Sebastian Maks
14 mei 2025, 10:00

Changemaker Lizzy Butink (Dura Vermeer): ‘Ik ben in mijn element als ik tegen conservatieve gedachten in kan gaan’

Een miljoen woningen bouwen zonder dat de planeet daaronder lijdt. Dat is de kolossale opgave waar Nederlandse bouwbedrijven hun handen vol aan hebben. Lizzy Butink, duurzaamheidsmanager bij Dura Vermeer, erkent de uitdaging maar ziet ook hoe de ijver binnen de bouwsector groeit. “Als je duidelijk kunt onderbouwen waarom verduurzaming noodzakelijk is, dan is iedereen er voorstander van.”

Todays Change Makers Lizzy Butink bruin

Hoe ziet jouw rol als duurzaamheidsmanager eruit?

“Ik ben verantwoordelijk voor de duurzame transitie bij de bouw- en vastgoedafdeling van Dura Vermeer. We weten dat we naar een CO2-neutrale, natuurinclusieve en klimaatadaptieve omgeving moeten, en we weten ook met welke technieken we dat moeten bereiken. Het is onze taak als bouwbedrijf om ervoor te zorgen dat die technieken betaalbaar en schaalbaar worden, en dat we alle partijen aan boord krijgen. Als duurzaamheidsmanager werk ik aan het aanscherpen van onze net-zero-strategie, zorg ik dat duurzaamheid verankerd wordt in de bedrijfsvoering, en communiceer ik veel over ons beleid. Daarnaast werk ik veel samen met de markt en collega’s om duurzaamheid niet als los project te zien, maar als onderdeel van het nieuwe normaal.”

Wat motiveerde je om dat bij een groot bouwbedrijf te gaan doen?

“Al sinds ik me kan herinneren, heb ik een groot verantwoordelijkheidsgevoel en voel ik de drang mijn uiterste best te doen om iets bij te dragen. Ik ben elke dag dankbaar voor de plek waar ik ben geboren en het comfort dat die plek mij geboden heeft. Tijdens mijn studie sociale geografie en planologie ben ik gefascineerd geraakt door de complexe, maar prachtige samenhang tussen mens en aarde. In steden, tussen landen, maar ook de geopolitieke krachten die alles met elkaar verbinden. Na mijn studie ging ik bij ASR Real Estate werken. Daar deed ik onderzoek naar waar mensen willen wonen, werken en leven. Het ging aan me knagen: wat is eigenlijk mijn bijdrage aan de samenleving? Rendement maken op vastgoed voelde in ieder geval niet als een interessante drijfveer. Toen vroeg de directie of ik als eerste duurzaamheidsmanager aan de slag wilde gaan. Daar kwamen mijn verantwoordelijkheidsgevoel en liefde voor de gebouwde omgeving eigenlijk samen. Zo is het voor mij begonnen.”

Welke les uit je tijd bij ASR nam je mee naar Dura Vermeer?

“Dat verandering uiteindelijk altijd van binnenuit organisaties komt. Je kunt verandering natuurlijk wel aansturen vanaf de buitenwereld, maar alleen binnen organisaties kun je die echt verankeren. Het politieke klimaat is belangrijk, maar niet allesbepalend. Landelijk beleid loopt namelijk altijd achter op wat er in de markt mogelijk is. Natuurlijk worden er in deze huidige politieke tijd uitspraken gedaan die kort gezegd visieloos, instabiel en onbetrouwbaar zijn. Maar gelukkig is men daar bij ons duidelijk over: wij gaan daar als organisatie niet in mee. Wij gaan door.”

Je bent gefascineerd door het principe van ‘social tipping points’. Als meer dan 25 procent van een populatie in iets nieuws gelooft, dan is verandering niet meer tegen te houden. Heeft de bouwsector al zo’n kantelpunt bereikt als het om duurzaamheid gaat?

