Sebastian Maks
30 april 2025, 13:00

Changemaker Sander van Lopik (Roffa Reefs): ‘We weten serieus meer over de maan dan over koraalrif’

Nét dat kleine beetje meer doen dan je eerst van plan was. Met die instelling leidt Sander van Lopik het Roffa Reefs-programma van Diergaarde Blijdorp. Met speciale viskweeksystemen probeert zijn team koraalrif te redden van de ondergang. “Ik ben 90 procent van de tijd optimistisch”, zegt hij. Hoe lukt hem dat in een wereld die het koraalrif de rug toekeert?

Todays Change Makers Sander van Lopik bruin “Koraalrif is het meest ondergeschoven kindje van alle ecosystemen.”

Waarom is het zo belangrijk om koraalrif te herstellen?

“Ik vind koraalrif het mooiste ecosysteem dat we hebben op aarde. Maar het is ook het meest ondergeschoven kindje van alle ecosystemen. Koraalrif voelt heel ver weg. We weten serieus meer over de maan dan over koraalrif. Daardoor snappen veel mensen denk ik ook niet dat het verdwijnen van riffen veel nadelige gevolgen heeft. Koraalrif slaat CO2 op, 25 procent van het zeeleven plant zich er voort, en riffen dienen als kustbescherming tegen vernietigende golven. Je kunt je dus voorstellen wat er gebeurt als dat allemaal verdwijnt.”

Roffa Reefs wil dat voorkomen. Hoe doe je dat?

“Door kweeksystemen te bouwen voor tropische vissen. Die zijn namelijk heel belangrijk voor de overlevingskans van riffen. Als je koraalrif ziet als de huizen, dan zijn vissen de bewoners, of eigenlijk de klussers. Ze onderhouden het ecosysteem. Vanuit Diergaarde Blijdorp doen we onderzoek naar het kweken van vissen, die we dan met speciale opstellingen bij kwetsbaar koraalrif kunnen plaatsen. In de buurt van Bonaire testen we onze opstellingen in het wild. Daar werken we ook nauw samen met lokale vissers, die, net als wij, willen dat de hoeveelheid vissen intact blijft. In de naam Roffa Reefs komt alles samen. Roffa is straattaal voor Rotterdam, wat veel invloeden uit het Papiaments bevat, de taal die op Bonaire wordt gesproken. Daarnaast is Rotterdam gebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog, en moest de hele stad opnieuw opgebouwd worden. Dat hopen wij ook onder water te kunnen doen.”

De natuur heeft geen portemonnee, maar voor het redden van natuur is wel geld nodig. Hoe kom jij aan financiering?

“We hebben twee bedrijven die onze projecten financieren: het WNF en Diergaarde Blijdorp. Daar ben ik heel erg blij mee, want ik kwam er al snel achter dat ik helemaal niet goed ben in het ophalen van geld. Roffa Reefs is voor mij namelijk veel meer dan een ‘product’. Producten hebben een houdbaarheidsdatum, natuurbehoud niet. WNF en Diergaarde Blijdorp zien dat gelukkig in en geven ons geld, maar ook de volledige vrijheid om hun faciliteiten te gebruiken. Daarnaast krijgen we op Bonaire veel hulp van lokale organisaties. Dat is echt fantastisch.”

Geld ophalen is dus niet jouw ding. De rest van je rol als leider van Roffa Reefs wel?

“Ik probeer van Roffa Reefs een maatschappelijke beweging te maken. In een tijd van tegenstellingen tussen mensen vind ik dat een heel mooi idee. Uit een interview als dit blijkt dat misschien niet meteen, maar ik ben vanuit mijn rol het grootste deel van de tijd bezig met zorgen dat andere mensen verder kunnen. Een voorbeeld is de samenwerking met de lokale vissers op Bonaire. Enerzijds probeer ik te kijken hoe wij hen met onze technologie kunnen helpen. Maar ik ben er ook achter gekomen dat zij óns kunnen helpen. Vanuit hun ervaring weten zij veel van het ecosysteem, kennis waar het team van Roffa Reefs veel aan heeft. Zo komt die beweging, de samenwerking met de maatschappij, langzaam op gang. Daar ben ik heel trots op.”

Bij het opzetten van een beweging ben je extra kwetsbaar voor externe invloeden die je koers belemmeren. Dat moet soms frustrerend zijn.

