Hannah van der Korput
13 mei 2025, 13:00

De Ommezwaai: In al het supermarktgeweld stunt Jumbo niet meer met vlees

Supermarkt Jumbo stunt al een jaar niet meer met vlees en had destijds de primeur in Nederland. De hoop was dat andere retailers het voorbeeld zouden volgen, maar dat is nog altijd niet gebeurd.

Thumbnail Change Inc Ommezwaai Marjolein Menno Sinds Jumbo vers vlees niet meer afprijst, loopt de verkoop terug.

Tijdelijke aanbiedingen zoals hamburgers 1+1 gratis en kipfilet tweede halve prijs zijn bij Jumbo niet meer te vinden. De beslissing kreeg destijds veel aandacht en haalde het internationale nieuws. Hoe pakt de maatregel in de praktijk uit? Leidt het tot minder vleesverkoop en wat zijn de financiële gevolgen?

Meerdere knoppen

“Jumbo is een familiebedrijf. Dat maakt dat we extra rekening houden met de generatie van de toekomst”, zegt Marjolein Verkerk, hoofd MVO. “Daar handelen we ook naar: we hebben duurzaamheidsdoelen opgesteld en ons gecommitteerd aan het Science Based Target Initiative.”

Eén zo’n doelstelling is gericht op plantaardige voeding. Jumbo streeft naar een verkoop van 60 procent plantaardige eiwitten in 2030. De overige 40 procent moet dan bestaan uit duurzamere dierlijke producten. De verhoudingen zijn nu om en nabij omgekeerd. “Als supermarkt kunnen we aan verschillende knoppen draaien. Dat gebeurt ook. Zo hebben we getest met de positie in het schap: wat gebeurt er als we plantaardige alternatieven in het vleesschap leggen? Daarnaast hebben we de prijzen rechtgetrokken, waarbij klanten voor een huismerk vleesvervanger nooit meer betalen dan voor de vergelijkbare dierlijke variant. We zetten in op plantaardige kant-en-klaarmaaltijden en maken de recepten op de verspakketten vaker vleesloos. Er gebeurt een hoop. Tegelijkertijd merken we dat het niet snel genoeg gaat.”

Statement

Er moet duidelijk een tandje bij, aldus Verkerk. “Veel supermarkten maken werk van de eiwittransitie. Wat gaan wij nu als Jumbo doen om een extra stap te zetten en een voorbeeld te zijn?” Daaropvolgend besloot de supermarktketen te stoppen met vleespromoties. Een spannende keuze, erkent ze. “Vooraf is het moeilijk om in te schatten wat het effect gaat zijn, maar we wilden een duidelijk statement maken.”

De Ommezwaai

Dat verandering langzaam gaat, klopt niet altijd. In de serie De Ommezwaai belichten we organisaties die radicale keuzes maken en daardoor snel transformeren. Eerder schreven we over Boermarke uit Enschede: van oorsprong een zuivelbedrijf, nu produceert het uitsluitend plantaardige producten.

Dalende vleesverkoop en omzet

Sinds Jumbo vers vlees niet meer afprijst, loopt de verkoop terug. Dat heeft impact op de omzet, zegt Verkerk. “Dat hebben we ingecalculeerd en is geen ramp. Het gaat ons namelijk niet alleen om omzet, maar ook om duurzame impact maken. Het is natuurlijk wel lastig als je klanten verliest.”

Dat ziet collega Menno Wigtman gebeuren. Hij is verantwoordelijk voor de eiwittransitie binnen Jumbo. “Veel consumenten hebben toch het gevoel dat ze zonder tijdelijke aanbiedingen duurder uit zijn. Dat gevoel strookt niet met de werkelijkheid, maar die prijsprikkel zorgt er toch voor dat mensen hun vlees bij de concurrent halen. Als commerciële partij is dat natuurlijk niet wat we willen. Mijn oproep aan andere supermarkten luidt: volg ons voorbeeld en stop ook met vleespromoties. Dan krijgen we weer een eerlijk speelveld en veranderen we daadwerkelijk gedrag.”

