Jan Vos 22 januari 2026, 14:12

Dit zijn 4 misvattingen die Donald Trump verspreidt over windenergie

De Amerikaanse president Donald Trump voert vrijwel onafgebroken campagne tegen windenergie. Ook bij zijn toespraak deze week op het World Economic Forum in Davos. Voorzitter Jan Vos van branchevereniging NedZero gaat in een opiniebijdrage in op de mistvattingen die Trump verspreidt.

Windenergie voordelen misvattingen Trump Donald Trump ageert in Davos tegen windenergie.

Terwijl we wachtten op de verlossende mededeling dat er geen Amerikaanse militaire inval komt in Groenland, turfde ik zestien keer het woord ‘windmolen’ in de Davos-speech van Donald Trump.

Windmolens als vijandbeeld, symbool van alles wat volgens de Amerikaanse president mis is met Europa. Hij wil ze niet. Prima. Maar zijn uitspraken over windenergie staan zo ver af van de werkelijkheid dat Don Quichot Trump weerwoord vraagt.

Dit zijn vier misvattingen over windenergie die Trump verspreidt:

1. ‘Windenergie werkt niet’

Wat Trump negeert: afgelopen jaar kwam in Nederland ongeveer de helft van de elektriciteit uit je stopcontact uit wind en zon, grofweg gelijk verdeeld. Dat was tien jaar geleden nog minder dan 10 procent. In Europa werd afgelopen jaar meer stroom opgewekt met wind en zon dan met fossiele energiebronnen. Windenergie groeit en functioneert aantoonbaar goed op systeemniveau.

Dat blijkt ook uit de koersen op de aandelenmarkten: wie vorig jaar belegde in de energietransitie, bijvoorbeeld in de S&P Global Clean Energy Transition, behaalde aanzienlijk betere resultaten dan brede beursindices zoals S&P 500 en scoorde veel beter dan de S&P Global Oil Index.

De realiteit is dat de olie, kolen en gasbelangen van de huidige politieke machthebbers niet meer renderen en dat de financiers van deze president het benauwd krijgen. Daarom valt hij voortdurend windenergie aan. In Davos en thuis, met ‘stop work’ decreten die stuk voor stuk door rechters worden vernietigd.

2. ‘Windenergie is de duurste vorm van energie.’

Wat Trump negeert: Kostenvergelijkingen van onder meer het energieagentschap IEA laten zien dat wind op land structureel behoort tot de goedkoopste vormen van nieuwe elektriciteitsopwekking. Offshore wind zit hoger, maar blijft concurrerend en schaalbaar.

Cruciaal is dat wind geen brandstofkosten kent. Dat leidt tot lage marginale kosten en een structureel prijsdempend effect op de groothandelsmarkt. De hoge elektriciteitsprijzen in Europa van de afgelopen jaren correleren niet met windopwek, maar met fossiele brandstofprijzen, netkosten en belastingen.

3. ‘Groene energie ondermijnt de Europese economie’

Wat Trump negeert: Er bestaat geen aantoonbaar verband tussen de groei van windenergie en economische achteruitgang. Integendeel. Windenergie verlaagt importafhankelijkheid, beperkt blootstelling aan geopolitieke en prijsschokken en vormt een essentiële pijler onder industriële elektrificatie.

Het echte risico voor de concurrentiekracht van de Europese industrie is niet te veel hernieuwbare opwek, maar een structureel tekort aan betaalbare elektriciteit.

4. ‘China maakt alle windmolens’

Wat Trump negeert: China beschikt inderdaad over grote productiecapaciteit, maar het overgrote deel daarvan wordt binnenlands ingezet. Europese bedrijven zoals Vestas, Siemens Gamesa en Enercon hebben een sterke positie in technologieontwikkeling, offshore wind, systeemintegratie en export. De Europese windsector is geen afhankelijke afnemer, maar een industriële speler van wereldniveau.

