André Oerlemans
24 mei 2024, 13:00

CSDDD definitief: bedrijven kunnen ogen niet meer sluiten voor mensenrechten- en milieuschendingen

Grote bedrijven kunnen niet langer hun ogen sluiten voor schendingen van mensenrechten, uitbuiting, kinderarbeid, milieuvervuiling of klimaatschade tijdens hun productie of door hun leveranciers en zakelijke relaties. Na het Europese Parlement hebben ook de EU-ministers de Corporate Sustainablity Due Diligence Directive (kortweg de CSDDD) goedgekeurd. Wat staat bedrijven te wachten en hoe moeten ze deze wet implementeren?

Fotomarina en kinderarbeid Marina d’Engelbronner-Kolff van ERM: "CSDDD moet eind maken aan kinderarbeid, milieuvervuiling en andere misstanden."

Zonnepanelen uit China die tot slaaf gemaakte Oeigoeren in elkaar zetten. Kleding uit Bangladesh of India die door kinderen is gemaakt. Kobalt of lithium voor smartphonebatterijen en elektrische auto’s uit Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse mijnen die de omgeving vervuilen. Windmolenparken in Mexico en Noorwegen die zonder inspraak van de inheemse bevolking worden gebouwd. Maar ook mensenhandel en uitbuiting in de Antwerpse haven of in de Nederlandse tuinbouw. Schendingen van mensenrechten en milieuvervuiling gebeuren niet alleen ver weg, maar ook dicht bij huis.

Veel schakels onduidelijk

“We leven in een complexe wereld”, zegt Marina d’Engelbronner-Kolff, Partner Human Rights & Social Performance bij duurzaamheidsconsultant ERM. “De grondstoffen en producten komen overal ter wereld vandaan. In de hele toeleveringsketen zitten heel veel stappen en schakels. Voor bedrijven is het een grote uitdaging om te weten wat er speelt in die hele keten en de juiste stappen te nemen.”

Inspanningsverplichting

Toch is dat precies wat de nieuwe CSDDD beoogt. Due diligence betekent vrij vertaald gepaste zorgvuldigheid. De wet verplicht bedrijven risico’s op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten en milieu in kaart te brengen en die vervolgens te stoppen, te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dat geldt voor de hele keten. Dus niet alleen voor de eigen bedrijfsactiviteiten maar ook voor de toeleveranciers en andere zakelijke relaties. Het gaat om het transparant maken van die risico’s en eventuele misstanden en het nemen van de juiste maatregelen. Bedrijven wordt niet gevraagd om daar een eind aan te maken, als ze dat al kunnen. “Dat is wel de uiteindelijke doelstelling, maar volgens de CSDDD hebben bedrijven een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting”, zegt D’Engelbronner.

Binnen vijf jaar invoeren

De nieuwe EU-richtlijn gaat gelden voor bedrijven die meer dan duizend werknemers in dienst hebben en jaarlijks meer dan 450 miljoen euro omzet draaien. In Nederland zijn dat 457 bedrijven en in Europa ruim 5.400. De richtlijn wordt in fases geïmplementeerd. Grotere bedrijven met meer dan 3.000 werknemers en 900 miljoen omzet moeten dat binnen vier jaar (2028) doen en bedrijven met 5.000 werknemers en 1,5 miljard omzet al binnen drie jaar (2027). Bedrijven met 1.000 werknemers en 450 miljoen omzet hebben tot 2029 de tijd. Lidstaten krijgen twee jaar de tijd om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. De EU gaat de implementatie monitoren en elk land krijgt een eigen toezichthouder. In Nederland zal dat waarschijnlijk de Autoriteit Consument en Markt (ACM) zijn. Die behandelt klachten, doet onderzoek en kan straks boetes opleggen tot 5 procent van de wereldwijde jaaromzet.

Samenwerking essentieel

D’Engelbronner erkent dat het voor een bedrijf moeilijk is een land als China te laten stoppen met het onderdrukken van Oeigoeren. Daarom hamert ze op samenwerken. Niet alleen binnen alle afdelingen van een bedrijf, maar ook met andere bedrijven, met de sector, met overheden en met ngo’s. Of met platforms als IDH, dat bedrijven en sectoren verenigt om internationaal duurzame handel te bedrijven. “Samenwerken is een heel erg belangrijk onderdeel van due diligence”, zegt ze. “Je verandert de markt niet zo snel. Nu komt bijvoorbeeld 90 procent van de zonnepanelen uit China. Weglopen is dan meestal geen optie. Het gaat erom dat je juist de situatie in die landen verbetert. Dat kun je beter doen door samen te werken. Niet alleen met bedrijven in Nederland, maar ook met bedrijven elders. En wellicht ook met financiële instellingen die als investeerder een waanzinnig effect hebben op bedrijven. Zo ontstaat er een sneeuwbaleffect.”

