Hannah van der Korput
01 maart 2024, 12:00

De (on)zin van duurzame pop-up restaurants

De Vegetarische Slager deed het al in Rotterdam, Valess in Amsterdam en binnenkort opent Vegan Zeastar een pop-up restaurant in Den Haag. Zorgt zo’n tijdelijk initiatief voor blijvende impact?

Vlees Centraal Marketing Report De Vegetarische Slager opende voor zes weken een zaak op Rotterdam Centraal. | Credits: De Vegetarische Slager

“Pop-ups zijn een belangrijke trend, vooral in de foodservice branche“, zegt Marlene Vock. Ze is gespecialiseerd in marketing en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. “Het tijdelijke karakter maakt het voor ondernemers een goede manier om zaken uit te proberen. Hierbij kun je denken aan het menu, de locatie en de aankleding.”

Vis- en vleesalternatieven

Ook duurzame merken hebben de pop-ups ontdekt. In de zaken staan vegetarische en plantaardige gerechten op de kaart. Zijn vis- en vleesalternatieven geschikt om te serveren? Vock schat in van wel. “Smaak is de grootste barrière als het gaat om het accepteren van plantaardig voedsel. Is het niet lekker, dan eten we het niet. In restaurants wordt het eten bereid door professionele chefs. Dat maakt dat zij, met hun expertise, een grote bijdrage kunnen leveren aan de smaak. Als gasten het proeven en ze zijn positief verrast, is de kans aanwezig dat ze dat specifieke product nog een keer kopen. Ze hebben er al een goede smaakervaring mee gehad.”

Bovendien denkt ze dat een nieuw restaurant en een nieuw product elkaar kunnen versterken. “Omdat een pop-up tijdelijk is, hangt er een zekere vorm van excitement omheen. Als daar plantaardige producten worden bereid die vernieuwend zijn, dan kan dat elkaar versterken. Dat is toch wat spannender dan de zoveelste wafelbar of pannenkoekenrestaurant.”

Doelgroep

Durk Bosma, marktonderzoeker gespecialiseerd in duurzame voeding, betwijfelt of dit horecaconcept een compleet nieuwe doelgroep aantrekt. “Ik vraag me af of mensen die normaliter vlees en vis eten over de drempel stappen om duurzamere alternatieven te proberen. Ik denk dat de drempel lager is wanneer potentiële gasten een product al kennen. Bij het zoveelste broodje rookworst komen mensen wel, is mijn verwachting. Maar of een pop-up geschikt is om mensen voor het eerst kennis te laten maken met een product, dat weet ik niet.”

Vock ziet dat anders. “Als mensen in een supermarkt niet actief op zoek zijn naar bijvoorbeeld vervangers voor vlees en vis, komen ze er niet makkelijk mee in aanraking. Het ligt vaak in een ander schap. Bij zo’n pop-up is dat anders. De Vegetarische Slager heeft tijdelijk een broodjeszaak gehad op Rotterdam Centraal. Op een centrale plek, zoals het station, komen genoeg mensen die niet de doelgroep zijn. Zij komen nu wel in aanraking met het merk. In die zin kan een pop-up op een strategische plek een toegankelijke manier zijn om producten te introduceren bij een nieuwe doelgroep.”

Leerschool

Bosma benadrukt dat een tijdelijk restaurant een goede leerschool is. “Het is een mooie manier om mensen kennis te laten maken met een product en om feedback te vragen. De meerwaarde van een restaurant is het directe contact en het feit dat een reactie meteen kan worden uitgevraagd. Vraag gasten dus vooral hoe het smaakt en of ze het lekker vinden.”

Zichtbaarheid

Vanuit marketingperspectief kan een pop-up gunstig zijn. Vock: “In de horeca gaat het niet om één specifiek product, maar om het totaalplaatje. Merken kunnen een beleving neerzetten die verdergaat dan puur een product. Gebeurt dat goed, dan gaan gasten dit delen op sociale media en genereert zo’n merk aandacht. Dit kan ook door in de media te komen met het nieuws dat er een nieuw restaurant opent. Dan is het feitelijk gratis reclame.”

Daar is Bosma het mee eens. “Als het doel is om media-aandacht te genereren, kan een tijdelijk restaurant helpen. Loopt het, dan kan een merk of product daar zeker een boost van krijgen.”

