Rianne Lachmeijer 01 december 2022, 08:00

Dit Zeeuwse strandpark gaat water recyclen. Wat levert het op?

Watertekorten worden een steeds groter probleem. Ook in Nederland. “Deze zomer stond overal dat we watertekorten hebben, en bij ons ging al het water gelijk het riool in”, zegt Romy Ruijtenberg van Strandpark De Zeeuwse Kust. Daarom gaat het vakantiepark samen met Semilla Sanitation aan de slag met hergebruik. Wat levert het op?

DSC 3438 websize Deze installatie zorgt ervoor dat water van de douches en wasmachines gebruikt kan worden voor het doorspoelen van het toilet | Credits: Liselotte Schouten voor Impact Nation

“Er staat nu een installatie die zorgt dat water van de douches en wasmachines gebruikt kan worden voor het doorspoelen van het toilet”, vertelt Romy Ruijtenberg. Haar vader is de eigenaar van het strandpark. Hij is op persoonlijk vlak niet zo geïnteresseerd in duurzaamheid. “Hij zegt nog steeds: die dieselauto gaat niet weg.” Maar bedrijfstechnisch ziet hij de kansen van verduurzaming wel.

Zo verving hij een tijd geleden de pasjes voor de hotelkamers, het zwembad en de slagboom. De slagboom opent nu via kentekenregistratie, de hotelkamers via een app, en het zwembad op gezichtsherkenning. De man die de gezichtsherkenningsapparatuur verkocht, benadrukte dat het systeem duur is. “Maar hoe duur is dat dan precies?”, zei de vader van Ruijtenberg direct. De prijs bleek inderdaad hoog. “Maar als je kijkt hoeveel pasjes er per jaar bij ons doorheen gaan… Dus binnen anderhalf jaar hadden we dat systeem eruit.”

Van pasjes naar afval

“Het kan altijd beter, hè”, zegt Ruijtenberg. Daarom ging de familie na het aanpakken van de pasjes op zoek naar een nieuwe uitdaging. Het werd afval. Zo wilden zij wat doen aan de folies waarin schoon beddengoed dagelijks bij het hotel en de huisjes aankomt en de verpakkingen die bij de supermarkt op het terrein worden geleverd. “We hebben gewoon heel veel afval.”

Om een oplossing voor het afvalprobleem te vinden, sloot het strandpark zich aan bij Impact Nation. Dat is een programma van ABN AMRO in samenwerking met Impact Hub Amsterdam en The Next Web. Met het programma willen deze partijen ondernemers helpen met wereldwijde innovaties en hen in contact brengen met andere ondernemers die hen kunnen helpen.

De uitkomst van de deelname was anders dan vooraf verwacht, want Strandpark De Zeeuwse Kust bleek zelf niet veel aan de eerdergenoemde afvalproblemen te kunnen doen. Toen ze verder nadachten, kwamen ze op een andere uitdaging uit: waterverspilling.

“We denken bij afval altijd aan keukenafval, plastic, et cetera maar we hebben veel meer afvalstromen te herkennen en te definiëren”, zegt directeur Peter Scheer van Semilla Sanitation. Hij werd door Impact Nation aan Strandpark de Zeeuwse Kust gekoppeld. Hij ziet water – en het afval dat erin zit – als grondstof. “Uiteindelijk is water dat het riool in gaat geen afval. Het is gewoon gebruikt water en dat moet je opnieuw, opnieuw en opnieuw gebruiken.” Hergebruiken dus. En dat is precies waar hij het strandpark in Zeeland mee helpt.

Lees ook over de bedrijven die nu meedoen aan het programma: Met welke duurzaamheidsuitdaging gaan zij aan de slag?

Water hergebruiken

De eerste installatie staat bij een toiletgebouw. Daar wordt het water van de douches en wasmachines gebruikt om de wc’s door te spoelen. “Met iedere keer dat je doucht, kun je drie keer de wc doorspoelen”, zegt Scheer.

