroom inkopen en dat heeft effect op de prijs.”

“In een ideale wereld doe je dat als groene stroomleverancier natuurlijk niet, maar dan kunnen we onze klanten geen leveringszekerheid bieden”, vervolgt hij “En zonder leveringszekerheid heb je als energieleverancier geen bestaansrecht.”

Aardgas: ja of nee?

Ook het leveren van aardgas is zo’n duurzaam dilemma voor Greenchoice. De Ruiter: “Je kunt aardgas natuurlijk zien als de vijand en besluiten om het niet te leveren. Maar door aardgas wél te leveren, kunnen wij meer klanten aan ons binden (Greenchoice heeft inmiddels meer dan 600.000 klanten, red.) en op veel grotere schaal duurzame impact maken, met bespaartips, de installatie van zonnepanelen, noem maar op. Dat weegt voor ons zwaarder. De duurzame impact die je als bedrijf kan maken, is namelijk in verregaande mate afhankelijk van (de omvang van) je klantenbestand.”

Het is bij dergelijke keuzes wel belangrijk dat je als missiegedreven bedrijf achter elk product kan staan dat je levert, benadrukt De Ruiter. “We leveren weliswaar aardgas, maar dan wel gecombineerd met het herstellen van natuur en het aanplanten en beschermen van bos- en natuurprojecten in binnen- en buitenland”, zegt hij. “En van onze groene stroom weten we precies waar die vandaan komt. We kopen het niet lukraak in.”

Kiezen voor de klant

Bij duurzame dilemma’s als deze is het bovenal belangrijk om de afwegingen te benoemen, een harde ondergrens te bewaken en te onderzoeken wat je wél kan doen, besluit De Ruiter. “Soms moet je keuzes maken om je klanten zo goed mogelijk te bedienen, ook al is dat nog niet de meest duurzame optie”, zegt hij. “Want zonder klanten is onze duurzame impact sowieso nul.”

Piet Sprengers, duurzaamheidsaanjager bij ASN Bank

Om duurzame keuzes te kunnen maken, moet je je eerst afvragen wat duurzaamheid precies inhoudt, zegt Piet Sprengers van ASN Bank. De VN-commissie Brundtland stelde in 1987 dat duurzame ontwikkeling gaat om het voorzien in de behoeften van de huidige generatie, zónder dat het de behoeften van toekomstige generaties in gevaar brengt. “Bouwen aan welvaart dus, maar dan wel op een zo’n eerlijk mogelijke manier”, aldus Sprengers.

Om aan welvaart te kunnen bouwen, zijn we daarnaast altijd afhankelijk van wat de aarde en biosfeer ons bieden, vervolgt hij. “We halen er grondstoffen uit, brengen er afval in terug. We nemen land in gebruik, stoten schadelijke emissies uit. Alles wat we doen, heeft per definitie een negatieve impact op de aarde en biosfeer.”

Absolute en relatieve duurzaamheid

Met andere woorden: absolute duurzaamheid is in veel gevallen een utopie. Immers: ook het bouwen van windmolens heeft een negatieve impact. En hetzelfde geldt voor het mijnen van de grondstoffen die we nodig hebben voor zonnepanelen. Maar relatief gezien, bijvoorbeeld ten opzichte van steenkool, zijn windmolens en zonnepanelen wel degelijk duurzaam. “Door constant te kiezen voor oplossingen die relatief duurzaam zijn, wordt het steeds beter mogelijk om wél binnen de grenzen van de planeet aan welvaart te bouwen”, aldus Sprengers. “Bij ASN Bank leggen we al onze (investerings)beslissingen tegen die meetlat: draagt het bij aan onze welvaart? En brengt het ons dichterbij het punt dat we binnen de planetaire grenzen aan welvaart kunnen bouwen?”

Dat is een uitdagend spanningsveld, stelt Sprengers, waar ASN Bank op dagelijkse basis mee bezig is. “Ons Expertisecentrum Duurzaamheid, bestaande uit ruim twintig medewerkers, is eigenlijk constant bezig met die vraag: wat vinden wij als ASN Bank wel en niet duurzaam? En alle grote afdelingen binnen onze organisatie beschikken ook over duurzaamheidsexperts.”

Investeren in Tesla: ja of nee?

De inspanningen van ASN Bank op dit gebied zijn grofweg op te delen in twee onderwerpen: beleidsontwikkeling en analyse. “Ons duurzaamheidsbeleid is geen stilstaand object, we passen het continue aan”, zegt Sprengers. “Om een voorbeeld te geven: vroeger hebben we veel geïnvesteerd in houtige biomassa in Nederland, maar dat doen we nu niet meer.“

Op basis van zijn duurzaamheidsbeleid analyseert ASN Bank vervolgens elke individuele investering die het doet, van lening tot hypotheek. “Voordat we staatsobligaties kopen, analyseren we bijvoorbeeld eerst of het land in kwestie voldoende bezig is met duurzaamheid. En voordat we investeren in elektrische auto’s, bekijken we eerst of de fabrikant aan al onze sociale- en duurzaamheidseisen voldoet.”

