Sebastian Maks
10 april 2024, 12:00

Changemaker Karina Tiekstra (oud-CEO MyWheels): 'Je gaat toch geen vijfhonderd euro per maand betalen voor een auto?!'

Karina Tiekstra stond zeven jaar lang aan het roer van autodeelplatform MyWheels. Toen ze begon, was het platform klein en stonden er in Nederland nog maar 150 auto’s. Bij haar vertrek was dat aantal gegroeid tot drieduizend. De ervaring van het opschalen gebruikt Tiekstra nu om een nieuw investeringsfonds op te richten, Iconic Ventures. Welke lessen neemt ze mee uit haar tijd als CEO?

Karinatiekstra “Ik vind het leuk om enthousiasme bij mensen te herkennen en dat verder aan te wakkeren."

Hoe kijk je terug op de periode waarin je CEO was van MyWheels?

“Het was een waanzinnige reis en ik ben er heel trots op. In een periode van zeven jaar heb ik MyWheels laten uitgroeien van kleine speler tot marktleider. Dat was fantastisch. Het is een tijd waarin ik heb ontdekt hoe gaaf het is om bij een impactbedrijf te werken. Bij een bedrijf dat als missie heeft om de wereld beter te maken. In het begin was MyWheels vooral heel idealistisch. Er stonden nog niet veel auto’s in steden, maar met name in dorpen. Het was een bedrijf in nood met een wagenpark dat was verouderd. Er moest veel gebeuren. Maar er stond wel een heel mooie basis met een community van betrokken, positieve mensen. En uiteindelijk stond er een commercieel sterk bedrijf waar het idealisme niet is losgelaten.”

Wat dreef jou gedurende die zeven jaar?

“Ik wilde autodelen groot maken. Ik zag namelijk heel veel in dat concept en het doel van MyWheels. Maar het werd me steeds duidelijker dat je op moet schalen als je autodelen wil laten slagen. Anders blijft de impact maar heel klein. Je hebt schaal nodig, en kunt daarbij niet inleveren op de kwaliteit. Mensen kiezen namelijk niet alleen vanwege duurzaamheid voor een deelauto, maar ook omdat ze het gewoon een goed product vinden.

Daarnaast ben ik me steeds meer gaan realiseren dat ik niet langer bij een bedrijf wilde werken waarbij het doel alleen maar is om winst te maken. Dat ik duurzaam ingesteld ben, is bij MyWheels ontstaan. Toen ik daar kwam werken, was ik zo groen nog niet. Maar ik werd me steeds bewuster van bepaalde zaken en vind het nu ondenkbaar dat ik bij een bedrijf zou werken dat alleen maar streeft naar meer consumptie of eraan bijdraagt dat belangrijke zaken zoals de leefomgeving en de natuur worden afgebroken.”

Je noemt dat opschalen essentieel is als je je invloed wil vergroten. Zie je autodelen ooit de norm worden in onze samenleving?

“In dorpen niet, maar in steden denk ik van wel. Het bezit van een eigen auto zal daar steeds minder normaal worden. Er trekken steeds meer mensen naar steden toe en de auto wordt langzaam de stad uit gewerkt.”

Vooral sturing vanuit gemeentes dus? Zal die beweging niet uit inwoners zelf komen?

“Beide, denk ik. De overheid kan niet zomaar zeggen: jij mag geen auto meer rijden. Maar ze knijpen het wel af, door middel van duurdere of minder parkeerplaatsen bijvoorbeeld. De barrières worden steeds groter. En dan wordt autobezit steeds onzinniger. Je gaat toch geen vijfhonderd euro per maand betalen zonder ook maar een kilometer in je auto te hebben gereden?!”

Hoe ervoer je de overheid in je tijd bij MyWheels? Als een helpende hand?

“Steden, met name grote steden als Amsterdam en Utrecht, zijn erg meewerkend geweest. Die hebben altijd gezegd: prima, zet maar wat auto’s neer. Maar vanuit de landelijke overheid hebben we te weinig hulp gekregen. Het klinkt heel onaardig, maar ik heb niet echt het idee dat de overheid weet waarmee ze bezig is op dit gebied.”

Tegen welke zaken liep je nog meer aan als CEO?

