Hannah van der Korput
25 september 2024, 13:10

Changemaker Peter Paul Kleinbussink (Intratuin): ‘Spijt dat ik zo lang heb geluisterd naar de chemische bestrijdingsindustrie’

Met 57 winkels is Intratuin de grootste groenaanbieder van Nederland. Directeur Peter Paul Kleinbussink wil stenen tuinen omtoveren tot biodiversiteitsoases. “Als we al onze tuinen een beetje vergroenen, krijgen we er een natuurgebied bij zo groot als de Veluwe!”

Todays Change Makers Peter Paul Kleinbussink blauw “Voor ons is de eerste stap chemievrij. Daarna komt de stap naar biologisch, ook om het voor onze kwekers realistisch en haalbaar te maken.”

Als het aan Intratuin ligt, is 50 procent van de tuinen in 2030 groen. Waarom is dat belangrijk?

“Zo’n vijftien jaar geleden werd een droombeeld geschetst van een onderhoudsvrije tuin. Die bestond uit veel tegels, een groot terras, schuttingen, een loungeset en misschien één pot met daarin een bescheiden boom. Totaal onderhoudsvrij, maar in zo’n tuin gebeurt helemaal niks. Onze oproep luidde destijds: tegels eruit, planten erin. Mensen konden bij ons stenen inleveren en kregen daar groen voor terug. De gedachte daarachter was dat groene tuinen bijdragen aan een gezondere leefomgeving. Daarnaast is het ook veel leuker om in een tuin te zitten waar groen is. Waar geen schuttingen, maar heggen en hagen zijn. Waar je dieren ziet: vlinders, bijen en insecten.

Daarbij bieden tuinen oplossingen voor een aantal problemen. Wateropvang bijvoorbeeld, want we hebben vaker hevige buien. Wanneer je alles versteent, gaat water rechtstreeks het riool in. De riolen kunnen zoveel water niet aan, waardoor investeringen in grotere rioolsystemen nodig zijn. Terwijl water ook gewoon de grond in kan, de plek waar het hoort. Groene tuinen bevorderen het bodemleven. Dat is hard nodig, want insecten en wormen zijn keihard nodig voor de voedselketen en de biodiversiteit. Groen vermindert ook hittestress. Waar stenen warmte opnemen, zorgt groen juist voor verkoeling. Dan nog fijnstof: planten nemen fijnstof op, stenen niet. En planten zetten CO2 om in zuurstof, waar we allemaal baat bij hebben. Tot slot geeft natuur mentale rust. Het is prettiger om groen om je heen te hebben. Er zijn dus veel voordelen.”

Inheemse soorten bevorderen de biodiversiteit veel meer dan exotisch groen van ver weg. Is het gros van de planten en bloemenzaden bij Intratuin inheems?

“Een steeds groter aandeel wordt weer inheems. Onze kwekers zetten daar sterk op in. Het aanbod van inheemse planten versterken we, maar in combinatie met andere soorten. Mensen willen ook kleur in de tuin en dat er jaarrond wat groeit en bloeit. Naast biodiversiteit proberen we ook zoveel mogelijk vanuit het bodemleven te denken. Wanneer een plant in een gezonde bodem staat, heb je er heel lang plezier van. Daarom is het belangrijk om op een andere manier te tuinieren. Niet meer die keurig opgeruimde tuinen, want de bodem heeft dat organisch materiaal nodig. De blaadjes die vallen en het gras dat blijft liggen worden omgezet tot nieuw bodemleven. Op het rottingsproces komen weer diersoorten af en zo doet de natuur zijn werk.”

Bij de bloemen- en plantenteelt komen nog altijd veel chemische bestrijdingsmiddelen kijken. Intratuin bouwt dit af: in 2030 moet 70 procent van de planten gekweekt zijn zonder gif. Hoe verloopt dit proces?

“We hebben te maken met binnen- en buitenteelt. Bij binnenteelt, dus in kassen, is de omgeving goed te controleren. Het is immers een afgesloten ruimte. Daar kunnen zich alsnog ziektes voordoen, maar de kans is niet heel groot. Wat dat betreft, is de buitenteelt ingewikkelder. Je hebt met de elementen van de natuur te maken: vocht, warmte, regenval, noem maar op. We vragen onze kwekers om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen tot een minimum te beperken. Ik zeg niet dat we er al zijn, maar er ontstaan mooie initiatieven. Diverse kwekers werken niet meer met bestrijdingsmiddelen, maar met insecten. Op het moment dat er bijvoorbeeld bladluizen zijn, komen daar lieveheersbeestjes op af. Waar vroeger werd gespoten, eten lieveheersbeestjes nu de bladluis op.

