‘De combinatie van wind en zon op zee is een hele logische’, stelde Bob Meijer van TKI Offshore Energy deze week tijdens het SunChain-congres in Den Bosch. ‘Toen we er de eerste keer met mensen uit de offshore over praatten zeiden ze: weet je wel hoe ingewikkeld dat is? We hebben toch land? Inmiddels zien we door onderzoek en learning by doing dat het wel kan. Nu gaat het erover hoe we kunnen opschalen, hoe we het economische haalbaar kunnen maken en hoe we de kosten omlaag kunnen krijgen. Dat is in beginsel goed mogelijk. Dit biedt oplossingen voor knelpunten die wind wel heeft en zon niet. We staan aan het begin van iets nieuws. Dat is niet morgen klaar’
Wind op zee heeft het moeilijk
Windparken op zee bouwen is zonder subsidie of prijsafspraken (zoals contracts for difference) momenteel niet mogelijk in Nederland. De bouwkosten zijn te hoog en de opgewekte groene stroom is door overaanbod en netcongestie soms niets waard. Daardoor krijgen ontwikkelaars geen financiering.
Voor de bouw van windpark Nederwiek 1-A schreef geen enkele partij zich in bij de aanbesteding. In een brief aan de Kamer erkende minister Sophie Hermans dat maatregelen noodzakelijk zijn en het kabinet volgend jaar weer subsidie gaat geven. Maar wellicht kan er ook redding komen uit een andere hoek: de zonne-energiesector.
Offshore windpark wordt energiepark
Als offshore windenergie in de toekomst met een vermogen van 50 tot 70 gigawatt een van de grootste leveranciers van groene stroom wordt, worden periodes met weinig wind problematischer. De industrie die de stroom afneemt, heeft een constante vraag en kan niet ineens machines of processen stilleggen. Aan de andere kant kan een enorm overaanbod op stormachtige dagen leiden tot negatieve stroomprijzen.
TKI Offshore Energy ziet dit probleem al langer aankomen en liet er eind 2023 onderzoek naar doen. De vraag is: hoe kunnen we de pieken en dalen uit de stroomlevering van offshore windparken halen? Daar kwam uit dat windparken zullen veranderen in energieparken. Bij overaanbod kunnen ze stroom opslaan in batterijen, in groene waterstof of in opslagtanks op de zeebodem. En als het minder waait kunnen drijvende zonneparken bijspringen. Zo levert een windpark op een meer stabiele manier elektriciteit. ‘Het verhaal is dan dat je geen elektriciteit levert wanneer het waait, maar energie levert wanneer het nodig is’, zegt Meijer.
Op land wordt de combinatie van wind, zon en opslag al toegepast, onder meer in de Noordoostpolder. Meijer voorspelt dat offshore energieparken in de toekomst nog veel meer functies krijgen, zoals voedselproductie (zeewier), de energie-intensieve productie van chemicaliën, de productie van groene brandstoffen voor de luchtvaart (SAF), scheepvaart (SMF) en zelfs het vestigen van datacenters op groene stroom. Dan is volgens hem sprake van ‘Integrated Marine Clusters’.
Zon kan wind perfect aanvullen
Het toevoegen van drijvende zonneparken tussen de windturbines heeft volgens TKI Offshore Energy allerlei voordelen. Wind en zon hebben namelijk verschillende opwekprofielen. Ze zijn complementair aan elkaar. Oftewel: als het niet waait, schijnt vaak de zon en als de zon niet schijnt, waait het vaak hard. ‘Dat kun je op grote schaal door het jaar heen zien’, zegt Meijer. ‘In de zomer is het zonniger en is er minder wind. Maar zelfs op uurbasis kun je dit zien. Deze twee verschillende opwekkingstechnieken kunnen elkaar enorm goed aanvullen. Zo hebben we een tweede optie in het grootschalig opwekken van groene energie.’