Eerst vrijwillig, nu verplicht

De richtlijnen van de CSDDD zijn niet nieuw. Ze zijn gebaseerd op de richtlijnen voor due diligence die de OESO al in 1976 opstelde voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Sinds 2011 refereren die ook aan mensenrechten in lijn met de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, die de Verenigde Naties toen vaststelden om bedrijven aan te sporen mensenrechten te respecteren. D’Engelbronner is er al sinds 2003 mee bezig, toen ze nog voor een ngo werkte. “Toen was verplichte wetgeving nog een stap te ver, dus was het vrijwillig”, zegt ze. “Wat je sindsdien hebt gezien is dat die richtlijnen veel andere wetgeving en standaarden hebben beïnvloed en door veel bedrijven zijn omarmd. Toch bleek dat vrijwillige niet genoeg te werken, dus is het belangrijk dat er nu een verplichting komt.”

Stappenplan

Ook voor ERM is de CSDDD niet nieuw. Het adviesbureau werkt vanuit mensenrechtenoptiek al jaren met bedrijven uit Nederland, Frankrijk, Duitsland en andere landen aan due diligence. Het helpt bedrijven de risico’s in kaart brengen en prioriteiten te stellen: wat moet je eerst doen? Naarmate de invoering van de nieuwe richtlijn dichterbij komt, melden zich meer bedrijven aan de balie. “We krijgen veel vragen van bedrijven. Wat moeten we hier nu mee? Wat houdt het in? Is het van toepassing voor ons? Wat gaat er allemaal gebeuren?” vertelt ze.

Om bedrijven daar inzicht in te geven, heeft ERM een speciale beleidsnota gepubliceerd over de richtlijn. Een informatiebrief over hoe de CSDDD in elkaar zit en welke stappen bedrijven moeten zetten om er aan te voldoen en de richtlijn te implementeren in hun beleid. Ook organiseert het events voor bedrijven, zoals rondtafelgesprekken, waarin het ervoor zorgt dat bedrijven met elkaar in gesprek gaan.

CSDDD en CSRD

Een vraag die daarbij vaak op tafel komt, is wat het verschil is tussen de CSDDD en die andere EU-richtlijn die begin dit jaar van kracht is geworden: de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Die verplicht bedrijven met meer dan 250 medewerkers en een jaaromzet van 50 miljoen euro om te rapporteren over hun impact op mens en milieu. D’Engelbronner: “Die vraag krijgen we heel vaak. Het simpele antwoord is: de CSRD gaat over het rapporteren en de CSDDD gaat over het doen. Je kunt niet rapporteren als je niet je huis op orde hebt. Het een kan niet zonder het ander. Het gaat uiteindelijk om de transparantie. Je kunt ook rapporteren dat je bezig bent je huis op orde te brengen en dat je uitdagingen ziet in de keten. Dan laat je wel zien dat je ermee bezig bent.”

Harmonisatie van wetgeving

ERM krijgt ook veel vragen van bedrijven die klagen over het woud aan wetgeving in de EU. De invoering van de CSDDD maakt het volgens haar allemaal wat duidelijker en inzichtelijker. “Dit is harmonisatie van wetgeving. Veel multinationale bedrijven komen naar ons toe en zeggen: het is zo lastig. In Frankrijk geldt dit en in Duitsland geldt dat. Dan komt dit er ook nog aan. Wat moeten we ermee? Voor bedrijven is dat ingewikkeld. Met de CSDDD is er nu één duidelijke wet voor heel de EU.”

Schoon milieu is ook mensenrecht

Verder is het belangrijk dat de wet zowel problemen met mensenrechten als met milieu en klimaat inzichtelijk wil maken. “We zien sociaal en milieu vaak als apart, maar milieueffecten hebben ook effect op de mens. Bijvoorbeeld als bossen weg worden gehaald. Het hangt allemaal met elkaar samen, dus is het belangrijk dat dit samen in wetgeving is gegoten”, zegt ze. Ze wijst erop dat de VN twee jaar geleden het recht op een schone, gezonde en duurzame leefomgeving
heeft erkend als een mensenrecht.