Een ander voorbeeld zijn kamerplanten: die groeien soms te snel, waardoor ze geremd worden. Dat kun je met chemische remmers doen, maar het kan ook met een soort doek. Die gaat over de planten heen, waardoor ze aangeraakt worden. Dat geeft een soort stressreactie, waardoor planten stoppen met groeien. We organiseren bijeenkomsten met telers en overleggen met elkaar, wisselen kennis uit. Samen komen we misschien tot de conclusie dat chemievrij telen bij bepaalde planten niet gaat lukken. Dan moeten we een keuze maken. Zijn die planten essentieel of moeten we daar afscheid van nemen?”

De volgende stap zou biologisch zijn, dus ook zonder gebruik van kunstmest. Zijn daar plannen voor?

“Bij volledig biologisch worden planten vaak in kleine plukjes gekweekt. Wij hebben een grotere massa nodig. Een andere uitdaging is dat de planten, voordat ze in de winkels belanden, best een stressvolle reis maken. Ze gaan in een potje, krijgen een etiket, gaan reizen en komen vervolgens bij ons terecht. Dat zorgt voor stress. Kunstmest is nog nodig zodat een plant niet in elkaar stort en in de winkel een zielig plantje is. Kunstmest werkt meteen. Bij organische meststoffen heb je niet meteen resultaat. We zijn nog zoekende hoe we die stressperiode zonder kunstmest door kunnen komen. Voor ons is de eerste stap chemievrij. Daarna komt de stap naar biologisch, ook om het voor onze kwekers realistisch en haalbaar te maken.”

Naast planten vind je bij Intratuin ook tuingereedschap, bloempotten en meubelen. Hoe verduurzaam je dat winkelaanbod?

“De CSRD-wetgeving helpt ons in kaart te brengen waar de milieu-impact zit. Een aantal productgroepen maken we belangrijker dan andere. Dat zijn onze speerpunten. Zo bestaan onze kunststofpotten grotendeels uit gerecycled materiaal. Aan het einde van de levensduur zijn ze recyclebaar. Het streven is dat al die potten straks circulair zijn. Tuinmeubelen vormen ook zo’n productgroep. Die bestaan vaak uit hout, metaal, kunststof en textiel. Allemaal materialen die herbruikbaar zijn. Tuinmeubelen van kunststof zijn al gemaakt van gerecycled materiaal en zijn recyclebaar. Metaal, hout en textiel moeten volgen. Daarnaast focussen we op onderhoud en reparatie. Als een pootje afbreekt, moet dat onderdeel vervangbaar zijn. In het design houden we sterk rekening met die repareerbaarheid. Het idee is om bij deze speerpunten kennis op te doen en dat vervolgens uit te rollen naar andere productgroepen.

Sommige producten verkopen we helemaal niet meer, zoals chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Met de verhuur van gereedschap en machines zetten we in op gebruik in plaats van bezit. Daar gaan we zeker mee door.”

Intratuin is een franchiseorganisatie. Hoe krijg je alle aangesloten ondernemers mee in de duurzaamheidsdoelstellingen?

“We zijn een coöperatie. Alle ondernemers zijn ook aandeelhouder. We delen de lusten en de lasten met elkaar. Dat betekent dat onze ondernemers niet naar de korte, maar naar de lange termijn kijken. We zijn al een jaar of tien met duurzaamheid bezig. De vraagstelling of het noodzakelijk is, zijn we al lang voorbij. Inmiddels is het geen vraag meer óf we het gaan doen, maar hoe. Wat dat betreft hebben we dezelfde mindset.”

Je bent nu bijna 10 jaar directeur van Intratuin. Waar ben je trots op?

“Wat ik mooi vind, is dat we het tuinieren aan het veranderen zijn. Als we al onze tuinen een beetje vergroenen, krijgen we er een natuurgebied bij zo groot als de Veluwe! Tuinen kunnen een grote rol spelen voor de wateropvang, biodiversiteit en alle onderwerpen die ik eerder noemde. Daar zijn we ons nu bewust van, we gaan ermee aan de slag én we hebben er lol in. Het is geen kortstondige trend, maar een langdurige ontwikkeling.”

Is er ook iets waar je spijt van hebt?