“Ik denk dat grote Nederlandse bouwbedrijven dat kantelpunt naderen. Ze investeren in kennis, innoveren in technieken en erkennen de urgentie. Maar het zijn niet de grotere spelers die de meeste huizen bouwen, dat doen de middelgrote en kleine aannemers. Voor mijn gevoel zijn die iets minder ver. Ik ben mijn eigen huis aan het verduurzamen, en laatst adviseerden meerdere bouwbedrijven op de hoek toch vooral weer een nieuwe cv-ketel in plaats van een warmtepomp, en steenwol in plaats van biobased isolatie. Op dat vlak hebben we nog een weg te gaan.”

Je zegt dat de grote bouwers het kantelpunt van duurzame verandering bijna bereikt hebben. Toch hoor je ook vaak dat de bouwsector conservatief van aard is.

“Toen ik bij Dura Vermeer begon, was ik daar inderdaad bang voor. Maar ik zie juist dat het conservatieve er heel erg vanaf gaat. Ik krijg als duurzaamheidsmanager heel veel steun in mijn werk, en dat is een teken dat de sector zich beweegt. En gelukkig ben ik juist in mijn element als ik tegen conservatieve gedachten in kan gaan.”

Uit onderzoek van ING blijkt dat de CO2-uitstoot van de bouw sinds 1990 amper is afgenomen. Hoe verklaar je dat?

“Het pijnpunt van de transitie naar duurzame steden is niet meer de energietransitie. Die is zichzelf wel vlot aan het trekken. De grootste uitdaging zit ‘m nu in de materialen. Daar komt een derde van alle CO2-uitstoot in de bouw vandaan. We weten dat biobased en hergebruikte materialen duurzamer zijn en welke technologieën er voor nodig zijn om die te gebruiken. Nu moeten we er nog voor zorgen dat ze betaalbaar en schaalbaar worden. We zijn daar al goed mee bezig, maar dat zie je inderdaad nog niet altijd in de cijfers terug. Ik denk dat dat voor een groot deel te maken heeft met de looptijd van bouwprojecten. Die duren zo’n acht tot tien jaar. Als je nu dus iets aan het bouwen bent, doe je dat met de kennis van vijf tot zes jaar geleden. Het duurt daardoor erg lang voor je de effecten van verduurzaming ziet.”

Wat is jouw grootste uitdaging als duurzaamheidsmanager?

“Er spelen momenteel veel maatschappelijke problemen tegelijk. Het klimaatprobleem en het woningtekort bijvoorbeeld, om van de geopolitiek nog maar te zwijgen. Het is een uitdaging om ervoor te zorgen dat we het ene probleem niet verergeren in onze poging het andere op te lossen.”

Heb je een voorbeeld van een situatie waarin dat dreigt te gebeuren?

“Zeker: we moeten 1 miljoen woningen bouwen in Nederland. Die moeten betaalbaar zijn, maar we moeten er ook voor zorgen dat we binnen de planetaire grenzen blijven. We mogen eigenlijk geen extra CO2 meer uitstoten. Er zijn mooie studies uitgevoerd naar de manieren om ondanks planetaire beperkingen toch te kunnen bouwen, en ook als Dura Vermeer zijn we daar veel mee bezig. Maar het blijft een flinke uitdaging.”

Wat zou je als tip willen geven aan andere duurzaamheidsmanagers?

“Je primaire focus moet zijn om duurzaamheid minder vrijblijvend te maken. Zorg dat het écht een onderdeel wordt van de bedrijfsvoering van je organisatie. Dat milieu-effecten net zo belangrijk worden bevonden als efficiëntie en geld. CO2 moet naast de euro komen te staan. Als je organisatie daar niet klaar voor is, kun je het meer vanuit de competitie-gedachte benaderen. Bedrijven hechten er veel waarde aan niet achter te lopen op concurrenten, en als die concurrenten veel met duurzaamheid bezig zijn, kun je dat in je voordeel gebruiken. Blijf geduldig maar laat niet los. Duurzame verandering is geen sprint. Blijvende verandering heeft tijd nodig.”

