Jeroen de Boer
25 juni 2025, 16:06

Dit zijn 3 alternatieven voor de nationale CO2-heffing waar Tweede Kamer vanaf wil

Een motie van CDA-leider Henri Bontenbal om de nationale CO2-heffing te schrappen is woensdag aangenomen door een meerderheid in de Tweede Kamer. Als de CO2-heffing hierdoor inderdaad verdwijnt, blijft er wel een belangrijke vraag liggen: hoe kan de Nederlandse industrie het best gesteund worden om tempo te maken met de reductie van CO2-emissies?

Bontenbal CO2-heffing CDA CDA-leider Henri Bontenbal wil de nationale CO2-heffing schrappen. | Credits: Getty Images

Nederland heeft voor de zware industrie een extra CO2-heffing ingevoerd om verduurzaming van productieprocessen te stimuleren, maar deze belasting ligt zwaar onder vuur. Een motie van CDA-leider Henri Bontenbal om de nationale CO2-heffing te schrappen kreeg deze week steun van de VVD en werd woensdag aangenomen door een Kamermeerderheid. Dat roept de vraag op welke alternatieven er zijn voor een nationale CO2-heffing en of die voldoende zijn om reductiedoelen voor de uitstoot van broeikasgassen door de zware industrie te behalen.

Europese CO2-prijs versus nationale CO2-heffing

De Nederlandse industrie heeft via het Europese ETS-systeem al te maken met het beprijzen van CO2. Geselecteerde bedrijven moeten jaarlijks zogenoemde emissierechten inleveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit, op basis van de hoeveelheid CO2 die ze uitstoten. Een deel daarvan krijgen ze gratis, maar een deel moeten ze kopen via een veilingsysteem of via de secundaire handelsmarkt voor emissierechten.

De kosten van CO2-emissies worden hiermee bepaald door de prijzen van het Europese handelssysteem. In de grafiek hieronder is te zien dat de Europese CO2-prijs dit jaar schommelt tussen de pakweg 60 en 80 euro per ton CO2, met recent prijzen die iets boven de 70 euro per ton liggen.

De nationale CO2-heffing is afgestemd op het Europese systeem van emissierechten. Dit betekent dat de Nederlandse industrie alleen het verschil tussen de nationale en Europese CO2-heffing betaalt, als de nationale heffing hoger is dan de Europese CO2-prijs. In de tabel hieronder is te zien hoe de Nederlandse CO2-heffing oploopt in de komende jaren.

In 2024 bedroeg de nationale CO2-heffing 74,17 euro per ton en dit jaar is dat gestegen naar 87,17 euro per ton. Gegeven het niveau van de Europese CO2-prijzen betekent dit dat de nationale heffing pas sinds vrij kort echt pijn begint te doen voor de Nederlandse industrie, wat de aanzwellende roep om afschaffing mede verklaart.

Vanaf 2026 komt er jaarlijks 12,84 euro bij, zodat de nationale heffing in 2030 op 152,10 euro uitkomt. Aangezien voor de Nederlandse industrie het verschil tussen de nationale heffing en de Europese CO-prijs relevant is, wordt het voor de Nederlandse industrie vooral een uitdaging, als de Europese prijs bijvoorbeeld rond de 70 euro per ton blijft hangen, terwijl de nationale heffing gestaag oploopt.

Kritiek op nationale CO-heffing

De nationale CO2-heffing is in 2021 ingevoerd en was vooral bedoeld als extra prijsprikkel om verduurzaming van de industrie te stimuleren. De zware industrie klaagt echter al een tijd over hoge energiekosten en waarschuwt voor de risico’s van grootschalige sluitingen en/of vertrek uit Nederland.

CDA-leider Bontenbal heeft zich gevoelig getoond voor deze kritiek, vooral met het argument dat de randvoorwaarden om verduurzaming van de industrie te realiseren niet goed zijn uitgewerkt. Voor elektrificatie van industriële processen speelt bijvoorbeeld mee dat het stroomnet aangepast en verzwaard moet worden. Daarnaast zijn er vragen over bijvoorbeeld de beschikbaarheid van groene stroom voor de industrie en het optuigen van de infrastructuur voor blauwe en groene waterstof.

Als de nationale CO2-heffing inderdaad verdwijnt, hebben Nederlandse industriebedrijven alleen nog te maken met het Europese emissiesysteem, wat in ieder geval een gelijker speelveld oplevert.

Alternatieven voor nationale CO2-heffing

Feit blijft intussen dat verduurzaming van de industrie de komende jaren tractie moet krijgen om nationale reductiedoelen van de uitstoot van broeikasgassen te realiseren. In het Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat de industrie in 2030 de CO2-emissies moet hebben teruggebracht naar een niveau van iets minder dan 36 miljoen ton. Ter vergelijking: in 2023 zat de industrie op een uitstootniveau van 46,1 miljoen ton. De komende jaren moet onder meer de afvang van CO2 via het opslagproject Porthos extra vaart geven aan emissiereducties.