“Ik vind dat je nooit vanuit een negatieve kant een boodschap moet brengen. Soms is dat wel lastig, bijvoorbeeld als mensen niet mee willen gaan in veranderingen en blijven achterlopen. Daar moet je eigenlijk geen aandacht aan schenken, maar dat is moeilijk. Een deel van de allereerste gebruikers van MyWheels herkende zich op sommige punten bijvoorbeeld niet meer zo in het bedrijf. Toen we nog klein waren, waren we beter benaderbaar. De klantenservice ging destijds twintig minuten met één iemand in gesprek. Dat was heel fijn en persoonlijk, maar als je groter wordt, kan dat op een gegeven moment niet meer. Dan is het belangrijk om te benadrukken wat er wél is, en niet wat er niet meer is. Ik hou van die benadering.”

Maar is altijd maar het positieve benadrukken ook geen valkuil? Ben je niet bang dat mensen vinden dat je hun problemen niet serieus neemt?

“Dat zul je altijd hebben. De diehard-autobezitter ga ik bijvoorbeeld nooit de auto uit krijgen. Daar moet de focus ook niet naar gaan. Die moeten lekker veel geld blijven betalen voor hun eigen auto, haha. In een klimaattransitie als deze, kun je eigenlijk maar één kant op gaan. Ik voel daarbij wel ongeduld, maar grote veranderingen gaan er komen. Als bedrijf kun je dan maar beter aan de goede kant staan.”

Heb je een speciale methode om mensen mee te krijgen in je duurzaamheidsmissie?

“Ik vind het leuk om enthousiasme bij mensen te herkennen en dat verder aan te wakkeren. Toen ik begon bij MyWheels had ik vrienden die van die patserige auto’s hadden. Uiteindelijk zijn die ook autodeler geworden. Niet omdat ik ze de hele tijd probeerde over te halen, maar omdat ze zelf begonnen te zien: dat kan óók gewoon.”

Is er iets waar je achteraf spijt van hebt?

“Nee. Daar ben ik niet het type voor. Dingen kunnen goed gaan of juist iets minder goed uitpakken, maar je leert er altijd van. Spijt is een onzinnige emotie, vind ik. Natuurlijk hebben we wel geluk gehad op de momenten waarop we gedurfd of creatief waren en het alsnog goed ging. Maar ik heb altijd op m’n gevoel gevaren. Als m’n gevoel zei dat iets niet pluis was, deed ik het nooit. Of het nu om collega’s, klanten of investeerders ging. Je kunt beter iets niet doen dan met een slecht gevoel.”

Nu ben je impactinvesteerder. Is er iets uit je tijd als CEO van MyWheels wat je nu goed kunt gebruiken?

“Ja, de kennis en ervaring van het opschalen van een bedrijf. De manieren waarop je dat goed doet, zijn niet specifiek voor de mobiliteitssector, dus daar kan ik andere bedrijven ook mee helpen. Uiteindelijk komt alles neer op een goede timing. Wanneer doe je wat, en wat heb je in welk moment nodig? Ondernemen is kansen zien en benutten, maar er zijn ook lastige zaken zoals het vinden van goede aandeelhouders en conflicten met oprichters. Je moet dan goed kunnen aanvoelen wanneer je welke stap moet zetten. Dat kan ik aan andere bedrijven laten zien.”

Met welke partijen zou je nog eens willen samenwerken?

“Véél partijen. Eigenlijk alle partijen in de climate tech die willen opschalen. We willen bedrijven niet overnemen, maar willen ze ondersteunen waar we dat kunnen. Je bent als ondernemer namelijk met heel veel dingen tegelijk bezig. Bij sommige van die zaken wil je graag advies. Je ziet bij private equity regelmatig dat de ziel uit ondernemingen wordt gehaald. Wij willen juist dat die ziel in het bedrijf blijft. En die ziel is vaak de ondernemer of het gedachtegoed.”

Welk doel hebben jullie als Iconic Ventures gesteld?

“We hebben onszelf een jaar gegeven om een fonds van 25 miljoen euro op te richten.”

Haalbaar, denk je?

Lachend: “Natuurlijk is het haalbaar! Als het niet haalbaar is, moet je het niet gaan doen. Ik spreek je over een jaar!”

