Mireille Derks
07 oktober 2025, 13:55

De stille crisis: waarom water dé investering van de toekomst is

Nederland ziet zichzelf graag als waterland. Van de grachten in Amsterdam tot de polders in het Groene Hart: water hoort bij ons landschap en ons zelfbeeld. We hebben zelfs drinkwater van wereldklasse, kraakhelder, zacht en zonder chloor. Juist dat succes maakt de crisis die onder de oppervlakte broeit, zo verraderlijk.

Water is dé investering van de toekomst. | Credits: Wetsus - Marleen Annema

Cees Buisman, WetsusDat schone drinkwater komt er niet vanzelf. ‘Achter de kraan gaan steeds agressievere zuiveringsmethoden schuil’, zegt waterexpert Cees Buisman. Nodig om een groeiende cocktail van meststoffen, medicijnresten en PFAS uit het water te halen. Buisman is wetenschappelijk directeur van Wetsus – het Europese centrum voor duurzame watertechnologie – en hoogleraar biologische kringlooptechnologie aan Wageningen University & Research.

Terwijl politiek en bedrijfsleven zich druk maken over stikstof en energie, dreigt water de volgende crisis te worden. Een crisis die raakt aan onze gezondheid, economie en leefomgeving. Dat vraagt om iets wat tot nu toe ontbrak: grootschalige innovatie én investeerders die voor de lange termijn durven te kiezen.

Nederland waterland?

Recent onderzoek van de Volkskrant naar de Nederlandse waterkwaliteit toonde confronterende beelden: industriegebieden waar ogenschijnlijk helder water geen leven meer bevat, sloten die groen uitslaan van de algen door uitgespoelde mest, en stadssingels die onder een deken van kroos en plastic verdwijnen. Het zijn geen uitzonderingen: 99 procent van ons oppervlaktewater voldoet niet aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). In 2027 worden die normen juridisch bindend.

Internationaal geldt Nederland als hét waterland. Geroemd om zijn deltawerken en kennis van watermanagement. Juist daarom is de realiteit zo onthutsend. ‘Nederland is het vieste plekje van Europa,’ zegt Buisman. ‘De meeste industrie, landbouw en verkeer per vierkante meter, én we liggen ook nog eens op het afvoerpuntje van de Europese rivieren.’
Zelfs ons drinkwater staat onder druk. Buisman legt het beeldend uit: ‘Mijn filosofie is altijd: hoe natuurlijker je dingen houdt, hoe gezonder het is. Als drinkwater straks uit de chemische fabriek moet komen, kun je je voorstellen dat het niet meer zijn natuurlijke vitaliteit heeft.’

Op bestuurlijk niveau dreigt bovendien een herhaling van de stikstofcrisis: vergunningen die vastlopen, rechtszaken tegen de overheid. ‘Juridische procedures worden exact hetzelfde’, zegt Buisman. ‘Tranentrekkend voor wetenschappers dat er de afgelopen veertig jaar nauwelijks iets is gebeurd.’

Onzichtbare vervuiling, zichtbare gevolgen

De watercrisis manifesteert zich op verschillende fronten. Vaak buiten het zicht van burgers. PFAS, de beruchte ‘forever chemicals’, breken nauwelijks af en hopen zich op in het menselijk lichaam. ‘Dat is weer het nieuwste lootje aan de tak’, zegt Buisman. ‘Daar moet je zó agressief het water gaan zuiveren, dat we eigenlijk nog niet weten hoe we dat op grote schaal moeten doen.’

Medicijnresten vormen een tweede probleem: alles wat via het toilet verdwijnt – van pijnstillers tot hormonen – belandt uiteindelijk in het oppervlaktewater. En dan is er de klassieke vervuiling uit de landbouw: stikstof, fosfaten en pesticiden die via het fijnmazige polderstelsel onvermijdelijk in meren en rivieren terechtkomen.

Van voorsprong naar achterstand

Nederland profileert zich graag als waterland, maar in 1970 werd pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar die reputatie is. De Rijn was zuurstofloos, vrijwel alle vissen stierven. De schok leidde tot de Wet Waterverontreiniging en maakte Nederland jarenlang toonaangevend in waterzuivering.

Die voorsprong is inmiddels verdwenen. Naast vervuiling gaat het nu ook om schaarste. ‘In Twente wordt grondwater opgepompt dat eigenlijk verboden is. In de Flevopolder krijgen bedrijven geen drinkwateraansluiting meer. Ook de bouw van een miljoen nieuwe woningen staat onder druk: drinkwaterbedrijven waarschuwen dat de watervoorziening voor die woningen onzeker is’, aldus Buisman.

Momentum: vroeg in water

‘Het momentum is nú,’ zegt Momentum Global Ventures. ‘Kennis, maatschappij, wetenschap en bedrijven komen samen, het is duidelijk welke richting we op moeten.’ Al in 2008 koos de impact investeerder bewust voor watertechnologie, mede geïnspireerd door belegger Michael Burry die na het voorspellen van de kredietcrisis alleen nog in water stapte.

