Teun Schröder
27 maart 2024, 10:00

Changemaker Marjet Rutten wil de bouw sneller verduurzamen: 'Wie vandaag al iets goeds wil doen, hoeft echt niet te wachten op de overheid'

Changemaker Marjet Rutten schaakt tegelijkertijd op verschillende borden. Maar waar ze ook bezig is – in de Tweede Kamer, bij een bouwbedrijf of op een event – het doel is hetzelfde: de gebouwde omgeving verduurzamen. “Duurzamer bouwen draagt bij aan een betere wereld. En wil je klimaatvluchtelingen voorkomen, dan zul je iets tegen klimaatverandering moeten doen.”

Marjet Rutten "Er is best veel masculien gedrag in de bouw. Dat mag best wat meer feminien worden."

Hoe zorg jij voor verduurzaming?

“Als mens ben je persoonlijk en zakelijk actief. Op beide vlakken werk ik aan mijn voetafdruk: de milieu-impact die ik zelf maak. Maar daarnaast gaat het om je handafdruk: in hoeverre lukt het om de mensen om je heen te stimuleren de duurzame kant op te bewegen. Zakelijk ligt mijn invloed voornamelijk in het bereiken van anderen. Dat doe ik op verschillende manieren. Zo ben ik onderdeel van subsidiebeoordelingscommissies waarin we aanvragen behandelen over de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dit raakt vaak aan de energietransitie. Verder ben ik actief voor Building Balance, waarmee we het gebruik van biogrondstoffen in de gebouwde omgeving willen opschalen. Het is eigenlijk bizar dat er veel minder aandacht is voor de materiaaltransitie dan de energietransitie. Terwijl je in principe morgen de keuze kunt maken voor andere materialen. Dat is een makkelijkere actie dan van het gas af stappen. Daarnaast ben ik actief bij Gideon. Met dit initiatief geven we de overheid gevraagd en ongevraagd advies over hoe de gebouwde omgeving kan verduurzamen.”

Om biobased bouwen te stimuleren moeten de bouw en de landbouw meer samenwerken. Waar lopen die sectoren op dit moment tegenaan als het om biobased bouwen gaat?

“De bouw en de landbouw zijn beide conservatieve sectoren. Beide sectoren krijgen heel veel regels op zich af. Dan ben je niet zo snel op zoek naar nog eens extra dingen die kunnen, maar niet per se moeten. En dan zit de systematiek ook nog eens tegen. De MPG-score (milieuprestatie gebouwen, red.) van gebouwen zegt iets over de milieu-impact van een gebouw. Maar er zitten weeffouten in het rekenmodel. Een biobased materiaal als hennep krijgt een slechtere score dan een isolatiemateriaal dat op hoge temperaturen moeten worden verhit, bijvoorbeeld omdat hennep nog op veel kleinere schaal wordt geproduceerd. Ook gaat het rekenmodel ervan uit dat hout aan het einde van zijn levensduur wordt verbrand, terwijl dat in de praktijk helemaal niet zo is. Die MPG-systematiek moet aangepast worden. Die bal ligt bij de overheid. Maar wie vandaag al iets goeds wil doen, hoeft echt niet te wachten op de overheid.”

Wat moet er in jouw ogen gebeuren om biobased bouwen op te schalen?

“In de eerste plaats moet de mogelijkheid van certificering worden uitgebreid. Daarnaast moet de markt volwassen worden, zodat die ook de voordelen kan plukken van schaalgrootte. Ook moet het vertrouwen groeien bij opdrachtgevers die met biobased materialen gaan werken. Het onderwerp leeft, maar er zijn ook zorgen die niet altijd terecht zijn, bijvoorbeeld over de brandveiligheid van biobased materialen. Een belangrijk onderwerp waar we goed naar moeten kijken, maar biobased is niet per definitie brandbaarder dan ander isolatiemateriaal. Er zijn genoeg manieren om het veilig toe te passen.”

Je gaf ook aan onderdeel te zijn van Gideon. Wat doen jullie precies?

