Hidde Middelweerd 01 augustus 2023, 13:00

Deze Nederlandse bedrijven gaan oude windmolens volledig circulair verwerken

Hoe demonteer en recycle je windmolens die het einde van hun levensduur hebben bereikt? En misschien nog wel belangrijker: hoe hergebruik je verschillende onderdelen optimaal? Het Nederlandse consortium DecomCockpit gaat met die vraagstukken aan de slag. Het einddoel: de volledige circulaire verwerking van windmolens op land en zee.

Adobe Stock 298834667 1 Windmolens zijn onmisbaar in de energietransitie, maar hoe zorgen we ervoor dat ze niet massaal op de vuilnisbelt belanden? | Credits: Adobe stock

DecomCockpit is een consortium van vier bedrijven: Circular Recycle Company (CRC), adviesbureau ECHT, metaalverwerker Jansen Recycling Group en Sif, producent van offshore fundatiebuizen. Gezamenlijk werken de bedrijven aan de circulaire verwerking van windmolens en dat komt als geroepen. In de komende vijf jaar bereiken vierhonderd windturbines in Nederland namelijk het einde van hun levensduur.

Eerst hergebruiken, dan pas recyclen

Ongeveer 90 procent van de onderdelen in windturbines wordt al gerecycled. De overige 10 procent verdwijnt in de verbrandingsoven of op de afvalstortplaats. DecomCockpit wil deze recycleketen beter inrichten, zodat meer componenten een hoogwaardige herbestemming krijgen. Adviesbureau ECHT staat daar aan de basis van. “In een windturbine zitten tientallen verschillende kabels, motoren, generators, olie en andere onderdelen”, zegt Maarten Lobregt, project manager energy transition bij ECHT, tegenover Innovation Quarter. “Daarom maken we voorafgaand aan de demontage van iedere turbine een materiaalpaspoort. Hiermee zorgen we dat de materiaalverwerking transparant blijft.”

Aan de hand van het materiaalpaspoort wordt per onderdeel beoordeeld of het geschikt is voor hergebruik of reparatie. Zo niet, dan worden de recyclemogelijkheden onderzocht.

Het probleem van windmolenwieken

De grootste uitdaging voor het consortium zijn de windmolenwieken. Ze bestaan vaak uit een samenstelling van verschillende materialen, zoals glas- of koolstofvezels en hars. Recyclen is daarom lastig, omdat de verschillende materialen eerst weer uit elkaar getrokken moeten worden. Daarom belanden de meeste windturbinebladen nu op de vuilnisbelt. Of ze worden begraven. Maar Circular Recycle Company (CRC) heeft een technologie in handen waarmee recycling van de wieken wél mogelijk is.

Jansen Recycling Group snijdt de bladen op in kleinere stukken en levert die aan CRC. CRC kan de windturbinebladen met behulp van een shredder en granulator omtoveren tot een recyclaat van glas- en koolstofvezel. Dit is ongeveer 70 procent van voormalige windturbinebladen en kan gebruikt worden om nieuwe producten te maken zoals douchebakken, vloeren en aanrechtbladen. De 30 procent die overblijft, is stof. Hier maakt CRC pyro-olie van, dat gebruikt kan worden voor de plasticproductie.

Circulaire verwerking van windparken

De partners binnen het consortium hebben afzonderlijk van elkaar al veel ervaring in het verwerken van windturbines. Gezamenlijk willen ze in staat zijn om complete windparken circulair te ontmantelen en verwerken. In de aankomende jaren zet het consortium zich in om dat steeds efficiënter te kunnen doen.

Lees ook:

Banken willen twee derde CO2-uitstoot van aandelen en obligaties niet meerekenen

Het betreft het merendeel van een werkgroep van zes internationale banken. Die groep bestaat uit Morgan Stanley, Barclays, Bank of America, Citigroup, HSBC, BNP Paribas, NatWest en Standard Chartered. Binnen de werkgroep is gestemd over het al dan niet instellen van een drempelwaarde voor de verantwoordelijkheid over CO2-emissies. Vier van die banken gaven bij de stemming aan dat ze voorstander zijn van een drempelwaarde van 33 procent. Dat zou betekenen dat twee derde van de CO2-uitstoot verbonden met de verkoop van hun aandelen en obligaties niet wordt meegerekend bij de totale CO2-uitstoot van de betreffende bank. Drempelwaarde van 33 procent De werkgroep van banken geeft enkele argumenten voor de drempelwaarde. Allereerst zouden veel vervuilende activiteiten die voortkomen uit de aandelen- en obligatieverkoop door financiële instellingen buiten hun controle vallen. Bij het verstrekken van leningen kunnen banken namelijk duidelijke voorwaarden stellen waaraan ontvangers van hun kapitaal moeten voldoen. Dat is bij de verkoop van aandelen en obligaties niet het geval. Ook waarschuwen de banken voor het mogelijk dubbel tellen van CO2-uitstoot. Beleggers in aandelen en obligaties zullen namelijk zelf ook verantwoordelijk gesteld worden voor de uitstoot die voortkomt uit hun financiële activiteiten, zeggen ze. Actiegroepen niet blij Met de drempelwaarde van 33 procent komen de banken tegenover milieuorganisaties te staan. ShareAction, een actiegroep die verantwoord beleggen stimuleert, zegt bijvoorbeeld dat het percentage van 33 willekeurig aanvoelt. Zij en andere gelijksoortige organisaties pleiten er juist voor dat financiële instellingen voor alle gerelateerde CO2-emissies verantwoordelijk moeten zijn. Besluit in handen van PCAF De uiteindelijke beslissing om een drempelwaarde van 33 procent in te stellen als norm voor de bankensector, ligt in handen van het bestuur van het Partnership for Carbon Accounting Financials (PCAF). Dat is een wereldwijd netwerk van 200 financiële instellingen die hun invloed op het klimaat meten door middel van een specifiek daarvoor ontwikkelde methode. Gezegd wordt dat het bestuur van PCAF met de drempelwaarde zal instemmen, omdat het niet graag indruist tegen de opvatting van de werkgroep. Meer over financiën: Met nieuwe wet krijgen Franse aandeelhouders inspraak in duurzaamheidsstrategie van bedrijvenING en EIB steunen mkb met flinke som duurzaamheidsleningenBestraf alleen opzettelijke greenwashing, zeggen vermogensbeheerders