“Ik ben 90 procent van de tijd optimistisch. Wat mij betreft is dat dus geen probleem. De keerzijde van extreem optimisme is wel dat niemand je kan helpen tijdens die paar momenten dat je het even niet meer ziet zitten.”

Veel mensen zullen jaloers zijn op je vermogen om 90 procent van de tijd optimistisch te zijn. Waar komt dat vandaan?

“Ik probeer altijd te kijken naar wat realistisch gezien mogelijk is. In vergaderingen ben ik vaak degene met een gek idee of plan. Niet iedereen vindt dat altijd even fijn, maar het zorgt wel voor mijn optimisme. Klimaatverandering is zó groot, dat je het niet in je eentje kunt oplossen. Dat moet je naast je neerleggen en kijken naar wat je wel zelf kunt doen. Vaak is dat meer dan je denkt. Ik vergelijk het altijd met hardlopen of fietsen. Je spreekt dan met jezelf af: ik ga tot aan die lantaarnpaal en dan draai ik om. Maar vaak ben je zo lekker bezig dat je een lantaarnpaal verder gaat, en nog één, en nog één. Zo gaat dat bij mijn werk ook. Ik ontdek gaandeweg nieuwe paden om in te slaan. Maar ik word ook wel volwassener, hoor. Vroeger was iedereen altijd bezig om Sander af te remmen, nu ben ik ook wel eens degene die zegt: ho, daar zijn we nog niet klaar voor.”

Tegen welke uitdaging loop je het vaakst aan?

“De vooroordelen over een dierentuin. Veel mensen vinden dat een achterhaald concept, zielig voor de dieren. Maar ik zit hier in Blijdorp in het beste levende lab van Nederland om testen te kunnen uitvoeren voor natuurbehoud onder water. Veel rifhersteloperaties kunnen we doen omdat we dat hier een paar generaties geleden hebben geleerd. Dat betekent natuurlijk niet dat je als dierentuin nooit hoeft te veranderen, maar het is wel belangrijk om zaken in een breder perspectief te zien. Het klinkt misschien gek voor iemand die in een dierentuin werkt, maar we moeten af van hokjesdenken en meer vanuit gehele ecosystemen gaan redeneren.”

Wat is daar volgens jou voor nodig?

“Verder kijken dan je neus lang is. Een goed voorbeeld is het voer voor huisdieren. In honden- en kattenvoer zit bijvoorbeeld vismeel, een product van gemalen vissen. Er gaan jaarlijks echt miljoenen kilo’s aan vissen in dat vismeel, maar vaak weten de producenten van het huisdierenvoer helemaal niet wat er precies in zit. Zelfs in de dierentuin kunnen we daarom lastig een bewuste keuze maken van ons voer. Het enige dat je daartegen kunt doen, wederom, is kijken wat je zelf kunt doen. In mijn geval is dat ons eigen voer produceren. Ja, dat kost meer moeite, je moet om half vijf ‘s middags nog even drie espresso’s wegtikken en aan de bak, maar het kán wel. Dat is een voorbeeld van zo’n volgende lantaarnpaal.”

Met wie zou je graag nog eens samenwerken?

“Met partijen die gevoelsmatig wat verder van ons af staan. Ik vind het moeilijk om er namen op te plakken, maar in ieder geval meer vertegenwoordigers van het bedrijfsleven of de Nederlandse overheid. De overheid luistert al wel naar ons verhaal, maar wil er nog te vaak een politieke draai aan geven. Terwijl: het maakt niet uit of je op GroenLinks of de PVV hebt gestemd, als je van dieren houdt, vind je het een gek verhaal dat er koraalrif verdwijnt. De gekste organisaties zouden zich dus bij ons kunnen aansluiten. Uiteindelijk gaat het erom dat je een gemene deler vindt. Een visserman wil genoeg vissen in de zee zodat hij verzekerd is van vangst. Ik wil weer vanuit hele andere redenen genoeg vissen, maar ons doel is hetzelfde. Dat is wat ik wil bereiken met iedereen waarmee we samenwerken.”

