Hannah van der Korput
17 april 2024, 12:30

Changemaker Wim de Laat (The Protein Brewery) brouwt plantaardige eiwitten: ‘Dit is de toekomst’

Wim de Laat is fermentatietechnoloog én ondernemer. Met The Protein Brewery ontwikkelt en verhandelt hij plantaardige eiwitten op basis van fermentatie. Dat scheelt veel dierenleed, landverbruik en grondstoffen. “Als ik zie hoe we met dieren omgaan, vraag ik me af waar we mee bezig zijn.”

Thumbnail Todays Change Makers Wim de Laat "Voor mij is het hele project pas geslaagd als we fabrieken hebben op alle drie de continenten: Amerika, Azië en Europa."

Kun je als ondernemer meer impact maken dan als microbioloog?

“Zeker. Ik werkte eerder in loondienst bij een groot bedrijf. Die worden meer gedreven door aandeelhouderswaarde dan door impact. De winst op korte termijn wint vaak van het langetermijndoel. Als ondernemer kan je zelf bepalen wat écht telt en daar je tijd en energie in stoppen. Voor mij zijn dat de impactrijke thema’s.”

Hoe verduurzaam jij de voedselketen?

“Het begon allemaal met een krantenartikel. Daarin werd beschreven hoe oerwouden en bossen worden gekapt om soja te telen. Vervolgens gaan miljoenen tonnen soja de wereld over, onder andere naar de Rotterdamse haven. Het wordt verwerkt in veevoer, dieren eten het op, waarna wij de dieren weer eten. Het huidige voedselsysteem is enorm omslachtig en inefficiënt. Dat artikel heeft mijn ogen geopend. Ik had er nog nooit zo bij stilgestaan. Na het lezen dacht ik: ik stop met het eten van vlees. Maar ik kan meer doen. Als fermentatietechnoloog weet ik hoe ik plantaardige eiwitten kan maken. Daar ben ik toen mee begonnen.”

Inmiddels is de technologie gereed en ontwikkelt The Protein Brewery eiwitten op basis van fermentatie in Breda. Tijdens het proces worden suikers uit reststromen van koolhydraatrijke gewassen zoals suikerbieten, rietsuiker, cassave, aardappelen en maïs omgezet in eiwitten. Speciaal geselecteerde schimmelsoorten doen daarbij het zware werk. De eiwitten groeien op een eenvoudige, maar efficiënte manier. Zo is bij de productie veel minder land en water gemoeid.

Waar zie je dat je het verschil maakt?

“De wereldbevolking groeit nog altijd. Willen we iedereen voeden en tegelijkertijd de planeet behouden, moet het voedselsysteem anders worden ingericht. Daar werk ik aan. Ik wil meer voedsel produceren, maar dan op een duurzamere manier en zonder dierenleed. Als ik zie hoe we met dieren omgaan, vraag ik me af waar we mee bezig zijn. Koeien die meteen worden gescheiden van hun kalveren, varkens die zo snel mogelijk worden klaargestoomd voor de slacht en haantjes die levend worden vermalen… Het is dieronterend. We hebben een beter alternatief nodig, want iets verdwijnt niet als er nog niets anders voor in de plaats is. Gelukkig zien voedselproducenten dat ook in, en willen zij onze plantaardige eiwitten opnemen in hun producten.”

Heb je altijd geloofd in je techniek?

“Ja. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat het zou werken. Al was het wel spannend. Wat we hadden bedacht, was nieuw. Maar vanaf het begin hebben we er vertrouwen in gehad dat het gaat lukken. Grote hobbels zijn genomen, zoals het bouwen van de fabriek. Er zijn afnemers, al willen we ons product nog beter in de commerciële markt zetten. Fermentatie is een dure techniek, dus opschalen is belangrijk om de prijs te drukken.”

De plantaardige eiwitten mogen inmiddels worden verkocht in Singapore en de VS. In Nederland nog niet. Zit de strenge Europese wet- en regelgeving je missie in de weg?

“Ons ingrediënt heeft de toelatingsprocedure in Amerika en Singapore succesvol doorlopen. Daar is ons product Fermotein nu officieel goedgekeurd, wat betekent dat het toegepast mag worden in voeding en vrij kan worden verkocht. In Amerika moet het nog wel de zogenoemde veiligheidsgoedkeuring krijgen van de FDA. Voor grote bedrijven is dat belangrijk. Een Unilever of een Nestlé willen dat stempeltje hebben voordat ze een ingrediënt gebruiken. Voor de verkoop in Europa loopt de procedure ook, inmiddels al vier jaar. Het zou makkelijker zijn geweest als Europa de eerste markt was. Dan zaten we dichter bij onze klanten. Nu bellen we veel met Amerika en Azië, maar dat had vroeg of laat toch gemoeten. Die locaties stonden al op onze agenda. We wedden niet op één paard. Het is soms wat onhandig, maar naar mijn idee word ik zeker niet tegengehouden door Europese wet- en regelgeving.