Mijnbouw voor belangrijke metalen en mineralen maakt vaak gebruik van kinderarbeid en vervuilt de omgeving. | Credit: Adobe Stock

Risico’s energietransitie

De slechte arbeidsomstandigheden, uitbuiting, schendingen van mensenrechten, natuurvernietiging, klimaatschade en milieuvervuiling – waar de CSDDD een eind aan wil maken – spelen zich niet alleen ver van Europa af. Ook dichter bij huis. Bijvoorbeeld in de energietransitie die Europa groener moet maken. D’Engelbronner: “Dat is goed voor het milieu, maar aan de sociale kant van het verhaal zitten er risico’s vanuit mensenrechtenperspectief in die keten. Dat zijn bijvoorbeeld de Oeigoeren in China die met dwangarbeid en slechte arbeidsomstandigheden zonnepanelen maken. Maar ook de mineralen en grondstoffen die uit de hele wereld komen. Bijvoorbeeld kobaltmijnen in Congo, waar kinderarbeid is en arbeidsomstandigheden slecht zijn.” Daarnaast weet ze dat dit soort mijnen milieuvervuiling veroorzaken.

Reputatieschade

Behalve een boete die 5 procent van hun jaaromzet kan zijn, lopen bedrijven die niet aan de richtlijn voldoen het gevaar dat actiegroepen en ngo’s een klacht indienen bij de nationale toezichthouder of rechtszaken aanspannen. De reputatieschade kan enorm zijn. In Noorwegen maken de Sami al jaren bezwaar tegen mijnbouw en windmolenparken in hun rendierweiden. Nog dichter bij huis werd een groot schandaal rond uitbuiting onthuld in de Antwerpse haven. In Nederland zijn de werkomstandigheden van buitenlandse werknemers in de tuinbouw vaak ondermaats. “We denken altijd: mensenrechtenschending is iets wat ver bij ons vandaan is. Maar er gebeuren ook dingen in België en Nederland, dus het is ook dichter bij huis”, zegt D’Engelbronner.

Mooi voorbeeld

Sectoren waar de ketens lang zijn en de risico’s dus groot, zijn onder meer de kledingindustrie, maar ook supermarkten. Zo komen de tomaten van Nederlandse supermarkten voor een groot deel uit Italië, waar de werkomstandigheden van seizoenarbeiders slecht kunnen zijn. “Dat zijn dingen waar we niet bij nadenken. Je gaat naar de supermarkt, koopt tomaten, soms biologisch, en denkt: dat zit wel goed. Maar als je dan kijkt naar de misstanden… Supermarkten werken daarin samen met andere partijen zoals de FNV en met overheden. Dat is een mooi voorbeeld van hoe je samen kunt werken. Supermarkten werken met lange ketens, dus die moeten eisen stellen aan hun toeleveranciers. Het gaat erom dat ze risico’s in kaart brengen en de juiste maatregelen nemen. Tomaten uit Italië betekent een risico. Dat betekent niet dat we gaan stoppen met tomaten uit Italië, want daar maak je het op die plek echt niet beter mee. Het betekent wel dat bedrijven de juiste stappen zetten om mensenrechten en milieu-issues aan te pakken.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Kan dit manifest de stilliggende aanleg van warmtenetten vlot trekken?