Om het tempo erin te houden bij de ‘decarbonisatie’ van de industrie blijft ondersteuning vanuit de overheid waarschijnlijk hard nodig.  In een afgelopen jaar verschenen analyse gaf het Planbureau voor de Leefomgeving alvast drie alternatieven voor de huidige nationale CO2-heffing.

#1 Nationale CO2-heffing koppelen aan de ontwikkeling van de Europese CO2-prijs

De huidige CO2-heffing van Nederland loopt de komende jaren op met een absoluut bedrag van jaarlijkse zo’n 13 euro per ton. Een variant hierop kan zijn dat de nationale CO2-heffing een beperkte procentuele opslag is bovenop de Europese CO2-prijs. Stel dat je 10 procent doet en de Europese CO2-prijs bedraagt 70 euro per ton, dan hef je 7 euro extra. Zakt de prijs naar 60 euro, dan hef je 6 euro extra, enzovoorts. Op die manier geef je nog wel een extra prijsprikkel tot verduurzaming, maar loopt de nationale heffing minder uit de pas met de Europese beprijzing.

#2 Maatwerkafspraken

De overheid kan ook zwaarder inzetten op zogenoemde maatwerkafspraken met grote uitstoters. Deze week werd bijvoorbeeld bekend dat suikerbedrijf Cosun een akkoord heeft gesloten voor CO2-reductie op zes productielocaties door te investeren in verduurzaming van het productieproces. De overheid legt daar dan een bedrag bij, dat kan oplopen tot 105 miljoen euro. Dergelijke maatwerkafspraken kunnen dus op bedrijfsniveau worden gemaakt.

#3 Onrendabele top subsidiëren

Een derde route is dat de overheid investeringen in verduurzaming stimuleert door de zogenoemde onrendabele top te vergoeden. Dat wil zeggen: als een duurzamere productiemethode met zich meebrengt dat een bedrijf hogere marktprijzen moet vragen om rendabel te blijven, vergeleken met de prijzen die CO2-intensieve concurrenten rekenen, dan kan de overheid het verschil vergoeden.

Met het afschaffen van de nationale CO2-heffing, komt de bal dus al snel weer bij de politiek te liggen. Als het CDA in beeld komt om na de verkiezingen van oktober mee te doen aan een nieuw kabinet, mag voorman Bontenbal gaan uitleggen welke maatregelen hij voor ogen heeft om ervoor te zorgen dat de Nederlandse industrie tempo kan maken met emissiereducties.

Lees ook:

Changemaker Rosalinde Klein Woolthuis (Damen Shipyards): 'In de scheepvaart bestaat niet één oplossing'

