Sebastian Maks
14 februari 2024, 10:00

Changemaker Ika van de Pas (Milieu Centraal): ‘Ik moet geen moreel apostel willen zijn’

Ika van de Pas is directeur van Milieu Centraal, een online gids die mensen moet aansporen tot duurzamer consumentengedrag. Met een website die barst van de kennis en tips hoopt ze Nederland zo klimaatbewust mogelijk te maken. Maar: “Op persoonlijk vlak loop ik van schaamte naar schaamte.” Hoe probeert Van de Pas het juiste verhaal te vertellen?

Changemaker ika Van de Pas: "Ik zou verder graag meer met de tuinbranche willen samenwerken."

Op welke manier zorg jij voor verduurzaming?

“Dingen beter willen maken is een rode draad in mijn leven. Ik ben begonnen bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, heb toen bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en bij de Europese Commissie gewerkt, en kwam daarna bij Albert Heijn terecht op de duurzaamheidsafdeling. Ik zag Milieu Centraal altijd als baken, en toen mijn voorganger daar vertrok, zag ik het als ultieme kans om leiding te geven aan deze prachtige organisatie.

De missie van Milieu Centraal is om mensen, wij noemen ze consumenten, in staat te stellen om duurzame keuzes te maken. Dat doen we met een onafhankelijke kennisbank die we via alle mogelijke kanalen aan de man brengen. Ook hebben we een gedragsteam dat onderzoekt wat de drijfveren van mensen zijn en tegen welke belemmeringen ze aanlopen. Op deze manier willen we ervoor zorgen dat de informatie mensen echt bereikt. We vinden het namelijk belangrijk dat consumenten hun keuzes voor verduurzaming maken op basis van volledige informatie en onafhankelijke adviezen.”

Merk je dat jullie inspanningen echt effect hebben?

“Op verjaardagen merk ik altijd dat steeds meer mensen ons kennen. Dan hoor ik: ‘o, jullie zijn van die website’, of: ‘ik heb jullie filmpjes gekeken toen ik m’n huis ging verbouwen’. Onze informatie is goed vindbaar op Google. Tegelijk is het nog niet zo dat mensen specifiek naar Milieu Centraal op zoek gaan. Maar als je ‘isolatie’ opzoekt, staan wij bovenaan. En in de media spelen we een steeds grotere rol. Toen de energiecrisis uitbrak, werden we elke dag benaderd door journalisten om duiding te geven bij de toenmalige situatie.

Of we een effect hebben gehad op het verduurzamen van mensen, dat is moeilijk te meten. Als meer mensen plastic gaan scheiden, kunnen we dat natuurlijk niet claimen. Maar we krijgen wel steeds meer bezoekers en mensen blijven steeds langer hangen op onze website.”

Milieu Centraal geeft ook informatie over omstreden onderwerpen als biomassa. Welke afwegingen maken jullie daarbij? Welke informatie geef je wel en niet en welke accenten leg je?

“Aan de ene kant is dat heel simpel, aan de andere kant is het best wel koorddansen. We zijn namelijk niet activistisch en staan niet op het Malieveld te protesteren. Wij duiden. Onze onderzoekers maken lijvige brondocumenten met de wetenschappelijke stand van zaken en formuleren het beste advies aan de consument. Dat neemt onze wetenschappelijke raad van advies, onder leiding van Kornelis Blok (emeritus hoogleraar energiesystemen, red.), grondig door. Dat is eigenlijk een soort validatie om te kijken of we ons werk goed hebben gedaan. In het geval van biomassa gaan we diep op het onderwerp in en belichten we ook alle thema’s waar discussie over is. Eigenlijk bieden we een volledige set argumenten die je kunt gebruiken om zelf een mening te vormen, zodat je kunt zeggen: biomassa is niet zo zwart-wit.

Een ander voorbeeld is kernenergie. We gaan daarover echt niet zeggen dat het wel of niet goed is. We proberen het debat te nuanceren en geven wegingen aan de verschillende argumenten. We helpen je een mening vormen, maar geven geen advies. Bij zaken waarop mensen met hun levensstijl invloed hebben, geven we dat wel. Elektrische auto’s bijvoorbeeld. Dan zeggen we: heb je een auto nodig, rijd dan elektrisch.”

Hoe probeer je iedereen mee te krijgen in jouw ambitie om te verduurzamen?

“Toen ik hier begon, heb ik me voorgenomen om niet te schieten met hagel. Ik wil mensen echt bereiken. Daarvoor moet je weten wie die mensen zijn, wat hun drijfveren zijn en waar ze tegenaan lopen. Welke maatregelen lenen zich het beste voor welke doelgroep, en welke doelgroep heeft het het zwaarst? Daarnaar doet ons gedragsteam onderzoek. Onze communicatieadviseurs weten met die kennis precies hoe ze de juiste groepen moeten bereiken.