“Dat we geen aanbiedingen meer hebben, wil niet zeggen dat klanten bij ons geen vlees meer kunnen kopen voor een goede prijs”, valt Verkerk bij. “Altijd lage prijzen vormen een belangrijk onderdeel van de Jumbo-formule. Onze filosofie is dat we in de basis lage prijzen hanteren. Dat maakt die extra aanbiedingen die mogelijk overconsumptie stimuleren niet echt nodig. De consument lijkt daar anders over te denken.”

Desondanks staan ze bij Jumbo nog altijd achter de keuze, zegt Wigtman. “Commercieel gezien hadden we het beter niet kunnen doen. Tegelijkertijd is het een bewuste steen in de vijver geweest. In alle eerlijkheid had ik verwacht dat ons voorbeeld zou worden opgevolgd door andere supermarkten. Dat is helaas vooralsnog niet het geval.”

Verruimen

De stuntstop geldt niet voor vleeswaren voor op brood, borrelhapjes en vlees dat in andere producten is verwerkt. Vlees verdwijnt ook niet uit de folders. Zou dat een volgende stap kunnen zijn? Voorlopig niet, zegt Verkerk. “We kijken met welke beslissing we de meeste impact kunnen maken binnen de investeringsruimte die er is. Momenteel hebben we te maken met moeilijke marktomstandigheden. In plaats van de stuntstop te verruimen, gaan we op meerdere vlakken aan de slag. We onderzoeken of we met productaanbod, kwaliteit en smaak ook gedragsverandering kunnen afdwingen.”

Hybride

Hybride producten vormen een onderdeel van de mix. “Kijk”, zegt Wigtman tijdens een rondje door de winkel in Utrecht Leidsche Rijn. Hij pakt een verpakking met twee hamburgers van het eigen merk uit het schap. “Hier zijn Nederlandse veldbonen aan toegevoegd. Dat doen we met veel artikelen: 65 procent van onze gemalen vleesproducten is hybride. Die verrijken we met plantaardige ingrediënten. Dat is duurzamer, gezonder en volgens ons testpanel minstens zo lekker. Zo nemen we doorsnee en vleesetende klanten onbewust mee in een meer plantaardig dieet. Zo maken we het voor klanten die vlees eten makkelijker om toch mee te gaan in een meer plantaardig dieet. Zij zijn nog altijd ruim in de meerderheid, waardoor we meer mensen bereiken dan wanneer we ons alleen op vegetarische en plantaardige consumenten zouden richten.”

Voor de klassieke vlees- en zuivelsector is de aanpak wennen. “We nemen onze leveranciers mee en leggen de nadruk op wat wél kan. Dat is een hoop. Mijn ervaring is dat het productinnovaties stimuleert”, zegt hij.

Innovatie

Die innovatie wil de supermarkt extra stimuleren met het Jumbo Impactfonds. Daarmee stelt de supermarkt jaarlijks een pot geld beschikbaar om initiatieven van huismerkleveranciers te financieren, legt Wigtman uit. Het doel is CO2-reductie. “Vaak heeft dat met productontwikkeling te maken, denk aan een nieuw product of een aanpassing in de receptuur. Soms gaat het om een verduurzaming van het productieproces, bijvoorbeeld dankzij schone energiebronnen. Een concrete innovatie uit het Impactfonds is een plantaardig glansmiddel (strijkmiddel). Dankzij die vondst zijn al onze broodbolletjes nu vrij van dierlijke gelatine. Ook onze tompoucen bevatten geen dierlijke gelatine meer.”

Verkerk: “Omdat we het doorvoeren in ruim 700 Jumbo-winkels is dat een mooie stap. Op productontwikkeling en innovatie is er al hartstikke veel mogelijk. Er spelen ook andere zaken: wie gaat erin investeren, hoe creëer je vraag en hoe presenteer je het aan de klant? Met het fonds willen we in ieder geval een drempel wegnemen als het gaat om investeringen.”

Heilige graal

Volgens Verkerk bestaat er geen heilige graal om verduurzaming af te dwingen. “Het is acteren op verschillende vlakken. We krijgen gelukkig steeds meer inzicht in het effect van onze acties. We komen er langzaam maar zeker achter wat wel en niet werkt. In onze vernieuwde Jumbo Foodmarkt in Breda hebben we vorig jaar Green Grill gelanceerd. Dat is een versconcept waarmee we klanten willen inspireren om op een makkelijke en lekkere manier meer groenten te eten. Dat doen we ook met nieuwe productlijnen, zoals Smaakmakers. Die bestaat uit kruiden, oliën, boters en sauzen om groenten eenvoudig op smaak te brengen. En met onder andere Wageningen University & Research onderzoeken we hoe we consumenten vaker voor plantaardige kunnen laten kiezen.”

