André Oerlemans
23 mei 2025, 14:00

Deze start-up doet wat tot nu toe niet kon: kleding van katoen en polyester uit elkaar halen en recyclen

Van alle kleding in de wereld belandt na gebruik 87 procent in de verbrandingsoven of op de vuilnisbelt. Waarom? Omdat het textiel is samengesteld uit meerdere lagen zoals katoen, polyester of acryl. Die lagen kunnen moeilijk gescheiden en gerecycled worden. Tot nu toe. Start-up BioFashionTech laat bacteriën doen wat mensen en machines niet lukt.

Upstream Bio Fashion Tech CEO en oprichter Fabiola Polli van BioFashionTech wil de afvalberg van textiel oplossen | Credits: André Oerlemans/BioFashionTech

Het bedrijf gaat grondstoffen terugwinnen uit textielafval, zowel voor nieuw plastic, cosmetica als voor de productie van biobrandstoffen. “Wij zijn het eerste bedrijf ter wereld dat biotechnologie gebruikt om een groot milieuprobleem op te lossen. Onze methode is drie keer zo goedkoop als het verbranden van textielafval en veel efficiënter dan de huidige technologieën”, zegt CEO en oprichter Fabiola Polli van BioFashionTech.

Eigen recyclingfabriek

In haar ideale plaatje hebben bekende modemerken en kledingfabrieken straks hun eigen recyclingfabriek in huis om hun afval te verwerken. Zo kunnen ze voldoen aan de regels van de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV), die hen verantwoordelijk maakt voor de afvalfase van hun producten. “Zij kunnen onze oplossing gebruiken in plaats van hun afval te verbranden”, zegt Polli.

Enorme afvalberg

Nu wordt wereldwijd 92 miljoen ton textielafval per jaar weggegooid. “Elke seconde een vrachtwagen vol”, heeft Polli uitgerekend. “76 procent van die kleding is gemaakt met plastic, waardoor de mode-industrie de op een na meest vervuilende sector in de wereld is.”

Slechts 15 procent van die kleding wordt gerecycled en slecht 1 procent wordt weer gebruikt in nieuwe kleding. Europeanen
kopen jaarlijks gemiddeld bijna 26 kilo aan textiel en gooien jaarlijks ongeveer 11 kilo weg. Gebruikte kleding in goede staat gaat naar kringloopwinkels of naar het buitenland, maar 87 procent komt in de verbrandingsoven of op stortplaatsen terecht.

Recycling moeilijk

Waarom wordt er zoveel textielafval weggegooid en zo weinig hergebruikt? Omdat recyclen ingewikkeld is. Dat komt omdat kleding steeds vaker is samengesteld uit verschillende, gemengde vezels en garens. Natuurlijke materialen als katoen, wol of linnen worden gemengd met synthetische materialen als polyester of acryl. Die materiaalcombinatie handmatig uit elkaar halen kost te veel tijd en geld. Ook recyclingmachines kunnen deze gemengde materialen niet scheiden. Daarom worden van dit textiel geen nieuwe grondstoffen gemaakt en resteert de verbrandingsoven of – in het buitenland – de afvalberg. “We zijn zo gewend aan comfortabele stretch-kleding, maar zo komen we nooit van die gemengde vezels af”, stelt Polli.

Unieke bacterie ontdekt

Polli komt uit een Italiaanse modefamilie, maar volgde een opleiding tot engineer. “Ik besloot mijn passie en mijn kennis te combineren om een technologie te bedenken die dit probleem kan oplossen”, vertelt ze. Zij ontdekte met haar bedrijf een unieke bacterie die op kledingafval groeit en het recyclingprobleem kan oplossen. Eerst wordt al het afval vermalen tot korrels. Daarna gebruikt de start-up een gepatenteerde fermentatietechnologie, waarbij de bacteriën de plastic vezels van de natuurlijke scheiden. Het gescheiden plastic kan gewoon gebruikt worden als nieuw plastic of polyester garen. Van het katoen, viscose of linnen wordt suiker gemaakt, om er bioplastic of biobrandstof van te maken. Volgens Polli werkt de technologie bij al het gemengde textielafval, zelfs bij laagwaardige gekleurde afvalstromen. Ook plastic- en papieren verpakkingsafval voor voedsel kan in de toekomst op deze manier gerecycled worden.

Pilotfabriek

De start-up werkt samen met de gemeente Rotterdam en instituten als TNO om de technologie verder te ontwikkelen en te valideren. Het bedrijf ontving 185.000 euro aan subsidie om te bewijzen dat die werkt. Tot nu toe is zo’n tien kilo aan textielafval verwerkt. Binnen anderhalf jaar wil BioFashionTech een pilotfabriek bouwen die 15 ton per jaar gaat verwerken. Die kost 500.000 euro en daarvoor zoekt Polli investeerders en zakenpartners. Over vijf jaar wil ze een grotere fabriek bouwen die 480.000 ton textielafval kan recyclen. Die gaat 2 miljoen euro kosten.

Fabiola Polli won met BioFashionTech 10.000 euro in de NL Startup Competitie van Upstream en MT/Sprout | Credit: Upstream

Waardevolle grondstoffen

Het businessmodel bestaat uit twee delen. Aan de ene kant wil Polli haar technologie als licentie verkopen aan kledingfabrieken en modemerken, zodat ze hun eigen afval kunnen inzamelen en verwerken. Inzamelbedrijven van oude kleding zijn er nu al genoeg. Maar die halen de beste kleding eruit voor tweedehands gebruik en gooien kapotte, vieze kleding met gemengde vezels alsnog weg. Ook voor hen kan dit volgens Polli een oplossing zijn.