Momentum investeert altijd met ‘skin in the game’: eigen kapitaal naast dat van co-investeerders. De selectie van investeringen gaat langs drie brillen: relationeel (kunnen we het team vertrouwen, worden ze warm aanbevolen?), rationeel (kloppen markt en technologie?) en AI (met welk oordeel komt AI, wat zien we over het hoofd en passen ze zelf AI toe?).

Een voorbeeld is het Amerikaanse Sudoc, dat natuurvriendelijke chemie ontwikkelt. Hun technologie breekt hardnekkige vervuiling af zonder agressieve middelen: precies wat nodig is bij bijvoorbeeld de verwijdering van medicijnresten en het reinigen van (industrieel) afvalwater.

Technologie zoekt schaal

Waar problemen zijn, ontstaan ook kansen voor innovatie. Nederland telt duizenden watertechbedrijven die oplossingen ontwikkelen. ‘Het aantal scenario’s dat je kunt kiezen is enorm,’ zegt Buisman. Voor rioolwaterzuivering onderscheidt hij drie hoofdstrategieën: energie terugwinnen, water zo schoon mogelijk maken of grondstoffen uit afvalwater herwinnen.’

Juist in die veelheid schuilt de uitdaging. Het probleem zit niet in de innovatie zelf, maar in de opschaling. ‘Bij Wetsus focussen we alleen op schaalbare technologie’, benadrukt Buisman. Maar schaalbare oplossingen vragen ook tijd: vaak tien jaar of langer voordat er genoeg praktijkproeven en demo-installaties zijn om in aanbestedingen meegenomen te worden.

Deze lange doorlooptijden botsen met de urgentie van het probleem. Overheidssubsidies richten zich vooral op de vroege fases, niet op de kapitaalintensieve opschaling. Buisman: ‘Daarom zijn we zo blij met Uppwater, het Groeifondsproject van de watersector, waar ook in pilot schaal en commerciële schaal in installaties geïnvesteerd mag worden, vrij uniek voor subsidie. Ook ontstaat er een investeringskans die private partijen kunnen benutten.’

Regelgeving als katalysator

Wat de watertransitie versnelt, is regelgeving die steeds strenger wordt. De EU verplicht lidstaten medicijnresten uit water te verwijderen en scherpt de PFAS-normen aan. Voor beide geldt dat bestaande zuiveringsinstallaties niet zijn toegerust om ze grootschalig te verwijderen, waardoor nieuwe technologieën noodzakelijk worden.

In 2027 wordt de Kaderrichtlijn Water juridisch afdwingbaar. ‘Regelgeving is vaak de drijvende kracht achter innovaties,’ zegt Buisman. Zodra bedrijven hun vergunning dreigen te verliezen, komt besluitvorming ineens in een stroomversnelling.

Zo’n ‘customer in pain’-situatie creëert plotseling een markt voor bedrijven met bewezen oplossingen. Wie klaarstaat met technologie voor PFAS-verwijdering of medicijnresten, vindt ineens een markt die haast heeft en bereid is te investeren.

Impactinvesteerders ontdekken water

Dat investeringsgat trekt een nieuwe generatie vermogenden aan die langetermijnwaarde willen creëren én maatschappelijke problemen willen oplossen. ‘Als er nu één gebied is voor impactinvesteerders, dan is het wel water,’ zegt Buisman. ‘Zonder water is er niks, geen economie, geen leven, geen landbouw.’

De markt is stabiel en voorspelbaar. Buisman: ‘Je weet van tevoren dat de markt beperkt is tot het water dat we gebruiken. Hij groeit alleen mee met economie en bevolking, maar hij zal er altijd zijn.’ Juist dat maakt de sector aantrekkelijk voor investeerders die zekerheid zoeken. ‘In de kredietcrisis, toen alles kromp, groeide de watersector door, nauwelijks gevoelig voor conjunctuur,’ aldus Buisman.

Tegelijk moeten investeerders realistisch blijven. ‘Welke watertechnologie-ondernemers zijn miljardair geworden? Die zijn er dus niet,’ zegt hij. Daarom spreekt hij liever van ‘water-unicorns’: bedrijven die misschien geen miljard waard zijn, maar wel systemische impact realiseren. Voor water-unicorns, stelt Paul O’ Challaghan als gangbare maat: minimaal 1000 referenties in meerdere landen. Voor dit type investeerders telt maatschappelijke waarde net zo zwaar als financieel rendement. Gezondheid, van henzelf en hun kinderen, vormt vaak de belangrijkste drijfveer.

Lees ook:

Waarom impact investing meer is dan een label op je jaarverslag

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Momentum Global Ventures. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Dankzij stroom van de buren is in Europa drie keer een blackout voorkomen: hoe zit dat?