Andere Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Toekomstig windpark op zee heeft zonnepanelen, een batterij en maakt waterstof

Dat toekomstbeeld schetsten ontwikkelaars van windparken, batterijleveranciers, experts van kennisinstituut TNO en van platform TKI Offshore Energy tijdens een webinar dat vooruit kijkt naar het congres Wind Day 2024, dat in juni in Vlissingen plaatsvindt. Meer windenergie Windenergie levert nu gemiddeld 40 procent van alle stroom in Nederland en dat wordt alleen maar meer. Vooral wind op zee groeit sterk. Eind 2023 stond er voor 4,7 gigawatt vermogen op de Noordzee. In 2030 moet dat 21 gigawatt zijn en in 2050 in totaal 70 gigawatt. Al die turbines bij elkaar leveren dan respectievelijk 95 en 300 terawattuur elektriciteit per jaar. Ter vergelijking: nu gebruikt Nederland volgens het CBS circa 120 terawattuur per jaar aan stroom, al zal dat mede door elektrificatie van de industrie de komende jaren verdubbelen. Energie leveren wanneer nodig De opgave is niet alleen om al die windparken te bouwen, maar ook om er ruimte voor te vinden, de natuur en de ecosystemen niet te beschadigen en de kosten van grondstoffen in de hand te houden. Maar misschien wel de grootste opgave is om alle opgewekte elektriciteit op het juiste moment op de juiste plaats te krijgen. “We willen naar een situatie toe waarbij we niet meer elektriciteit produceren wanneer het waait, maar energie leveren wanneer het nodig is. Dat is een hele uitdaging”, zegt programmamanager Bob Meijer van TKI Offshore Windenergie. Windpark wordt energiepark Om dat voor elkaar te krijgen, gaan windparken er heel anders uitzien. Het windpark van de toekomst is meer een energiepark. Drijvende zonneparken kunnen bijspringen als de zon schijnt, maar het nauwelijks waait. Bij storm in het weekend - dus als er veel aanbod van groene stroom is en weinig vraag - heb je batterijen nodig om energie tijdelijk op te slaan voor later. Of een elektrolyser die er ter plekke waterstof van maakt. Testlocatie in Lelystad Om te testen en te monitoren hoe zo’n energiepark werkt, hebben TNO en de WUR onlangs het Switch-fieldlab in Lelystad geopend. Op die testlocatie staan windturbines, zonnepanelen, een elektrolyser, batterijen en een weerstation, die allemaal aan elkaar zijn gekoppeld. Het doel is om te kijken hoe alle stroomproductie optimaal afgestemd kan worden op de marktvraag en hoe het elektriciteitsnet optimaal benut kan worden. Bijvoorbeeld door zon en wind op zee gebruik te laten maken van dezelfde exportkabel naar land. Om waterstof bij de windparken op zee te kunnen produceren, werkt TNO mee aan het FlexH2-consortium, waarin tien partijen onder leiding van Shell gezamenlijk onderzoek doen en nieuwe technologieën ontwikkelen. “De testlocatie is helemaal geënt op het energiepark van de toekomst. Het gaat niet om de grootte, maar om wat je ermee kunt”, zegt programmamanager windenergie Jan Willem Wagenaar van TNO. “We zijn op dit lab in staat om continu te monitoren wat er gebeurt. Maar we kunnen het ook aansturen op basis van de weersvoorspellingen.”Gasten krijgen tijdens de opening een rondleiding over het Switch-fieldlab van TNO en WUROranjewind als blauwdruk Is in Lelystad alles kleinschalig en hebben windturbines, zonnepanelen en batterijen daar vermogens in kilowattpiek, bij windpark Oranjewind van wereldwijd windfarm ontwikkelaar RWE op de Noordzee zullen al deze energiebronnen op grote schaal worden gecombineerd. De bouw start in 2026 en een jaar later moet het park stroom leveren. Met 760 megawatt aan vermogen - genoeg stroom voor 1 miljoen huishoudens - wordt dit een blauwdruk van het windpark van de toekomst. Grootste drijvende zonnepark Via een Lidar-systeem wordt het weer voorspeld. Overtollige energie wordt opgeslagen in een onderzeese lithium-ion-batterij van het Schotse bedrijf Verlume. Op land wordt getest of dat straks ook kan in de energieopslag in hogedruk-waterreservoirs onder de zeebodem van het Groningense bedrijf Ocean Grazer. Solar Duck uit Tiel legt naast de turbines in