Emma Rotman 12 juli 2020, 10:00

De voedselketen is ingewikkelder dan je denkt

Je zou denken dat gehakt van rundvlees en varkensvlees een grotere CO2-footprint heeft dan gehakt van rundvlees en champignons. Toch blijkt dat niet zo te zijn. ‘Soms zeggen cijfers iets anders dan het gevoel. Door te meten kom je tot nieuwe inzichten.’​

Duurzaam voedsel

Dit soort kwesties zijn dagelijkse kost voor Kwafo Acquaah Arhin, duurzaamheidsadviseur bij Albron. Deze cateraar verzorgt op bijna duizend locaties in Nederland eten en drinken. Van bedrijfsrestaurants en zorginstellingen tot aan horeca op high traffic locaties, in de vakantieparken van Center Parcs en op grote evenementen zoals de TT Assen, de Nijmeegse Vierdaagse en Keukenhof.

Elke keuze die het bedrijf maakt heeft dus een grote impact. Daarom is duurzaamheid in het assortiment een topprioriteit. Acquaah Arhin: “Voor mij houdt een duurzaam voedselsysteem in dat de productie van voedsel geen negatief effect heeft op de aarde en dat er voldoende voedsel is voor iedereen.”

Impact meten

De uitdaging zit hem volgens Acquaah Arhin vooral in het meten van die impact. “Het effect van producten berekenen op het gebied van CO2-uitstoot, biodiversiteit of dierenwelzijn is een hele kluif. Bedrijven grijpen daarom snel terug naar keurmerken, maar die richten zich meestal op specifieke onderwerpen. De zogenaamde ‘single issues’. Wij gaan voorbij de keurmerken. Dat betekent dat we de milieu-impact van voedsel zelf kwantificeren, te beginnen met de CO2-voetafdruk.”

Om dat te kunnen doen is het belangrijk de herkomst van producten te achterhalen. Dat valt niet mee, leerde Acquaah Arhin. “Veel mensen denken dat die herkomst wel bekend is, dat als je de keten volgt je uitkomt bij de plek waar een product vandaan komt. In de praktijk werkt dat helaas niet zo. Wij vinden het belangrijk om die herkomst 100 procent in beeld te brengen.”

Lees ook: Albron: "Single-issue keurmerken zijn een ramp voor echte verduurzaming"

Eiwittransitie

De eiwittransitie, oftewel het vervangen van dierlijke door plantaardige eiwitbronnen, speelt een belangrijke rol in het verlagen van de CO2-voetafdruk van voedsel. “Ik denk niet dat we toegaan naar een wereld zonder dierlijke eiwitten. Dieren kunnen een goede rol spelen in het voedselsysteem. Maar het aandeel dierlijke eiwitten kan wel omlaag”, zegt Acquaah Arhin.

Dat de cijfers soms iets anders zeggen dan het gevoel, blijkt uit onderzoek naar zogenaamde hybride producten. “Naast half-om-half gehakt met rundvlees en varkensvlees heb je nu ook rund-champignon-gehakt of rund-insecten-gehakt. Je zou denken dat die laatste twee beter zijn, maar half-om-half gehakt bleek de laagste CO2-uitstoot te hebben. Rundvlees is namelijk de bepalende factor en de hybride producten bevatten veel meer rundvlees. Door te meten kom je tot nieuwe inzichten.”

Van kpi’s naar doelen

Data zijn belangrijk, maar niet genoeg als je anderen in beweging wilt krijgen. Door in direct contact te staan met collega’s uit alle lagen van de organisatie; van de directie van Albron tot de  locatiemanagers, probeert Acquaah Arhin duurzaamheid bij zoveel mogelijk collega’s op de agenda te krijgen. Enerzijds door ideeën aan te dragen, anderzijds door afdelingsmanagers te stimuleren om zelf input te geven. “Ik weet iets van duurzaamheid, maar niet van inkoopprocessen, of hoe je een concept zo vormgeeft dat mensen graag komen eten.”