Bob Meijer van TKI Offshore Energy vertelde tijdens SunChain hoe windparken, gecombineerd met zon, veranderen in energieparken. | Credits: André Oerlemans
Kabels op zee beter benut
Door het toevoegen van drijvende zonneparken bij windfarms kan ook de infrastructuur beter benut worden. Dan praat je over de transformatorstations en de exportkabels van TenneT, die de groene stroom naar het vaste land moeten brengen. Die kunnen vaak twee keer zoveel stroom transporteren. ‘Dat betekent dat een kabel de helft van de tijd onbenut is. De systemen van 2 gigawatt die TenneT nu aan het bouwen is voor de verder weg gelegen windparken, zijn bijna net zo duur als het windpark zelf. Het zou fijn zijn als je die maximaal kunt benutten’, zegt Meijer.
Dat kan volgens hem met zonne-energie. De combinatie leidt ook tot meer energie-opwek per vierkante kilometer zee. Meijer: ‘Wat vragen we van een windpark? Bij aanbestedingen tenderen we nu uiteindelijk een stuk ruimte met een hoeveelheid stroom per vierkante kilometer. Met zon erbij krijg je voor dezelfde investeringswaarde veel meer stroom’, zegt hij.
Hij pleit ervoor om ontwikkelaars te verplichten om meer capaciteit uit een park te halen. Dan komen ze volgens hem vanzelf tot de conclusie dat het toevoegen van zonne-energie de beste oplossing is en de businesscase verbetert.
Tot nu toe vooral experimenten
Op dit moment liggen er nog geen zonneparken tussen offshore windturbines. Wel worden drijvende parken getest door SolarDuck en Oceans of Energy. Zij werken samen met TNO in het Platform Offshore Solar (POS) dat streeft naar 3 gigawattpiek aan drijvende zonneparken in 2030. ‘Dat zijn mensen die hun nek uitsteken’, zegt Meijer.
Bij vorige aanbestedingen konden ontwikkelaars extra punten verdienen door drijvende zonneparken te integreren. Dat heeft ertoe geleid dat drie grote windparken gecombineerd gaan worden met drijvende zonneparken. Bij windpark OranjeWind (operationeel in 2028) van RWE en TotalEnergies bouwt SolarDuck een drijvend zonnepark van 5 megawattpiek.
CrossWind van Shell en Eneco laat Oceans of Energy bij wijze van experiment voor 0,5 megawattpiek aan zonnepanelen in de ruimtes tussen de windturbines leggen. Verder krijgt ook Zeevonk (eind 2029 klaar) van Vattenfall en COP een drijvend zonnepark van 50 megawattpiek. ‘Er gebeurt zeker iets, maar dit is op kleine schaal. Het staat nog in de kinderschoenen’, stelt Meijer.
Ook na brand geloof in zon op zee
Natuurlijk zijn er al meteen critici die weinig vertrouwen hebben in zon op zee. De BBB stelde er begin september Kamervragen over, omdat drijvende zonneparken niet opgewassen zouden zijn tegen de ruige omstandigheden op zee. Ze waren nog niet ingediend of een paar weken later ontstond brand in het eerste drijvende zonnepark dat bij Egmond wordt getest en spoelden zwartgeblakerde brokstukken aan op de stranden van Egmond en Texel.
Minister Hermans antwoordde eind september dat ze zon op zee als een energie-innovatie ziet ‘met de potentie om het aanbod van hernieuwbare elektriciteit op zee te verhogen en het net op zee efficiënter te benutten. Hiermee worden de relatieve kosten van het net op zee voor inwoners en bedrijven verlaagd.’
Ook experts zien er een grote toekomst in. Emeritus hoogleraar Wim Sinke, een van de grondleggers van zonne-energie in Nederland, gelooft in een combinatie van zon, wind en batterijen. Ook op zee. ‘Laat je niet uit het veld slaan doordat er een paar spulletjes op het strand aanspoelen van het eerste systeem. Mensen die het daarmee afschrijven hebben nog nooit iets gepresteerd op de Noordzee. Het is het bewijs dat je iets durft. Leer daarvan en houd vol. Als dat gebeurt, heb je een very high risk-, maar very high potential-optie die beschikbaar zou kunnen komen’, stelt Sinke.
Volgens Meijer is zon op zee niet makkelijk en gaat het wel eens mis, maar moeten partijen al doende leren. ‘We moeten ervaringen opbouwen. Ook economisch gezien is het uitdagend om het haalbaar te krijgen, maar dat heeft met windenergie ook een tijd geduurd’, zegt hij.