De situatie is nu dat we produceren in onze fabriek in Breda en verkopen in Singapore en Amerika. Voor mij is het hele project pas geslaagd als we fabrieken hebben op alle drie de continenten: Amerika, Azië en Europa. Dan kan je lokaal produceren en hoeven onze eiwitten niet de hele wereld over. Ook hebben we dan volume, wat de kostprijs verlaagt en de impact vergroot. Ik hoop dat het over vijf à tien jaar zo ver is.”

Hoe krijg je anderen mee in jouw duurzame missie?

“Intern is het niet zo lastig om mensen mee te krijgen. De teams bouw je nu eenmaal zelf. De mensen die daar onderdeel van zijn, zijn al enthousiast over het product en de achterliggende missie. Je bent met gelijkgezinden. Lastiger is het om investeerders en potentiële klanten te overtuigen, al lukt dat aardig. Ik krijg mensen vaak zo ver dat ze tijd voor me vrijmaken en me aanhoren. Waarom dat is, weet ik niet. Het zou kunnen komen door mijn enthousiasme en overtuigingskracht, maar ik vind het moeilijk om te duiden. Het kost me nog de meeste moeite om overheden mee te krijgen, bijvoorbeeld als het gaat om subsidies. Daar komt enorm veel bij kijken. Hetzelfde geldt voor gemeentes en vergunningen. Dat vind ik jammer en soms ook wel frustrerend, want ik geloof dat we een oplossing hebben voor een groot probleem. Dit is de toekomst.”

Meer Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Hoe gaat het nu met: de voedselafvalmonitors van Orbisk