ASN Bank investeert bijvoorbeeld niet in Volkswagen, omdat het dan per saldo meer in fossiele dan in elektrische auto’s zou investeren. Maar ook Tesla (een fabrikant die uitsluitend elektrische auto’s produceert) valt buiten de boot. Sprengers: “Tesla scoort weer slecht op thema’s als werknemersrechten. Daar willen wij niet aan bijdragen.”

Doelstellingen stellen

Sprengers benadrukt dat ASN Bank nog genoeg stappen te zetten heeft op dit gebied. “Wij geven bijvoorbeeld nog steeds hypotheken aan huizen die met gas verwarmd worden. Dat leunt zwaar op onze carbon footprint. Het liefste hadden we een hypotheekportefeuille met uitsluitend klimaatneutrale huizen, maar zo ver is het nog niet. En aangezien we het wel belangrijk vinden om te investeren in basisbehoeften, zoals energie, zorg, onderwijs en wonen, verstrekken we die hypotheken nu nog wel.”

Bij dergelijke keuzes, die je in de toekomst misschien liever niet meer maakt, is het belangrijk om doelstellingen te formuleren, zegt Sprengers: “Want als je een stip op de horizon zet, kun je stapje voor stapje toewerken naar het punt waar je wél op wilt uitkomen. Met veel investeringen zijn we nog lang niet op het punt van absolute duurzaamheid, maar we zijn er wel naar op weg.”

Keuzes maken

Het belangrijkste is om keuzes te blijven maken, besluit Sprengers: “Want als we geen investeringen meer zouden doen (omdat geen van die investeringen perfect voldoen aan onze idealen), kunnen we de rol van aanjager ook niet langer vervullen. Zijn al onze investeringen perfect? Nee, zeker niet. Maar het perfecte moet niet de vijand van het goede worden.” Keuzes maken dus. Want, zegt Sprengers, uiteindelijk zijn dilemma’s niets meer dan problemen waarbij je geen keuze maakt. “Zo gauw je wél een keuze maakt, is het dilemma opgelost.”

'Schitterend die natuur, maar wat levert het op? Nu hebben we een antwoord'

