Redactie Change Inc. 26 september 2024, 09:50

Hoe milieuvraagstukken steeds complexer worden - en hoe daarmee om te gaan

Sinds kort telt Nederland officieel 18 miljoen inwoners. Enerzijds een mijlpaal, anderzijds maakt het maatschappelijke vraagstukken nóg lastiger. Want met een groeiende bevolking, beperkte ruimte en een energietransitie die niet snel genoeg gaat, worden noodzakelijke opgaves almaar complexer. Bij advies- en ingenieursbureau WSP merken ze dat die nieuwe werkelijkheid een andere manier van werken vraagt. “We moeten proactiever zijn.”

Overkoepelend werken Middel Frans-Jan Willemen (l) en Alexander Piet van WSP: "Projecten zijn veel complexer geworden." | Credits: WSP

“Je hoeft alleen maar het journaal te kijken om te begrijpen dat alle huidige uitdagingen in Nederland grootschalig van aard zijn”, vertelt Alexander Piet, directeur projectmanagement bij WSP. “Denk aan woningbouw, infrastructurele projecten of de energietransitie. Met zulke projecten zijn vaak miljarden euro’s gemoeid en je bent er altijd wel iets of iemand mee tot last. Het zijn enorm complexe vraagstukken waarbij je met veel verschillende factoren rekening moet houden, zij het de natuur, wetgeving of omwonenden. Die projecten had je vroeger natuurlijk ook al wel, ik moet dan denken aan de Noord/Zuidlijn in Amsterdam of de Hogesnelheidslijn. Maar dit waren uitzonderingen. Nu komen zulke projecten structureel voor.”

7 miljard euro

WSP is een internationaal advies- en ingenieursbureau dat zich vastbijt in complexe vraagstukken. Het helpt de Nederlandse netbeheerder TenneT bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van stopcontacten die nodig zijn om windparken op zee te verbinden met het vasteland – grootschalige bouwwerken, zowel qua formaat als qua prijs. Ook is WSP betrokken bij de Oosterweelverbinding, een project van de Belgische overheid om de ring rondom Antwerpen veiliger, bereikbaarder en schoner te maken. Dat doet het bedrijf niet alleen; meerdere aannemers en ingenieursbureaus (naast WSP onder meer Iv en Sweco) werken samen aan de reusachtige klus die alles bij elkaar zo’n 7 miljard euro gaat kosten.

Eigen expertise

Voor zulke samenwerking is een andere manier van werken nodig dan gebruikelijk was. “Wanneer je bijvoorbeeld binnen één discipline werkt aan het opleveren van een gebouw onder leiding van een architect of ontwikkelaar, kun je dat relatief eenvoudig door één partij laten uitvoeren”, vertelt Piet. “Even platgeslagen, je weet aan de voorkant van de vraag de stappen die je moet doorlopen om de aannemer aan het werk te krijgen: je verzamelt de uitgangspunten, maakt een berekening, werkt aan een set constructieve tekeningen en op basis daarvan levert de aannemer uiteindelijk het gebouw op. Bij grootschalige projecten gaat één partij het niet in z’n eentje uitgedacht krijgen. Je hebt veel verschillende partijen nodig met elk een eigen expertise. En waar kleinere projecten vaak een zichtbare kop en staart hebben, hebben complexe maatschappelijke opgaven met doorlooptijden van vele jaren dat vaak niet. Het proces moet voortdurend worden bijgestuurd en communicatie is daarbij heel belangrijk. Zodra elke partij zich terugtrekt om zonder verdere afstemming aan de slag te gaan, gaat het mis.”

Volgens Frans-Jan Willemen, commercieel directeur bij WSP, komt dat omdat grootschalige projecten altijd meerdere problemen tegelijk raken. “Denk bijvoorbeeld aan het uitbouwen van het hoogspanningsnet. Omdat we steeds meer gebruikmaken van het elektriciteitsnet en massaal overstappen op duurzame energie, moet het hele hoogspanningsnet op de schop. Maar tegelijk speelt er ook de stikstof- en PFAS-problematiek, waardoor het moeilijk is om te bouwen. Als het niet mogelijk is om te bouwen, kun je niet tegelijk je hele land overhoop halen. Om zulke vraagstukken behapbaar te maken, worden ze verdeeld onder meerdere projecteigenaren. Een goede samenwerking tussen die verschillende partijen is dan elementair.”

