Sebastian Maks
09 oktober 2024, 11:00

Changemaker Pol Knops (Paebbl): ‘Ik had minder moeten praten, en meer moeten dóén’

Pol Knops is natuurkundige en medeoprichter van Paebbl, dat een techniek heeft ontwikkeld om afgevangen CO2 op te slaan in beton. Het bedrijf heeft 25 miljoen euro opgehaald om zijn eerste demofabriek te gaan bouwen. Zo hoopt Knops een beweging op gang te krijgen in de notoir conservatieve bouwsector. “Een ontwikkeling die al vijftien jaar bezig is.”

Polknops “Mensen zeggen: fantastische techniek, ga zo door. Maar vervolgens gebeurt er eigenlijk niets.”

Wat doet Paebbl precies?

“Drie jaar geleden heb ik samen met een aantal medeoprichters het idee ontwikkeld om CO2 niet als afvalstof, maar als grondstof te gebruiken. Als je CO2 laat reageren met het mineraal olivijn, ontstaan de steenpoeders magnesiumcarbonaat en silica. Als je dus CO2 afvangt uit de atmosfeer, kun je die permanent opslaan in vaste stoffen. Maar die vaste stoffen hebben ook nuttige toepassingen. Je kunt er namelijk cement mee maken, en dus ook beton.”

Hoe ben je op dat idee gekomen?

“Dat gaat al een hele tijd terug. Ik ben opgeleid als natuurkundige en kende een professor die onderzoek deed naar olivijn als materiaal dat CO2 kan opnemen. Ik kwam erachter dat je er op twee manieren mee om kunt gaan. Je kunt het uitstrooien naast bijvoorbeeld spoorlijnen. Het bedrijf greenSand doet dat. Het duurt dan alleen wel tien tot twintig jaar voordat het olivijn CO2 heeft opgenomen. Je kunt het daarom ook verhitten en onder hoge druk brengen. Dan gaat het proces veel sneller. Nadat ik dat had ontdekt, vond ik een investeerder, in wiens kelder we een reactor hebben gebouwd en zijn gaan experimenteren. Vervolgens hebben we met de Katholieke Universiteit Leuven samengewerkt om het proces verder te onderzoeken en de technische details te verfijnen. Toen kwamen we er ook achter dat het eindproduct belangrijker is dan het CO2 afvangen alleen. Je moet er namelijk iets mee kunnen. En toen ontdekten we dat het maken van bouwmaterialen met CO2 veel potentie had.”

Filteren jullie zelf ook CO2 uit de atmosfeer?

“Nee, en dat gaan we ook niet doen. Dat kunnen andere bedrijven veel beter dan wij, en daar werken we inmiddels ook intensief mee samen. Denk aan Climeworks
of Skytree.”

In een eerder interview heb je gezegd dat de techniek van Paebbl dusdanig opgeschaald kan worden om uiteindelijk miljoenen tonnen CO2 op te slaan in cement. Is dat nog steeds realistisch?

“Zeker. Het heeft absoluut een megatonnen-potentie, want de markt van beton is er namelijk één van gigatonnen. Er wordt jaarlijks zo’n 3 tot 4 gigaton cement geproduceerd, en die productie is goed voor ongeveer 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Megatonnen cement zijn dan nog maar een promille van de hele markt. De uitdaging is alleen dat verduurzaming in de bouw traag verloopt. Heel lang was de betonsector nauwelijks in beweging te krijgen vanwege strenge certificeringseisen. En die zijn ook logisch, aangezien men bouwprojecten ontwikkelt met in het hoofd een tijdlijn van dertig tot zestig jaar. Dan wil je zeker zijn dat alles goed is. Gelukkig zien we wel dat er langzaam meer innovatie in de sector komt.”

Je hoort het keer op keer: de bouwsector houdt graag vast aan bekende werkwijzen. Hoe zorg jij er als duurzame ondernemer voor dat je toch een voet tussen de deur krijgt?