Daarnaast kunnen het plastic en de suiker die uit het proces komen verkocht worden. “Dat zijn economisch gezien zeer waardevolle producten”, zegt ze. Van het gerecycled plastic kan nieuw garen of plastic gemaakt worden. De suiker (glucose) kan als grondstof gebruikt worden voor de productie van plastic, cosmetica of biobrandstoffen.

Upstream-prijs

Het bedrijf won met zijn technologie tijdens de NL Startup Competitie 2025 op het Upstream festival in Rotterdam de hoofdprijs in de categorie circulair. Net als andere deelnemers aan deze wedstrijd wordt BioFashionTech ondersteund door Erasmus Enterprise, waarmee de Erasmus Universiteit en Yes Delft veelbelovende, innovatieve ondernemers vooruit helpen.

Meer recyclingbedrijven

Er zijn verschillende bedrijven die een eind willen maken aan de groeiende afvalberg van textiel. In Amsterdam opende Brightfiber Textiles in april zijn nieuwe fabriek. Hier worden truien, broeken en T-shirts machinaal gesorteerd, uit elkaar getrokken tot fijne vezels en verwerkt tot nieuwe garen en stof. De fabriek kan zo’n 2,5 miljoen kilo textiel per jaar verwerken. Internationaal textiel-recyclingbedrijf Reju
kondigde deze week aan op Chemelot in Limburg een recyclinginstallatie op industriële schaal te gaan bouwen. Die gaat jaarlijks uit 300 miljoen stuks kleding plastic halen om er nieuw polyester voor de textielindustrie van te maken. Maar volgens Polli focussen deze bedrijven zich meestal op een kant van de medaille. “Ze willen bijvoorbeeld het polyester of het katoen eruit halen. Maar wat doe je dan met de rest?”, vraagt ze zich af. “Wij zijn de enige die gemengde vezels kunnen recyclen.”

Lees ook:

Een Friese uitvinding: plastic uit afvalwater dat zichzelf afbreekt

Het bedrijf presenteerde het product deze week op een internationaal congres in Leeuwarden. Caleyda, heet het nieuwe bioplastic. En het belooft alle vertrouwde voordelen van plastic, zonder de natuur geweld aan te doen. Dit trucje komt op het conto van bacteriën. Door deze ‘vet te mesten’, ontstaat de stof PHA. Dat is een natuurlijk polymeer dat verwerkt kan worden tot plastic-achtige korrels. Je kunt hier bijvoorbeeld GFT-zakjes of landbouwfolie van maken. Producten die van deze biokorrels zijn gemaakt, verdwijnen vanzelf in de bodem of het water. Zonder schadelijke gevolgen voor mensen, dieren en planten.Hoe anders is dat met fossiel plastic? Dat breekt nauwelijks af in de natuur en veroorzaakt wereldwijd ernstige vervuiling van oceanen, rivieren en bodems. Dieren zien plasticresten vaak aan voor voedsel, met verstikking of andere gezondheidsproblemen tot gevolg. Bovendien komen via microplastics steeds vaker kleine plasticdeeltjes in de voedselketen terecht, waardoor ook de gezondheid van de mens mogelijk in gevaar komt. Nieuwe fabriek in de maak De ontwikkeling van het proces begon al in 2011, in samenwerking met de TU Delft. Dankzij een investering van 14 miljoen euro werd vorig jaar in Emmen een eerste extractiefabriek geopend. Daar wordt PHA uit afvalwater gehaald, op pilotschaal weliswaar. Inmiddels is een aantal waterschappen aangehaakt en werkt het bedrijf aan de bouw van een nieuwe fabriek die in 2027 moet gaan draaien. Kartonproducent Eska investeert mee. Het is de bedoeling dat hier PHA wordt geproduceerd op basis van papierafvalwater. Paques Biomaterials ziet in de landbouwsector een logische eerste afzetmarkt. Dit heeft onder meer te maken met de aankomende EU-wetgeving die vervuilende plastic coatings op meststoffen verbiedt. Kostprijs als uitdaging De code die Paques Biomaterials nog wel moet kraken, is de kostprijs. Die kan op dit moment nog niet opboksen tegen de prijzen van virgin plastics. Die mondiale productiemachine is zó grootschalig en goed geoptimaliseerd, dat het voor duurzame alternatieven moeilijk is om in deze markt een plekje te veroveren. De afgelopen twaalf maanden ging om die reden al een flink aantal plastic recyclingbedrijven op de fles. Toch geloven de Friezen in hun missie: een wereld waarin plastic wél van waarde is, maar géén schade meer aanricht.Accelereer jouw duurzame transitie Zit jij midden in de duurzame transitie (of sta je nog aan het begin) en kun je wel wat inspiratie, hulp en kennis gebruiken? Kom op 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam en laaf je aan de kennis en inzichten van pro’s en peers. De eerste sprekers zijn bevestigd, het belooft een wervelende dag te worden.Bekijk programmaLees ook:Kabinet doof voor noodkreten en alarmbellen: leningen gaan plastic recyclingbedrijven niet redden Deze alles etende fabriek gaat 4.000 ton plastic afval per jaar recyclen en verwerken, zonder concurrentie uit China Gaat dit nieuwe, stevige én afbreekbare plastic voor een revolutie zorgen?