Hannah van der Korput
18 december 2024, 12:30

Changemaker Suzanne Debrichy (PostNL): ‘In de toekomst gaat de logistieke wereld er anders uitzien’

PostNL bezorgt 1,1 miljoen pakketten en 6,9 miljoen brieven per dag. Hoe kan dat duurzamer? Met die vraag houdt Suzanne Debrichy, lead ESG bij PostNL, zich bezig. “Ieder jaar wordt er weer meer online besteld. Áls we dan iets bezorgen, is het belangrijk dat de impact op milieu en klimaat zo klein mogelijk is.”

Thumbnail Todays Change Makers Suzanne Debrichy “We hebben al veel elektrische voertuigen rondrijden, van fietsen tot grote elektrische vrachtwagens.”

PostNL heeft als doel om de uitstoot per post of pakket met 90 procent te verminderen in 2040. Hoe gaat dat in zijn werk?

“Het is eigenlijk nog breder dan dat. In 2040 willen we ‘net zero’ zijn. Dan hebben we onze CO2-uitstoot met 90 procent verminderd. Dat geldt voor alle bedrijfsprocessen. Daar valt het bezorgen van brieven en pakketten onder, maar ook de data die we gebruiken en hoe we op kantoor de koffie drinken. Dat maakt de uitdaging alleen maar groter. Ons wagenpark zorgt voor de meeste uitstoot, maar er ligt een helder plan. Elektrificatie is daarin het belangrijkste. Waar elektrisch vervoer nog niet mogelijk is, maken we gebruik van biobrandstoffen. Daar kunnen we de uitstoot in ieder geval mee reduceren. We hebben al veel elektrische voertuigen rondrijden, van fietsen tot grote elektrische vrachtwagens. Iedere keer zetten we een kleine stap. Meer elektrische voertuigen vragen om meer oplaadpunten. Het moet dus met elkaar meegroeien. Grote vrachtwagens kunnen nog niet op elke hoek van de straat worden opgeladen. Bij kleinere bezorgbussen is dat wel het geval.”

Hoe zinvol is zo’n daling per bezorging als het aantal pakketten alleen maar toeneemt?

“Dat is iets wat we ons realiseren. Ieder jaar wordt er weer meer online besteld. Dat zien we wereldwijd gebeuren. Áls we dan iets bezorgen, is het belangrijk dat de impact op milieu en klimaat zo klein mogelijk is. In alle eerlijkheid willen we dat de markt blijft groeien, want het is onderdeel van ons werk. Maar als we het dan doen, zorgen we ervoor dat het emissievrij is en met zo min mogelijk vervoersbewegingen in drukke gebieden.”

Vandaag besteld is vaak de volgende dag al in huis. Zijn we daarin niet te verwend?

“We hebben zelf ingezet op next day delivery. Ons hele bedrijf is erop ingesteld dat we een bestelling de volgende dag bij mensen thuis kunnen krijgen. Inmiddels is dat geen uitdaging meer en het maakt ook niet dat een bezorging minder duurzaam is. We zien wel piekdagen. Mensen hebben net voor of in het weekend de tijd om een bestelling te plaatsen. Daardoor is het maandag en dinsdag druk en op woensdag weer wat rustiger. Steeds meer webshops geven de optie om een pakket wat later te ontvangen. Mensen vinden het vaak wel handig om zelf het ontvangstmoment te bepalen. Met die ‘trucjes’ vlakken we de pieken wat af, maar het is niet zo dat next day delivery een enorme impact heeft. Het is gewoon wat we doen.”

Alle bestelbussen en bezorgkarretjes hebben effect op de leefbaarheid in steden en wijken. Wat doen jullie om die impact te verkleinen?

“Het is in ons belang om zo efficiënt mogelijk te bezorgen. Tegelijkertijd komen we elke dag in elke straat van Nederland. Omdat de stroom aan pakketten toeneemt, kijken we goed waar de consument die het liefste wil ontvangen. We plaatsen meer pakketautomaten zodat mensen ook ’s avonds of onderweg van het station naar huis even snel iets op kunnen halen. Het merendeel van de leveringen is nog altijd aan huis, maar meer mensen vinden hun weg naar de automaten. Op klanttevredenheid scoren ze goed, hoger dan thuisbezorging of afhalen bij een afhaalpunt.