Lachend: “Nou, dat zal ik je even laten zien.” Knops loopt door zijn woning en opent de deur naar een kamer die volhangt met keycords met zijn naam erop. “Ik heb enorm veel congressen, beurzen en workshops bezocht om ons verhaal te vertellen, en heb ook meegewerkt aan de ontwikkeling van het Betonakkoord (afspraken tussen bedrijven om de bouwsector te verduurzamen, red.). En voor ik dat verhaal kon vertellen, moest ik natuurlijk zeker weten dat het klopt. Ik heb daarom veel academisch onderzoek gedaan naar de techniek van Paebbl. Het is een ontwikkeling die al vijftien jaar bezig is.”

Wat voor reacties krijg je op zulke beurzen? Zijn mensen enthousiast over de techniek?

“In het verleden kreeg ik veel schouderklopjes, zoals ik die noem. Mensen zeggen: fantastische techniek, ga zo door. Maar vervolgens gebeurt er eigenlijk niets. Het ding is: de markt moet er klaar voor zijn, en dat kost tijd. Je krijgt vaak te horen: we doen het al dertig jaar zo, waarom moeten we veranderen?! Dat is natuurlijk hartstikke frustrerend omdat je zelf ziet dat het sneller kan en moet.”

Welke struikelblokken ben je tijdens de uitrol van Paebbl nog meer tegengekomen?

“Er zijn heel erg veel haalbaarheidsstudies gedaan, maar wat ik vaak mis is een klant die gewoon zegt: ik kóóp het, klaar. Ik zie dat vaak bij provincies. Die laten dan meerdere ingenieursbureaus een haalbaarheidsstudie uitvoeren, terwijl ik denk: ik kan het gewoon máken. Maar dat kan dan niet zomaar, zeggen ze. Dat is frustrerend.

Ook zie je dat veel ondernemers in Nederland zich bezighouden met het ontwikkelen van apps en software. Daarbij komt natuurlijk een totaal andere kapitaalbehoefte kijken dan bij technieken als de onze, waar veel laboratoriumwerk en hardware mee gemoeid gaat. Je merkt dat investeerders die vooral softwarebedrijven hebben gefinancierd niet goed kunnen inschatten wat het betekent om iets fysieks te bouwen.”

Hoe bedoel je dat? Schrikken ze van de kosten?

“Precies, de investeringsbehoefte is veel groter. Bovendien is de ontwikkeltijd veel langer. Als je in de software zit, kun je binnen een jaar een bedrijf opbouwen en explosief laten groeien. Maar bij ons kan alleen al het bestellen van de apparatuur een jaar duren. En dan moet je nog beginnen met bouwen.”

Zijn er dingen die je achteraf anders aangepakt zou hebben?

“Ja, ik had minder moeten proberen om gevestigde bedrijven te faciliteren. Ik had me sneller moeten richten op partijen die écht vooroplopen. Een voorbeeld is brancheorganisaties, die zijn in mijn ogen killing voor innovatie. Ze zijn gebonden aan hun leden en kunnen daarom niet te ver vooruitlopen. Als ze dat wel doen, raken ze die leden namelijk kwijt. Ik heb in het verleden met brancheorganisatie samengewerkt, en het voelde soms alsof alles werd tegengehouden. Daarom zou ik, terugkijkend, eerder de koplopers eruit hebben willen pikken.

Ook had ik eerder willen beginnen met minder te praten, en meer te dóen. Minder haalbaarheidsstudies uitvoeren en papierwerk produceren, en gewoon dingen maken en testen of het werkt. Eigenlijk wat meer de start-up-mentaliteit.”

Met wie zou je nog eens willen samenwerken?

“Je focust je als ondernemer natuurlijk snel op je directe klanten. In ons geval zijn dat de bouwbedrijven. Maar ik ben me gaan realiseren dat het niet alleen om onze directe klanten draait, maar ook om hún klanten. Als wij de eindklanten gaan benaderen, gaan zij vragen om ons product en komt de hele sector sneller in beweging. Het is namelijk een kwestie van push and pull. Je kunt proberen om technologie te pushen, maar als de markt begint te pullen, wordt het allemaal een stuk eenvoudiger. De eindklant komt pas in beweging als die zeker weet dat het materiaal voldoet aan kwaliteits- en veiligheidseisen, en beschikbaar is. Daarom is het voor ons belangrijk om met praktijkvoorbeelden te laten zien wat er mogelijk is.”