Lees ook:

Klimaatzaken kansrijker nu onderzoek laat zien hoeveel schade bedrijven als Shell, Exxon en BP aanrichtten

Het onderzoek werd uitgevoerd door wetenschappers van Dartmouth College in New Hampshire en kende een looptijd van meer dan twintig jaar. Lang kon lastig vastgesteld worden hoeveel schade individuele bedrijven aanrichten aan mens en milieu. Daarom is het moeilijk om specifieke bedrijven juridisch aansprakelijk te stellen voor schade als gevolg van klimaatverandering. Maar volgens de onderzoekers is dat tijdperk voorbij."Er hangt al lang een sluier van plausibele ontkenning waarachter elke uitstoter zich kan verschuilen: 'we stoten allemaal broeikasgassen uit, dus wie zegt dat die van mij verantwoordelijk zijn voor uitkomst X, Y of Z?'", zegt professor Justin Mankin van Dartmouth tegen The Washington Post. "We kunnen die rekenkundige exercitie nu uitvoeren." Combinatie van onderzoeken De onderzoekers pakten dit als volgt aan. De studie focust zich op de economische gevolgen van extreme hitte, zoals verlies in productiviteit of een lagere landbouwopbrengst. De reden voor deze aanpak is dat hitteschade duidelijk te linken is aan klimaatverandering. Daarnaast leunt Dartmouth op al langer lopende onderzoeken, zoals een publieke database die de uitstoot van de 180 grootste vervuilende bedrijven monitort, in zowel de olie-, gas-, steenkool- en cementsector. Door de combinatie van verschillende studies kunnen de wetenschappers uiteindelijk hardmaken hoeveel individuele bedrijven bijdragen aan klimaatopwarming en hoeveel economische schade dat teweeg heeft gebracht. Steeds meer klimaatzaken Tien jaar na de beroemde Urgenda-zaak tegen de Nederlandse overheid is het klimaatrecht - ook wel climate litigation genoemd - in een stroomversnelling geraakt. Waar voor Urgenda hooguit een paar zaken per jaar werden aangespannen in Europa, is dat aantal nu flink opgelopen. In recordjaar 2021 werden ruim zestig overheden en bedrijven voor de rechter gesleept wegens het schenden van milieu- en klimaatafspraken, blijkt uit data van het gerenommeerde Sabin Center for Climate Change Law, een onderdeel van de Columbia Law School.In de VS lopen ook honderden klimaatzaken. Juist daar kunnen de onderzoeksresultaten van Dartmouth als munitie dienen voor partijen die bedrijven aanklagen. Het Amerikaanse rechtssysteem zit zo in elkaar dat eisers redelijk risicovrij enorme schadevergoedingen kunnen eisen. Dat komt omdat de verliezer niet per se de juridische kosten van de tegenpartij hoeft te betalen. Met de resultaten van het onderzoek wordt het dus eenvoudiger voor eisers om een dollarteken te zetten achter een bepaalde schade. Schade in het verleden of de toekomst Maar aan deze kant van de oceaan werkt dat anders. “In Europa is het eenvoudiger om bedrijven aan te spreken op toekomstig schadelijk handelen”, zegt Marieke Faber, advocaat bij New Paradigm. “Deze zaken richten zich op het teweegbrengen van een gedragsverandering en minder op het compenseren van historische schade. We hebben hier ook minder een claimcultuur dan in de VS.”In Trouw plaatst jurist Jasper Teulings van het Climate Litigation Network ook een kanttekening bij de wenselijkheid van schadeclaims. “Het is toch vaak een rijke staat zoals California die duizend miljard dollar eist van een rijk oliebedrijf. Maar de echte klimaatslachtoffers – in het mondiale zuiden – vissen achter het net.” Eigen impact inzichtelijk maken Volgens Faber ondersteunt het onderzoek van Dartmouth dat wat we al weten. “Dat bedrijven met hun uitstoot bijdragen aan het klimaatprobleem is onderkend. Dus of dit onderzoek hier direct tot nieuwe zaken gaat leiden weet ik niet. Maar het is een interessant nieuw aanknopingspunt in de onderbouwing van de economische schade die wordt veroorzaakt door een concreet oliebedrijf.”Tegelijkertijd kan het onderzoek wellicht ook inzichten bieden over de bredere klimaatimpact van bedrijven. “Bedrijven zijn heel data-gedreven en proberen steeds beter in kaart te brengen wat de milieu-impact van hun activiteiten is. Daar kan deze methodologie wellicht aan bijdragen.” Lees ook:Den Haag mag fossiele reclame verbieden van rechter: ‘Weg is vrij voor andere gemeentes’ Shivant Jhagroe: ‘Elektrische auto’s zijn niet bedacht om de planeet te redden, maar de auto-industrie’ Werknemers als klimaatactivist op de barricade: mag de werkgever je terugfluiten?