Omdat het druk is in de steden, werken we daar vaker met kleinere voertuigen. Dat moet niet ten koste gaan van de efficiëntie: je wil niet met tien bakfietsen één bestelbus vervangen. Samen met een Nederlands bedrijf hebben we de LEVV’s ontwikkeld. Deze elektrische bestelautootjes vervangen een-op-een de pakketbus, maar zijn wel 40 procent smaller. Je kan ermee door smalle straatjes en auto’s en fietsen kunnen er makkelijk langsrijden. De LEVV is elektrisch, dus stil, en verbruikt 10 procent minder elektriciteit dan een bestelbus. Met dat hele pakket van out of home-oplossingen en compactere voertuigen verlichten we de druk op die binnensteden.”

Hoe gaan jullie binnen PostNL om met de onduidelijkheid rondom de zero-emissiezones?

“We kunnen niet afwachten wat gemeente A of gemeente B gaat doen. Daarom zijn we jaren geleden al begonnen om die stip op de horizon te zetten. We laten ons niet afleiden door de politiek die nu een andere beweging maakt, we gaan gewoon door. Uiteindelijk nemen we niet zozeer maatregelen om puur en alleen aan de wettelijke regels te voldoen, opgelegd door de overheid. We doen het om onze eigen klimaatdoelstellingen te halen. Als groot bedrijf moeten we onze verantwoordelijkheid nemen. Ik hoop dat we daarmee een voorbeeld zijn en dat kleine ondernemers volgen.”

PostNL wil ook de circulaire economie aanjagen. Wat gebeurt er op dat vlak?

“De circulaire economie is ontzettend belangrijk om de klimaatdoelstellingen te halen. Niet alleen van ons bedrijf, maar van heel Nederland. Onze klanten zetten er meer en meer op in. Veel webshops bieden al duurzamere keuzes aan, tweedehandskleding is online te bestellen en er komen meer huurmodellen. Wat mij betreft mag het allemaal sneller en ik denk dat er voor PostNL een rol is weggelegd om dat te faciliteren. Ook tweedehandsspullen hebben immers logistiek nodig. Die moeten van A naar B, vervolgens van B naar C, van C naar D en weer terug naar A. In de toekomst gaat de logistieke wereld er anders uitzien. Pakketautomaten worden nu gebruikt om spullen op te halen die nieuw zijn besteld, maar wat nou als je gehuurde producten daar worden afgeleverd? Dan halen we een drempel weg voor het bedrijf dat deze service aanbiedt en voor de consument is het even makkelijk om iets te huren als om iets nieuw te bestellen. Op die manier denk ik dat we de circulaire economie kunnen aanjagen. Daarnaast is PostNL een werkgever met ruim 30.000 mensen in dienst. Ook wij gebruiken spullen en kunnen duurzamere keuzes maken. Denk aan bedrijfskleding: onze mensen werken in een poloshirt dat volledig gemaakt is van oud textiel, afkomstig van PostNL.”

Pakketjes die zoekraken, te laat of bij het verkeerde adres worden bezorgd: als organisatie krijgt PostNL regelmatig kritiek te verduren. Hoe ga je daarmee om?

“We zijn een grote partij. Het is logisch en terecht dat mensen hoge verwachtingen van ons hebben. Af en toe kritiek hoort erbij. Op Cyber Monday hebben we meer dan 3 miljoen pakketten op één dag verwerkt, een nieuw record. Dan gaat niet alles goed. Dat is oké, het is onze taak om ervan te leren en het de volgende keer nog beter doen.”

Waar zie je al dat je impact maakt?