In dat proces leerde Acquaah Arhin dat het belangrijk is om niet alles van bovenaf op te leggen, maar ruimte te bieden voor de expertise van elke afdeling. “Voorheen hadden we bijvoorbeeld kpi’s op het gebied van duurzaamheid, maar niet alle managers voelden zich daar heel verbonden mee. Nu stellen we geen kpi’s meer voor hen op, maar doelen. We willen bijvoorbeeld in 2030 de helft van de CO2-uitstoot in de keten halveren. Vervolgens kijken alle afdelingen zelf hoe ze dit kunnen realiseren en welke kpi’s daar bij horen. Want in een bedrijfsrestaurant heb je andere mogelijkheden dan op een festival.”

Lees ook: Als bedrijf een duurzame koers uitzetten? Dit zijn de succesfactoren

Impactmonitor voor opdrachtgevers

Ook opdrachtgevers spelen een grote rol in het behalen van de doelen van Albron; het bedrijf geeft nieuwe voedingsconcepten samen met hen vorm. Om het bewustzijn van de impact van voedsel onder deze groep te vergroten lanceerde Albron de ‘impactmonitor’. “Normaal gesproken stellen opdrachtgevers eisen aan een bedrijfsrestaurant waar wij aan moeten voldoen. Maar wij willen dat elke opdrachtgever op de hoogte is van zijn milieu-impact”, stelt Acquaah Arhin.

'Wij willen dat elke opdrachtgever op de hoogte is van zijn milieu-impact'

Met de impactmonitor kunnen opdrachtgevers voor al hun locaties de impact inzien en deze vergelijken met andere locaties. Daardoor worden ze zich bewust van hun impact en krijgen ze inzicht in wat er beter kan. “Het zorgt ook voor gedeelde verantwoordelijkheid. Het is nu niet alleen meer de taak van onze operationeel manager om de milieu-impact van een locatie omlaag te krijgen, maar ook van een opdrachtgever zelf. Die ziet dan: ‘Ik sta best hoog, laten we met Albron in gesprek gaan om dat omlaag te krijgen’.”

Duurzaamheid in coronatijd

De coronacrisis is een moeilijke periode voor Albron. Kantoren, horeca, vakantieparken en evenementen; veel klanten sloten de deuren. Dat heeft niet alleen gevolgen voor Albron zelf, maar ook voor veel leveranciers. In sommige gevallen kon gelukkig een creatieve oplossing gevonden worden, zoals met de eieren van Kipster. “Onze Kipsterstal was net geopend. Wij hebben daar een afnamegarantie, maar onze vraag was ineens veel kleiner. Gelukkig kon Lidl inspringen om onze eieren over te nemen, zij hadden juist veel meer vraag.”

Dat betekent niet dat het bedrijf duurzaamheid op een lager pitje zet. Acquaah Arhin: “Duurzaamheid zit redelijk ingebakken in onze processen. Het is niet zo dat die processen veranderen door corona. We grijpen dit moment ook aan om verstandige keuzes te maken.” Zo koos Albron ervoor om het assortiment tijdelijk te versmallen, maar van al die producten wel de herkomst te achterhalen.

De uitdaging zit hem volgens Acquaah Arhin in het opstarten van nieuwe projecten. Albron werkt bijvoorbeeld samen met Zero Foodwaste, een startup die voedselverspilling tegengaat. Die samenwerking zou deze periode opgeschaald worden, maar dat is lastig als het merendeel van de bedrijfsrestaurants stilliggen. “In de tussentijd kijken we naar wat er wél kan. We proberen nu het verhaal nog sterker te maken, zodat we het straks nog beter kunnen aanpakken.”

Leiderschap

Nu de coronacrisis de wereld in zijn greep houdt, klinkt ook de roep om groen herstel. Leiderschap is nodig om dat voor elkaar te krijgen. Daarbij denken we al snel aan duurzaamheidscoryfeeën als Paul Polman en Feike Sijbesma; CEO’s van multinationals die hun bedrijf in beweging wisten te krijgen. Duurzaam leiderschap is echter niet alleen voorbehouden aan CEO’s; volgens Acquaah Arhin zitten er in elke organisatie mensen die niet als leider aangewezen zijn, maar wel voor beweging kunnen zorgen. Informele leiders, die altijd klaarstaan, op tijd de juiste informatie aanleveren, altijd naar het gezamenlijk belang kijken en met veel mensen een verbinding hebben.