Lees ook:

Van rookgordijnen tot twijfel zaaien: zo werkt klimaatdesinformatie

1. Wat is klimaatdesinformatie eigenlijk?"Het zijn berichten die opzettelijk twijfel zaaien over de oorzaken, ernst of oplossingen van klimaatverandering."Volgens Veen gebeurt dat via tal van kanalen, van sociale media tot blogs. Er zijn lobbygroepen actief en er worden zelfs politieke campagnes opgetuigd. De boodschap is tegenwoordig wel een stuk subtieler dan vroeger. Dus niet meer: klimaatverandering bestaat niet. Maar: het valt wel mee en het klimaat verandert altijd al. "En dat klinkt geloofwaardig, zeker als je het maar vaak genoeg hoort", aldus Veen.Het was Merchants of Doubt die hem in 2014 bij dit thema bracht, een documentaire gebaseerd op het gelijknamige boek. "Daarin zie je hoe professionele ‘twijfelverkopers’ met opzet verwarring zaaien. Eén scène laat zelfs een nepversie van een IPCC-rapport zien, identiek vormgegeven aan het echte rapport. Alleen als je heel goed oplet, zie je het verschil. Toen besefte ik dat dit geen toeval is, het is pure strategie. En de verspreiders ervan gebruiken dezelfde technieken als de tabakslobby decennialang heeft gedaan."2. Waarom zijn mensen hier zo gevoelig voor?"Omdat desinformatie vaak comfortabeler voelt dan de waarheid."Klimaatverandering vraagt om offers. En het is nu eenmaal makkelijker om te geloven dat het allemaal wel meevalt, dan om je gedrag of bedrijfsmodel te veranderen. Zeker als je omgeving dat idee versterkt. Verder wijst Veen op de hedendaagse informatieomgeving, waarbij algoritmes van sociale media sensatie en controverse belonen. "Desinformatie wordt sneller gedeeld dan nuance. En als iets maar vaak genoeg terugkomt, dan gaan mensen het vanzelf aannemelijk vinden."3. Wat is de impact van die desinformatie?“Vertraging van beleid, verwarring in het publieke debat en verlamming bij bedrijven.”Veen noemt klimaatdesinformatie één van de meest succesvolle communicatiecampagnes ooit. "De wetenschap is glashelder: de aarde warmt op en dat komt vooral door de mens. Er is bijna geen onderwerp meer waarover zoveel wetenschappelijke consensus bestaat. En toch zijn er nog steeds grote groepen mensen die geloven dat hierover veel onzekerheid bestaat. Daardoor blijft beleid steken, ook in Nederland. Mensen en bedrijven weten soms niet wie of wat ze moeten geloven."Veen ziet de impact zelfs terug op plekken waar je het misschien niet verwacht. "Er zijn bedrijven en overheidsorganisaties die bewust vaag blijven, omdat ze anders lastige keuzes moeten maken. Dat is ook een vorm van obstructie. Ze vermijden bijvoorbeeld concrete doelen, gebruiken vage taal of schuiven maatregelen voor zich uit."Onderzoekers verenigen zichStichting Climate Obstruction NL (CONL) faciliteert een onderzoeksnetwerk van wetenschappers, journalisten en actiegerichte onderzoekers die zich richten op klimaatobstructie. CONL verzamelt de kennis van deze onderzoekers om inzichtelijk te maken wie er in Nederland achter het vertragen en tegenwerken van effectieve klimaatactie zitten, welke strategieën daarbij worden ingezet en hoe die invloed uitoefenen op politiek en publieke opinie. Die kennis delen ze met beleidsmakers, journalisten, NGO’s en andere maatschappelijke spelers. Met als doel? De maatschappij weerbaarder maken tegen klimaatobstructie.4. Hoe herken je klimaatdesinformatie?"Begin bij de vijf hoofdconclusies van de