“De belangrijkste impact zit hem in de uitstoot van de logistiek. We hebben de uitstoot per pakket met 30 procent naar beneden kunnen brengen vergeleken met 2020. Dat is een grote stap en daar ben ik supertrots op. Daarnaast hebben niet alleen directieleden, maar alle collega’s duurzaamheid op de agenda staan. Vanuit het hele bedrijf komen mensen met ideeën. Een voorbeeld: we zijn nu op zoek naar een duurzamer alternatief voor onze postzakken, omdat een van de bezorgers aankaartte dat bij slijtage snippers op straat terecht kunnen komen. Die input helpt.”

Op welk vlak is nog winst te behalen?

“Ik denk dat we het goede pad bewandelen, maar we kunnen nog meer doen. Naast een postbedrijf zijn we ook een IT-bedrijf. De PostNL-app telt inmiddels 9 miljoen gebruikers. Die app wordt steeds belangrijker. We gebruiken meer AI om onze processen te verbeteren, maar daar zit ook impact achter. Ik wil daar een goede balans in vinden. Net als bij andere organisaties zorgt netcongestie voor uitdagingen. Bussen die al besteld zijn, kunnen we soms niet laten rijden omdat er geen plek is voor een laadpaal. Dat vraagt om een goede planning van onze kant, waarop we een tool met een dynamisch laadschema hebben ontwikkeld. Zo weten we precies welk voertuig wanneer opgeladen moet worden en met hoeveel procent. Op die manier wordt laden geïntegreerd in de planning en omdat we niet altijd volledig op hoeven te laden, belasten we het netwerk minder. Daarnaast overleggen we met andere bedrijven of we laadvoorzieningen kunnen delen, zij laden bijvoorbeeld overdag op en wij ’s nachts.”

In dat kader: met welke partij wil je nog eens samenwerken?

“Binnenkort start een samenwerking met Pluq, een bedrijf dat laadpleinen bouwt en faciliteert. Onze eigen bussen laden op ons eigen terrein. In Amsterdam hebben we ondertussen zoveel bussen, dat het terrein vol is. We hebben afgesproken dat onze bezorgondernemers bij Pluq kunnen laden. Onze aangesloten koeriers hoeven dus niet allemaal individueel op zoek naar een plekje, maar kunnen daar terecht. Dat is een concreet voorbeeld van hoe we elkaar kunnen helpen.”

Meer Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall.

Zero-emissiezones beloven een schonere stad, maar ‘grijze file moet geen groene file worden’