Regie overgedragen

Maar dat is zo makkelijk nog niet, merken ze bij WSP. De nieuwe werkelijkheid is voor iedereen wennen, en dat zorgt voor uitdagingen. Zo willen opdrachtgevers steeds vaker dat advies- en ingenieursbureaus de regie over een project op zich nemen, terwijl bij ‘eenvoudigere’ projecten de opdrachtgever die regie liever zelf in handen houdt. “Het vraagt van ons dat we proactiever zijn”, meent Piet. “Vroeger konden we nog aan klanten vragen om eerst hun vraag aan ons specifieker te maken, maar nu is de vraag voor hen eigenlijk ook nog onduidelijk door de complexiteit van het werk. Daarom zitten partijen als WSP steeds meer samen met de opdrachtgever achter het stuur.”

Bij projecten met verschillende betrokken adviseurs ontstaat het risico dat meerdere partijen tegelijk de leiding proberen te pakken, of vinden dat de ander zich te dominant opstelt. Piet: “Het komt voor dat partijen als gelijkwaardig de samenwerking beginnen, maar dat één partij de leiding gaat nemen, omdat die vindt dat die ergens beter in is dan de ander. Dan ontstaat een onuitgesproken hiërarchie en dat is geen goed recept voor succes.”

Hij vertelt dat er vanuit verschillende landen WSP-teams aan het Oosterweel-project werken, en dat het volgens hem cruciaal is om daarbij de onderlinge verhoudingen te bewaken. “Het heeft mijn prioriteit om ervoor te zorgen dat we één team vormen, en elkaar niet zien als hoofd- en onderaannemers uit bijvoorbeeld Zuid-Afrika en Nederland. Als we in rangordes gaan praten verdwijnt de persoonlijke eigenschap van resultaat en gaat iemand zich niet meer volledig inzetten voor het project. Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat iedereen zich gelijkwaardig voelt.”

Andere standaarden

Een andere uitdaging, merkt Willemen, is dat verschillende partijen elk hun eigen standaarden hanteren. “Partijen waarmee wij samenwerken, hebben bepaalde systemen die zij als standaard beschouwen, maar wij niet. Het gaat dan met name om digitaliseringsstandaarden, dus hoe je bestanden aan elkaar koppelt, labelt, en welke eisen je eraan stelt. Je kunt dan zeggen: dat moet je van tevoren goed regelen. Maar dat gebeurt nu eenmaal niet altijd, en als je al wel met elkaar aan tafel zit, heb je daarmee te dealen. Dat vraagt om flexibiliteit en om niet vast te zitten in je eigen oplossingsrichting.”

Tot slot maakt het ‘remote’ werken, wat werknemers weliswaar veel voordelen biedt, de samenwerking bij dit soort projecten er niet makkelijker op. Piet: “Het is lastig om alles in digitale overleggen te dekken. Als je elkaar in het echt ziet, pik je dingen op die buiten afspraken om gezegd worden. Daardoor begrijp je beter wat er speelt. Als je remote werkt, kun je natuurlijk niet reageren op dingen die je niet meekrijgt. Dus een bepaalde mate van fysieke betrokkenheid is wel nodig.”

Belang van communiceren

Volgens WSP, die altijd op zoek is naar verdere verbetering om met dit soort grootschalige problemen om te gaan, is het toverwoord communicatie. Je kunt nog zo goed zijn in het uitdenken van een specifiek deelonderwerp, maar als je gemaakte keuzes niet kunt overbrengen naar de anderen en hen niet kunt overtuigen, heb je daar niets aan. Willemen: “Het vraagt om een andere benadering dan alleen het tentoonstellen van de technische kunde. Je moet goed kunnen uitleggen wat je prioriteiten zijn, anders ga je bij zulke projecten nergens komen. Met een goede dialoog tussen partijen leidt dat sneller tot concrete acties.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner WSP. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Sneller kweekvlees, maar meer landbouwgif: hoe de Brexit het Britse voedselsysteem verandert

