Sebastian Maks
05 november 2024, 15:45

COP16 was de langste biodiversiteitstop ooit, maar grote doorbraken bleven uit: ‘Heel onverstandig’

De zestiende biodiversiteitstop van de Verenigde Naties is ten einde. Het werd de langste biodiversiteits-COP ooit. Diep in blessuretijd moest het Colombiaanse presidentschap afhameren zonder afspraken te hebben bereikt op enkele cruciale thema’s. Toch konden er ook kleine successen worden gevierd.

Getty Images 2180052763 COP16-president Susanna Muhamad aan het woord tijdens de top in Cali, Colombia. | Credits: Getty Images

In de Colombiaanse stad Cali vond de afgelopen twee weken COP16 plaats, de zestiende editie van de biodiversiteitstop van de VN. De top behoort tot een reeks tweejaarlijkse bijeenkomsten die specifiek gericht is op het behouden van natuurlijke systemen en het herstellen van biodiversiteitsverlies. De vorige editie (COP15) vond plaats in 2022, in de Canadese stad Montreal.

Toen werd het Global Biodiversity Framework (GBF) opgericht, een set afspraken die de boeken ingegaan is als het ‘Parijsakkoord voor de natuur’. Een belangrijk onderdeel van het GBF is de doelstelling om voor 2030 minimaal 30 procent van het wereldwijde land- en wateroppervlak te beschermen. VN-lidstaten hebben inmiddels twee jaar de tijd gehad om actieplannen op te stellen om dat doel te halen: de zogeheten National Biodiversity Strategies and Action Plans (NBSAP’s). Met die plannen konden de lidstaten dan tijdens de top in Colombia verder aan de slag, was het idee.

Veel op het spel

Dat vormde dan ook het eerste grote agendapunt van COP16: het concretiseren van de in 2022 gesloten afspraken. Ook de financiering van natuurbehoud stond dikgedrukt op de agenda. Twee jaar geleden werd afgesproken om vanaf 2030 jaarlijks minimaal 200 miljard dollar (ruim 180 miljard euro) te verzamelen, waarvan 30 miljard dollar (ruim 27 miljard euro) afkomstig van welvarende economieën. Vanaf 2025 moeten die jaarlijks al zo’n 18 miljard euro gaan betalen.

Volgens Roel Nozeman, biodiversiteit-expert bij ASN Bank, verschilde de top in Cali merkbaar met eerdere edities. “Tijdens COP14, gehouden in Egypte, waren er nauwelijks bedrijven of financiële instellingen aanwezig. In Montreal waren dat er al meer, en dit jaar was de betrokkenheid van die sectoren nog veel groter. Het is natuurlijk gissen, maar ik denk dat dat komt omdat bedrijven en financiële instellingen goed inzien dat het huidige systeem niet houdbaar is en dat er een sterk overheidsbeleid nodig is voor verandering.”

Geen plannen

In het licht van de twee grootste kwesties lijkt hun aanwezigheid echter weinig te hebben opgeleverd. Het lukte COP16-president Susanna Muhamad namelijk niet om op beide thema’s (het concretiseren van actieplannen en het op gang brengen van financieringsstromen) voortgang te boeken.

Allereerst hadden weinig landen zich gehouden aan de afspraak om actieplannen op te stellen; slechts een handvol lidstaten had dit voorafgaand aan COP16 gedaan. Enkele tientallen landen, waaronder Nederland, dienden tijdens de top zelf nog plannen in. Uiteindelijk kon het presidentschap een magere 44 plannen turven, van de in totaal 196 aangesloten lidstaten. Ontbrekende landen gaven onder andere aan dat twee jaar niet genoeg was om de actieplannen af te stemmen met alle betrokken partijen, en dat politieke wisselingen het opstellen van plannen bemoeilijkten.

Door het ontbreken van zo veel NBSAP’s was het voor het Colombiaanse presidentschap nagenoeg onmogelijk om de volgende stap te zetten. Het bleef dan ook bij een oproep aan lidstaten om alsnog ‘zo snel mogelijk’ iets in te dienen. Een concrete deadline kon Muhamad hierbij niet geven.

Roel Nozeman, biodiversiteit-expert bij ASN Bank, was aanwezig bij COP16 in Cali.

Geen mondiaal fonds

Ook de financieringsvlam doofde in Cali langzaam uit. De slotgesprekken van COP16 liepen zo ver in de blessuretijd dat aanwezigen de zaal moesten verlaten, naar eigen zeggen om vluchten naar hun thuisland te halen. Omdat er te weinig representatie overbleef om besluiten met voldoende draagvlak te kunnen nemen, zag president Muhamad zich genoodzaakt de vergadering af te hameren.