Meer Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Batterijopslag in Nederland verdriedubbeld: eigenaren zonnepanelen kopen massaal thuisbatterijen

Dat blijkt uit het Nationaal Smart Storage Trendrapport, dat Dutch New Energy Research en Solar365 hebben gepubliceerd. De resultaten werden gepresenteerd tijdens het congres ‘Noodzaak van Storage’ in De Haag. Het is de eerste keer dat er complete en accurate marktdata van de Nederlandse batterijmarkt zijn verzameld en geanalyseerd. Zo gingen schattingen eind vorig jaar nog uit van 5.000 geïnstalleerde thuisbatterijen. In werkelijkheid zijn dat er dus acht keer zoveel. Bijna op Europees gemiddelde De Nederlandse opslagcapaciteit van 621 megawattuur is slechts 1,7 procent van de totale 36 gigawattuur aan batterijopslagcapaciteit in Europa. Gerekend per hoofd van de bevolking doet Nederland het minder slecht. Het Europese gemiddelde is 48,4 wattuur per inwoner en Nederland zit inmiddels op 34,9 wattuur. Oostenrijk is in Europa koploper met 236,6 wattuur aan batterijcapaciteit per hoofd van de bevolking, gevolgd door Duitsland met 142,5 wattuur. Wereldwijd is het batterijvermogen in 2023 bijna verdubbeld ten opzichte van 2022. Van de totale 85,7 gigawatt leveren China (41 procent), de Verenigde Staten (24 procent), de EU (24 procent) en de rest van Oost-Azië (13,5 procent) de grootste bijdrage. Nog steeds komt 70 procent van alle batterijsystemen in Europa uit China. Wel komt 80 procent van alle batterijen via de haven van Rotterdam Europa binnen. Thuisbatterijmarkt groeit Onder de 24.400 verkochte batterijen in 2023 waren 13.600 (56 procent) kleine thuisbatterijen met een capaciteit tot 5 kilowattuur en 10.400 (43 procent) grotere thuisbatterijen van 5 tot 20 kilowattuur. Van de huidige 40.000 batterijsystemen bestaat 98 procent uit kleinere en grotere thuisbatterijen. Die zijn met name populair bij eigenaren van zonnepanelen. Nu de salderingsregeling (overtollige stroom terugleveren aan het net en van je energierekening aftrekken) in 2027 wordt afgeschaft en bijna alle energiebedrijven een terugleverboete rekenen voor zonnestroom die aan het net wordt geleverd, wordt het lucratiever om eigen zonnestroom op te slaan. Volgens de onderzoekers zal de Nederlandse batterijmarkt de komende jaren net zo snel gaan groeien als de zonne-energiemarkt de afgelopen jaren deed. Met 3,5 zonnepanel per inwoner is Nederland inmiddels wereldkampioen zonne-energie. “Naar verwachting zullen steeds meer Nederlandse PV-eigenaren ook investeren in energieopslag”, stelt Hrvoje Medarac, hoofdonderzoeker van Dutch New Energy Research. Grote batterijen slaan meer op Hoewel grotere batterijen slechts 2 procent van het totale aantal uitmaken, dragen ze wel voor 67 procent bij aan de totale geïnstalleerde opslagcapaciteit. Kleinere batterijsystemen en thuisbatterijen dragen hier 33 procent aan bij. Van de 621 megawattuur aan batterijcapaciteit wordt 287 megawattuur (46 procent) geleverd door systemen van meer dan 1 megawattuur groot en 129 megawattuur (21 procent) door batterijen van 20 kilowattuur tot 1 megawattuur. Van de grootste systemen staan er inmiddels 76, van de middelgrote 700. Grote, commerciële batterijsystemen hebben vaak te maken met problemen als transporttarieven, lange vergunningstrajecten en onduidelijk overheidsbeleid. Toch lijkt deze markt de komende jaren ook door te kunnen groeien.Grote batterijen zijn nodig om zonne- en windenergie op te slaan.Voordelen thuisbatterij Volgens een eerder onderzoek van CE Delft en Witteveen+Bos biedt de markt voor thuisbatterijen