Het toiletgebouw is de eerste in een serie aanpassingen die het park doet. Zo voegt het park ook waterrecyclinginstallaties toe aan zestig aardgasloze chalets die nu worden gebouwd. De plannen en tekeningen voor dat nieuwe deel waren al af, waardoor de gesprekken met de aannemer opnieuw moesten. Zonde? Ruijtenberg vindt van niet. “Die huisjes blijven de komende vijftien jaar staan.” Na de huisjes staat het zwembad op de planning. Het strandpark wilde het zwembad al verbouwen. Die verbouwing gaan ze combineren met de plaatsing van waterrecyclinginstallaties.

Impressie van de aardgasloze chalets. | Credit: Strandpark De Zeeuwse Kust

De helft minder drinkwater

Alle plannen moeten ervoor zorgen dat Strandpark De Zeeuwse Kust in 2028 de helft minder drinkwater gebruikt. Dat is goed voor de portemonnee, maar natuurlijk ook voor de planeet. “Uiteindelijk is dit gewoon het beste”, vindt Ruijtenberg. Voor de installatie van de eerste recyclemachine spoelde het strandpark nog dagelijks 82.000 liter drinkwater het riool in: via douches, wc’s en het zwembad. “Deze zomer stond overal dat we watertekorten hebben en bij ons ging al het water gelijk het riool in”, zegt Ruijtenberg.

Ruijtenberg hoopt dat Strandpark De Zeeuwse Kust ook andere mensen en organisaties inspireert om water te gaan hergebruiken. “De bouwer van onze huisjes had er ook nog nooit over nagedacht”, herinnert zij zich. Zij hoopt dat de aannemer deze kennis meeneemt als hij bij een ander park aan de slag gaat.

Scheer kent al een camping die water gaat recyclen. Hij vindt dat ook heel logisch. “Vooral in de leisure liggen grote kansen”, denkt Scheer. Hij hoopt dat deze ontwikkeling overslaat naar andere sectoren. Zo wil hij graag samen met woningontwikkelaars op gebouwniveau aan de slag. Hij werkt al aan een pilot. Ook de innovaties binnen de waterrecycling gaan door.

“Je zult water en energie moeten gaan koppelen om een goed verdienmodel te krijgen”, denkt hij. Dat ziet hij als de volgende stap. “Dus vanuit smerig water schoon water én energie maken.” Van poep is namelijk ook biogas te maken.

Hij hoopt ook daar in de toekomst met Strandpark De Zeeuwse Kust aan te kunnen werken. Zodat hij dan niet alleen water schoonmaakt en levert, maar ook energie produceert en levert. “Dus dat zal een dienst worden waar je in onze ogen gewoon voor gaat betalen.” Voor alsnog is dat echt toekomstmuziek. “Technisch kan alles, maar juridisch blijft het lastig.” Eerst maar even beginnen met wat kan en mag, dus. Zoals de waterrecycleplannen aan de Zeeuwse kust.

Peter Scheer was eerder te gast in Koplopers. Daar vertelde hij over de link tussen zijn oplossing en de ruimtevaarttechniek. Luister de uitzending terug:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Modemerk Haruco Vert bewijst dat duurzaam produceren in Nederland mogelijk is