Green Grill in Jumbo Foodmarkt Breda. | Credit: Jumbo

“In klantgedrag zien we een toenemende interesse voor lokaal eten”, vult Wigtman aan. “De inkoop in onze versketens, neem vlees, zuivel en AGF (aardappel, groenten, fruit), gebeurt zo dichtbij mogelijk. Ruim 75 procent van die producten is voorzien van het Van Dichtbij-logo. Dat wil zeggen dat het van dichtbij komt, dus uit Nederland.”

Lopend naar het zuivelschap wijst Verkerk naar de plantaardige yoghurtvariaties van De Nieuwe Melkboer. Ook die komen van Nederlandse bodem en zijn recent opgenomen in het assortiment. Een ander voorbeeld zijn de ingevroren edamame boontjes. Die komen vrijwel altijd uit Azië, maar worden voor Jumbo in Flevoland geteeld. “In samenwerking met Nederlandse telers hebben we dit van de grond gekregen. Daarvoor zijn langetermijnsamenwerkingen nodig, zodat lokale boeren en telers verzekerd zijn van afzet en op kunnen schalen.”

Branche moet mee

Alle acties van Jumbo ten spijt: de supermarkt kan het niet alleen. De rest van de branche moet mee, zegt Wigtman. “Ik hoop dat andere retailers binnenkort ook stoppen met tijdelijke vleespromoties en van-voor-aanbiedingen. Ik kan me voorstellen dat een deel van onze klanten vanwege onze stop hun boodschappen nu ergens anders doet. Dat zou niet moeten, want uiteindelijk streven we naar hetzelfde doel. Hoe meer producten hybride en plantaardig zijn, hoe normaler het wordt. Ik hoop echt dat onze collega’s met ons op die trein stappen.”

Daar is Verkerk het mee eens. “Afprijzingen van rund, varken en kip kunnen aanzetten tot overmatige consumptie. Willen we dat veranderen, dan moeten we als branche gezamenlijk zeggen: daar stoppen we mee. Maar daar een gezamenlijke afspraak over maken, is niet mogelijk, want als markt mag je vanuit de ACM en het mededingingsrecht geen onderlinge prijsafspraken. De enige manier is elkaars goede voorbeeld opvolgen.”

Tot nu toe gebeurt dat nog te weinig, vindt ze. “Dat komt omdat het een competitieve markt is. Er is zeker onderling contact, bijvoorbeeld via de branchevereniging, maar in veel gevallen wint de concurrentie het van samenwerking. Toch houden supermarkten elkaar in de gaten. We inspireren en leren van elkaar. Dat is goed. Hopelijk leidt het ertoe dat retailers zich op het gebied van duurzaamheid aan elkaar optrekken.”

Wigtman: “Uiteindelijk moeten we het consumentengedrag veranderen en dat kan alleen maar met elkaar. Inspanningen van alleen Jumbo, Lidl of Albert Heijn: dat werkt niet.”

Lees ook:

Spaans klimaat rukt op naar Nederland: knappe koppen uit Wageningen helpen boeren om zich aan te passen

