In 2013 schreef je in een blog dat energiecoöperanten bezig waren met een revolutie. Hoe staat het daarmee?
‘Ik zou het nu geen revolutie meer noemen, eerder een systeemverandering. Bij een revolutie grijp je de macht, alsof je een coup pleegt. Maar dat kan een ander daarna net zo goed doen, en dan is er niets veranderd. Bovendien zijn de meeste revoluties gewelddadig. Systeemverandering is langzamer. Gezonder. Je verandert de samenleving van binnenuit.’
Welk systeem moet er precies veranderd worden?
‘Eerder was het de overheid die ons voorzag in onze energiebehoefte. Die bouwde kolencentrales en energienetwerken. De overheid had niet alleen de rol van wetgever, maar ook van gemeenschap. Maar in de privatisering van de energiesector hebben ze die rol verkocht. De burger werd daardoor louter gezien als consument, niet meer als onderdeel van een gemeenschap.
Neem Eneco. Dat was een publiek bedrijf met warmtenetten. Daar had je de hele energietransitie mee kunnen regelen. Maar toen werd het verkocht. Nu is het een bedrijf als alle andere, dat energie maakt om winst te maken en aandeelhouders tevreden te stellen.
Energiecoöperaties willen die gemeenschappen weer opbouwen. Energie opwekken om in de eigen behoeften te voorzien, zonder winst. Dat kan doordat ze zelf eigenaar zijn van zonneparken, windmolens, warmtenetten, et cetera. Het zijn democratische organisaties met open en vrijwillig lidmaatschap. Zeggenschap ligt bij de eindgebruiker, op lokaal niveau. Dan krijg je de eerlijkste verdeling van energie. En omdat het geen concurrenten zijn, kunnen ze al hun kennis delen.’
Waarom vind jij dit zo belangrijk?
‘Tijdens mijn studie sociale & politieke filosofie zag ik een documentaire waarin een Duitse politicus zei: het gaat niet over techniek, maar over een machtsverschuiving. Ik heb een scriptie geschreven over duurzame energie en realiseerde al snel: het gaat inderdaad niet over energie. Coöperaties zijn een oplossing voor de onbalans tussen burger en markt. Toen ik vijftien jaar geleden in het vak begon, was er veel scepsis. Nu komt steeds meer de realisatie dat dit de route is die de energietransitie moet bewandelen.
Coöperaties zijn ook een mooi voorbeeld van hoe burgers het heft in eigen handen kunnen nemen. Je kunt wel focussen op wat er allemaal níet kan in het kapitalistische systeem, maar dan blijf je op de A12 zitten protesteren. Je moet pragmatisch zijn. Dat geeft je ook een positie om de wetgeving te beïnvloeden, en zo stapje voor stapje verandering te veroorzaken.
Als je de energie-opwek lokaal regelt, maakt dat je bovendien een stuk minder afhankelijk van (geo)politiek. Het meest succesvol daarin zijn de zogenoemde multi commodity-energiecoöperaties. Die combineren verschillen vormen van energie, zoals zonne- en windenergie. Dat is nodig, want als je stroom tegen een vaste prijs aan leden wilt verkopen, moet die gelijktijdig opgewekt worden. Je kunt het niet eerst naar de internationale markt brengen en hopen dat je het een uur later voor dezelfde prijs terug kunt kopen. Het helpt daarbij als je een overschot aan windenergie bijvoorbeeld naar het warmtenet kunt sturen.’
Mag je als burger zomaar de markt omzeilen?
‘Je moet samenwerken met een energieleverancier, maar die hebben wij als coöperaties zelf opgezet. Je moet het ook helemaal niet buiten energieleveranciers om willen doen. Iemand zei ooit tegen me: het Europese energiesysteem is moeilijker uit te leggen dan hoe je een raket naar de maan stuurt. Er zijn zo veel verschillende markten en partijen. Daar zijn echt professionele organisaties voor nodig. Als energiecoöperatie kun je dan in zee gaan met een partij die tegenovergestelde belangen heeft dan de jouwe, maar het meest praktische is om zelf een leverancier te worden. Dan kun je je eigen zaken regelen binnen de wetten.’
Maken die wetten het moeilijk voor coöperaties?
‘Ze zijn in elk geval complex. Er zijn veel verschillende regels, die elkaar soms ook tegenspreken. En de tarieven van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking worden elk jaar weer opnieuw vastgesteld. Die complexiteit verhoogt de drempel om initiatieven te starten.
Maar energiecoöperaties krijgen wel steeds meer een plek in de wetgeving, als aparte speler naast marktpartijen. In 2018 is de energiegemeenschap in de Europese regelgeving opgenomen, met de verplichting ze ook in nationale regels op te nemen. In de warmtewet is bijvoorbeeld een recht gecreëerd voor burgers en bedrijven om hun eigen energiesysteem op lokaal niveau op te richten, terwijl marktpartijen dat niet meer mogen. Nu moet de papieren werkelijkheid nog in de praktijk worden gebracht.’
Hoe komen coöperaties aan geld?
‘Kapitaal aantrekken is één van de moeilijkste dingen. De investeringsmarkt past niet bij hoe wij zijn. Omdat gemeenschappen geen winst maken, kunnen ze geen durfkapitaal aantrekken. Dat maakt innovatie moeilijk. Innovatie moet met eigen kapitaal, subsidies en vrijwillige uren bij elkaar geschraapt worden. Maar subsidies zijn nooit structureel. Dat moet anders om gemeenschappen goed op te kunnen zetten.’
Hoe ziet jouw ideale energiesysteem eruit?
‘Daarin wordt de energie eerlijk verdeeld, zonder winnaars of verliezers. Gemeenschappen leveren energie tegen de kostprijs. Ze berekenen samen hoeveel een installatie heeft gekost en delen dat door de afname. Daarmee is energie geen speculatief product meer. Daarnaast zijn de assets in handen van een democratisch orgaan. Ofwel: we moeten de gemeenschapszin terugvinden in onze basisbehoeften.
Daarvoor moeten we weer leren samenwerken. Dat zijn we een beetje verleerd in Nederland. We hebben weinig te maken met onze buren, omdat alles wordt geregeld door de overheid en marktpartijen. Dan is het ook niet gek dat er polarisatie in de samenleving ontstaat. Het kan alleen maar gezond zijn om samen projecten op te pakken. Ook als dat moeilijk is.’
Met wie zou je zelf nog graag samenwerken?
‘Ik zou heel graag zien dat over een paar jaar de koepels van energie-, buurt-, zorg-, voedsel- en wooncoöperaties in hetzelfde gebouw zitten, liefst naast de Tweede Kamer, om te overleggen over beleid. Zodat er een maatschappelijk middenveld van gemeenschappen klaarstaat om het land beter te maken. Als de overheid nu een project wil opzetten, kunnen ze alleen een tender uitschrijven en een marktpartij vragen om bijvoorbeeld een windpark of zorgcomplex te bouwen. Ik hoop dat ze straks ook denken: we kunnen het ook aan de gemeenschap vragen. Want wij zijn veel meer dan een lobbyclub, wij zijn een professionele partner.’