“Met dit collectief proberen we de overheid duurzame keuzes te laten maken. Bijvoorbeeld door meer toe te zien op de energieprestatie van kantoorgebouwen. Kantoren moeten verplicht een C-label hebben. Maar daarnaast ben je ook verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen die een terugverdientijd van minder dan 5 jaar hebben. Dat doet geen kip, want niemand controleert het. Met Gideon zorgen we dat daar Kamervragen over gesteld worden, zodat de borging wordt verbeterd.”

Waar zie je dat je al verschil maakt?

“We zien dat de bewustwording rond biobased bouwen de afgelopen jaren veel groter is geworden. En het feit dat Gideon door minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, red.) genoemd wordt in debatten betekent ook dat we daar top of mind
zijn. Ze weten donders goed wie we zijn. Ook zien we dat er steeds meer draagvlak komt voor een meetinstrument dat verder gaat dan de MPG-score voor gebouwen. Wij pleiten voor een CO2-eis waarmee je nog accurater kunt meten wat de milieu-impact van een gebouw is. Minister De Jonge had aangekondigd zo’n eis te willen invoeren, maar zei later dat hij wil wachten op Europa. Maar dat gaat nog wel even duren. Wij zeggen: invoeren de hap.”

Hoe krijg je andere mensen mee in je missie?

“Ik geloof niet zo in het veroordelen. Discussies verzanden al snel in ‘hullies en zullies’. Ik zal me niet zo snel negatief uitlaten of een partij wegzetten als de viezerik. Het helpt volgens mij niet als we elkaar iedere keer de maat nemen. Veel liever laat ik vanuit een positieve benadering de alternatieven zien en hoop ik mensen te stimuleren extra snel stappen te zetten.”

De bouwwereld lijkt mij best wel masculien. Merk je dat er anders op je gereageerd wordt als vrouw?

“Over het algemeen niet.” Lachend: “Ik heb best veel mannelijke genen. Ik denk zelfs dat ik voordelen heb gehad juist omdat ik vrouw ben. Toen ik begin dertig was, werd ik gevraagd om voor de minister met een team van zes de bouwagenda op te stellen. Je gaat mij echt niet wijsmaken dat dat niet deels te maken had met het feit dat ik jong en vrouw was.”

Even nadenkend: “Maar ik ben ook echt wel schofterig behandeld. Dat je je voor een afspraak bij de receptie meldt en maar blijft wachten tot er iemand komt. Net zolang totdat ik me weer bij de receptie meldde, waarna je terugkrijgt: ‘o, ik dacht dat we op je directeur wachtten’. Ook werd er bij een vergadering wel eens vanuit gegaan dat ik de notulist was en ben ik wel eens overgeslagen als iemand een rondje handenschudden doet. Wat dat betreft, is er best veel masculien gedrag in de bouw. Dat mag best wat meer feminien worden. We mogen wat meer gericht zijn op samenwerking en respect en wat minder op macht. Vrouwen zijn daar beter in.”

Met wie zou je willen samenwerken en waarom?

“Het mooie aan mijn rol is dat ik met iedereen de samenwerking kan opzoeken. Maar een samenwerking die er straks echt toe doet, is met de nieuwe minister die Volkshuisvesting in de portefeuille heeft. Het is lastig te voorspellen hoe dat gaat uitpakken. Ik hoop in ieder geval dat de nieuwe minister het onderwerp ook integraal sociaal oppakt. Ja, we moeten woningen realiseren, maar kunnen we die opgave ook combineren met andere uitdagingen? Duurzamer bouwen draagt namelijk bij aan een betere wereld. En wil je klimaatvluchtelingen voorkomen, dan zul je iets tegen klimaatverandering moeten doen. Ik hoop dat de nieuwe minister in staat is om niet alleen blokkendozen neer te zetten. Het kost echt niet heel veel meer tijd en geld om een goeie wijk te bouwen.”

Lees ook:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall.