Dit terwijl ze verwoede pogingen had gedaan om een fonds op te richten voor biodiversiteitsherstel in ontwikkelingslanden. Rijkere regio’s, waaronder de Europese Unie, blokkeerden het voorstel. Op zichzelf was dat geen verrassing – de EU had vanaf het begin al aangegeven een dergelijk fonds niet te steunen. Toch valt de blokkade op, aangezien de EU bij ‘algemene’ klimaattoppen wel een progressieve houding aanneemt op het gebied van klimaatfinanciering. Ook bij de top in Azerbeidzjan, die volgende week begint, heeft de Europese Unie aangegeven de onderhandelingen ‘ambitieus’ in te willen gaan.

Het verbaasde ook Nozeman. “Er is namelijk juist afgesproken dat landen hun NBSAP’s afstemmen op hun Nationally Determined Contributions; de bredere klimaatplannen die elk land individueel moet opstellen”, vertelt hij. “Dus dat de EU COP16 en COP29 verschillend insteekt, is gek.”

Niet genoeg geld

Ook lukte het president Muhamad niet om via een andere weg meer geld op tafel te krijgen. In 2022 werd de afspraak gemaakt dat welvarende landen vanaf 2025 jaarlijks zo’n 18 miljard euro beschikbaar maken voor biodiversiteitsbehoud. Hoewel een paar landen tijdens de top beloofden meer geld op te hoesten, is het totaalbedrag nog lang niet groot genoeg. Een strategie om dit te verbeteren, bleef uit.

“Er zijn geen afspraken gemaakt over nieuwe geldbedragen, maar ook niet over manieren hoe dat geld verdeeld gaat worden tussen landen die het nodig hebben”, vertelt Nozeman. “Tijdens de onderhandelingen zag je op dat vlak duidelijk een tegenstelling tussen arme landen en rijke landen.”

Toch een ‘keerpunt in de geschiedenis’

Toch kende de top in Cali ook successen, namelijk op het gebied van twee andere, vooraf bekende agendapunten. Allereerst: de rol van inheemse volken in het bewaken van de biodiversiteit. Omdat inheemse volken een groot aandeel hebben in het beschermen van kwetsbare natuurgebieden, hebben ze vanaf nu een eigen orgaan dat officieel deel mag nemen aan VN-onderhandelingen. Zelf spraken ze van een ‘keerpunt in de geschiedenis van multilaterale milieuovereenkomsten’.

Daarnaast werd het Cali-fonds opgericht, een online systeem dat bedrijven laat betalen voor het gebruik van genetische data van dieren en planten. Voorheen werden deze data vaak gratis geraadpleegd voor de ontwikkeling van medicijnen en cosmetica, en verdienden bedrijven er veel geld mee. Het idee is dat de bedrijven een deel van die winst afstaan aan het Cali-fonds, wat wordt gebruikt voor natuurbehoud in de regio’s waar de data vandaan komt.

‘Heel onverstandig’

Toch zullen deze (wezenlijke) prestaties waarschijnlijk verbleken bij het uitblijven van doorbraken op de andere agendapunten. “Met het Cali-fonds en de toegenomen rol van inheemse volken is de opbrengst zeker niet nul”, zegt Nozeman. “Maar we wilden natuurlijk met name stappen op het gebied van financiering, en dat is niet gelukt. Er is veel te weinig vooruitgang, en als je ziet hoe snel de biodiversiteit achteruitgaat, is dat heel onverstandig.”

Desalniettemin ziet Nozeman (buiten de COP) vooruitgang op het gebied van natuurbehoud. “Je ziet dat steeds meer financiële instellingen aandacht hebben voor het effect dat ze hebben op de mondiale biodiversiteit. Ze steunen het Taskforce on Nature-related Financial Disclosures, een set aanbevelingen voor financiële instellingen om hierover te rapporteren. Het is nog maar een begin, maar het is een stap in de goede richting.”

