Jeroen de Boer
16 september 2025, 17:09

Prinsjesdag: 6 opvallende klimaatmaatregelen voor 2026 van het kabinet-Schoof

Hoewel een demissionair kabinet per definitie geen grote, nieuwe plannen kan presenteren of doorvoeren, neemt het kabinet-Schoof het begrip ‘beleidsarm’ wel heel letterlijk als het om het klimaatbeleid gaat. Al zijn er ook enkele meevallers, onder meer voor windparken op zee.

sophie hermans begroting 2026 Demissionair minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans. | Credits: Getty Images

Op Prinsjesdag was het Planbureau voor de Leefomgeving duidelijk in zijn analyse van het klimaatbeleid van het kabinet-Schoof. De Nederlandse doelen voor CO2-reductie in 2030 staan behoorlijk onder druk, mede omdat er ‘van vooruitkijken nauwelijks meer sprake is’.

Wat het demissionaire kabinet-Schoof wel doet? Bestaande ambities worden deels afgezwakt, met hier en daar een ingreep om al te grote ongelukken te voorkomen, zoals bij de bouw van nieuwe windparken op zee.

Dit zijn enkele opvallende maatregelen die minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans voor de rijksbegroting van 2026 in petto heeft, zo blijkt uit de stukken die op Prinsjesdag zijn vrijgegeven.

#1 Nederlandse CO2-heffing via trucje afgebouwd

Nederland schaft de eigen CO2-heffing voor de industrie niet af, maar zorgt ervoor dat de feitelijke belastingdruk zo laag wordt dat bedrijven er geen last van hebben. Hiermee valt een extra prikkel weg voor grote industriële bedrijven om hun CO2-emissies te verlagen.

Wel blijven grote uitstoters gebonden aan het Europese emissiehandelssysteem, waarbij ze jaarlijks rechten moeten inleveren voor de CO2 die ze uitstoten. De prijs van die rechten wordt bepaald door een marktmechanisme en schommelt momenteel rond de 75 euro per ton CO2.

Per 1 januari 2026 wordt de nationale CO2-heffing verlaagd naar 78,67 euro per ton emissie, waarna dit tarief constant blijft. Aangezien het nationale tarief alleen geldt als dat hoger is dan Europese CO2-prijs, wordt de effectieve belastingdruk vrijwel nul. Tegelijk wordt de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties verhoogd.

#2  Bijna € 1 miljard subsidie voor de bouw van nieuwe windparken op zee

Nederland moet flink aan de bak om de ambities voor de uitbouw van windparken op zee waar te maken. Voor 2030 is het doel al licht neerwaarts bijgesteld tot een uitbreiding naar 10 gigawatt aan windvermogen op zee.

Om exploitanten van windparken over de streep te trekken bij nieuwe aanbestedingen gaat het demissionaire kabinet-Schoof de bouw van windparken in 2026 extra ondersteunen met een bedrag van 948 miljoen euro, gefinancierd vanuit het Klimaatfonds. Hiermee moet de aanbesteding van 2 gigawatt aan nieuwe windparken in 2026 worden verzekerd.

Voor de langere termijn wil het kabinet kijken naar een wetsvoorstel om zogenoemde contracts for difference (cfd’s) in te voeren, waarbij exploitanten van windparken worden gecompenseerd als stroomprijzen relatief laag zijn. Bij extreem hoge stroomprijzen worden overwinsten dan afgeroomd door de overheid.

 #3 Indirecte Kosten Subsidie (IKC) voor stroomkosten industrie uitgebreid

De IKC-regeling compenseert grootverbruikers van elektriciteit uit de industrie voor de hoge stroomkosten. Het gaat dan om bedrijven uit onder meer de metaal-, papier- en kunststofsector.

Om deze bedrijven te beschermen wil het kabinet-Schoof de IKC-regeling met een jaar verlengen, tot en met 2028. In totaal komt er voor de jaren 2025 tot en met 2028 643 miljoen euro beschikbaar. Voor 2026 wordt een bedrag van 129 miljoen euro gereserveerd voor subsidies om energiekosten over 2025 te compenseren.

Het kabinet hoopt hiermee ook vanuit de vraagkant de businesscase voor extra windcapaciteit op zee te stimuleren.

#4 SDE++-regeling blijft nog in 2026

De subsidiepot voor de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) blijft in 2026 nog intact. Deze regeling voor ondernemers biedt onder meer mogelijkheden om duurzame technieken, zoals zon- en windparken, groene waterstof en geothermie, beter te laten concurreren. Het indicatieve budget bedraagt 8 miljard euro.

#5 Extra geld voor uitbreiden stroomnet, warmtenetten en elektrolyseprojecten

Vanuit het Klimaatfonds wordt 162 miljoen euro extra ingezet voor gebiedsinvesteringen voor aanpassing van hoogspanningsnetten. Dat met het oog op problematiek rondom netcongestie.

Voor de opschaling van warmtenetten wordt vanuit het Klimaatfonds 174,5 miljoen euro extra gereserveerd onder de Garantieregeling Warmtenetten, net als 195 miljoen voor de ondergrondse leiding van WarmtelinQ van de Rotterdamse haven om huishoudens in Zuid-Holland van warmte te voorzien. Het gaat hier om staatsgaranties waarmee warmtebedrijven makkelijker schuldfinanciering kunnen regelen voor investeringen tegen aantrekkelijke voorwaarden.

Een bedrag van 212 miljoen euro wordt vanuit het Klimaatfonds vrijgemaakt om elektrolyseprojecten op land te steunen voor verdere opschaling.