'In elke organisatie zitten mensen die niet als leider aangewezen zijn, maar wel voor beweging zorgen'

“Je herkent ze misschien niet als leider, omdat ze veel meer onderdeel uitmaken van de groep. Maar als je kijkt naar hoeveel invloed zij hebben op collega’s en hoeveel mensen ze op die manier in een bepaalde richting kunnen bewegen, dan spelen zij een belangrijke rol. Zij staan niet achter of voor de troepen, maar er tussenin.”

Welke tips heeft Acquaah Arhin voor andere jonge talenten die het verschil willen maken? “Heb geduld, maar ga niet achterover leunen. Zoek collega’s waarmee je kunt sparren en af en toe je frustratie kunt ventileren, als je daardoor je optimisme kunt behouden. Met een positieve attitude kun je ver komen. Dat is ook leiderschap, je moet het uitstralen.”

Lees ook: Leiderschapslessen: duurzaam leider zijn is geen trucje

Portret: Albron | Hoofdbeeld: AdobeStock

Duurzame scheepvaart? Amsterdamse haven komt met nieuwe uitvinding die rondvaren overbodig maakt

Duwbakken zijn grote laadbakken zonder motor die worden voortbewogen door duwboten. Deze bakken, van 11 bij 76 meter, zijn bedoeld om bulkgoederen zoals landbouwproducten te vervoeren. “Eigenlijk waren deze enorme onbemande bakken een wat geheimzinnige factor in de haven”, vertelt Rob Smit, manager achterland, binnenvaart en spoor bij Port of Amsterdam. “Voorheen konden we in de haven namelijk niet in één oogopslag zien waar deze bakken allemaal liggen. Daardoor was de bezettingsgraad van de verschillende ligplaatsen niet bekend bij ons. En ook de duwbak-exploitanten zelf hadden geen overzicht. In het slechtste geval moest een duwbakkapitein een tijd rondvaren op zoek naar een plek om aan te meren. Heel inefficiënt en zonde van de brandstof. Met Poseidon is dat verleden tijd.”Bundeling van expertisePort of Amsterdam ontwikkelde samen met een aantal duwbak-klanten en een team van software-professionals een systeem waarmee men de duwbakken nauwkeurig kan volgen. De klanten van Port of Amsterdam voorzien de duwbakken van een tracker waardoor de haven de bakken kan monitoren. Het systeem vermindert de administratieve lasten omdat het automatische opgave en facturatie van het Binnenhavengeld mogelijk maakt.“Er was een gezamenlijke interesse naar een creatieve oplossing. Maar er was ook een sterke behoefte om die oplossing eenvoudig en werkbaar te maken”, licht Smit toe. “We zijn samen een heel intensief traject gestart om binnen een kort tijdsbestek tot een eerste prototype te komen. Als havenbedrijf hadden we er ook voor kunnen kiezen om iets nieuws te verplichten, maar je merkt dat er veel meer enthousiasme en draagvlak is als je met elkaar tot een oplossing komt met respect voor ieders positie en belangen.”Technologisch vernuftEen track & trace-systeem installeren klinkt eenvoudiger dan het is. Smit: “De transportwereld is een ruwe sector, letterlijk, dus de tracker moet wel tegen een stootje kunnen. Verder is er maar gelimiteerd plek in de haven, dus moeten we zo efficiënt mogelijk met de ruimte omgaan. Daarnaast heb je te maken met havengelden; de inkomsten van het verblijf van duwbakken is een belangrijke inkomstenbron, dus je wilt dat het afrekenen zo accuraat mogelijk gebeurd.” Voor de Port of Amsterdam was het verder belangrijk dat het systeem ook in andere havens inzetbaar is. De duwbakken worden namelijk niet alleen gebruikt in Amsterdam, maar vinden ook hun weg naar Rotterdam en het achterland.Met de introductie van Poseidon is er veel meer inzicht in het gebruik van