Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is duidelijk: het doel om in 2030 een CO₂-reductie te realiseren van 55 procent is niet mogelijk zonder ‘serieuze economische pijn’ of ‘maatschappelijke weerstand’. Dat is precies wat we niet kunnen gebruiken, want we hebben zowel economische kracht als draagvlak nodig om de transitie tot een succes te maken.
De publicatie van de nieuwe Klimaat- en Energieverkenning van het Planbureau triggerde een stortvloed aan kritiek. Terecht, een overheid die zijn eigen klimaatwet niet naleeft, is juridisch kwetsbaar. Hallo Urgenda-vonnis!
Er waren ook relativerende geluiden. Want het Europese doel is weliswaar 55 procent reductie, maar ieder land heeft vanuit Brussel een eigen reductiepercentage meegekregen. Voor Nederland ligt de lat op 48 procent reductie.
Wat Europese doelstellingen betreft, is er volgend het PBL geen vuiltje aan de lucht, want die 48 procent halen we waarschijnlijk. De industrie en de energiesector vallen overigens onder het emissiehandelssysteem ETS, wat voor een steeds lagere CO₂-uitstoot zorgt, uitkomend op nul in 2040.
Grootste risico voor Nederland is vastlopen van de energietransitie
Maar er is wel degelijk een vuiltje aan de lucht. Twee zelfs. In de eerste plaats doemt er een klein vervelend wolkje op. In de Nederlandse klimaatwet staat namelijk een reductiedoel van 55 procent opgenomen, geen 48 procent. Dat wolkje kan overdrijven, want een nieuw kabinet kan de wet simpelweg aanpassen.
Als het CDA van Henri Bontenbal in de coalitie komt, wat niet ondenkbaar is, dan zou dat ook weleens kunnen gebeuren. In het verkiezingsprogramma van die partij staat namelijk dat de klimaatwet moet worden aangepast aan de Europese doelstellingen.
Er dient zich echter ook een grote donderwolk aan, die zich niet met een simpele bureaucratische pennenstreek van de horizon laat verdrijven. De energietransitie komt tot stilstand vanwege hoge energiekosten, netcongestie, zwabberend overheidsbeleid en stikstofproblemen. Als dat niet wordt opgelost, gaan bedrijven weg.
Meer wind op zee heeft weinig zin zonder elektrificatie van de industrie
Leuk dat er op Prinsjesdag extra geld is uitgetrokken voor wind op zee, maar als de industrie niet elektrificeert, is er geen markt voor de extra windstroom. Ondertussen zien ook huishoudens hun energierekening stijgen en vrezen vakbonden voor banen in sectoren die nog afhankelijk zijn van fossiele energie.
Eigenlijk is het vreemd dat de energietransitie vastloopt, want alle partijen hebben er belang bij dat de transitie wél slaagt. Bedrijven willen zekerheid voor hun investeringen over tien, vijftien jaar. Vakbonden willen toekomstbestendige en goedbetaalde werkgelegenheid. Energiebedrijven willen duurzame businessmodellen, geen onzekere subsidiegolven.
Polderakkoord van onderop, als de politiek het laat afweten
Wat Nederland nodig heeft, is een groots polderakkoord voor de economie van 2050. Geen haastklus, maar een solide langetermijnstrategie. Als de politiek het initiatief niet neemt, dan kunnen anderen dat toch doen? Een brede coalitie van werkgevers, vakbonden, energiebedrijven en maatschappelijke organisaties moeten de handen ineen slaan en zoeken naar een gedeeld perspectief.
Nederland heeft dit eerder gedaan. Het fameuze Akkoord van Wassenaar uit 1982 redde de economie toen de situatie uitzichtloos was. Vakbonden accepteerden loonmatiging en werkgevers gingen akkoord met arbeidstijdverkorting. Daardoor kreeg de economie een impuls en werd de werkeloosheid bestreden. Iedereen deed water bij de wijn, maar na verloop van tijd was iedereen beter af. Het poldermodel ontstond niet uit idealisme, maar uit noodzaak.
Deltaplan 2.0 moet bestand zijn tegen waan van de dag
Richt een uitvoeringsorganisatie op, net als in de jaren ‘80 de Stichting van de Arbeid, en breng partijen aan tafel. Geef die nieuwe club mandaat om investeringsagenda’s af te stemmen, omscholingstrajecten op te zetten en infrastructuurplannen te coördineren. Maak er een Deltaplan 2.0 van.
De politiek zal graag aanhaken op een breed gedragen akkoord. Een nieuw Deltaplan moet een groot publiek project worden dat vele kabinetten meegaat en bestand is tegen de politieke waan van de dag, omdat het overkoepelend belang evident is voor allen: klimaat, werkgelegenheid en welvaart.
De energietransitie is te belangrijk om te laten ontsporen door onhaalbare kortetermijndoelen. Laat het doel van 2030 varen, die kans is verkeken, maar de strijd is niet verloren. Het is tijd dat de polder doet waar het goed in is: samen een pad uitstippelen naar een doel dat iedereen kan omarmen.
Een naïef idee? Misschien wel, maar er moet iets gebeuren. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.