Veertien gemeenten starten vanaf 1 januari 2025 met een zero-emissiezone. “Sommige gemeenten kiezen voor een klein gedeelte van de binnenstad, bijvoorbeeld Amsterdam. Andere gemeenten voor bijna heel de stad, daar is Rotterdam een voorbeeld van", vertelt Walther Ploos van Amstel, lector stadslogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam. De steden die een zero-emissiezone invoeren zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Amersfoort, Zwolle, Delft, Utrecht, Tilburg, Leiden, Assen, Eindhoven, Gouda, Maastricht en Nijmegen. Volgens overheidswebsite Op Weg Naar Zes volgen later vijftien andere gemeenten. Afgezien van bepaalde landelijke en lokale vrijstellingen, geldt een zero-emissiezone voor al het vrachtverkeer in stedelijke gebieden. Ploos van Amstel: “Als je op schone diesel rijdt, mag je nog tot ongeveer 2028 de stad in met je bestelwagen. Met een schone vrachtwagen zelfs tot 2030. Maar nieuwe voertuigen met een nieuw kenteken moeten vanaf volgend jaar elektrisch zijn als je in de binnenstad wil komen.” Politieke weerstand Vanuit politiek Den Haag heeft de zero-emissiezone de wind tegen. In het door de landelijke coalitiepartijen gesloten hoofdlijnenakkoord staat dat ‘bezien wordt op welke manier het instellen van zero-emissiezones kan worden uitgesteld’. Een meerderheid van partijen in de Tweede Kamer riep eerder op om de zones uit te stellen zodat ondernemers zich er langer op kunnen voorbereiden. Staatssecretaris Chris Jansen (Openbaar Vervoer en Milieu) gaf aan dat hier geen draagvlak voor was bij gemeentes, maar heeft die gemeentes wel gevraagd terughoudend te zijn met het uitdelen van boetes in het eerste jaar. De gemeentes zelf willen zich maximaal een half jaar coulant opstellen. Uiteindelijk maken de Haagse ontwikkelingen niets uit, meent Ploos van Amstel. Het zijn namelijk de gemeenten die de bevoegdheid hebben om hierover te beslissen. “De staatssecretaris kan hier nog zo hard tegenaan proberen te schoppen, uiteindelijk kunnen gemeenten met plannen voor een zero-emissiezone gewoon doorgaan.” Informatievoorziening Voor gemeentes is het nu de prioriteit om tijdig vervoerders in te lichten die met vrachtvervoer de stad willen blijven inrijden. “Onze grootste uitdaging is om met de juiste informatie de bedrijven en ondernemers op de hoogte stellen van wat er te gebeuren staat”, vertelt Michael van Wijngaarden, adviseur duurzame logistiek bij de gemeente Rotterdam. “Gemeentes hebben met hun informatievoorziening niet altijd het grote publiek weten te bereiken. Gelukkig is die informatievoorziening de afgelopen twee jaar wel in een stroomversnelling geraakt. De kennis van ondernemers is groter dan we eerst dachten, maar toch blijken veel mensen nog niet goed op de hoogte van de regels omtrent zero-emissiezones.” Desondanks blijken veel ondernemers goed op weg hun vloot klaar te maken voor zero-emissiezones. Maar er is ook ergernis, merkt Van Wijngaarden. “De aard van de klachten loopt uiteen, maar er wordt met name getwijfeld aan de technische haalbaarheid van een zero-emissiezone. En natuurlijk zijn er ook mensen ontstemd over de komst van de zones. Ondernemers houden niet van onzekerheid, dat is natuurlijk helemaal begrijpelijk. Maar transities kennen altijd een periode als deze, waarin ondernemers bepaalde zaken nog goed moet uitzoeken. Dat is onvermijdelijk.”Walther Ploos van Amstel, Michael van Wijngaarden en Ralph Oduber deelden hun kennis over zero-emissiezones in een webinar georganiseerd door bouwbedrijf Heijmans in samenwerking met Duurzaam Gebouwd. Dit webinar kun je hier terugkijken.Schonere lucht Het verminderen van de CO2-uitstoot is een grote drijfveer voor gemeenten om een zero-emissiezone in te voeren. Maar ook een schonere lucht is belangrijk, om de leefbaarheid in steden te vergroten en zo het welzijn van de inwoners te verbeteren. Experts wijzen erop dat een leefbare stad niet alleen bestaat uit minder luchtvervuiling. Daar hoort namelijk ook een stadslogistiek bij die niet voor overmatige drukte zorgt. “Een leefbare stad creëer je niet door alleen maar in te zetten op CO2-vriendelijke vrachtwagens”, benadrukt Ploos van Amstel. “Je moet inzetten op veel mínder vrachtwagens in de stad. De grijze file moet niet een groene file worden. Dus met zero-emissiezones ben je nog niet klaar.” Minder vrachtverkeer dus, en minder grote voertuigen die zich