Albert maakt klusprogramma’s en datingshows duurzaam

Albert reikt mediabedrijven hulpmiddelen aan om televisieproducties te verduurzamen. De werkwijze is door de BBC ontwikkeld en de wereldwijde standaard geworden voor het beoordelen van de duurzaamheid van mediaproducties. Omroep NTR heeft Albert – de naam verwijst naar de serie EastEnders – in 2018 naar Nederland gehaald. Zowel publieke omroepen als commerciële zenders en televisieproducenten gebruiken de systematiek om de duurzaamheid van televisieproducties te beoordelen en te verbeteren. CO2-calculator De werkwijze van Albert bestaat grofweg uit drie pijlers, vertelt projectleider JP Pellemans (dezelfde JP die sinds 2005 de stem van de Lingo-jury vertolkt). Centraal staat een CO2-calculator die voorafgaand en na afloop van een productie wordt ingevuld. Op basis van de berekening vooraf wordt een plan opgesteld om de uitstoot van een productie te verminderen. “We maken een voorspelling van de uitstoot en kijken waar het zwaartepunt bij een productie ligt: is dat het transport, de catering, het decor, op kantoor of in de studio?” Met de uitkomsten van de CO2-calculator in de hand, geven trainers van Albert een workshop aan het hele programmateam. Samen kijken ze hoe de CO2-voetafdruk kleiner kan worden gemaakt. Worden de klimaatbewuste acties waargemaakt, dan krijgt de productie een certificaat dat bewijst dat deze ‘klimaatbewust’ tot stand is gekomen. Pellemans: “We zeggen bewust geen klimaatneutraal. Dat zou een heel mooi streven zijn, maar is in de praktijk niet haalbaar.” Voorbeeldfunctie Onderdeel van de training is televisiemakers bewust te maken van de voorbeeldfunctie die ze vervullen. Producenten worden aangespoord ‘Planet Placement’ aan hun programma’s toe te voegen. “Dat wil zeggen dat je met de inhoud van je programma’s duurzaam gedrag en klimaatverandering aan de orde stelt”, legt Pellemans uit. “Bij een programma als BinnensteBuiten gaat het bijna elke aflevering over iemand die duurzaam aan zijn huis klust. Bijvoorbeeld een oude vloer tot een nieuwe vloer maakt, of de stoelen van oma upcyclet. Maar ook bij een datingshow als Love Island wordt Planet Placement gedaan – hoewel dat misschien een beetje tegenstrijdig klinkt aangezien de deelnemers naar een Canarisch Eiland worden gevlogen. Maar de deelnemers dragen allemaal tweedehands kleding van eBay of Vinted, die kijkers na afloop weer kunnen kopen.” Publieke en commerciële partijen Albert is in Nederland onder de vleugels van de NTR ontwikkeld. De overkoepelende NPO-organisatie heeft de regie over Albert begin dit jaar overgenomen. Er wordt gewerkt aan verdere verzelfstandiging, waardoor ook commerciële producenten verantwoordelijkheid gaan dragen voor de uitrol. Pellemans: “95 procent van onze uitstoot vindt plaats bij toeleveranciers. Het is belangrijk dat alle mediapartijen ernaar streven om de voetafdruk te verkleinen.” In het Verenigd Koninkrijk hebben belangrijke televisiezenders zoals de BBC, ITV en Channel Four het al verplicht gesteld dat alle programma’s met het Albert-protocol werken. Het helpt dat er met een internationale standaard wordt gewerkt, stelt Pellemans. ITV Studios is bijvoorbeeld ook in Nederland een belangrijke producent van televisieprogramma’s, en loopt voorop met het certificeren van hun producties. “Uiteindelijk wil je dat alle televisieprogramma’s van een certificaat worden voorzien. Maar dat is voor nu nog toekomstmuziek.” Lees ook: Transitie op alle fronten, maar hoe zit het met de politiek en de media?Klimaatoplossingen slagen pas als successen minstens zoveel aandacht krijgen als faillissementsdrama’sGeneratie Groen: ‘Duurzame organisaties trekken de beste professionals aan’