Rianne Lachmeijer 05 februari 2021, 16:56

“Circulariteit is niet één knopje; we moeten aan heel veel knoppen draaien”

Niet wachten, maar doen. Dat is het credo van technisch dienstverlener Croonwolter&dros wat de circulaire economie betreft. “Als je wacht tot je een 100 procent circulaire stap kunt zetten, dan maak je nooit een stap”, aldus Björn Smeets, directeur inkoop & logistiek. Tegelijkertijd gaat het om ambitie hebben en impact maken. Daarom gaat circulariteit bij het bedrijf verder dan gerecyclede koffiebekers. Welke kennis deed het bedrijf de afgelopen jaren op?

Adobestock 329597926 circulaire economie Adobe Stock

Deze week staat in het teken van de circulaire economie. Een goed moment voor Croonwolter&dros om het gesprek aan te gaan over circulariteit. Voor de technisch dienstverlener gaat dat verder dan gerecyclede koffiebekertjes en één elektrische hijskraan op de bouwplaats, vertelt Smeets. “Circulariteit is niet één knopje; we moeten aan heel veel knoppen draaien.”

De circulaire economie: een multidisciplinaire opgave

Onno Sminia, innovatiemanager infra, beaamt dat. “Circulariteit gaat over asset management, over duurzaamheid, over ketensamenwerking… Het gaat zelfs over digitalisering. Je moet toch weten wat je waar hebt hangen, wat de kwaliteit daarvan is en hoelang het nog meegaat. Circulariteit is een multidisciplinaire opgave.”

De accenten liggen per bedrijfsdivisie iets anders. Dat komt door de markten waarin de divisies opereren (industrie, infra en utiliteit) en de opdrachtgevers met wie zij te maken hebben. Tegelijkertijd zijn de uitdagingen en kansen vergelijkbaar, net als de ambities. Zo blijkt uit een gesprek met Onno Sminia, verantwoordelijk voor infra, Jaap Reijntjes verantwoordelijk voor industrie en Gerben Broekhuijsen verantwoordelijk voor utiliteit. “Het leuke daarin vind ik dat wij elkaar als collega’s continu op scherp zetten”, merkt Reijntjes op.

Meer aandacht voor circulariteit

Zowel vanuit de medewerkers als vanuit de klanten wordt de roep om circulariteit steeds luider. “Je zou kunnen zeggen dat we van alle kanten worden omsloten door dit thema”, zegt Sminia. In de praktijk betekent dit dat Croonwolter&dros steeds vaker het gesprek aangaat met leveranciers en opdrachtgevers. Zo heeft Reijntjes met een aantal klanten een periodiek duurzaamheidsoverleg, waarbij zij specifiek kijken welke stappen ze nog extra kunnen zetten. “Soms zijn het kleine stapjes, soms wat grotere, maar je houdt wel gezamenlijk die verantwoordelijkheid en betrokkenheid vast.”

Keuzes maken

Soms gaat het om keuzes maken, benadrukt Broekhuijsen. Hij geeft een pilotproject bij een grote financiële instelling in Amsterdam als voorbeeld. “Daar hebben we geleerd om samen met de opdrachtgever en de leveranciers een soort fit te vinden.” Zo kozen ze ervoor om de behuizing van de lamp, het armatuur, inclusief TL-lamp uit 1970 terug te sturen naar de fabrikant, die de lamp verving voor led. Ze spraken over eenzelfde aanpak voor de brandmeldinstallatie, maar dat bleek een stuk lastiger. Daarom besloten ze voor de verlichting te gaan. “Dat vond ik wel een mooi voorbeeld van interactie tussen leverancier en opdrachtgever en dat je als technisch dienstverlener dat gesprek dan faciliteert.”

Het is ontzettend belangrijk om de opdrachtgever te betrekken in de circulaire plannen, zegt Broekhuijsen. “Anders is het een cijfertje op een begroting, en is het nogal schrikken. Zeker voor de opdrachtgever, want die krijgt een bestaand armatuur wat hij al in zijn pand heeft wat ongeveer twee keer zo duur is als een nieuw armatuur. Als je dat gesprek niet aangaat en niet uitlegt wat je doet en welke stappen je doorloopt, dan accepteren ze het gewoon niet.”