duwbakken gekomen. De beschikbare ligplaatscapaciteit is direct inzichtelijk en met behulp van de app verloopt de administratie voor het havengeld voor iedereen veel soepeler en helemaal automatisch. “Schippers kunnen nu veel gerichter naar bakken varen, waardoor brandstof bespaard wordt. En we gaan veel efficiënter om met de bestaande ruimte. Je wilt niet nodeloos palen slaan en ruimte reserveren om  de duwbakkenvloot overmatig te faciliteren. Hier zit ook duurzaamheidswinst”, aldus Smit.Lees ook: Eerste waterstoftankstation is een feitPoseidon neemt de zee overDe pilotfase van het project is inmiddels succesvol afgerond. Per 1 juni sluiten vier van de vijf grootste gebruikers van duwbakken zich bij het systeem aan. Hierdoor is straks 60 tot 70 procent van de duwbakken voorzien van een tracker. “Verder zijn we in gesprek met meerdere havens die hun interesse hebben getoond”, vertelt Smit. Niet alleen havens, ook de binnenvaart en brancheorganisaties hebben aangegeven enthousiast te zijn. Aangezien de trackers met GPS werken is het systeem geschikt om ook elders uitgerold te worden. “Het systeem is bewust zo opgezet dat andere partijen, met andere trackers, zich gemakkelijk op het platform kunnen aansluiten.”De haven ziet nog veel meer mogelijkheden met de trackers vertelt Smit: “Heel af en toe gebeurt het dat een duwbak losslaat waardoor een gevaarlijke situatie kan ontstaan. Met de trackers kunnen we dit soort ‘onverwachte’ bewegingen gelijk registreren, waarna er een alert verstuurd wordt. Zo kan een havendienst direct ingrijpen.”Smit denkt ook aan een meer logistieke toepassing, zoals ’s werelds grootste taxiplatform ook gebruikt. “Op basis van de locatie van duwbakken kunnen we straks ook de duwboot die het dichtst in de buurt ligt een seintje geven. Door de duwboot in te zetten met de kortste vaarroute, gaan we zo efficiënt mogelijk om met brandstof.”Duurzaamheidsstrategie Port of AmsterdamPort of Amsterdam is al langer bezig met het verduurzamen van de haven, waarbij het doel is om stap voor stap emissievrij te worden. “We verschuiven steeds meer van fossiele brandstoffen, naar duurzame alternatieven zoals zonne- en windenergie en natuurlijk waterstof”, vertelt Smit. “In 2030 moet de haven volledig steenkoolvrij zijn. Ook helpen we binnenvaart-ondernemers die hybride of elektrisch willen gaan varen over te stappen. We zijn druk bezig om hiervoor laadstations te ontwikkelen.” De haven zet ook steeds meer in op circulair, waarbij het een hotspot wil zijn van verschillende reststromen uit de stad en regio.Lees ook: hoe een haven de circulaire economie versneltDe volgende innovatiePort of Amsterdam is momenteel ook bezig met een efficiëntieslag op het spoor. “Samen met ProRail zijn we onze sporen aan het voorzien van sensoren en slimme camera’s. Hierdoor hebben we goederentreinen beter in beeld en kunnen we het havengebied beter benutten”, vertelt Smit. “Vroeger werden knelpunten in de infrastructuur opgelost door simpelweg meer spoor aan te leggen, met al het materiaalverbruik en aanlegkosten van dien. Met slimme technologieën kan de infrastructuur veel beter benut worden, waardoor er ook minder spoor aangelegd hoeft te worden. Wij stimuleren sowieso vervoer over water en spoor ten opzichte van over de weg. De vervoersprestatie per ton kilometer is bij vervoer over water en spoor veel beter en dus zuiniger dan over de weg. Dit soort ontwikkelingen dragen allemaal bij aan het doel van een duurzame slimme haven”, besluit Smit.Beeld: Port of Amsterdam