Voor bestaande merken kan het ook een manier zijn om het imago op te krikken. Vock neemt de fastfoodketen Burger King als voorbeeld. “Zij hebben verschillende pop-up zaken geopend in diverse landen. Alle zaken hadden een vleesvrij menu. Dat is opvallend, want bij de Burger King denk je nog vaak aan vlees. In dit geval is zo’n pop-up een manier om te laten zien: kijk, wij hebben ook vleesvrije producten. Daarbij is het een experiment. In een tijdelijk zaak kan een Burger King doen wat ze in hun reguliere restaurants wellicht niet durven. Het is een speelplaats, zogezegd.”

Nieuwe normaal

Vock is van mening dat vegetarische en plantaardige restaurants een positief effect hebben, of ze nu tijdelijk of permanent zijn. “De draai naar een duurzamer voedselsysteem is hard nodig. Het moet het nieuwe normaal worden. Dan helpt het als restaurants die zich daarop richten aanwezig zijn in het straatbeeld. Ik denk dat alleen die aanwezigheid al wat doet voor wat in onze perceptie normaal is. Hopelijk verandert zo de norm.”

Lees ook:

Water besparen én doneren aan goed doel als businesscase: Made Blue laat zien hoe dat kan

Een ondernemende stichting, zo noemt Made Blue zichzelf. Oprichters Machiel van Dooren, Frank van der Tang en Robin Pot hadden ieder al ervaring met duurzaam ondernemen toen ze in 2014 de handen ineen sloegen. Met Made Blue willen ze ondernemerschap en goed doen combineren. “Wat ons onderscheidt van andere goede doelen is dat al onze donateurs bedrijven zijn. Daar focussen we ons op. We werken ook niet met subsidies van overheden”, zegt Van Dooren. “We hebben allemaal een bedrijfskundige achtergrond. We willen onze kennis inzetten om de wereld een beetje mooier te maken. Door te ondernemen kun je een groot verschil maken in de wereld.” Schoon water is de basis De keuze voor water was snel gemaakt. In deze wereld hebben ruim 771 miljoen mensen geen toegang tot schoon drinkwater. Die mensen - meestal vrouwen en kinderen - lopen gemiddeld 6 kilometer per dag om water te halen. Tijd die ze niet kunnen besteden aan school, werk of gezin. Dat terwijl we hier in Nederland nog steeds veel water verspillen. “Schoon drinkwater is de basis voor een gezond en productief bestaan. Het scheelt zoveel ziektes en tijd. Mensen kunnen pas echt iets gaan opbouwen als ze toegang hebben tot schoon water en sanitaire voorzieningen”, zegt Van der Tang. Bespaard water elders uit de kraan De duurzame missie van Made Blue is tweeledig: water besparen in Nederland en goede doelen steunen in Afrika en Azië. Daar heeft de stichting een ideale businesscase voor ontwikkeld. “Wij zorgen ervoor dat het water dat bedrijven hier gebruiken, besparen of verkopen op een andere plek in de wereld uit de kraan komt”, stelt het tweetal. Niet letterlijk natuurlijk, maar indirect. In feite stimuleert Made Blue bedrijven hier om water te besparen. Een klein deel van het geld dat ze daarmee besparen maken ze als donatie over aan de stichting. 33 cent per duizend liter De stichting onderscheidt drie soorten donateurs. Tot de eerste categorie behoren bedrijven die hun kosten kunnen verlagen door water te besparen. Dat zijn met name schoonmaakbedrijven als CWS en hotelketens als Accor, InterContinental en Marriott. Made Blue vraagt per bespaarde duizend liter water (een kuub) een donatie van 33 cent. Voor dat bedrag kan de stichting in armere landen voor een kuub schoon drinkwater zorgen. Bedrijven verdienen al snel 1 euro per bespaarde kuub, hotels waar water verwarmd wordt om te douchen al snel 15 euro per kuub. Het grootste deel van die besparingen blijft dus in de zak van de bedrijven. Dat maakt dat ze structureel blijven doneren. Mooi verhaal en businesscase Made Blue helpt hotels hun gasten aan te moedigen om water te besparen, bijvoorbeeld door korter te douchen of de slimme toiletknop te gebruiken. “Zo kunnen hotels 100 liter water per overnachting besparen. Die 100 liter mag de gast weggeven aan een van onze waterprojecten via een QR-code. Dat kost hotels 5 cent, maar ze besparen minimaal 10 à 15 cent. Daar hebben hotels in heel Europa wel oren naar, want het is een mooi verhaal en tegelijk ook een businesscase”, zegt Van der Tang. Donatie per kopje koffie De tweede categorie bestaat uit andere bedrijven die veel water gebruiken, bijvoorbeeld in koffieautomaten en vending-machines, zoals