Lees ook:

Een bibliotheek vol kennis over circulaire materialen zoals urine, haar en algen

Voor het succes van een circulaire economie is het belangrijk dat de creatieve sector, het bedrijfsleven, architecten en bouwers elkaar beter gaan vinden. Er is namelijk al een schat aan bijzondere en duurzame materialen uitgevonden die staat te springen om gebruikt te worden voor allerlei toepassingen. Om het aanbod van deze materialen te koppelen aan de mensen die ermee aan de slag willen, werd in 2020 de Future Materials Bank opgericht: een openbare database van honderden verschillende materialen, voorzien van omschrijving, ingrediënten en uitvinder. Wil jij zo’n materiaal gebruiken? Dan hoef je alleen maar via de database een lijntje uit te gooien naar de persoon die erachter zit. Mindset veranderen “Met Future Materials willen we kennis verspreiden over duurzame materialen die zijn ontwikkeld door kunstenaars en ontwerpers”, zegt Bellinetti. “Dit kunnen bijzondere materialen zijn van bijvoorbeeld haar, urine of algen, maar bijvoorbeeld ook bekende materialen van gerecycled hout, papier of beton. Aan de ene kant willen we met de database de mindset veranderen van hoe mensen naar reststromen kijken. Sommige materialen zien er esthetisch fantastisch uit, maar hebben een oorsprong uit afval. Aan de andere kant willen we de kloof dichten tussen kunstenaars, wetenschappers, ontwerpers en architecten. Waar op de wereld ze ook wonen, met de database van Future Materials kunnen ze elkaar vinden en kennis uitdelen over circulaire materialen.” Beton, hout, algen en gras Bellinetti richt zich in eerste instantie op de creatieve industrie, in haar ogen een onderbelichte sector als het gaat om de circulaire economie. “Kunstenaars onderling kunnen elkaar helpen in hun zoektocht naar duurzamere grondstoffen, bijvoorbeeld door acrylverf te vervangen door een natuurlijke variant.” Maar ook de bouwsector kan profiteren van de database. “Future Materials laat in de eerste plaats zien wat de mogelijkheden zijn voor afvalstromen die uit de bouw afkomstig zijn, zoals beton en hout. Daarnaast biedt het platform ook inspiratie voor nieuwe bouwmaterialen, gemaakt van bijvoorbeeld grassen en algen.” Bibliotheek vol materialen Inmiddels bevat de digitale database ruim vierhonderd verschillende materialen. Daarvan liggen zo’n 160 materialen ook daadwerkelijk opgeslagen in het Future Materials Lab in Maastricht. “Voor materialen bedacht door kunstenaars in Nieuw-Zeeland of materialen gemaakt van specifieke inheemse plantensoorten is het in het kader van duurzaamheid minder logisch om ze hierheen te halen”, zegt Bellinetti. “Maar we zijn de bibliotheek nog steeds aan het uitbreiden. Binnenkort gaan we verhuizen naar een nieuwe, grotere locatie binnen de Jan van Eyck Academie.”De database van Future Materials is gevuld met kennis over allerlei soorten materialen.Netwerk Brightlands Met haar idee won Bellinetti eerder deze maand de Marc Cornelissen Brightlands Award, een innovatieprijs ter waarde van 35.000 euro die elk jaar wordt uitgereikt aan duurzaamheidspioniers. Het prijzengeld wil Bellinetti investeren in de verdere ontwikkeling van de database en het uitbouwen van haar bedrijfsplan. Maar nog belangrijker voor haar zijn de deuren die de award opent naar het netwerk van Brightlands zelf. “Het netwerk van Brightlands en Chemelot is heel erg waardevol. Na het winnen van de award worden we voortdurend in contact gebracht met grote bedrijven, start-ups en andere makers die aan de slag willen met duurzame materialen.” Gezond verdienmodel Het Future Materials programma is inmiddels verzelfstandigd tot een autonome stichting. Op die manier blijft de materialenbank vrij toegankelijk voor creatieve makers. Uiteindelijk moet de stichting een gezonde mix van inkomsten krijgen, variërend van subsidies, sponsors en klanten. “We zitten te denken aan verschillende smaken van lidmaatschap, bijvoorbeeld een model voor designers en start-ups, oplopend naar licenties voor grote bedrijven en investeerders. Zo kan de stichting bijvoorbeeld betaalde consultancyopdrachten en workshops ontwikkelen en individuele makers aan innovatieve bedrijven koppelen. Om te overleven is een gezond en divers verdienmodel in ieder geval essentieel.” Lees ook: Met deelplatform Peerby pleit Daan Weddepohl voor minder isolatie en meer ‘samenhankelijkheid’ Opmerkelijk: nieuwe verpakkingen van gerecycled frituurvet ‘Ook als Trump wint zal de VS blijven inzetten op groene energie’