“Ik zit al wat langer in dit vak. Achteraf gezien heb ik er spijt van dat ik zo lang heb geluisterd naar de chemische bestrijdingsindustrie en hun wetenschappelijke onderbouwingen. Meer dan eens kwamen er dikke rapporten op tafel, wetenschappelijk onderbouwd, dat het gebruik van chemie heus niet zo ernstig is. Dat er geen bijwerkingen zijn. Dat het vervliegt en dat niemand er dan meer last van heeft. Omdat het wetenschappelijk onderbouwd was, ging ik erop vertrouwen. Achteraf heb ik er spijt van dat ik niet kritischer ben geweest en niet vanuit de kracht van de natuur heb geredeneerd. De natuur is zó krachtig. Ik heb er spijt van dat ik jaren geleden toch zand in mijn ogen heb laten strooien door die wetenschappelijke studies.”

Met welke partij zou je nog eens willen samenwerken?

“In het ideale scenario is iedere bloem en plant biologisch. Dat zou mooi zijn, maar daar zijn we nog niet. We hebben al stappen gezet, maar moeten ook nog veel stappen maken. Dat wil ik ook. Ik doe mijn best om zo biologisch mogelijk te worden. Het zou fantastisch zijn om met universiteiten, onderzoekscentra en de industrie te kijken hoe we kunstmest kunnen vervangen door organische mest. Ook een partij als Koppert, die inheemse nuttige insecten kweken, kan ons helpen. Zij leveren namelijk duurzame oplossingen voor gewasbescherming. Zo kunnen we onze krachten bundelen en verder komen.”

Bekijk ook deze Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Netcongestie in Groningen? Novar bouwt gewoon zijn eigen elektriciteitsnet

