André Oerlemans
30 juni 2023, 11:45

Met deze oplossingen worden bedrijventerreinen fossielvrij en klimaatneutraal

Om bedrijventerreinen in Nederland klimaatneutraal en fossielvrij te maken, moeten regionale overheden samen met de bedrijven diverse knelpunten oplossen. Om de lage organisatiegraad te verbeteren zou elk terrein een parkmanager moeten krijgen en zou elk bedrijf verplicht lid moeten worden van een VVE. Ook willen bedrijven duidelijker horen wat ze precies moeten doen.

Adobe Stock 536168915 Daken van distributiecentra lenen zich prima voor zonnepanelen. | Credits: Adobe Stock

Dat blijkt uit het rapport ‘Typering en verduurzaming bedrijventerreinen in Nederland’ dat CE Delft heeft opgesteld in opdracht van kennis- en netwerkorganisatie Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Urban Energy, onderdeel van Topsector Energie.

Oplossingen voor knelpunten

Het rapport geeft een top vijf van knelpunten die ondernemers ervaren en die verdere vergroening in de weg staan. Tegelijkertijd schetst CE Delft de mogelijke oplossingen. Bovenaan staat de lage organisatiegraad. Maar liefst 90 procent van de bedrijventerreinen in Nederland is onvoldoende georganiseerd, waardoor niemand zich verantwoordelijk voelt voor de verduurzaming. Een parkmanager, een projectleider of een VVE kan daar verbetering in brengen. Op twee staat de onduidelijkheid over de klimaatdoelen op het niveau van bedrijfsterreinen. De overheid zou daarom verplichtingen op gebiedsniveau moeten opleggen. Meer bekendheid geven aan ongebruikte subsidies kan het gebrek aan financiering oplossen.

Het kennisgebrek waar ondernemers over klagen is ook op die manier op te lossen. Als alle bedrijven moeten overstappen van fossiele brandstoffen op groene stroom, kan het net dat niet aan. Die congestie is op te lossen met verzwaring van het net, opslag in batterijen, slim gebruik van stroom, collectieve energiehubs en energiebesparing.

Sleutelrol bedrijventerreinen

De resultaten van het onderzoek werden bekendgemaakt tijdens het evenement
‘Toekomstbestendige Bedrijventerreinen Live 3.0’ in Breda, georganiseerd door het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Nederland (PVB), een van de programma’s van TKI Urban Energy. Het topconsortium helpt bedrijven en kennisinstellingen bij de ontwikkeling en toepassing van energie-innovaties voor het verduurzamen van woningen, utiliteitsgebouwen, woonwijken en bedrijventerreinen. De afgelopen jaren zijn ruim 700 innovatieve projecten opgezet, gesteund vanuit diverse ministeries en RVO.

Het onderzoek van CE Delft laat zien hoe groot de verduurzamingsopgave op bedrijventerreinen is en wat de belangrijkste knelpunten zijn. Nederland telt ruim 3700 bedrijventerreinen, van groot tot klein. Die hebben een sleutelrol in het behalen van klimaatdoelen en de transitie naar CO2-vrije energie. Een derde van de Nederlanders heeft er een baan. Bedrijventerreinen die niet onder de zes grote industriële clusters vallen verbruiken nog altijd 5 procent van al het aardgas en 15 procent van alle elektriciteit in Nederland. Daarin is het energiegebruik voor logistiek en transport op de terreinen niet meegerekend. De hele Nederlandse industrie gebruikt 40 procent van alle energie.

Per bedrijventerrein een oplossing

CE Delft geeft in zijn rapport per type bedrijventerrein een verduurzamingsstrategie aan. Zo lenen de grote hallen van distributiecentra zich het best voor zonnepanelen op het dak die warmtepompen aansturen. Ook betere isolatie, elektrisch transport en laadpalen worden aangeraden. Meubelboulevards kunnen verduurzamen door betere isolatie van de grote hallen, energiebesparing door LED-verlichting en vergroening van de parkeerplaatsen. Dat geldt ook voor kantorenparken. Op gemengde bedrijventerreinen is elektrificatie en overstappen op groene stroom van eigen zonnedaken de beste zet. Dat geldt ook voor grote terreinen waar bedrijven veel gas verbruiken. Daar wordt waterstof een alternatief voor gas. Datacenters kunnen hun elektriciteit met eigen zonnepanelen opwekken en hun restwarmte afstaan voor de verwarming van andere bedrijven. In alle gevallen gaat het om energiebesparing, opwekken van hernieuwbare energie, stoppen met fossiele brandstoffen voor industriële processen en overstappen op groene stroom. “Per type bedrijventerrein is vooral maatwerk nodig”, zegt onderzoeker Joram Dehens van CE Delft.