kansen, maar zijn er ook knelpunten. Thuis- en buurtbatterijen kunnen de opwek van zonnepanelen op daken verhogen als vanwege netcongestie niet alle stroom aan het net geleverd kan worden. Dat verbetert de businesscase van zonnepanelen. Daarnaast verlagen batterijen de CO2-uitstoot omdat ze groene stroom opslaan en de vraag naar potentieel grijze stroom verminderen. Dat effect wordt nu nog teniet gedaan door de hoge CO2-voetafdruk bij de productie van batterijcellen. Verder kunnen batterijen een uitkomst zijn voor nieuwbouwwoningen, die bij gebrek aan netcapaciteit een kleinere elektriciteitsaansluiting kunnen krijgen. Forse subsidie nodig De knelpunten voor de thuisbatterij bestaan volgens de onderzoekers uit een gebrek aan brandveiligheidsvoorschriften, recyclingmogelijkheden en cyberveiligheid. Ook zullen ze slechts tussen de 5 en 30 procent van de lokale netcongestie kunnen oplossen. Daarnaast is de businesscase nog niet ideaal. Volgens de onderzoekers is er een hele forse aanschafsubsidie van 40 tot 80 procent van het aankoopbedrag van de batterij nodig om tot een terugverdientijd van zeven tot vijftien jaar te komen. Daarom bevelen CE Delft en Witteveen+Bos dat niet aan. Meer groei voorspeld Voor 2020 werden nauwelijks batterijsystemen geïnstalleerd in Nederland. Door de gestegen verkoop van thuisbaterijen verzesvoudigde het aantal verkopen in 2022. Dit jaar verdubbelde het aantal en volgens de onderzoekers van Dutch New Energy Research en Solar365 zet die groei door. Zij zien daarvoor diverse scenario’s. In 2024 kan de groei variëren van 470 tot 1.430 megawattuur. In het basisscenario komt er dit jaar 942 megawattuur opslagcapaciteit bij. Het aantal verkochte thuisbatterijen zal 20 procent hoger zijn dan vorig jaar, maar kan ook weer verdubbelen. Ook het aantal grootschalige systemen kan verdubbelen. Na de afschaffing van de salderingsregeling in 2027 verwachten de onderzoekers een exponentiële groei. Te veel batterijen Netbeheerder Tennet zegt in 2030 al 9 gigawatt aan batterijopslag nodig te hebben met een opslagtijd van twee uur, dus 18 gigawatt. Als de onderzoekers de huidige trend doortrekken, dan zou Nederland in 2030 al 56 gigawatt aan opslagcapaciteit hebben. Daarmee zou de hele huidige dagelijkse zonne-energieproductie opgeslagen kunnen worden. Dat is volgens de onderzoekers een onrealistisch hoge opslagcapaciteit. Als de zonne-energiecapaciteit wordt meegerekend, komen ze uit op een groei van 38 gigawattuur: 17,6 gigawattuur aan thuisbatterijen en 20,4 gigawattuur aan grotere commerciële systemen. Hobbels te nemen “Het is bijzonder om te zien hoe snel de Nederlandse batterijenmarkt groeit. We hebben de laatste jaren samen met ministerie, netbeheerders en de ACM grote stappen gezet om de batterij-inzet te stimuleren. Ondanks de explosieve groei in het aantal batterijprojecten, zie je dat we nog flinke slagen moeten maken”, zegt Jeroen Neefs, directeur van Energy Storage NL. “In 2050 verwachten de netbeheerders namelijk dat maximaal 70 gigawatt noodzakelijk is om ons elektriciteitsnet overeind te houden, daar zijn we nog lang niet. We moeten werken aan duidelijk beleidskader voor energieopslag, gelijke financieringsvoorwaarden en helderheid over opslaglocaties en vergunningen.” Lees ook: Thuisbatterij: speeltje voor de rijken of belangrijke spil in energietransitie?Duitse wonderbatterij zorgt ervoor dat er straks minder batterijen nodig zijn416 miljoen subsidie voor batterijen bij zonneparken; logisch maar: 'Batterijen zijn dure jongens'Zo bouwen we batterijen van Europese bodem