Nederlandse zomers worden steeds warmer en droger, winters juist warmer en natter. Deze lente worden volgens het KNMI weer allerlei droogterecords gebroken. En als het dan regent zijn het hevige, korte stortbuien. Dat zien ze ook bij de WUR. Dit gaat de komende jaren steeds grotere gevolgen hebben voor de landbouw. Droogte leidt tot opbrengstverlies of zelfs misoogsten. Hagel- en stortbuien beschadigen gewassen. Om in de toekomst te kunnen blijven bestaan moeten boeren nadenken wat de impact van klimaatverandering is op hun bedrijf, stellen Emma Knol, onderzoeker klimaat & bedrijf bij de WUR, en haar collega, research manager Herman Schoorlemmer. Extremer weer raakt landbouw “We zien dat het de ene keer heel droog is, zoals dit voorjaar, terwijl het twee jaar geleden veel te nat was. De extremen komen steeds frequenter voor, steeds sneller achter elkaar. De uitdaging is hoe je daar mee omgaat”, zegt Knol. De andere trend is de stijging van de zeespiegel in combinatie met droogte, waardoor grondwater en rivierwater steeds zouter worden. “Dat speelt niet alleen in de kustprovincies”, zegt Schoorlemmer. “In delen van Flevoland bijvoorbeeld kunnen boeren geen gebruik maken van het diepere grondwater omdat dat te zout is om mee te beregenen.”Als gevolg hiervan schuift de uienteelt op van west naar oost. “Uien zijn gevoelig voor zout en zijn daardoor in delen van de kustprovincies lastiger te telen”, zegt Knol. Wat als er geen water meer is? Andere gewassen die in diverse groeistadia gevoelig zijn voor droogte zijn bijvoorbeeld aardappelen, mais, prei of peen. Bij gewassen die op zandgronden worden geteeld, is het droogteprobleem vaak groter, omdat het water sneller wegloopt in de bodem. Zolang er nog beregend kan worden, hoeven boeren die gewassen nog niet te vervangen door andere. Knol: “Maar het is belangrijk dat je als boer nu al nadenkt over de vraag: wat als er straks geen water meer is? Kan ik dit gewas nog wel telen of moet ik iets anders bedenken? Tot dusver ging het nog goed tijdens de droge perioden, maar we verwachten dat het in de toekomst extremer en dus lastiger zal zijn.” Spanje als voorland In Zuid-Europa is de opwarming en groeiende droogte al langer aan de gang. Daarom kijken de wetenschappers van de WUR hoe boeren daar met klimaatverandering omgaan. “Dat kan een voorbeeld voor ons zijn. Ook komt het klimaat dat daar heerst deze kant op. Wij vragen ons af: stel dat we in Nederland het klimaat van Spanje krijgen, wat moeten we dan doen?”, zegt Knol. Ziekten en plagen In een rapport van de WUR over de toekomstige risico’s van het klimaat, dat deze zomer uitkomt, blijkt dat de impact van klimaatverandering op de landbouw alleen maar groter zal worden. Knol: “Wij zien in de scenario’s van het KNMI dat de droogte in de zomer extremer wordt. Ook als het regent wordt het extremer. De winter wordt natter en wat warmer. Dat heeft ook effect op ziekten en plagen.”Een gevaar van warmere winters is bijvoorbeeld dat aardappels die achterblijven op het land niet meer bevriezen. Schoorlemmer: “Dat heeft gevolgen voor de gewasbescherming. Dan kunnen allerlei schimmels overleven en krijg je ziekten in de bodem met impact op de volgende teelt.” Herman Schoorlemmer en Emma Knol van de WUR helpen boeren om zich aan te passen aan klimaatverandering Klimaatstresstest De WUR heeft allerlei onderzoeken, programma’s en projecten lopen om boeren te helpen om hun bedrijf op tijd aan te passen aan het veranderende klimaat. Het meest concreet is de Klimaatstresstest, een tool die boeren op bedrijfsniveau inzicht geeft in de risico’s en impact van klimaatverandering. Simpel gezegd voert een boer het aantal hectare land en het type gewassen in dat hij wil verbouwen. Daarna laat de tool aan de hand van economische en klimatologische modellen zien wat de financiële gevolgen zijn als het klimaat in de toekomst verandert en hij desondanks geen maatregelen neemt. Vervolgens zien boeren mogelijke maatregelen die ze kunnen nemen om de impact van klimaatverandering te beperken“De tool laat zien wat het betekent voor de opbrengsten van jouw bedrijf als je nu niets aanpast en je bedrijf houdt zoals het nu is. Natuurlijk zullen boeren nooit niks doen. Die zijn continu bezig om