Liefst 55 procent van het Europese stroomnet heeft beperkte opties om stroom te importeren. Dat vergroot de kans op black-outs, stelt de energiedenktank Ember in een analyse. De afgelopen vijf jaar zijn drie grote black-outs in Europa voorkomen door extra import van stroom uit buurlanden.Het gaat daarbij om zogenoemde interconnectoren. Dat zijn grensoverschrijdende verbindingen in het hoogspanningsnetwerk. Als het stroomaanbod in een land plots drastisch daalt door de uitval van energiecentrales, kunnen landen gebruikmaken van die verbinding. Maar ook als andere landen een stroomoverschot hebben en import daarmee goedkoper wordt. Interconnectoren verhogen dus de leveringszekerheid en verlagen de stroomprijs.'Interconnectie is een goedkope manier om duurzame energie te integreren', voegt Laurens de Vries, hoogleraar complexe energietransities aan de TU Delft, toe. 'Naarmate de energietransitie vordert, wordt het steeds belangrijker om tekorten en overschotten aan energie tussen landen uit te kunnen wisselen.'Meerdere Europese landen, zoals Portugal en Ierland, hebben weinig van zulke interconnectoren. Hoe zit dat met Nederland? Interconnectoren in Nederland Volgens Ember is de ondersteuning voor Nederland 'hoog'. Ons land heeft verbindingen met Duitsland, Groot-Brittannië, Denemarken en Noorwegen. Daarmee is ons importpotentieel ruim 30 procent. Dat is het percentage van de piekvraag dat uit het buitenland kan worden gehaald.[caption id="attachment_166256" align="aligncenter" width="900"] Het aantal interconnectoren en de importcapaciteit per land. Nederland staat vlak boven Griekenland. | Credits: Ember[/caption]Die 30 procent van de energievraag klinkt niet als veel, maar is relatief hoog. De kans dat we daadwerkelijk zo veel stroom moeten importeren als mogelijk, is namelijk klein. Dat betekent dat alle centrales tegelijk uit zouden vallen.Helemaal ondenkbaar is dat overigens niet, zegt Machiel Mulder. Mulder is hoogleraar energie-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij wijst op de situatie van Frankrijk. Daar werden vorige zomer meerdere kerncentrales stilgelegd vanwege een tekort aan koelwater. Frankrijk moest dus stroom importeren, maar heeft een lager importpotentieel dan Nederland. Stroom werd schaarser en daarmee ook duurder.Die stroomprijzen zijn ook het grootste risico voor Nederland. Met een importpercentage van 30 procent is de kans dat de stroom in het hele land stilvalt vrijwel nihil, maar we kunnen het wel merken in de energieprijzen.Omgekeerd vormen lagere energieprijzen van geïmporteerde stroom ook meteen het grootste voordeel van interconnectoren ten opzichte van bijvoorbeeld batterijen voor energieopslag. Mulder: 'Omdat Duitsland veel windenergie opwekt, kunnen wij dat in Nederland vaak tegen lage prijzen importeren. Dat zorgt voor gelijkere prijzen in buurlanden. Dat is belangrijk voor de economie.' Interconnectoren verkleinen bovendien de behoefte aan energieopslag en kunnen daarmee kosten besparen. Europees stroomnet Met onze interconnectoren en ons relatief hoge importpercentage zitten we in Nederland kortom gebakken. Of toch niet? Belangrijk om te weten is dat energiemarkten weliswaar per land functioneren, maar dat het hele Europese elektriciteitsnet wel aan elkaar gekoppeld is.'Op het continentale stroomnet moet de netfrequentie rond de 50 Hertz liggen. Daarvoor moeten vraag en aanbod van elektriciteit constant op elkaar worden afgestemd', legt Mulder uit. 'Als er in Bulgarije een spanningsverschil is en andere landen reageren niet, merken wij dat meteen in de kwaliteit van onze elektriciteit. Elektrische energie verplaatst zich razendsnel.'Een verstoring in een ander land mag alleen nooit leiden tot stroomuitval hier. Dat is geregeld in netcodes van de ENTSO-E: het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit. Capaciteit bijbouwen Om de leveringszekerheid te waarborgen zet Europa zich hard in voor de uitbreiding van de capaciteit van interconnectoren. Tussen 2024 en 2040 wordt die capaciteit naar verwachting verdubbeld, stelt Ember. Als alle geplande projecten op tijd afkomen kan die verwachting zelfs nog worden overstegen. Ook in Nederland bouwt netbeheerder Tennet aan de verbetering van interconnectoren.In de toekomst kunnen we dus steeds gemakkelijker leunen op andere landen als zij meer energiezekerheid hebben dan wij. De productiecapaciteit staat in Nederland immers onder druk door de uitfasering van kolen en het achterblijven van de opschaling van groene waterstof, benadrukt De Vries. Stroomimport kan een oplossing zijn. 'Maar als ook andere Europese landen een investeringstekort hebben, dan houdt het natuurlijk op.' Lees ook:Elke regio een eigen stroomprijs: oplossing tegen netcongestie of bron van ongelijkheid? Een slim stroomnet als oplossing voor netcongestie? Twee Nederlandse bedrijven staan al in de rij Bedrijf achter MyWheels wil netcongestie aanpakken: 'Je vergroot hiermee ook de waarde van elektrische deelauto'