Kennis delen met ondernemers

Het was de derde keer dat PVB een evenement over verduurzaming van bedrijventerreinen organiseerde. De eerste editie trok 60 tot 70 bezoekers, de tweede al 120 en dit jaar meer dan 250. “Dat geeft aan hoe groot de urgentie is op bedrijventerreinen”, zegt Richard Kleefman, programmamanager bij PVB Nederland en programmamanager verduurzaming bedrijventerreinen bij TKI Urban Energy. Naast events organiseren, vergaart en deelt PVB kennis via de website, podcasts, trainingen, webinars, nieuwsbrieven en gesprekken met ministeries. “We proberen alle benodigde kennis bij elkaar te krijgen. Daarnaast willen we van ondernemers horen wat zij nodig hebben om de volgende stap te zetten en welke rol wij daar in kunnen spelen”, zegt hij.

Slimme energiehub in Amsterdam

Tijdens het evenement werden diverse oplossingen uit de praktijk gepresenteerd voor elektrificatie, netcongestie, laadpalen op bedrijventerreinen, financiering, subsidieaanvragen en diverse vormen van samenwerking tussen ondernemers. Projectmanager Reinoud Botman van Port of Amsterdam presenteerde de Energie Coöperatie Amsterdamse Haven (ECAH), een slimme energiehub die de netcongestie in het gebied wil oplossen. Omdat niet alle bedrijven alle stroom gebruiken waar ze recht op hebben, kan die via een slim virtueel netwerk beter verdeeld worden. Dat geldt ook voor lokaal opgewekte groene stroom. Dat voorkomt dat nieuwe bedrijven zich niet in de haven kunnen vestigen of bestaande niet kunnen uitbreiden door gebrek aan netcapaciteit. Deze aanpak is vergelijkbaar met die op het Schiphol
Trade Park.

Bij de Duurzame Ring in Heerhugowaard leveren bedrijven, instellingen en wooncomplexen hun overschotten aan warmte of koude aan elkaar en maken ze gebruik van dezelfde ondergrondse warmte- en koude bronnen (WKO). Dat allemaal via een collectief warmtenet. Dat scheelt in investeringskosten, levert de deelnemers zelfs geld op en vermindert de CO2-uitstoot.

Elektrificatie van processen en logistiek, zoals elektrische vorkheftrucks, is een van de oplossingen om te verduurzamen. | Credit: Adobe Stock

Regionale Klimaatmonitor

Nu CE Delft de knelpunten en oplossingen in kaart heeft gebracht gaat TNO, met onder andere VNO, CBS, Kadaster en RVO, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, meten hoe die verduurzaming per bedrijventerrein en per regio verloopt. Dat gebeurt via de openbaar toegankelijke Regionale Klimaatmonitor. Hiermee verzamelt TNO data over zaken als energiegebruik (zowel elektriciteit als aardgas), energielabels van kantoren en bedrijfspanden en het nemen van zogeheten erkende maatregelen zoals energiebesparing, isolatie, warmtepompen of zonnepanelen. Daarmee maakt TNO per bedrijventerrein informatiekaarten. “We willen feitelijke, betrouwbare data over bedrijventerreinen beschikbaar maken voor iedereen die het nodig heeft”, zegt Laurens Nordkamp senior business developer energietransitie bij TNO.

Strenge regels op komst

Want één ding werd tijdens het evenement duidelijk: de verduurzaming van bedrijventerreinen is niet vrijblijvend. Het verplichte energielabel C voor kantoren gaat binnen enkele jaren ook voor bedrijfshallen gelden. Nu al geldt voor bedrijven een energiebesparingsplicht. Die houdt in dat ze verplicht zijn alle energiebesparende maatregelen uit te voeren die ze binnen vijf jaar kunnen terugverdienen. De erkende maatregelen van RVO variëren van isolatie, warmtepompen, zonnepanelen en LED-verlichting tot het gebruik van restwarmte. Omdat het energiegebruik van kantoren en panden in de praktijk afwijkt van het verbruik op papier, wil de overheid gaan sturen op werkelijk energieverbruik. Bij renovatie of nieuwbouw van bedrijven met daken groter dan 250 vierkante meter worden zonnepanelen per 2025 verplicht. Daar zijn ook verschillende subsidies en financieringen voor mogelijk, vertelden Orin Tijsse Klasen en Guus Mulder van TKI Urban Energy.

Het hele rapport van CE Delft is vanaf maandag 2 juli terug te vinden op de kennisbank van Topsector Energie.