Win-win

Tegelijkertijd hoeven circulaire oplossingen niet altijd duurder te zijn. Zo werkt Broekhuijsen met zijn collega’s in een werkplaats aan gestandaardiseerde installatieonderdelen. Van hun leverancier kregen zij regelkleppen, per stuk verpakt in een doosje met daaromheen plastic. “Als het binnenkwam zaten de mannen eerst al die kleppen eruit te halen. Dat kost ontzettend veel tijd!” Na overleg met de leverancier bleek dat deze het niet erg vonden om de kleppen op een andere manier aan te leveren. “Zij hebben een volledige verpakkingslijn die ze dan over kunnen slaan”, weet Broekhuijsen. Een win-win.

Broekhuijsen en Sminia merken op dat er vaak een onterechte terughoudendheid heerst om het gesprek met leveranciers of opdrachtgevers aan te gaan. Terwijl zij in hun ervaring vaak enthousiast reageren. Daarom raden zij aan om vooral ambities uit te spreken, ook als regelgeving in de weg lijkt te zitten. “Als we het bespreken met onze opdrachtgevers en belanghebbenden, gaan er opeens deuren open. Dus het is heel belangrijk om dat gesprek aan te gaan.” Reijntjes vult aan dat het ook gaat om luisteren. “Soms moeten we gewoon luisteren naar iemand met een goed idee en dat nemen we dan mee naar onze opdrachtgever als een leverancier een goed idee heeft. Of andersom.” Diversiteit binnen het personeelsbestand helpt daarbij. “Het bevordert de dialoog en het bevordert ook het openstaan voor ideeën.” Hij merkt dat de sector daarin verandert. Vroeger kreeg een partij als Croonwolter&dros een letterlijke opdracht: dit moet je maken. Nu is het veel meer een samenspel. “En dan beweeg je ook sneller richting circulariteit.”

Het belang van voorbeeldprojecten

“We willen een magneet zijn voor innovatie”, zegt Smeets. Om dat te bereiken zijn voorbeeldprojecten en producten cruciaal, omdat leveranciers en opdrachtgevers Croonwolter&dros dan weten te vinden. Zo loopt er een pilot voor een verpakkingsvrije bouwplaats. Daarnaast vervangt het bedrijf verouderde hoogspanningsstations door intelligente modulaire stations. En ontwikkelt het een materialenpaspoort voor installaties binnen infrastructuurprojecten. “Die zijn aan de andere kant van de wereld geproduceerd en daar zitten zeldzame metalen zoals goud en zilver in. De impact daarvan is onderbelicht geweest in de discussie over circulariteit in de infra”, vindt Sminia.

Smeets merkt op dat het ook gaat om impact tijdens het gebruik van producten. Zoals een vloerverwarmingspomp in woningen. Zo gebruikt de ene pomp minder dan 10 watt per uur, terwijl een vijftien jaar oude pomp wel 150 watt per uur verbruikt. Dat zijn ook zaken om over na te denken. Zo levert het aanpassen van een gebouwbeheersysteem soms veel meer op dan naar de bouwplaats rijden met een elektrische vrachtwagen, stelt Smeets. Als door het slim inzetten van sensoren de verlichting en verwarming alleen aan zijn als er mensen binnen zijn, maakt dat al een groot verschil. Hetzelfde geldt volgens hem voor tunnelverlichting. Via glasvezel en lenzen haalt Croonwolter&dros bij een van haar tunnelprojecten zonlicht van buiten de tunnel in waardoor overdag, juist als er veel tunnelverlichting nodig is, er veel minder kunstmatige lampen aan hoeven te gaan.

Lees ook: De tunnel ligt er nog niet, maar de technici zitten al aan de knoppen

De uitdagingen van innovatie

Dit soort innovatieve oplossingen brengen ook uitdagingen met zich mee. Zo voldoet de eerder genoemde manier van ‘tunnelverlichting’ niet aan de normen, omdat deze niet met lampen worden verlicht. Ook komt Croonwolter&dros juridische uitdagingen tegen. Zo ontwikkelde de afdeling van Broekhuijsen een klimaatplafond dat aan de circulaire standaarden voldoet wat grondstofwaarde en herbruikbaarheidswaarde betreft. Alleen het circulaire verdienmodel ontbreekt, want dat is juridisch gezien ingewikkeld. Zodra je een plafond in een gebouw monteert, dan hoort het bij dat gebouw. Het liefst zou Broekhuijsen dat product leasen, want circulariteit gaat verder dan het product alleen. “Als iemand het alsnog weggooit, dan hebben we er niks aan gehad.”