Samen met ingenieursbureau Emmett Green ontwikkelt Novar (voorheen Solarfields) het zogeheten Gesloten Distributiesysteem (GDS) Avermieden in de Groningse gemeenten Oldambt, Midden-Groningen en Veendam. Toezichthouder ACM verleende daar in 2022 een ontheffing voor. In mei begon de aannemer met de bouw. Privénet Avermieden is een privaat elektriciteitsnetwerk dat bestaat uit een transformatorstation dat met een ondergrondse kabel wordt aangesloten op hoogspanningsstation Meeden van Tennet, hemelsbreed 5,5 kilometer verderop. Zo kan Novar straks de opgewekte groene stroom van zijn nieuwe zonneparken Eekerpolder en Evenreiten, plus dat van een andere partij, leveren aan het landelijk hoogspanningsnet en zo over de rest van Nederland verdelen. Omdat het transformatorstation de 220 kilovolt hoogspanning omzet in 33 kilovolt middenspanning, kunnen er later ook bedrijven op het privénet worden aangesloten. Zonnepark heeft eigen stroomstation nodig Novar werkt al sinds 2019 aan het project. Naast Avermieden wilde het bedrijf namelijk zonnepark Eekerpolder bouwen. Dat wordt 160 hectare groot en heeft straks een vermogen van 200 megawattpiek. Genoeg om 67.000 huishoudens jaarlijks van groene elektriciteit te voorzien. Het zou eind 2025 opgeleverd moeten worden. Eén probleem: het elektriciteitsnet van regionaal netbeheerder Enexis in Groningen en Overijssel zit al een tijdje vol. Dat betekent dat er geen ruimte is om nieuwe zonneparken aan te sluiten. Ook niet voor bedrijven die veel stroom verbruiken. Dat blijft zo tot 2030. “Bij Novar zagen we al snel: of we hadden geen project of we moesten een eigen stroomnetwerk aanleggen. Het werd het laatste. Eekerpolder kan niet zonder Avermieden”, zegt projectdirecteur Avermieden Sander Daniëls, hoofd realisatie bij Novar. Meerdere aansluitingen Een eigen elektriciteitsnet aanleggen? Daar hebben we toch netbeheerders en belastinggeld voor? Is dat niet onbetaalbaar voor privébedrijven? Zeker omdat Novar als meerderheidsaandeelhouder in het project het grootste deel van de kosten moet betalen. Toch zag het bedrijf mogelijkheden. Niet alleen zonnepark Eekerpolder kan op het privénet worden aangesloten, ook het nabijgelegen zonnepark Evenreiten zit met een congestieprobleem. Net als naastgelegen Zonnepark Noordbroek van concullega Pure Energie. Beide parken zitten nog in de vergunningsfase. Door ook die via een gezamenlijke stroomkabel aan te sluiten op Avermieden wordt de businesscase een stuk florissanter. Verder werkt Novar aan een grote batterij die zonne- en andere stroom kan opslaan en het net kan balanceren. Ook die kan straks via dezelfde kabel stroom leveren en opslaan. Bedrijven aansluiten In een latere fase zouden ook bedrijven die bij Enexis op de wachtlijst staan op het privénet aangesloten kunnen worden. Volgens de regels van de ACM mag Novar geen particulieren aansluiten, maar wel maximaal 500 andere afnemers die in het gebied zitten. Daniëls heeft de eerste gesprekken al gevoerd met bedrijven die dit graag willen. “We staan hiervoor open”, zegt hij. “We kunnen een grotere rol spelen in de regio door als netbeheerder te gaan opereren. Persoonlijk zie ik hele mooie voordelen ontstaan als we bedrijven op ons net kunnen aansluiten. Dat is goed voor het vestigingsklimaat in de provincie Groningen.”De bouw van Avermieden is in volle gang. Ernaast komt zonnepark Eekerpolder.Snelweg met afslagen Hoe ziet zo’n privaat elektriciteitsnet er straks uit? Om dat goed uit te leggen gebruikt Daniëls de metafoor van de snelweg. Op vijf kilometer van Avermieden is Tennet bezig verdeelstation Meeden uit te breiden. Dat is een groot stopcontact op hoogspanning, waar Novar straks op aan kan sluiten. “Als het hoogspanningsnet een snelweg is, komen bij Meeden diverse snelwegen samen”, vertelt Daniëls. “Op die snelweg wordt speciaal voor Novar een afslag gemaakt. Verdeelstation Avermieden maakt straks van 220 kilovolt hoogspanning 33 kilovolt middenspanning. Dat worden de afritten waar je de snelweg af kan en waar regionaal verkeer mogelijk wordt. Op dat voltage kunnen straks zonnepark Eekerpolder en andere partijen aansluiten”, zegt hij. Zo ontstaat straks een regionale energie hub. Avermieden wordt in drie fases gebouwd. Als het GDS af is kunnen er bijna zes zonneparken zoals Eekerpolder op aangesloten worden. “De snelweg kan dat aan, maar van de zes afritten bouwen we er eerst twee. Het hele ontwerp en de ruimte zijn zo gemaakt dat we op termijn transformator twee en drie kunnen neerzetten”, legt hij uit. Voordelen Avermieden biedt volgens hem alleen maar voordelen. Niet alleen maakt het de bouw van nieuwe zonneparken, nodig voor de energietransitie, mogelijk, het zorgt er ook voor dat meer bedrijven zich in Groningen kunnen vestigen. Ondanks de problemen met netcongestie. “Door de bouw zijn we minder belastend voor Tennet, doordat we zelf onze route naar Meeden bouwen en alles op één kabel aansluiten. Dat is handiger. Maar we ontzien ook Enexis. Hun wachtlijst wordt kleiner en ze kunnen andere partijen aansluiten als er weer ruimte op het net ontstaat”, zegt Daniëls. Net uitbreiden De provincie Groningen is zich bewust van de groeiende netcongestie en de problemen die dat met zich meebrengt voor burgers en bedrijven. “Wij zien dat het energiesysteem snel aan het veranderen is. Die verandering brengt de onzekerheid met zich mee of er voldoende capaciteit op het stroomnet is. Als provincie zetten we ons in om de overlast voor inwoners en bedrijven zo veel mogelijk te beperken. Dit kunnen we niet alleen; hierin werken we samen met netbeheerders en andere belanghebbenden en gemeenten. In het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) kijken we gezamenlijk naar de uitbreiding van het net die nodig is om netcongestie het hoofd te bieden en kijken we verder vooruit om in de toekomst netcongestie voor te zijn. Tot slot kijken we hoe het bestaande net beter benut kan worden”, zegt gedeputeerde Johan Hamster van energie en klimaat.Gedeputeerde Johan Hamster.Innovaties nodig Over Avermieden heeft de provincie nog geen standpunt ingenomen. “In algemene zin kunnen innovaties ons helpen om netcongestie het hoofd te bieden. Het aanleggen van een GDS kan een van die innovaties zijn”, zegt Hamster. “Het is echter ook belangrijk om te kijken hoe een dergelijke innovatie in de praktijk werkt en of er daadwerkelijk congestie mee wordt opgelost. Ook hierin trekken we samen op met netbeheerders. Daarvoor zal breder gekeken moeten worden dan de partijen die aan het GDS verbonden zijn, maar ook naar de bredere effecten op het netwerk en de congestie. Omdat het een nieuwe ontwikkeling betreft, zullen we dan ook kijken of er kaders nodig zijn.” Lees ook:‘Te groot’ zonnepark levert groene waterstof voor vrachtwagens, tractoren en shovelsNederland kan met 1.200 ‘energy hubs’ netcongestie en CO2-uitstoot fors verminderenHoe kunnen we blijven bouwen in tijden van netcongestie?Een overvol stroomnet: zo kun je als onderneming alsnog vergroenenDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Novar. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.