Die informatie is ook erg bruikbaar voor ministeries. Want op het gebied van duurzaamheid hebben zij duizend bloemen die ze kunnen laten bloeien. Moeten we inzetten op recycling, op reparatie, of moeten we consuminderen stimuleren? Wij weten waar Nederland voor openstaat en waarvoor niet. Daardoor kunnen we de ministeries helpen met sweet spots waar ze hun beleid op kunnen inrichten, en hen vertellen aan welke stimulansen juist niemand behoefte heeft.”

Tegen welke obstakels loop je zelf aan?

“We weten dat we als Nederland een enorme ecologische voetafdruk hebben, twee keer hoger dan het wereldgemiddelde. Dat plaatst ons in het rijtje met de Verenigde Staten, Canada en Australië. Dat komt door onze industrie en vervoer, maar ook gewoon door onze levensstijl. Als we niets aan die levensstijl doen, dan gaan we de klimaatdoelen niet halen. Dat weten we. Maar dat uitdragen, dat is best een inconvenient truth. Overal moet het woordje ‘minder’ voor. Voor ons is het de kunst om dat verhaal dusdanig te vertellen dat mensen niet afhaken, zodat ze hoopvol en positief blijven, maar zonder ze daarbij voor de gek te houden. Je moet uitkijken dat je niet gezien wordt als moralistisch, maar dat je wel het eerlijke verhaal vertelt. En waar wij tegenaan lopen is dat het eerlijke verhaal een inconvenient verhaal is.

Daarnaast loop ik op persoonlijk vlak van schaamte naar schaamte, kun je wel zeggen. Als je hier werkt, ben je je heel erg bewust van dingen die niet duurzaam zijn. Je loopt daarbij tegen barrières aan, ook bij vrienden en familie. Maar ik moet als directeur van Milieu Centraal ook geen moreel apostel willen zijn. Dat is af en toe best wel een beetje zoeken.”

Bedoel je dat je bij sommige activiteiten denkt: kan ik dit in mijn rol wel maken?

“Ja, precies. Aan de ene kant doe ik veel om te verduurzamen. Ik heb mijn huis duurzamer gemaakt, ik rijd elektrisch en eet amper vlees. Maar sommige dingen zijn gewoon lastig. Mijn moeder woont bijvoorbeeld in Spanje en is 87. Tja, ik kan daar niet iedere keer met de auto heen. Maar ergens vind ik het juist ook belangrijk om niet de meest duurzame persoon te willen zijn. Dat is onze doelgroep namelijk ook niet.”

Wat zou je achteraf anders gedaan hebben?

“Jarenlang hebben we het beleid gehad dat onze informatie zo goed mogelijk vindbaar moet zijn. En dat is ook erg belangrijk. Als jij zoekt op zonnepanelen of biomassa, dan moet je ons gewoon vinden. Maar we hadden achteraf gezien vanaf het begin meer aan onze naamsbekendheid moeten doen. Zodat mensen specifiek denken: ik wil weten wat Milieu Centraal hierover geschreven heeft. In tijden van nepnieuws en greenwashing is dat denk ik erg belangrijk. Mensen moeten weten dat ze bij ons de onafhankelijke en juiste informatie kunnen vinden.”

Met wie zou je willen samenwerken?

“We werken al met veel partijen samen, maar wel altijd volgens bepaalde spelregels. Onze onafhankelijkheid moet natuurlijk niet in het geding komen. Maar het is voor ons belangrijk dat consumenten duurzame keuzes kunnen maken, en daarvoor willen wij op de plekken zijn waar die keuzes worden gemaakt. Bijvoorbeeld op de websites van hypotheekverstrekkers, of bij bouwmarkten. We werken ook veel met Bol.com samen, zodat consumenten kunnen navigeren naar duurzame producten. Dan is de kans op een klimaatbewuste keuze veel groter.

Ik zou verder graag meer met de tuinbranche willen samenwerken. Veel niet-inheemse bloemen en planten die niet biologisch geteeld zijn, vormen een groot probleem voor de biodiversiteit. Er is voor consumenten weinig handelingsperspectief bij tuincentra. Daar ligt echt een taak om op te pakken, en wij kunnen ze daar zeker bij helpen.”

Lees ook:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Nederlander bedenkt goedkope ‘klikwoning’ die je minstens 300 jaar kunt hergebruiken