#6 Verhoging bijtelling voor privégebruik van leaseauto’s naar 22 procent

De fiscale voordelen voor elektrische leaseauto’s worden in 2026 verder afgebouwd. Zo gaat de bijtelling voor privégebruik, een bedrag dat leaserijders moeten optellen bij hun belastbare inkomen, in 2026 naar 22 procent van de cataloguswaarde. Daarmee wordt de bijtelling voor elektrische leaseauto’s gelijk aan die van brandstofauto’s.

Ook wordt de vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting voor elektrische leaseauto’s in 2026 beperkt tot 30 procent.

Lees ook:

Kans op halen klimaatdoel 2030 zeer klein: 'Stabiel langetermijnbeleid is cruciaal'

Minder dan 5 procent. Zo klein is de kans dat Nederland het klimaatdoel van 2030 – 55 procent minder CO2-uitstoot dan in 1990 – haalt. In plaats daarvan koersen we met het huidige beleid af op een uitstootreductie van 45 tot 53 procent.Reken je het aanvullend beleid dat in de eerste vier maanden van dit jaar is opgesteld mee, zoals een verhoging van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties, of de niet-concrete beleidsplannen van vóór 1 januari, zoals de beoogde nieuwe uitzondering op de nitraatrichtlijn, dan is een reductie van 47 tot net geen 55 procent mogelijk.Op papier lijken de ramingen van het PBL niet ver weg te liggen van het wettelijke klimaatdoel. Maar, benadrukken de onderzoekers, wil je een grotere zekerheid hebben dat het doel wordt gehaald, dan heb je ook meer CO2-reductie nodig.Dat zit zo: om het klimaatdoel van 2030 te halen, moet de jaarlijkse uitstoot van de huidige (2024) 145 megaton CO2-equivalenten zakken tot 102 megaton. Die kans is nu minder dan 5 procent. Als je datzelfde doel met respectievelijk 50 en 95 procent zekerheid wilt halen, dan moet Nederland 13 tot 22 megaton minder uitstoten dan nu wordt geraamd. Zigzagbeleid en bezuinigingen maken behalen klimaatdoelen lastiger Waar 2030 eerst nog als stip op de horizon gold, stelt het PBL nu dat ‘van vooruitkijken nauwelijks meer sprake is’. Op de korte termijn wordt het steeds ingewikkelder om beleid te maken dat nog kan helpen om genoeg reductie in 2030 te halen. Naar beneden bijgestelde ambities en bezuinigingen op subsidies hebben er zelfs toe geleid dat Nederland stappen terug heeft gedaan.Zo stond vorig jaar nog de ambitie van 12 gigawatt geïnstalleerd vermogen offshore wind in 2030. Inmiddels is dat bijgesteld naar 10 gigawatt. Ook schroefde minister Hermans de ambitie voor 2040 omlaag: van 50 gigawatt windvermogen op zee, naar 30 tot 40 gigawatt.Daarnaast snoeide het kabinet-Schoof in de SDE++-subsidieregeling, die mogelijkheden biedt voor duurzame technieken als groene waterstof en geothermie. Zonder extra middelen kan deze regeling vanaf 2027 niet meer worden opengesteld. Volgens de onderzoekers is de SDE++ juist een belangrijke manier gebleken om technieken die de CO-uitstoot reduceren concurrerend te maken met fossiele alternatieven. Tot slot zijn de maatwerkafspraken met verschillende grote bedrijven om hun emissies te beperken stopgezet. Minder afhankelijk van import door hernieuwbare energie Na jaren van daling is het energieverbruik in Nederland in 2024 weer licht gestegen. Naar verwachting komt het energieverbruik in 2030 grofweg op hetzelfde niveau als nu uit. De besparing door elektrificatie in woningen en mobiliteit wordt tenietgedaan door een hogere stroomvraag van datacenters en de productie van kerosine voor de luchtvaart. Of zoals PBL-directeur Marko Hekkert zegt: ‘Je koelkast wordt efficiënter, maar we gaan meer internetten en vliegen.’In de nieuwe Klimaat- en Energieverkenning hebben onderzoekers van het PBL voor het eerst ook de Nederlandse energie-afhankelijkheid in kaart gebracht. Die is een stuk hoger geworden sinds het dichtdraaien van de Groningse gaskraan en ligt op dit moment op 78 procent. Dat komt doordat we op dit moment meer aardgas importeren uit bijvoorbeeld de VS en het Midden-Oosten. Door de aangekondigde plannen voor hernieuwbare energie daalt dat percentage in 2030 weer tot 68 procent. Monsterklus lonkt in steeds minder tijd Hekkert benadrukt dat het PBL alleen ramingen kan doen voor zaken die je kunt doorrekenen. ‘Maar we leven nog steeds in een onzekere wereld die we niet volledig in modellen kunnen stoppen. Als Trump besluit Europa onder druk te zetten met de levering van vloeibaar aardgas of er breekt een nieuwe pandemie uit, dan kan de toekomst er weer heel anders uitzien.’Feit blijft dat de huidige koers niet voldoende is om doelen op de korte termijn te halen. Daarmee staat ook het streven naar een klimaatneutraal Nederland in 2050 verder onder druk. Hekkert: ‘We hebben sinds 1990 veertig jaar gedaan over de eerste helft van de benodigde emissiereductie en we hebben straks van 2030 tot 2050 de helft van de tijd om de tweede helft te doen. Alles wat we nu niet doen, komt erbij in de periode na 2030. Stabiel langetermijnbeleid is cruciaal om onze klimaatdoelstellingen te halen.’ Lees ook:Peptalk voor kwakkelende zonne-energiemarkt: ‘Dit is niet het einde, maar het begin’ Verkiezingen (deel 2): hoe willen GroenLinks-PvdA, JA21, PvdD en PVV de klimaatcrisis aanpakken? Hoe zorgen we dat de levering van stroom betrouwbaar blijft? 5 vragen over een centrale capaciteitmarkt en andere opties