Door de lage kostenprijs van kleding die in lageloonlanden wordt geproduceerd, is de mode-industrie op hol geslagen. ‘Fast fashion’ vraagt om snelle trends en een continu vernieuwd aanbod van kledingmerken. Dat doet afbreuk aan de kwaliteit én het plezier van ontwerpers zoals Prommenschenckel om sterke collecties te creëren. “Het geijkte pad volgen van beurzen draaien, productie regelen, uitleveren en dan weer door naar het volgende seizoen... Zo had ik mijn loopbaan als designer niet echt voorgesteld”.Het gros van de Westerse modemerken produceert tegenwoordig ver weg in landen zoals China, India, en Bangladesh. Naaisters, grondstoffen en het runnen van fabrieken zijn daar nou eenmaal goedkoper. Maar door slechte regelgeving wordt het milieu er enorm belast en werksters krijgen niet genoeg betaald. Steeds meer modemerken beginnen zich dat te realiseren en zoeken naar alternatieven. In 2012 ging het oude Haruco Vert op de schop. Wat wilden jullie veranderen? “We moesten vooral sneller kunnen schakelen. Alles in eigen beheer kunnen uitvoeren. Korter op de seizoenen zitten. En de passie terugvinden. In 2020 zijn we gestart in de huidige vorm. We bestaan nu grotendeels online. Hiermee bereiken we een veel groter publiek. We werken ‘made to order’, dus we produceren pas na de bestelling van een product. Daardoor hebben we geen overschotten. Alles wordtgemaakt in ons atelier in Amsterdam."Jullie hebben gekozen voor eigen beheer. "Juist. We doen alles zelf, vanaf ontwerp tot en met productie. Normaal besteed je dat uit. Wij deden dan in Polen. Als je je collecties in de grote productieketen laat meedraaien gaan daar al snel 3 maanden overheen. Wij kunnen nu leveren in één à twee weken. Binnen een week is het product gefotografeerd, gaat het de website op en dan kunnen we het verkopen. Omdat je zelf grotendeels je keten doorloopt, word je met de neus op de feiten gedrukt hoe arbeidsintensief je producten zijn. Er gaat meer liefde in de producten zitten, omdat je het zelf met zorg maakt. De financiële risico’s zijn ook kleiner dan voorheen, want we kunnen sneller inspelen op veranderingen." Kun je als merk door die controle ook makkelijker duurzaam produceren? “Absoluut. Met mode is het normaal lastig inschatten welke producten gaan lopen en welke niet, omdat er veel emotie bij komt kijken. We hadden eens een kledingstuk in onze winkel dat niet aan te slepen was. We hadden dat helemaal niet ingecalculeerd, maar we konden het door onze manier van werken heel snel zelf produceren. Andersom hebben we niet meer dat probleem dat je je collectie een seizoen vooruit maakt en dat je er dan achter komt dat je klant het helemaal niet mooi vindt. Als iets niet werkt, kunnen wij ons snel aanpassen. Die flexibiliteit en korte feedbackloops heb je nodig om overproductie te voorkomen.”Haruco Vert werkt vooral met terugkerende basisstoffenUitbesteden heeft zijn voordelen. Je geeft ook complex werk uit handen, zoals het inkopen van stoffen. “Ja, maar wij werken heel veel met dezelfde stoffen. Af en toe doen we een uitstapje, maar van onze basisstoffen weten we van tevoren dat ze makkelijk te leveren zijn. Die gaan over van de ene collectie in de andere.” Dus dit model werkt niet als je merk seizoengevoelig is? “Qua materiaalkeuze niet nee. Vroeger waren we erg trendy en we merkten dat je dat nooit gaat winnen. Een Zara of H&M kan het altijd goedkoper en sneller. Natuurlijk laat je je af en toe wel eens inspireren door wat je op een catwalk ziet, maar het is eigenlijk veel interessanter om je eigen je eigen pad te volgen en te maken waar je zelf achter staat. Seizoenen, daar kijken we niet zo heel erg naar. We pakken vaak terug op items van vorige collecties en dat verkoopt nog steeds. We werken ook met gelaagdheid, dus je kan een laag toevoegen voor de winter en als je die laag eraf laat heb je een zomerse look.” Jullie naaisters zitten gewoon in Amsterdam, zoals vroeger toen er nog een textielfabriek in Amsterdam-Noord stond. Is dat niet te duur om als merk te overleven? “Toen wij in Polen produceerde was dat inderdaad wel goedkoper dan hier. Ik denk dat het 10 euro scheelt in kostprijs. Dat is best veel, maar je zit je automatisch in een hoger segment dus voor ons maakt dat eigenlijk niet veel uit. We zijn niet duur voor wat we aanbieden. Dat is een bewuste keuze, omdat we geloven dat ambacht niet alleen voor de happy few moet zijn. We verdienen misschien iets minder, maar ik werk liever op deze manier dan dat je containers over de wereld heen loopt te slepen.”