Lees ook:

Biodiversiteit op land én in zee: 3 lessen uit het Changemaker College

Te gast zijn Danielle de Nie en Joost Wouters. Beiden zetten zich in om de biodiversiteit te bevorderen. De Nie doet dit op het land. Als oprichter en directeur van Wij.land werkt ze samen met boeren, natuurorganisaties en andere partijen om het evenwicht tussen landbouw en natuur te herstellen. Dit gebeurt door nieuwe ideeën te testen op het boerenland. Vervolgens wordt de opgedane kennis in het netwerk gedeeld. De focus van Wouters ligt juist in de zee. Met The Seaweed Company wil hij de wereld een stukje duurzamer maken met zeewier. De mogelijke toepassingen van zeewier zijn enorm, zegt hij. Het groeien van zeewier ontzuurt de oceaan en zorgt voor biodiversiteit in het water. Het bedrijf heeft inmiddels zeewier-boerderijen opgezet op verschillende plekken in de wereld: Nederland, Ierland, Marokko, India en Groenland.Les 1: Biodiversiteit ís voedselzekerheid Door ontbossing, intensieve landbouw en overbevissing neemt de biodiversiteit steeds verder af. Dat vormt een bedreiging voor de voedselzekerheid, stellen De Nie en Wouters. “Biodiversiteit ís voedselzekerheid”, stelt Wouters. “We willen de wereld voeden, maar maken daarmee het bodemleven kapot. Dat is nogal een contradictie.” De Nie valt hem bij: “Door het veelvuldig gebruik van kunstmest en pesticiden raakt de bodem uitgeput. Een ongezonde bodem is minder productief. Je kunt zeggen dat een duurzaam landbouwsysteem samenvalt met een duurzaam voedselsysteem. Samen met verschillende partijen werkt Wij.land aan de bodemgezondheid, zodat we gezond land kunnen doorgeven aan toekomstige generaties.“ Wouters is ervan overtuigd dat zeewier bij kan dragen aan een gezondere bodem. “The Seaweed Company maakt van zeewier onder andere een biostimulant die boeren op hun land kunnen gebruiken. Daardoor hebben ze minder pesticiden en kunstmest nodig. Als boeren onze biostimulant van zeewier gebruiken, wordt de bodemlaag geregenereerd en komt er weer meer microleven in.” Les 2: Biodiversiteit herstellen kost tijd Biodiversiteitsherstel is een proces van de lange adem. De Nie: “Met Wij.land doen we veel projecten bij boerenbedrijven. Daar zien we niet meteen het resultaat van. Er gaat al snel een oogst of seizoen overheen voordat duidelijk wordt wat het effect is van een bepaalde actie.” Dat lange proces is soms lastig, geeft ze toe. “Omdat het resultaat niet meteen duidelijk of zichtbaar is, brengt dat ook risico’s met zich mee. Om die reden worden sommige pilots door ons mede gefinancierd. Zo spreiden we financiële het risico. Dat kan sommige boeren net het zetje geven om wel mee te doen met een project.” Wouters herkent dit. “Iets nieuws proberen is spannend. Helemaal als je niet weet wat de uitkomst gaat zijn. Wat de boer niet kent, strooit hij niet zomaar over het land. De beste manier om een boer te overtuigen, is een collega die een positieve ervaring heeft met onze biostimulanten van zeewier.” Ook denkt Wouters dat het zinvol is om financiële zekerheid in te bouwen. “Bijvoorbeeld met verzekeringen. Dat neemt een barrière weg.” Les 3: Boeren hebben een rol, maar het bedrijfsleven, overheid en consument net zo goed In het herstellen van de biodiversiteit ligt een rol voor de boeren. Maar vergeet de andere partijen niet, benadrukt Wouters. “De gevestigde namen van foodproducenten en supermarkten hebben ook een rol. Daarnaast komen start-ups en scale-ups met innovatieve oplossingen om de voedselketen gezonder te maken.” Is een idee goed genoeg, dan zijn investeerders bereid om hier geld in te steken. Al is het verhaal van investeren in biodiversiteit lastig om te verkondigen, merkt De Nie op: “Een gezonde bodem met veel bodemleven is belangrijk voor toekomstige generaties. Het heeft enorm veel waarde, maar levert niet direct het financiële rendement op waar sommige investeerders naar op zoek zijn.” Naast privaat kapitaal, is er natuurlijk ook nog publiek geld. “De overheid heeft ook een taak te vervullen. Denk aan boeren die duurzamer telen extra belonen. Of neem belastingen zoals de BTW onder de loep en maak de duurzamere keuze ook de logische keuze.” Wouters sluit zich daarbij aan: “Dat duurzame producten ook vaak duurder zijn, daar moeten we echt vanaf. Op deze manier bevorder je gedragsverandering niet. Of het nu gaat om consumenten of het bedrijfsleven.” Verandering Dat verandering hard nodig is, daar zijn De Nie en Wouters wel over uit. “Er is niet één oplossing. Ik zeg ook niet dat zeewier de oplossing voor alles is. Maar het kan wel een bijdrage leveren. En daar gaat het om.” De Nie denkt dat het belangrijk is om lef te hebben. Durf te pionieren, is haar advies. “Pak het probleem vast. Onderzoek de mogelijkheden. Wacht niet tot anderen het gaan oplossen, maar begin zelf.” Woensdag 5 juli verschijnt de Changemaker podcast met Danielle de Nie en Joost Wouters online op Change Inc. Wil jij hem automatisch ontvangen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief. Lees ook: Wat is duurzamer, lange of korte productieketens? Drie take-awaysMeer dan de wikkel om je sushi: is zeewier onze redder in nood?