'Als iemand het alsnog weggooit, dan hebben we er niks aan gehad'

Uitdagingen als deze weerhoudt Croonwolter&dros er niet van om stappen te zetten, benadrukt Sminia. “Het moet duidelijk zijn dat wij niet wachten op een magisch proces. Wij voelen ons deels verantwoordelijk en worden ook uitgedaagd door deze opgave. We willen deel zijn van de oplossing.” Hij heeft moeite met ambities gericht op 2050. “Iedereen verliest zijn urgentiegevoel als het woord 2050 valt.” Daarom is hij enthousiaster over de visie van de Nederlandse overheid voor 2030: om 50 procent van de grondstoffen circulair of biobased te hebben. “Dat is concreter, dat moet de stip op de horizon zijn. We moeten gewoon naar 2030 toewerken.”

Broekhuijsen vult aan dat Croonwolter&dros vooral binnen de eigen invloedsfeer moet zoeken naar medepioniers. “De overheid komt wel met beleid en normeringen; belasting op materiaal versus arbeid. Dat gaat vast wel gebeuren, maar daar hebben wij nu geen invloed op. Waar wij nu invloed op hebben is die pionier-projecten doen met opdrachtgevers die dat ook daadwerkelijk ambiëren en samen met ons die zoektocht aangaan, want dat brengt ons echt in een stroomversnelling.”

Lees ook: Opvallendste innovaties tijdens de week van de circulaire economie 2021

Waterstofpasta goed alternatief als brandstof voor scooters, zeggen Duitse onderzoekers

De pasta is gebaseerd op magnesium en is ontwikkeld door een onderzoeksteam van het instituut. Door de waterstof aan de magnesium te binden kan waterstof in chemische vorm op kamertemperatuur worden opgeslagen. De pasta ontbindt pas op een temperatuur van 250 graden Celsius. “Powerpaste slaat waterstof op in een chemische vorm bij kamertemperatuur en atmosferische druk, en wordt dan vrijgegeven als dat nodig is,” zegt Marcus Vogt, onderzoeksmedewerker bij Fraunhofer IFAM op de website van het instituut.Lees ook: Waterstof opslaan in olie: hoe werkt het en wat zijn de voordelen?Magnesiumpoeder met waterstofOm de pasta te maken wordt magnesiumpoeder gecombineerd met waterstof, een proces dat gebeurt bij 350 graden Celsius en vijf tot zes keer atmosferische druk. Daar wordt metaalzout en ester aan toegevoegd, waardoor het verandert in de ‘powerpasta’. De pasta kan in een soort cartridge in een scooter worden geplaatst, en als de brandstof nodig is wordt de pasta eruit gezogen en wordt er water uit de tank aan toegevoegd. Die reactie zorgt voor waterstofgas en die kan vervolgens in een brandstofcel worden omgezet in elektriciteit. Omdat waterstof normaal onder hoge druk moet worden opgeslagen, is deze pasta volgens de onderzoekers een goed alternatief als brandstof voor kleinere apparaten, zoals scooters. Een ander groot voordeel is dat de pasta makkelijk te vervoeren is. Daarom is er geen ingewikkelde infrastructuur nodig, zoals bij waterstof wel het geval is. Dat scheelt aanzienlijk in de kosten. Ook is de energiedichtheid een stuk hoger, waardoor de actieradius vergelijkbaar is met benzine. Het Frauenhofer instituut is op dit moment bezig met het bouwen van een productie-installatie om de waterstofpasta op grote schaal, vier ton per jaar, te produceren. Naar verwachting zal die locatie dit jaar operationeel zijn.Lees ook: Waterstof in Nederland, gasnet ombouwen en meer prijsvoordelen