Tijdens het Warmtenetwerk Jaarcongres in Nieuwegein overhandigden Stichting Warmtenetwerk, Netbeheer Nederland en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) een manifest met tien voorstellen aan Caroline Kollau, directeur energiemarkt en plaatsvervangend directeur-generaal klimaat en energie bij het ministerie van EZK. Die voorstellen moeten de vastgelopen markt weer vlot trekken. Ze variëren van betere betaalbaarheid voor klanten en investeerders, betere verdeling van kosten en betere planning tot meer subsidie. Eigenlijk zou demissionair minister Rob Jetten van Energie en Klimaat het manifest in ontvangst nemen, maar hij was er niet. In de ogen van de commerciële bedrijven die warmtenetten aanleggen is hij de grote boosdoener. Versnelling nodig Dat zit zo. Jetten wil de aanleg van warmtenetten in Nederland versnellen met de nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening (WCW). In 2050 moeten alle Nederlandse woningen van het aardgas af zijn en warmtenetten spelen daarin een belangrijke rol. Zo’n collectief warmtenet – ook wel stadsverwarming genoemd – bestaat uit kilometers lange buizen en leidingen waardoor warm water stroomt. Dat verwarmt aangesloten huizen en bedrijven via een warmtewisselaar in de meterkast. Het water in het leidingnet wordt verwarmd met restwarmte van bedrijven, afvalverbrandingsovens, geothermie of andere bronnen. In 2030 moeten al een half miljoen bestaande woningen op een warmtenet aangesloten zijn, en in 2050 al 2,6 miljoen. Volgens een recente studie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zouden die aantallen nog veel hoger kunnen uitvallen tot wel 3,7 miljoen woningen, als het potentieel maximaal benut wordt. Anders zou het aantal op 1,4 miljoen blijven steken. Goedkoper In dichtbevolkte stadswijken zijn warmtenetten 30 procent goedkoper dan individuele warmtepompen en belasten ze het overvolle stroomnet niet, zo bleek onlangs uit onderzoek van bureau Berenschot, in opdracht van de NVDE, netbeheerder Stedin, Bouwend Nederland en Energie Beheer Nederland (EBN). Daarom zou er volgens die partijen meer subsidie voor op tafel moeten komen, zodat de tarieven voor burgers goedkoper worden en de aanleg voor bedrijven aantrekkelijker. Nu stelt de overheid via de Warmtenet Investeringssubsidie al 1 miljard euro uit het Klimaatfonds beschikbaar om de onrendabele top bij de aanleg te dekken. Daarnaast is er een waarborgfonds van 200 miljoen voor warmtenetten. Volgens de NVDE moeten subsidies er ook voor zorgen dat de tarieven voor de bewoners lager worden. Anders laten ze zich niet aansluiten op het net en nemen ze een warmtepomp. 90 procent ligt stil Juist daarom wil Jetten de warmtenetten verplicht in handen van de gemeenten geven. Zij kunnen consumenten beschermen tegen grote prijsverschillen of tariefstijgingen van commerciële aanbieders. Dat heeft tot nu toe averechts uitgepakt. Commerciële warmtebedrijven spreken van onteigening en weigeren nog te investeren in warmtemetten. Als ze geen eigenaar mogen zijn worden de bedrijfseconomische risico’s te groot. Vattenfall kondigde na het voorstel van Jetten aan geen nieuwe warmtenetten meer te gaan ontwikkelen. Onlangs trok de energieleverancier zich dan ook terug uit de onderhandelingen over het warmtenet in Amsterdam. Eneco trok onlangs de stekker uit een warmtenet in Utrecht. Uit een rondgang van Nieuwsuur blijkt dat momenteel 90 procent van de aanleg van warmtenetten in Nederland stil ligt.De aanleg van warmtenetten ligt in Nederland zo goed als stil.Wet aanpassen Het wetsvoorstel van Jetten moet nog goedgekeurd worden door de Tweede Kamer. Voordat die er over stemt, moest de Raad van State er eerst een advies over geven. Dat advies kwam pas in april dit jaar en is vrij kritisch op het meest heikele onderdeel: het verplichte publieke meerderheidsbelang, oftewel het eigendom van gemeenten. Het adviesorgaan van de regering betwijfelt of het effectief is en of het wel leidt tot lagere tarieven. Ook zou het wel eens in strijd kunnen zijn met EU-wetten. De Raad van State adviseert dan ook om de wet niet in te dienen bij de Tweede Kamer, voordat die is aangepast. Tien verbeterpunten Dat is een flinke steun in de rug van de commerciële partijen, maar in het manifest ‘Maak warmtenetten weer HOT!’ wordt er met geen woord over gerept. Dat gaat meer over de randvoorwaarden die nodig zijn om de aanleg weer aan de gang te krijgen. Dat kan als gemeenten ervoor kiezen om woningen duurzaam te verwarmen tegen de laagste kosten. Via een collectief warmtenet dus. Om het tarief laag te houden, is extra subsidie nodig. Ook moeten bewoners snel duidelijkheid krijgen, anders kiezen ze voor individuele oplossingen zoals een warmtepomp. Omdat ze het stroomnet minder belasten zouden woningen die aangesloten zijn op een warmtenet een lager vastrecht voor elektriciteit moeten betalen. Voor een goede planning moeten overheden, netbeheerders, woningbouwcorporaties en commerciële partijen meer samenwerken en gebruik maken van elkaars kennis. Aangesloten woningen moeten een beter energielabel krijgen. Uiteindelijk zou het rijk bij de warmtenetten dezelfde aanpak moeten volgen als bij de bouw van windparken op zee. Dus met garandeerde vergunningen, startsubsidies, elektriciteitsinfra en kavels om de risico’s te beperken. Snel duidelijkheid Volgens Ernst Japikse, voorzitter van de Stichting Warmtenetwerk kunnen collectieve warmtesystemen helpen om files op het elektriciteitsnet te voorkomen. “Daarom is het onder andere wél belangrijk dat zo snel mogelijk duidelijk wordt voor bewoners in welke wijken er de komende tien jaar warmtenetten zullen komen. Dit voorkomt dat ze onnodig op individuele warmteoplossingen overgaan, waardoor de uitrol van een warmtenet in de desbetreffende wijk minder kansrijk wordt. Daarvoor moet je ook zorgen voor een eerlijkere verdeling van kosten voor gebruikers over de diverse energienetten”, zegt hij. Lees ook: Tweede Kamer en branche luiden noodklok over stilvallen aanleg warmtenettenHoe bedrijven ondanks dreigende onteigening warmtenetten kunnen aanleggenMoet de overheid kiezen tussen warmtepompen en warmtenetten?Dordrecht claimt eerste gasloze warmtenet van Nederland