Oranjewind het grootste drijvende zonnepark ter wereld aan. Aan de kust op het vasteland komt verder een elektrolyser te staan om van de offshore groene stroom waterstof te maken, een elektrische boiler voor warmteopslag en een laadstation voor elektrische voertuigen. “Dit is wat ons betreft hét energiepark van de toekomst, waarbij zowel de vraag als de aanbodkant heel goed op elkaar wordt afgestemd”, zegt Warner ten Kate van RWE. Kijk hier hoe de onderzeese lithium-ion batterij van Verlume werkt:Waterstofproductie op zee RWE investeert de komende jaren 55 miljard euro in 65 gigawatt aan groene opwektechnologie. Een derde van dat bedrag gaat naar offshore wind. Die capaciteit wordt tot 2030 verdrievoudigd tot 10 gigawatt. De ontwikkelaar werkt voor parken als Oranjewind samen met kennisinstituten als TNO en een scala aan universiteiten om kennis op te bouwen en de technologie te kunnen opschalen. Bijvoorbeeld voor de productie van waterstof op zee, waar de overheid bedrijven onlangs uitnodigde om zich in te schrijven voor twee demonstratieprojecten. Die elektrolysers moeten respectievelijk 100 en 500 megawatt aan waterstof kunnen produceren uit offshore windenergie. Moeilijke marktsituatie De vraag is alleen of dit allemaal financieel haalbaar is. De hoge prijzen en slechte marktomstandigheden hangen momenteel als een donkere wolk boven de bouw van nieuwe windparken op zee. Een grote speler als Eneco heeft zelfs aangekondigd hier voorlopig niet meer in te willen investeren. “Ook wij zien veel problemen. De vraag is of we deze businesscase kunnen rondkrijgen. Dat blijft gezien de huidige marktomstandigheden in Nederland lastig”, zegt Ten Kate van RWE. Batterijopslag Een voordeel is wel dat een dergelijk combipark meer kan dan alleen stroom leveren. Het kan elektriciteit opslaan als de prijs en de vraag laag zijn en via de batterij terugleveren als de prijs en de vraag hoog zijn. Het kan bijdragen aan minder congestie, het in stand houden van de frequentie van 50 hertz op het net of het herstarten van de stroomlevering na een stroomstoring. Allemaal functies waar netbeheerders voor betalen. Nu vervullen gascentrales die rol. Die kunnen vervangen worden door de flowbatterij van Elestor uit Arnhem. Die reuzenaccu kan vijf dagen lang overtollige energie opslaan en bewaren en daarna ook weer vijf dagen lang elektriciteit leveren. Of zelfs tien dagen als de batterij groter wordt uitgevoerd. De flowbatterij van Elestor kan langdurig stroom opslaan.Flowbatterij als blokje De batterij gebruikt twee opslagtanks, eentje met waterstof en eentje met waterstofbromide, en wekt met de membranen daartussen stroom op of slaat het juist op in waterstof. Dat werkt 20.000 keer, 20 jaar lang. Door een koppeling met een waterstofpijplijn of een waterstoffabriek hoeft het waterstofdeel van de batterij niet eens gebouwd te worden. Business development manager Floris van Dijk zou met Elestor graag een rol spelen bij het windpark van de toekomst. “Dit is het energiesysteem van de toekomst. Wij zijn een van de blokjes van dit systeem. Het uiteindelijke doel is de energieprijs opslaan tegen een zo laag mogelijke prijs.”, zegt hij. Elestor wil grote energiebuffers bouwen aan de kust waar de stroom van windparken aan land komt. “Het gaat om gigawatturen. Zo’n groot systeem zet je voor langere tijd neer in de buurt van een windpark of een groot zonneveld. Eigenlijk op de plek waar nu een gascentrale staat, want daar heb je al de aansluiting op het net en de infrastructuur”, zegt hij. De eerste batterij levert Elestor dit jaar aan Vopak in Vlissingen. Dat wordt nog een kleintje van circa 3 megawattuur, maar de volgende krijgt al een capaciteit van 25 megawattuur. Daarna volgt een batterij van 100 megawattuur. Allemaal op land. Lees ook: 'Nederlandse batterij voor 130 uur maakt gascentrales op waterstof overbodig'Windpark Hollandse Kust Noord helpt Jetten aan zijn doelBijna geen zon en toch is meer dan de helft van de Nederlandse stroom groen2023 recordjaar voor offshore windenergie in Europa, maar werk aan de winkel