Kantoor vol Afval werd de terechte winnaar van de Change Inc. Transition Award in de categorie bouw, die begin deze maand werd uitgereikt. Het project is een samenwerking van Popma ter Steege Architecten, Vink Bouw en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en toont de potentie van circulair renoveren.
Kantoor vol Afval
Kantoor vol Afval laat volgens de jury zien dat er een haalbaar en kwalitatief alternatief is voor de standaard manier van renoveren, waar een wegwerpcultuur de overhand heeft en er sterk wordt geleund op CO2-intensieve, nieuwe bouwmaterialen. Slechts een kleine 10 procent van de gebruikte producten bij de renovatie van de defensiekazerne was nieuw. Dit resulteerde in een CO2-uitstoot van 127.000 kilo CO2-equivalent, aanzienlijk lager dan de 208.000 kilo CO2-equivalent die met een conventionele renovatie gepaard zou gaan.
Change Inc. bevroeg Lars Capota, senior adviseur van het RVB, naar de ins en outs van dit project.
Hoe is het project ‘Kantoor vol afval’ tot stand gekomen?
‘Het initiatief kwam vanuit een kleine groep binnen het RVB, die een sprong wilde maken in circulair bouwen en hergebruik van materialen. Binnen het RVB is er een specialistisch programma, Programma Groene Innovaties, dat jaarlijks een budget heeft om inspirerende duurzame projecten te subsidiëren. Zo ontstond de gelegenheid om op een unieke locatie – het voormalige vliegkamp in Valkenburg – te experimenteren. Het terrein, waar vroeger vliegtuigen opstegen voor onderzeebootopsporing op de Noordzee, kwam leeg te staan. De grond wordt nu gefaseerd verkocht ten behoeve van woningbouw, maar bijvoorbeeld nog deels gehuurd door de musical Soldaat van Oranje.’
Tot wat hebben jullie deze kazerne uiteindelijk gerenoveerd?
‘We hebben kantoorruimtes gecreëerd voor duurzame bedrijven en technologie startups. Zo zitten er nu een aantal bedrijven in die werken met drones. In de toekomst hopen we dat het terrein faciliteiten kan bieden voor een nabijgelegen woonwijk. Denk aan meer kantoorruimte, scholen of winkelpanden.’

Josse Popma (Popma ter Steege Architecten, midden-links) en Lars Capota (Rijksvastgoedbedrijf, midden-rechts). Credits: Maaike Kooijman/Change Inc.
Kun je voorbeelden noemen van materialen die jullie slim hebben hergebruikt?
‘In totaal hebben we vijftien materialen geïdentificeerd die bij hergebruik significant bijdragen aan CO2-reductie. Denk aan dragende constructies van beton en staal, maar ook binnenwanden. Die grondstoffen nieuw maken vraagt veel energie en dus CO2-uitstoot. Op voorhand wisten we dat we deze materialen goed konden hergebruiken. Maar wat er bij dit project echt uitsprong is het hergebruik van luchtbehandelingskasten voor ventilatie en hergebruik van vensters. Dat gebeurde eigenlijk nog nauwelijks. Op die vlakken hebben we de markt echt proberen uit te dagen.’
Wat hebben jullie met dit project aangetoond?
‘We hebben laten zien dat je met minimale inzet van nieuwe materialen toch een kantoor kunt realiseren dat voldoet aan hoge kwaliteitseisen en een professionele uitstraling heeft. En dat hoeft niet per se duurder te zijn. Wel vraagt het om andere vormen van samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. We hebben contractvormen gekozen die ruimte boden om duurzaamheidskeuzes procesmatig in te bouwen. Zo konden we samen met marktpartijen kiezen voor de meest duurzame optie, zelfs als die iets duurder was. Tot slot was dit project simpelweg ook leuk om te doen. Deze aanpak vraagt om meer creativiteit en vakmanschap van alle betrokkenen – van architect tot aannemer. Het is mooi wat voor kansen zich dan aandienen.’
Hoe rijmt dit project met de ambities van het Rijksvastgoedbedrijf?
‘Volgens de routekaart van het RVB willen we in 2030 50 procent van de renovaties uitvoeren met hergebruikte en biobased materialen, en in 2050 volledig circulair werken. Dit relatief kleine project is een eerste stap richting die ambitie. De uitdaging zit vooral in grotere projecten en het gebruik van grote materiaalstromen van gevels, binnenwanden, draagconstructies en installaties. Juist op die gebieden hebben we met dit project laten zien wat er mogelijk is. De opgedane kennis en ervaringen kunnen we gebruiken voor onze toekomstige projecten.’
Welke adviezen heb je voor partijen die soortgelijke projecten willen opstarten?
‘Stel als organisatie een duidelijke ambitie, en begin klein. Door het gewoon te doen, leer je wat mogelijk is en waar de knelpunten liggen. Kantoor vol Afval begon ook als een klein experiment. Je loopt onvermijdelijk tegen ‘groeipijn’ aan, bijvoorbeeld op het gebied van kosteninschatting of de omgang met eisen en garanties. Maar daar moet je doorheen. Belangrijk is om elkaar vertrouwen te geven en niet alles vooraf dicht te willen timmeren.’
Lees ook:
- Plant Protein Forward versterkt ketens plantaardige eiwitten van eigen bodem: ‘Edamame-teelt is vertienvoudigd’
- Dorpsbewoners in het Drentse Vledder zetten zelf woonzorgcomplex op – en dat is ook nog duurzaam
- NRG2fly pioniert met laadnetwerk voor de luchtvaart: ‘We gaan belachelijk veel vliegen, maar wel elektrisch’