Het eerste exemplaar wordt de komende maanden gebouwd op het innovatieterrein van de voormalige Suikerfabriek van de Suikerunie in Groningen. Daar wordt de komende jaren geëxperimenteerd met circulair bouwen in een woonwijk waar 1.500 woningen worden gebouwd. 300 jaar hergebruiken De inspiratie voor zijn concept kreeg Bulsing bij de zeven stalen, energieneutrale woningen van architect Markus Bouman, die eerder in Dokkum werden gebouwd. Door prefab sandwichpanelen te gebruiken toonde de architect met het project aan dat je voor minder dan 185.000 euro een complete, luchtdichte en energiezuinige woning kunt bouwen. Bulsing evalueerde het project met Bouman en ging daarna nog een stapje verder met zijn Quadra-concept. De Quadra-woning wordt ter plekke in elkaar gezet en bestaat uit een geraamte dat voor de stijfheid en de draagkracht van de woning zorgt. Dat noemt Bulsing de ribbenkast. Die verticale staanders en liggers kun je naar elkaar toe draaien, zodat je er wand- en dakpanelen tussen kunt klemmen. Door dat kliksysteem zijn geen spijkers, schroeven of cement nodig en hoeft er niet gelast te worden. “Daardoor kun je de woningen onbeschadigd uit elkaar halen en opnieuw gebruiken. Je kunt de Quadra-onderdelen eindeloos hergebruiken, wel minstens 300 jaar. Je hebt de eerste eeuwen nooit een afvalproduct”, zegt Bulsing. Alle materialen De gestandaardiseerde wand- en dakpanelen die tussen het frame worden geklemd kunnen van alle materialen gemaakt worden. Van karton, plastic, hout of biobased materialen als olifantsgras. “Die panelen hoeven geen constructieve eigenschappen te hebben. Je stelt ze samen, puur op isolatie, geluid en brandwerendheid. Je kunt je eigen huis dus net zo duur en duurzaam maken als je zelf wilt”, zegt Bulsing. 300 tot 500 woningen per maand Omdat het Quadra-systeem modulair is, dus uit verschillende vaste onderdelen bestaat, kun je er net als met een bouwdoos allerlei type woningen mee bouwen. Van tiny houses, twee-onder-een-kapwoningen, rijtjeshuizen, vrijstaande villa’s tot appartementencomplex. Bulsing gaat niet zelf de markt op met Quadra-huizen. Hij wil liever dat aannemers, bouwers en projectontwikkelaars zijn systeem gaan toepassen. Met zijn innovatieve methode kan Nederland meer, sneller, eenvoudiger en goedkoper woningen bouwen, die ook nog eens langer meegaan. "Wel 300 tot 500 woningen per maand", stelt Bulsing. Hij wil met zoveel mogelijk partijen in gesprek om gezamenlijk diverse problemen op de woningmarkt op te lossen. Wederopbouw Na diverse keren demonteren en weer opbouwen kunnen de woningen later ook naar andere landen getransporteerd worden. Bijvoorbeeld om arme mensen in ontwikkelingslanden of Oost-Europa aan een woning te helpen. Of om gedupeerden in oorlogs-, aardbevings-, en orkaangebieden aan een nieuw huis te helpen bij de wederopbouw van hun stad of dorp. Staal of hout De Bouman-woningen in Dokkum hebben een frame van staal. Ook Bulsing gebruikt staal. Dat kost veel energie om te maken, een proces waar veel CO2 bij uitgestoten wordt. “Maar 70 procent van het staal wordt tegenwoordig gerecycled, dus wordt er steeds minder erts uit de grond gehaald”, weet Bulsing. “Voor mij is bouwen vooral duurzaam als je heel weinig materiaal gebruikt. Staal is makkelijk te verwerken en te vervormen, waardoor je minder materiaal kunt gebruiken.” Het frame van de Quadra-woning kun je ook van hout maken. Daarbij wordt de CO2 van bomen voor langere tijd vastgelegd in een gebouw. Maar Bulsing vraagt zich wel af of je de honderdduizenden woningen die Nederland de komende jaren nodig heeft allemaal met hout kunt bouwen. Daarvoor zouden heel wat bossen gekapt moeten worden. “Daarnaast is er veel wildkap in de wereld. De vraag is of dat wel duurzaam is”, zegt hij.Een standaard Quadra woningZo licht mogelijk De insteek van Quadra is zo goedkoop mogelijk bouwen met zo min mogelijk gewicht. De huizen in Dokkum kostten 185.000 euro en wogen 13.000 kilo. Een betonnen huis weegt gemiddeld 35.000 kilo en houtskeletbouwwoningen 28.000 kilo. “Vergeleken met een houtskeletbouwwoning bespaar je dus al 15.000 kilo aan materiaal. Iedereen snapt dat dat duurzaam is. Met Quadra heb ik ook de kostprijs nog eens teruggebracht en kom ik op 150.000 euro met 10.000 kilo gewicht”, rekent Bulsing uit. Pilotwoning In Groningen gaat Bulsing een huis bouwen met vier verschillende wanden. Een van houtskelet, een van sandwich panelen, eentje van stro en eentje met panelen met inblaasisolatie. Allemaal met de Quadra-draagconstructie. “We willen laten zien welke technieken mogelijk zijn tegen welke kostprijs. Zo kunnen bewoners zelf kiezen welk huis ze nemen tegen welke prijs”, zegt Bulsing. Lees ook:Hollands hout maakt houtbouw nog een stukje duurzamerCirculair bouwen te duur? Niet als je er anders naar kijktBouwboeren oogsten eerste 18 huizen van het landTU Delft opent 'proeftuin' voor biobased bouwen: 'Dé plek om bouwproducten en circulaire innovaties te testen'