De Europese wetgeving rondom nieuwe voedingsmiddelen zijn lang en uitgebreid. Of het nu om kweekvlees, precisiefermentatie of nieuwe ingrediënten gaat: voordat een nieuw product op de markt mag komen, wordt het uitvoerig getest en gecontroleerd. Zo’n proces neemt al snel jaren in beslag. Nieuwe regels Nu Groot-Brittannië geen onderdeel meer is van de EU, kan het afwijken van deze uitgebreide procedure. Dat gaat het ook doen. Het Food Standards Agency, verantwoordelijk voor voedselveiligheid en voedselhygiëne, komt met nieuwe regels om producten goed te keuren. Waar eerder een wettelijk besluit nodig was om een product op de markt te brengen, is dat binnenkort niet meer het geval. Het wettelijke besluit wordt gezien als een extra administratieve stap nadat een product al een langdurig goedkeuringsproces heeft doorlopen en wordt binnenkort geschrapt. De FSA schat dat een nieuw product op die manier drie tot zes maanden eerder kan worden verkocht. Dat betekent dat innovaties zoals kweekvlees sneller op de markt kunnen komen dan in Europa het geval is. Is een product eenmaal beoordeeld als veilig, dan moet dit iedere tien jaar worden verlengd. De FSA stelt voor om deze vereiste verlengingen van 10 jaar af te schaffen. De instantie zou daarmee een grote efficiëntieslag slaan. Tegelijkertijd benadrukt de FSA dat de beoordelingen zelf streng zullen blijven om de veiligheid en de voedingswaarde te garanderen. Pesticiden Aangepaste landbouwregels brengen daarentegen weer een nieuw risico met zich mee. Recent bleek uit een analyse dat het pesticidegebruik in Engeland, Wales en Schotland flink is toegenomen sinds de Brexit. Door wijzigingen in de regelgeving in Groot-Brittannië mogen er nu meer dan honderd artikelen met meer pesticiden worden verkocht. Sommige hoeveelheden liggen nu zelfs duizenden keren hoger. De analyse werd uitgevoerd door Pesticides Action Network UK (Pan UK). Daarbij werd gekeken naar de maximale residu limiet (MRL). Dit bepaalt hoeveel van een bestrijdingsmiddel of diergeneesmiddel er maximaal in een product mag zitten. In het Verenigd Koninkrijk is dit limiet de afgelopen jaren verruimd. Zo werd het MRL voor thee met vierduizend keer verhoogd voor zowel het insecticide chlorantraniliprole als het fungicide boscalid. Het MRL van de omstreden onkruidverdelger glyfosaat mag voor de bonenteelt 7,5 keer hoger zijn dan eerder het geval was."Veiligheidslimieten zijn ondermijnd voor een zorgwekkende lijst van pesticiden", waarschuwt Nick Mole van Pan UK in The Guardian. "In een tijd waarin kanker en andere chronische ziekten toenemen, zouden we er alles aan moeten doen om onze blootstelling aan chemicaliën te verminderen. In werkelijkheid hebben we geen idee wat deze voortdurende blootstelling aan tientallen - of zelfs honderden - verschillende chemicaliën op de lange termijn met onze gezondheid doet." Een woordvoerder van Health and Safety Executive (HSE), die pesticiden in het VK reguleert, zegt tegen de krant dat de Britse MRL's onder het niveau zijn vastgesteld dat als veilig wordt beschouwd voor mensen die het voedsel eten. De EU heeft, anders dan Groot-Brittannië, de MRL's voor pesticiden niet verzwakt en in sommige gevallen zelfs strenger gemaakt. Lees ook: In Dinteloord rollen tonnen geüpcyclede eiwitten en vezels van de bandDeze bedrijfscateraar floreert door data en feedback: ‘Leukst als een echte vleeseter het vegetarische gerecht beter beoordeelt’Plantaardig ijs is in trek, zien ze bij IJsbaart: ‘Groei zit er goed in’