Hoe ben je bij Damen Shipyards terechtgekomen?‘In Twente deed ik promotieonderzoek naar regionale samenwerking en adviseerde ik regio’s over hoe ze hun innovatiekracht kunnen versterken. Na een periode als specialist in hightech clusters, besloot ik rond mijn 35ste om professioneel te gaan zeilen. Na een schippersopleiding heb ik drie jaar de wereld rondgezeild. In die periode besefte ik: de wereld is zó mooi — als ik terugkeer, wil ik me volledig inzetten om die schoonheid te behouden.Een tijd lang werkte ik deels als lead scientist bij TNO en gaf ik deels les op de Vrije Universiteit in Amsterdam. Bij beide ging het over duurzame innovatie of hoe je nieuwe bedrijfsmodellen kunt ontwikkelen die de wereld helpen verduurzamen. Daarna werkte ik lange tijd als duurzaamheidsmanager en kwartiermaker voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Toen de vacature bij Damen langskwam zag ik meteen: hier komt alles samen. Hightech, duurzaamheid, innovatie en mijn liefde voor boten en de oceaan. Het was bijna te mooi om waar te zijn.’Damen wil de duurzaamste scheepsbouwer ter wereld worden. Hoe willen jullie dit doen?'We hebben die brede missie vertaald naar een duidelijke strategie met twee pijlers: minimale emissies en maximale impact. Enerzijds gaat het om het reduceren van uitstoot, vooral bij bestaande schepen. Je kunt het vergelijken met de bouwsector: je bouwt jaarlijks duizenden woningen, maar miljoenen bestaande huizen moeten nog verduurzaamd worden. Hetzelfde geldt voor schepen. Voor de nieuw te bouwen schepen hebben we een transitieplan opgesteld: schepen voor de korte afstand kunnen bijvoorbeeld overstappen naar batterij-elektrisch, terwijl er voor de lange afstanden nieuwe brandstoffen zoals methanol of waterstof zijn.De andere pijler van ons beleid is maximale impact. Damen bestaat bijna 100 jaar en heeft 35 locaties wereldwijd. Wij hebben dus veel ervaring met lokaal werken, samenwerken, samen tot het beste resultaat komen. Dat doen we op onze werven met onze eigen mensen, maar ook in de waardeketen en door bijvoorbeeld samen te werken met scholen en andere kennisinstellingen.'Welke uitdagingen kom je tegen in jullie duurzame transitie?'Een grote uitdaging in elke transitie — of het nu om auto’s, huizen of schepen gaat — is de infrastructuur. Elektrisch varen is prachtig, maar zonder laadvoorzieningen in havens kom je niet ver. Ook alternatieve brandstoffen als methanol vereisen een aangepaste infrastructuur. In een transitie hebben partijen elkaar dus nodig. De overheid kan kaders stellen met belastingen en subsidies. Bedrijven kunnen de benodigde laad- en tankinfrastructuur leveren en havens moeten hier ruimte voor maken. Iedereen moet zijn rol pakken.Ook is het soms ingewikkeld dat we wereldwijd opereren. Je kunt niet verwachten dat een klant in Oeganda dezelfde duurzaamheidswensen heeft als Noorwegen. Daarin moet je flexibel kunnen zijn. Overigens geldt datzelfde dichter bij huis. Laatst hebben we een elektrische sleepboot aan de haven van Antwerpen verkocht. Dat is mooi, maar liever zien we dat Nederlandse havenbedrijven ook inzetten op deze transitie.'Recent werd een internationaal akkoord gesloten over een CO2-heffing voor de scheepvaart. Hoe kijk jij daarnaar?'Voor ons is dat een positieve ontwikkeling. Veel schepen gaan nu CO2-belasting betalen. Wij hebben een breed scala aan oplossingen om schepen te verduurzamen. Denk aan air lubrication, waarmee de weerstand van schepen in het water afneemt. Dat bespaart 5 tot 15 procent brandstof én kosten. En dus ook minder CO2-belasting. Subsidies werken vaak minder goed. Het beprijzen van negatieve effecten — de vervuiler betaalt — is bewezen effectief.'Je hoort veel over verschillende brandstoffen voor schepen van de toekomst: methanol, batterijen, waterstof, kernenergie. Wat is volgens jou de oplossing?'In de scheepvaart bestaat niet één oplossing. Voor korte, voorspelbare afstanden zoals voor sleepboten geldt dat batterij-elektrisch een uitkomst biedt. Voor langeafstandsvaarten, zoals containerschepen van China naar Europa, kan kernenergie uitkomst bieden. Al vind ik het altijd opvallend dat niemand het meer over kernafval heeft, terwijl we daar in de jaren 80 nog zo tegen protesteerden.De kernvraag bij de verduurzaming van scheepvaart is: hoeveel energie per volume kun je meenemen op een schip? Dat bepaalt je keuze voor een energiedrager. We zullen naar een mix van oplossingen gaan. Tegelijkertijd moeten we ons ook afvragen: willen we alles blijven transporteren over zulke grote afstanden? Transport is nu zo extreem goedkoop. Misschien moeten we dat systeem ook eens heroverwegen.'Jullie spelen ook een belangrijke rol voor Defensie. Hoe houd je de focus op de duurzame missie als de mondiale actualiteit soms om andere prioriteiten vraagt?'In mijn ogen is dat geen tegenstelling. Vroeger werd Defensie als niet-duurzaam gezien. Maar geopolitieke dreigingen, droogte en klimaatvluchtelingen zijn juist voorbeelden waar Defensie op voorbereid moet zijn.Ik begrijp ook dat Defensie een steeds grotere pleitbezorger is van het oplossen van klimaatproblemen om oorlog te voorkomen. Uiteindelijk werken bij Defensie mensen die de vrede moeten bewaren. Damen kan Defensie ondersteunen met duurzame technologieën waardoor ze minder afhankelijk zijn van andere, soms kwetsbare supply chains.'Met wie zou je graag willen samenwerken?'Voor echte impact heb je samenwerking nodig tussen overheden, scheepsbouwers, motorenfabrikanten, brandstofproducenten, verzekeraars, banken en kennisinstellingen. Techniek is nooit het probleem. De uitdaging ligt bij het samenbrengen van partijen en het vormgeven van nieuwe businessmodellen. Ik zou dus niet één partij kunnen kiezen, want we moeten het echt samen doen.' Eind april maakte het Openbaar Ministerie bekend Damen Shipyards te vervolgen voor corruptie en het overtreden van sancties tegen Rusland. Klein Woolthuis kan inhoudelijk niet ingaan op de zaak. ‘Als het bedrijf iets verkeerds heeft gedaan, dan moet dat uitgezocht worden. Onze duurzaamheidsstrategie gaat in ieder geval volop door.’Lees ook:Changemaker Birgit Dekkers (Rival Foods): 'Retailers pakken relatief hoge marge op vleesvervangers' Changemaker Femke van Es (Efteling): ‘Een toekomstbestendig attractiepark moet zijn zaken op orde hebben’ Changemaker Lorenzo Engelen (Qarry): ‘Een duurzaam product kan alleen slagen als het ook prijsconcurrerend is’