Maas. Die kunnen niet minder koffie schenken, dus doneren ze per kopje koffie een klein bedrag van 0,00005 euro. Op honderden miljoenen liters koffie per jaar in heel het land telt dat aardig op. “Met elk kopje koffie drinkt dan iemand anders een glas water met je mee”, zegt Van Dooren. Dit programma heet ‘Een liter voor een liter’. Verschillende bedrijven en organisaties compenseren op die manier hun waterverbruik met een donatie voor schoon drinkwater in ontwikkelingslanden. Duizend keer zoveel water elders De derde categorie behelst de horeca. Made Blue vraagt restauranthouders te stoppen met het serveren van flessen bronwater en stimuleert ze om hun eigen water te tappen met een machine. Dat wordt vaak geserveerd in een 700 milliliter fles. Voor elke fles die geserveerd wordt doneren ze 23 cent aan Made Blue. Daarmee doneren ze in feite duizend keer zoveel schoon drinkwater elders in de wereld. In totaal heeft de stichting bijna 600 donateurs. Made Blue noemt ze ambassadeurs, omdat dankzij hun mond-tot-mondreclame steeds meer andere bedrijven zich aansluiten. Alle bedrijven kunnen op de website inzien welke impact ze hebben gemaakt en hoeveel mensen dankzij hen schoon drinkwater krijgen. Kijk hier wat Made Blue de afgelopen tien jaar heeft bereikt:Infrastructuur water betalen Met die donaties betaalt Made Blue de infrastructuur voor schoon drinkwater in landen waar dat niet direct voorhanden is. Bijvoorbeeld de diepe boringen naar water op 300 of 400 meter diepte, de putten, de kranen, het leggen van pijpleidingen en het bouwen van waterkiosken en toiletgebouwen. De stichting financiert projecten in diverse Afrikaanse landen als Oeganda, Tanzania en Ethiopië en in Aziatische landen als India, Nepal, Vietnam en Bangladesh. Door de bouw van die infrastructuur kregen de afgelopen tien jaar 250.000 mensen toegang tot in totaal 17 miljard liter schoon water. Doel is om over vijf jaar 70 miljard liter drinkwater beschikbaar te hebben gemaakt. Spaarpot vullen De stichting werkt lokaal samen met ngo’s als Simavi, World Vision of Amref. “Wij helpen hen met onze kennis en middelen opschalen en zetten daar dan onze ondernemende handtekening bij”, zegt Van Dooren. Wat dat betekent? Bij alle projecten betalen de gebruikers voor hun water. Daarmee wordt een spaarpot gevuld, waarmee projecten zelfstandig het onderhoud en eventuele uitbreiding kunnen financieren. Net zoals waterschappen dat in Nederland doen. “Water is een mensenrecht, maar dat wil niet zeggen dat het gratis is”, legt Van Dooren uit. Vliegwieleffect Op die manier ontstaan kleine, lokale drinkwaterbedrijven of netwerken, die minimaal tien tot twintig jaar meegaan en in die tijd genoeg verdienen voor nieuwe investeringen. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de projecten in Bangladesh. Van der Tang: “Daar worden met die spaarpot allemaal mini-waterbedrijven opgezet, die een klein beetje winst maken. Vanuit die winst financieren ze weer een nieuw waternetwerk. Zo krijg je een vliegwieleffect dat zichzelf kan uitbreiden. Dat is waar we naartoe willen, maar de allerarmsten zijn daar nog niet toe in staat en ook lokale overheden kunnen dat niet. Daar is nog een wereld van verschil te maken.”In Ethiopië voorzag Made Blue tien scholen van drinkwater en sanitaire voorzieningen.Water scholen ook voor buurtbewoners Bij eenzelfde soort project in Ethiopië voorzag Made Blue tien scholen van drinkwater en sanitaire voorzieningen. Bij elke school werden ook toiletunits en waterkiosken voor de buurtbewoners gebouwd, zodat uiteindelijk niet alleen de leerlingen, maar ook ruim 20.000 mensen uit de buurt profiteren van schoon water. De wijk betaalt mee aan die voorzieningen en koopt producten in de kiosk. “We bouwen zo een minionderneming, waardoor die school dit kan blijven doen en niet na drie maanden moet stoppen met onderhoud. Zo bereiken we met een relatief eenvoudige watervoorziening een heel grote groep mensen. Dat is de manier waarop we naar al onze projecten kijken”, zegt Van der Tang. Lees ook: Wat is waterschaarste en wat kunnen we ertegen doen?Nederlandse Hydraloop laat de wereld zijn water twee keer gebruikenWatercrisis te lijf door inzet gezuiverd rioolwater voor natuur, landbouw en drinkwaterWetenschappers maken met zonne-energie drinkwater van zeewater: 'Goedkoper dan kraanwater'