Voedselverspilling is nog altijd een groot probleem, maar pessimistisch is Orbisk-oprichter Olaf van der Veen allerminst. “Er is nu veel meer aandacht voor voedselafval dan tien jaar geleden. De manier waarop we naar eten en de duurzame component kijken, is veranderd. Er is een trend te zien die de goede kant op gaat. Maar we zijn er nog lang niet. De voedselverspilling waar wij ons mee bezig houden, zit aan het einde van de keten. Het is geboren vanuit een hospitality-hart, restaurants en hotels willen dat hun gasten niets tekort komen. Dat slaat alleen wat door. Met onze technologie kunnen bedrijven hun voedselafval verminderen zonder dat de gast daar last van heeft. Ik denk dat juist dát het sterke is van ons domein. Gaat het bijvoorbeeld om minder vlees eten en meer vegetarisch, dan zien gasten dat terug op het bord. Voor onze vinding geldt dat niet. We kunnen de afvalberg kleiner maken, terwijl gasten het niet doorhebben.”Wat doet Orbisk precies? Orbisk plaatst slimme camera’s boven afvalcontainers bij horecaorganisaties. Deze is gekoppeld aan een weegschaal en registreert automatisch al het voedsel dat wordt weggegooid tot op ingrediëntenniveau. Zo weten professionele keukens precies wat, hoeveel en hoe vaak voedsel wordt weggegooid. Met dit inzicht kunnen zij gericht actie ondernemen om voedselverspilling tegen te gaan.Data In wezen is het product van Orbisk de afgelopen jaren niet veranderd. “In principe werken de camera en weegschaal nog hetzelfde als toen we het op de markt brachten. Dat neemt niet weg dat er ontzettend veel technologische vooruitgang is geboekt. Daar profiteren we van. We hebben ook veel meer data tot onze beschikking. In 2022 hadden we pakweg zestig tot zeventig monitors staan in horecagelegenheden. Inmiddels zijn dat er zeshonderd. De database groeit snel en leert van alle data die het tot de beschikking heeft. Zo wordt ons product steeds slimmer. Ook in gebruikersgemak zetten we stappen. Ik geloof heilig in de luiheid van de mens. Dat betekent dat we ons product steeds weer sneller en gebruiksvriendelijker maken.” Wereldwijd Inmiddels staan de camera’s van Orbisk op vierhonderd à vijfhonderd locaties over de hele wereld. “Inmiddels zitten we in 32 landen”, verduidelijkt Van der Veen. “Kazachstan, Congo, Hawaii, Dubai, we gaan de hele wereldkaart rond. Al is het niet zo dat we ook in ieder land een team hebben. Inmiddels is dat het geval in Spanje, Frankrijk en het de Verenigde Emiraten. Maar lang niet overal.” Hotelketens en cruiseschepen Klanten zijn onder andere internationale hotelketens. “Op die plekken wordt ontzettend veel eten bereid en helaas ook weggegooid. Daar kunnen we een enorm verschil maken. Onlangs zijn we een samenwerking gestart met alle hotels die onder de Accor Group vallen. Dat is de vierde grootste hotelketen en goed voor meer dan vijfduizend hotels wereldwijd. Tijdens een pilot bij tien Europese hotels is de voedselverspilling na zes maanden met 22 procent verminderd. De impact is dus groot. Al is mijn droom om op termijn niet alleen grote namen, maar ook individuele restaurants te helpen. Maar omdat er juist bij de ketens veel te winnen valt, ligt daar nu de focus op.” De technologie van Orbisk is ook te vinden op cruiseschepen. “Alleen de camera’s, want op zee werken de weegschalen niet. Daarom zijn we op zoek naar manieren om preciezer te meten met alleen een camera en klanten beter te helpen. Daar stoppen we veel tijd in. Cruiseschepen zijn misschien een niche, maar wel een grote niche. Op de enorme schepen zitten soms wel 25 restaurants. Het komt niet als een verrassing dat er dan al snel een hoop voedsel verloren gaat.” Prijs, duurzame uitstraling en wetgeving Zakelijk gezien gaat het Orbisk voor de wind. Volgens de oprichter zijn er drie drijfveren om met de Nederlandse scale-up in zee te gaan. “Allereerst de prijs. De inflatie heeft ook voedsel geraakt. De inkoopprijzen liggen hoger. Dat betekent dat er meer marge in de prullenbak verdwijnt wanneer voedsel wordt weggegooid. Horecabedrijven kunnen zich dat niet meer permitteren. Een andere reden is de duurzame uitstraling. Niet alleen gasten hechten daar steeds waarde aan, ook personeelsleden. Gen Z komt nu de arbeidsmarkt op. Zij hebben best hoge verwachtingen van hun werkgevers en werken liever niet voor een bedrijf dat niks doet aan het verminderen van CO2-uitstoot en voedselverspilling. Tot slot komt overal wetgeving op. Grote bedrijven worden ertoe gedwongen te vermelden wat zij uitstoten en welke acties zij daaropvolgend nemen. In Spanje is dit al verplicht. Daar moeten grote ketens al rapporteren, bijvoorbeeld op afvalniveau. Dit vloeit door naar andere landen. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat dit uiteindelijk op Europees niveau geregeld wordt en er uniforme regelgeving komt. Zo wordt ons product steeds relevanter.” De horeca afvalvrij Wat is voor Orbisk-oprichter Van der Veen de stip op de horizon? “Wij richten ons nu voornamelijk op de achterkant, het eten dat in de prullenbak verdwijnt. Onze systemen weten bijvoorbeeld dat in een restaurant de afgelopen weken op donderdagen een bepaald aantal tomaten zijn weggegooid. De keuken moet zelf nagaan hoe die de inkoop daarop aanpast. Dat is waar we nu staan. Waar ik naartoe wil, is dat met data van de inkoop, de verkoop, het menu, de gastenaantallen, de weersomstandigheden en de afvalstroom aan de voorkant wordt voorspeld hoe de voedselstroom loopt. Als je weet wat je morgen nodig gaat hebben, kan de horeca afvalvrij werken. Dat is de heilige graal.” Om dat te bereiken is samenwerken essentieel, zegt hij. “Op dit moment is het probleem dat er aparte systemen zijn voor de inkoop, voor reserveringen, maar ook voor onze oplossing. Deze werken nog niet met elkaar samen. Ik ga zelf niet ook nog een heel kassasysteem bouwen, dus de oplossingen van diverse partijen moeten met elkaar gaan communiceren. Technisch is dat goed mogelijk. De lastigheid zit hem in de praktijk, maar het kan zeker. Als we met z’n allen die noot kraken, kunnen we echt stappen maken.” Lees ook: Albert Heijn plakt uitstootstempel op producten en receptenKruiden telen in eigen restaurant levert smaak- én milieuwinst op'Röntgenfoto' van groente en fruit werkt verspilling de voedselketen uit