Zolang het planten en onderhouden van groen als een kostenpost wordt gezien, staat de natuur met 1-0 achter. “Terwijl we al heel lang weten dat er allerlei waarden aan natuur zitten. Maar hoe maak je dit feitelijk en inzichtelijk?” Dat is de uitdaging die Mark Bode, consultant bij Rebel met zijn team op zich heeft genomen. De werelden van ecologen en economen moeten in zijn ogen dichter bij elkaar komen. “Het zijn werkgebieden die traditioneel minder met elkaar te maken hebben. Maar het wordt steeds belangrijker dat ze dezelfde taal gaan spreken. Door de opbrengsten van natuur feitelijk en financieel inzichtelijk te maken, kunnen we de gebouwde omgeving groener maken.” Biodiversiteit, klimaatadaptie en groen Robert Dolieslager, hoofdontwikkeling bij ontwerpende bouwer Heembouw raakte geïnspireerd door deze gedachte. “Eén van onze bedrijfsdoelen is om meer natuurinclusieve gebouwen te ontwikkelen. Dit zijn gebouwen met aandacht voor biodiversiteit, klimaatadaptie en een ‘groene belevingswaarde’, want het oog wil ook wat. Maar we worstelden met de vraag hoe we deze elementen feitelijk konden maken. En plat gezegd wil je ze ook kunnen ‘verkopen’ aan je klanten. Samen met Rebel zijn we toen gaan kijken wat de toegevoegde waarde kan zijn van investeringen in groen bij de bouw van distributiecentra of bedrijfsruimten.” Want een groene werkomgeving heeft allerlei voordelen: voor gebouweigenaren, werkgevers, werknemers en de omgeving. Productievere werknemers Rebel gebruikt hiervoor de ecosysteemdienstbenadering. En niet verrassend neemt dit de nodige uitdagingen met zich mee. Want hoe bereken je de toegevoegde waarde van een groene gevel of een bomenrij? En hoe zit dat met een paddenvijver of een reeks vogelhuisjes? “Sommige van deze waardes zijn best hard te maken”, zegt Bode. “Zo kampen veel gemeenten met wateroverlast. Met behulp van vijvers en geulen geef je water de ruimte en profiteert de omgeving. Daarnaast weten we uit onderzoek dat een groene werkomgeving bijdraagt aan een hogere arbeidsproductiviteit en een lager ziekteverzuim. Dat is dan weer goed voor de werkgever. En met de nieuwe Europese rapportageverplichtingen moeten beleggers aantonen in hoeverre hun investering bijdraagt aan duurzaamheid. Met onze ecosysteemdienst-benadering voor bouwprojecten kunnen we dit heel goed berekenen en monitoren.” Biodiversiteit Ingewikkelder wordt het om een bedrag te hangen aan de meerwaarde van biodiversiteit. “Maar we kunnen dit wel heel goed visualiseren”, zegt Bode. “Met afbeeldingen laten zien welke diersoorten een omgeving kan aantrekken als de juiste investeringen in groen worden gemaakt. Door het concreet en visueel te maken hebben we een extra argument voor groen aan de onderhandelingstafel.” Vogelpoep hoort erbij Dolieslager merkt dat de potentiële gebruikers van natuurinclusieve panden enthousiast reageren. Al is het soms ook even wennen. “In één van de panden die we hebben gebouwd, zijn 330 vogelkasten in de gevel verwerkt. De potentiële huurder merkte op dat er toch wel erg veel vogelpoep rond de gevel lag. Dan moet je uitleggen dat dat onderdeel is van een gebouw dat ruimte biedt voor de natuur. Uiteindelijk lukt het dan wel om mensen mee te krijgen. Op dezelfde manier moet je uitleggen dat een veld met veel bloemen en hoge grassen meer doet voor de biodiversiteit dan een gemaaide grasmat. We zijn klinisch en steriel gewend. Maar eigenlijk moeten mensen wennen aan wild en ongerept.”Helicopterview van ARA AlmeloGesprek met ecologen Op dit moment is Heembouw in samenwerking met Stellar Development bezig met een ontwikkelproject voor een distributiecentrum in Almelo: ARA Almelo. Bij dit project zijn ecologen en hoveniers betrokken, die Heembouw en Rebel adviseren over elementen die de natuur en biodiversiteit kunnen sterken. “Zodat er straks in ieder geval geen palmbomen worden geplaatst”, lacht Dolieslager. Voor Bode zijn de gesprekken met ecologen cruciaal voor het succes van een positieve businesscase voor de natuur. “Maar uitdagend is dit wel. Ecologen beoordelen een situatie feitelijk. Nu vragen we hen ineens wat hun toekomstverwachtingen zijn over hoe de natuur zich ontwikkelt over een tijdsbestek van vijf, tien of twintig jaar. Want als we dat weten kunnen we gaan rekenen. Daar horen natuurlijk onzekerheidsmarges bij. We dagen ze echt uit om hier uitspraken over te doen.” Daarbij groeit een ecosysteem natuurlijk niet in één jaar tijd, valt Dolieslager bij. “Als ontwikkelaar ben je weg als de bouw af is. Daarna rijst natuurlijk de vraag wie voor al het groen gaat zorgen en hoe je dat op de juiste manier doet?” Ecosysteem onderhouden Om de uiteindelijke gebruiker van zo’n pand te helpen, stelt Heembouw een onderhoudsbeheerplan op. “Een soort plan-van-aanpak waarin staat hoe je het meeste uit je groen haalt”, zegt Dolieslager. “Zo bevelen we bijvoorbeeld de hoveniers aan die bij de aanleg betrokken waren, want die weten van de hoed en rand. Maar ook voor ons is het zoeken naar de juiste aanpak. Het is voor iedereen nieuw. Je wilt natuurlijk dat je zo’n ontwikkelproject met een gerust hart kan loslaten; niet dat alles een dode boel is als je over vijf jaar weer eens langs dat pand rijdt.” Natuur scannen en monitoren De komende periode wil Rebel zijn ecosysteemdienst-benadering verder optimaliseren en verfijnen. Daarvoor ziet Bode ook een rol voor nieuwe technologieën. “De druk op ecologen en hun expertise wordt steeds groter. Daarom zijn we nu bezig met het ontwikkelen van een scan die ons in staat stelt om een inschatting te maken hoe de natuur in een gebied zich ontwikkelt. Op die manier kunnen we sneller starten met het maken van een businesscase. Daarnaast kan technologie ons helpen bij het monitoren van de natuur. Sensoren kunnen ons bijvoorbeeld waarschuwen wanneer bomen zorg nodig hebben. Zo hopen we dat het beheer van natuur eenvoudiger wordt.” ‘Schitterend die natuur, maar wat levert het op?’ Ondertussen moet natuurinclusief bouwen van steeds meer ontwikkelprojecten van Heembouw een onderdeel worden. Dolieslager: “Dit jaar willen we dat minimaal de helft van onze projecten natuurinclusief is. We zien dat dit voor steeds meer klanten belangrijk wordt. Natuurlijk blijven er altijd mensen over die zeggen: ‘schitterend die natuur, maar wat levert het op?’ Met de ecosysteemdienst-benadering van Rebel hebben we nu ook voor die groep een antwoord klaar. Ik denk dat het natuurinclusieve gedachtegoed straks niet meer is weg te denken uit de gebouwde omgeving.” Leer meer: Gaudí uit de 3D-printer: nieuwe methode voor het printen van beton Energiereus RWE toont serieuze interesse in houten windturbines Zuid-Holland opent waterstoftankstation: wat komt hier allemaal bij kijken?Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.