Windenergie cruciaal voor energiezelfstandigheid van Europa

Zoals de Canadese premier Mark Carney aangaf in zijn bijdrage in Davos doen machtige landen steeds meer wat ze willen ten koste van anderen. Europa wil in zo’n wereld niet afhankelijk zijn van Amerikaanse schalieolie of Russisch gas. Deze afhankelijkheden zijn instabiel en economisch risicovol. Daarom bouwen we ons eigen energiesysteem.

Tot slot: de suggestie dat windturbines landen zouden ruïneren. Ook hier is de realiteit het tegenovergestelde. De windsector genereert in Europa honderdduizenden banen en trekt jaarlijks tientallen miljarden euro’s aan investeringen. Windenergie functioneert als industriële infrastructuur. Het is een productiemiddel dat waarde toevoegt aan de economie.

We willen schone energie, omdat klimaatverandering een structurele bedreiging vormt voor welvaart en veiligheid van volgende generaties. We willen betaalbare energie, omdat wind en zon samen de goedkoopste route vormen naar elektriciteit en daarmee een fundamenteel concurrentievoordeel bieden voor industrie en economie. En we willen autonomie, omdat energiebeleid ook veiligheidsbeleid is.

Dat we voor onze veiligheid niet meer op de Amerikanen kunnen bouwen, hebben we in Europa inmiddels wel begrepen.

Jan Vos is voorzitter van NedZero, de Nederlandse branchevereniging voor windenergie, en vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE).

Lees ook:

Deze Nederlandse oplossing voor recyclen composiet van windturbines en boten wordt op industriële schaal toegepast