klimaatwetenschap."Binnen het vak van klimaatwetenschap zijn er inmiddels vijf hoofdconclusies, die worden onderstreept in rapporten van het IPCC. De aarde warmt op, dat komt door de mens, de wetenschap is het daarover eens, het is ernstig en... we kunnen er nog iets aan doen."Als je één van deze vijf boodschappen in twijfel trekt, dan moet er een belletje gaan rinkelen", zegt Veen. Daarnaast zijn er bekende trucs die de verspreiders van klimaatdesinformatie toepassen. Die gaan onder meer over cherrypicking, aanvallen op experts en het gebruik van valse dilemma’s. Deze technieken lijken onschuldig, maar hebben uiteindelijk maar één doel: vertragen, verwarren en twijfel zaaien over noodzakelijke actie."Cherrypicking betekent dat iemand alleen de informatie uitkiest die zijn of haar punt ondersteunt en de rest negeert. Zo wordt bijvoorbeeld een koude winter in Europa aangehaald als 'bewijs' dat het klimaat niet opwarmt, terwijl wereldwijd de gemiddelde temperatuur blijft stijgen", zegt Veen. Tijdens een koude winter in de Verenigde Staten tweette Donald Trump ooit sarcastisch dat de wereld wel wat global warming kon gebruiken.Aanvallen op experts zien we volgens Veen vaak bij instanties zoals het KNMI of het IPCC. Die worden weggezet als 'alarmistisch', 'politiek gemotiveerd' of 'niet onafhankelijk', zonder onderbouwde kritiek. Het doel is niet zozeer om hun inhoud onderuit te halen, maar om twijfel te zaaien over hun autoriteit."Valse dilemma’s stellen het probleem verkeerd voor, alsof er maar twee opties zijn. Waarom wij in Nederland bijvoorbeeld iets moeten doen aan het terugdringen van de CO2-uitstoot zolang ze China en India op deze manier doorgaan. Dat klinkt logisch, maar is misleidend. Klimaatverandering vereist collectieve actie", stelt Veen. "Bovendien heeft Nederland als achttiende economie van de wereld ook zijn aandeel te pakken. Zeker omdat we er als laaggelegen land veel last van zullen krijgen."5. Wie verspreiden klimaatdesinformatie?"Er zijn drie groepen: de makers, de verspreiders en de gelovers."De makers - vaak zijn ze gelinkt aan fossiele industrieën of lobbyclubs - weten precies wat ze doen, stelt Veen. "De verspreiders delen de informatie, omdat het logisch klinkt en de gelovers denken oprecht dat ze goed geïnformeerd zijn. Dat maakt het lastig, want je kunt niemand eenvoudig als 'tegenstander' wegzetten."Eén van de bekendste instituten in Nederland die twijfel zaait over de hoofdconclusies van klimaatwetenschap is Clintel. Zij doen dit onder meer via publicaties en mediaoptredens en positioneren zich als kritisch alternatief voor wetenschappelijke consensus.6. Wat kun je ertegen doen?"Weerbaarheid bouwen. In jezelf én in je organisatie."Volgens Veen begint het allemaal met kennis en bewustzijn. Het gaat erom dat je patronen herkent, de feiten weet en tactieken van desinformatie herkent. Daarnaast pleit hij voor open gesprekstechnieken en een kritische houding tegenover mensen die klimaatverandering ter discussie stellen. "Ga niet frontaal in de aanval, maar stel vragen: waar komt deze informatie vandaan en klopt het met wat we weten uit betrouwbare bronnen?" Lees ook:Internationale klimaatafspraken maken kost tijd, maar ‘die luxe hebben we niet’Met zijn nieuwste klimaatboek zoekt Harm Edens naar hoop bij jonge generatieArthur Oldeman is wetenschapper én klimaatactivist: ‘Voel me gesterkt door de wetenschap’