zich aan te passen. Maar deze tool maakt ze bewust van klimaatverandering en geeft ze het inzicht dat ze echt stappen moeten gaan maken”, zegt Schoorlemmer. De tool wordt deze zomer in de praktijk getest en komt eind dit jaar beschikbaar. Allerlei financiële partijen en een branchevereniging als LTO werken eraan mee. Boerenstuwtjes Bij klimaatmaatregelen valt bijvoorbeeld te denken aan het telen van een groenbemester in de winter. Normaal ligt de akker dan braak. Een alternatief is dat boeren iets laten groeien, wat de bodem verbetert. Wortels in de grond voorkomen erosie en houden de bodem luchtiger. Het gehalte aan organische stof wordt groter, waardoor de bodem meer water kan vasthouden en beter bestand is tegen droogte en extreme weersomstandigheden in het voorjaar. Boeren kunnen ook denken aan andere vormen van beregening. Zo is druppelirrigatie veel efficiënter. Het verbruikt minder water en bereikt direct de wortel van de plant. Veel boeren experimenteren hier al mee. In overleg met waterschappen kunnen ze via boerenstuwtjes zelf hun waterpeil controleren en extra water vasthouden. Veel van die maatregelen worden in de praktijk getest bij de afdeling Open Teelten van de WUR in Lelystad. Slimme oplossingen delen In het Europese project Climate Farm Demo gaan 1.500 boerenbedrijven - waarvan 60 in Nederland – uit 27 landen met dit soort slimme maatregelen en oplossingen aan de slag. Deze demobedrijven vormen een Europees netwerk waarin ze hun kennis en ervaring delen. Ook organiseren ze demonstraties, bijvoorbeeld over watermanagement of bodembeheer, waarin ze praktijkoplossingen delen met andere boeren. Het project wil boeren laten zien wat ze kunnen verwachten, zodat ze zich voor kunnen bereiden. “Het zijn gewone boeren - akkerbouwers, veehouders, olijfboeren, druiventelers -, die allemaal bezig zijn met nieuwe dingen rondom klimaatadaptatie en -mitigatie”, zegt Schoorlemmer. “In de veehouderij gaat het bijvoorbeeld over mitigatie: hoe kun je je uitstoot van broeikasgassen verminderen? In de akkerbouw gaat het vooral om adaptatie. Hoe kan ik zorgen dat ik een boterham kan blijven verdienen onder de veranderende omstandigheden?” Een bijeenkomst voor boeren die meedoen aan het project Climate Farm Demo in Ierland Veel animo bij boeren In het project Climate Smart Advisors, waar de WUR ook bij betrokken is, gaan adviseurs bij de boeren langs om klimaatadviezen te geven. Doel is hen te mobiliseren om methoden voor klimaatadaptieve en -mitigerende landbouw toe te gaan passen. In juni start het project Climate Smart Research, waarbij op tien locaties in Europa verdiepend onderzoek naar klimaatadaptatie en -mitigatie wordt gedaan. De WUR is hierbij de projectcoördinator.De animo bij boeren om aan dit soort projecten mee te doen is groot. Knol: “De meeste boeren realiseren zich dat het weer het hen lastig maakt. Daarom moeten ze kijken naar alternatieven of wat ze op de langere termijn kunnen doen als dit vaker voorkomt.” Bij dat laatste komt de vraag aan de orde of ze misschien andere gewassen moeten gaan telen. Boeren in 2050 De hamvraag is dus of Nederlandse boeren in een veranderd klimaat kunnen overleven? Oftewel, hoe ziet de Nederlandse landbouw er in 2040 of in 2050 uit? “Daar hebben we ook een project voor, waarin we dat aan het uitzoeken zijn”, stellen de twee. Dat heet Klimaat- en water-robuuste land- en tuinbouw in 2050. Daarin worden diverse toekomstscenario’s voor klimaatbestendige landbouw verkend. Door deze scenario’s met praktijkpartijen vorm te geven, kan vervolgens worden nagedacht over de stappen die boeren, beleidsmakers en andere belanghebbenden moeten nemen om tot een klimaatbestendige landbouw te komenKnol: “We hebben nu aan de hand van enquêtes en interviews drie verschillende scenario’s uitgewerkt. Dan gaat het over de vraag: hoe zie jij de landbouw in de toekomst voor je? Die drie scenario’s willen we binnenkort gaan visualiseren.” Lees ook:Anders boeren: deze ondernemers doen het al, met succes Zoon zet levenswerk overleden vader door om met Waterboxx aarde te herbebossen Nederlandse start-up helpt boeren wereldwijd aan hogere opbrengst en gezondere bodem Bloemen besparen appelboeren bestrijdingsmiddelen en duizenden euro’s