Ze zijn groot, sterk en heel moeilijk te recyclen: windturbinebladen. Althans, dat gold voorheen. Want het lectoraat Kunststoftechnologie van Hogeschool Windesheim heeft een methode ontwikkeld waarmee composiet wel degelijk gerecycled kan worden. Van dat materiaal, gemaakt van glas- of koolstofvezel en een kunststofhars als polyester of epoxyhars, worden rotorbladen gemaakt. Composiet van windturbinebladen recyclen Het klinkt als een logische aanpak. Rotorbladen worden eerst geshredderd tot 'vlokken' en kunnen vervolgens met nieuw kunststofhars tot een nieuw composiet worden vermaakt. De vlokken van composiet, sprietjes van enkele centimeter lang, zijn daarmee een industriële grondstof voor nieuwe composietproducten.Toch was dat nog geen gangbare methode, legt Albert ten Busschen, associate lector van het lectoraat Kunststoftechnologie, uit. 'Er wordt elders vooral onderzoek gedaan naar chemische recycling. Dan wordt composiet bijvoorbeeld gecontroleerd verbrand om de vezels eruit terug te winnen, of het wordt opgelost om de verschillende materialen te kunnen scheiden. Maar daar is tot op heden nog geen operationele industriële oplossing uitgekomen. Het vergt ook grote investeringen en heeft hoge operationele kosten.'[caption id="attachment_172649" align="alignright" width="300"] Albert ten Busschen.[/caption]Andere manieren zijn er ook. Zoals mechanische recycling. Dan vermaal je kunststoffen en kun je daar vervolgens een vulstof mee maken. Een prima idee, maar de businesscase is moeilijk: virgin vulstoffen zijn heel goedkoop.Tot voor kort was er daarom slechts één recyclemethode voor composiet operationeel. Daarbij wordt composiet vermalen en toegevoegd aan een cementoven. De kunststof in het materiaal verbrandt; de overgebleven vezels vormen een additief in het cement. 'Dat wordt nu gezien als dé methode om composiet te recyclen', zegt Ten Busschen. 'Maar echt circulair is het niet. Niet alleen wordt een deel verbrand, maar je krijgt ook een heel ander product.' Toepassing voor de Rotterdamse industrie Het lectoraat van Windesheim pakte het daarom anders aan. Ten Busschen: 'We wilden de waarde behouden die in composiet zit. We maken het weliswaar kleiner, maar de sterkte blijft.'[caption id="attachment_172668" align="alignleft" width="300"] Installatie van de damwand in Almere.[/caption]Toegegeven: met het nieuwe materiaal kunnen geen rotorbladen worden gemaakt. Daar is het niet sterk genoeg voor. Maar het is wél sterk genoeg gebleken voor allerlei onderdelen van onze infrastructuur. Zoals een nieuwe damwand bij de Beatrixsluis in Almere, bestaande uit 80 planken van 20 meter. En zogenoemde geleidebalken in de haven van Delfzijl.Dat waren allemaal nog 'demonstrators': casussen die vooral dienden om het materiaal in de praktijk te testen. Maar inmiddels wordt de 'Windesheim-methode' ook toegepast door de industrie. De Circular Recycling Company (CRC) in Rotterdam shreddert oude windturbinebladen tot vlokken. Het recent opgerichte Rotterdamse bedrijf Compone maakt daar nieuwe composietproducten van. Logistieke uitdagingen Windmolens vormen een grote stroom van composietafval. Rotorbladen hebben een 'houdbaarheidsdatum' van gemiddeld 20 tot 25 jaar, wat betekent dat de windmolens die in de jaren 90 en het begin van deze eeuw zijn geplaatst, nu als afval op de markt komen. 'Omdat we steeds meer windmolens plaatsen, is dit een groeiende materiaalinstroom', zegt Ten Busschen. In onder meer de VS worden de rotorbladen gestort of zelfs begraven, maar in Nederland is dat verboden. Bovendien is er weinig ruimte voor, lacht de onderzoeker.[embed]https://youtu.be/BoPoJWWkvjY?si=THlu7qBivLeTFoIk[/embed] Maar ook andere voorwerpen worden van composiet gemaakt. Zoals bootrompen en moderne vliegtuigen. Wel kennen die allemaal hun eigen logistieke uitdagingen. Afgedankte bootrompen worden bijvoorbeeld niet centraal ingezameld. En rotorbladen van windmolens moeten eerst kleiner worden gemaakt om ze naar de shredder te kunnen vervoeren. Ten Busschen: 'Als je ze in z'n geheel wilt vervoeren, is dat zeer kostbaar.' Groter aandeel circulair materiaal De samenstelling van het materiaal vormde een andere uitdaging. Met de huidige methode kan een materiaal gemaakt worden dat voor 70 procent uit hergebruikt composiet en voor 30 procent uit nieuw materiaal bestaat. Dat is voornamelijk hars en een klein deel glasvezel.'Gebruik je een groter aandeel virgin materiaal, dan zijn zowel de milieukosten als de economische kosten een stuk hoger. Nieuw materiaal kost – in elk geval in het geval van composiet –  meer geld dan hergebruikt materiaal', legt Ten Busschen uit.[caption id="attachment_172693" align="aligncenter" width="900"] Foto Credit: Hogeschool Windesheim.[/caption]In de toekomst wordt het wellicht mogelijk om de circulariteit van de methode verder te verhogen. Bijvoorbeeld door ook recyclebare kunststofhars te gebruiken. Ten Busschen wijst erop dat nieuwe harsen al gerecycled kunnen worden, maar dat die methode nog verre van ideaal is.'Er zijn bepaalde typen gerecycled hars die je in heet, aangezuurd water kunt oplossen. De vezels die je overhoudt zijn dan goed intact. Maar de harsresten die in het water achterblijven, kun je alleen nog als laagwaardig plastic gebruiken. Bovendien zijn recyclebare harsen nu nog veel duurder dan virgin polyesterhars,' voegt hij toe. 'Maar het lectoraat blijft er onderzoek naar doen.' Lees ook:Waarom oude windmolens slopen als je ze kunt opknappen en verkopen? Deze Nederlandse bedrijven gaan oude windmolens volledig circulair verwerken Hoe gaat het nu met: start-up die speeltuinen en geluidsschermen maakt van oude windmolens