een weg door kleine binnensteden banen. “Ik zie veel ondernemers daar al op anticiperen”, zegt Van Wijngaarden. “Ze zijn bewust bezig met het vervoermiddel waarmee ze de binnenstad willen inrijden, en gaan bijvoorbeeld van een grote naar een kleinere bestelauto of zelfs bakfietsen.” “Het gaat niet alleen om het vervangen van mobiliteit, maar ook om het anders denken over mobiliteit”, zegt Ralph Oduber, hoofd logistieke oplossingen bij bouwbedrijf Heijmans. Heijmans zet bij zijn bouwprojecten in op duurzame stadslogistiek door de aanvoer van bouwmaterialen te clusteren en uitstootvrij naar steden te vervoeren. Het bedrijf probeert het aantal vervoerbewegingen te verminderen, wat niet alleen de leefbaarheid van steden vergroot maar ook de kosten voor (toekomstige) gebouweigenaren verlaagt. “Bij onze projecten zijn we veel bezig met oplossingen die vervoersbewegingen aanzienlijk verminderen. Door de logistieke keten anders in te richten en op sleutelgebieden hubs te plaatsen, weten we in een zeer korte tijd eigenlijk al 90 procent van alle toeleverende ritten in een stad te voorkomen. En wat er overblijft, vervoeren we emissieloos.” Oduber geeft aan dat Heijmans zelf ook zijn best doet om de eigen vloot voertuigen te verduurzamen. Van de ruim 3.000 personenauto’s zijn er inmiddels zo’n 1.500 elektrisch, van de ongeveer 900 bestelbusjes zijn dat er 200 tot 300. Ook geeft het bedrijf jaarlijks 12 miljoen euro uit aan het elektrificeren van zwaar bouwmaterieel, zoals bulldozers, graafmachines en kranen. Technologische ontwikkeling Met de focus van autofabrikanten op batterij-elektrische voertuigen, schakelen steeds meer bedrijven over op elektrische mobiliteit om hun vloot toekomstbestendig te maken. Maar ook waterstof maakt steeds meer naam als brandstof, vooral als oplossing voor transportmiddelen die geen of weinig toegang hebben tot laadinfrastructuur. Heeft waterstof een plek in duurzame stadslogistiek? Waterstof is vooralsnog een dure optie, ziet Ploos van Amstel. “Er komt zeker een infrastructuur voor waterstof en die zal een rol gaan spelen in de logistiek, maar het zal een niche-segment zijn. Waarschijnlijk maakt straks ongeveer 10 procent van de vrachtwagens in Europa er gebruik van, voor hele lange ritten. Voor stadslogistiek zie ik geen directe toepassing.”“De grootste ontwikkeling vindt vooral plaats in de markt van batterij-elektrische voertuigen”, voegt Van Wijngaarden daaraan toe. “Het gaat daar zó snel dat we volgend jaar vanuit China batterijen gaan zien met een twee keer zo hoge energiedichtheid. Dat betekent nogal wat.” Samenwerken in de keten Volgens Oduber moet geenszins de indruk worden gewekt dat het gewicht van een duurzame stadslogistiek volledig op de schouders van (kleine) ondernemers rust. Het verduurzamen van stadslogistiek is een activiteit die volgens Heijmans het beste uitgevoerd kan worden door middel van intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen. “Ik zou het goed vinden als we volop inzetten op samenwerking in de logistieke keten”, zegt Oduber. “Er zijn straks veertien steden met een zero-emissiezone. Ik hoop dat we in al die steden samen kijken naar logistieke oplossingen, dus niet alleen met grote bedrijven maar ook met kleinere, specialistische ondernemers. Het is dus niet alleen het probleem van die kleine ondernemers, we bouwen met elkaar aan oplossingen. Eigenlijk wil ik iedereen oproepen: vraag aan andere partijen in jouw keten of je in kunt stappen in een bestaande oplossing, bijvoorbeeld een lokale hub van waaruit je kunt werken. Dat maakt het een stuk makkelijker.” En, niet onbelangrijk: het meebewegen met een zero-emissiezone is ook simpelweg commercieel verstandig, meent Ploos van Amstel. “Sommige ondernemers zeggen dat ze niet meer naar hun klanten zullen reizen als die zich in zero-emissiezones bevinden. Maar dat is onrealistisch. Dan ben je die klant namelijk gewoon kwijt en die krijg je nooit meer terug. Het is voor ondernemers heel simpel: niet meer naar je klant toe? Toedeloe!”Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Heijmans. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.Lees ook: 500 elektrische auto’s gaan stroom terugleveren aan het Utrechtse elektriciteitsnetEerste vloot EV’s met solide state-batterij en bereik van 965 km straks op de wegRotterdamse metro- en tramnet van RET wordt grote batterij voor laadpalen