Hannah van der Korput
27 november 2024, 11:30

Changemaker Hans Geels (Dille & Kamille): ‘We willen mensen laten nadenken over hun koopgedrag’

Hans Geels is de directeur van winkelketen Dille & Kamille. Hij is een idealist en realist tegelijkertijd. “Je kan producten duurzaam maken wat je wil, maar als de prijzen sky high zijn dan bereik je ook niks.”

Hans Geels “Wij hebben nog grote slagen te maken, maar hetzelfde geldt voor de consument.”

Een winkelketen die nieuwe spullen verkoopt en tegelijkertijd zo duurzaam mogelijk opereert. Kan dat samengaan?

“Nee, het is een paradox. Wij zullen zelf nooit zeggen dat we duurzaam zijn. Wil je echt duurzaam leven, dan koop je bij voorkeur niks nieuws. Dan leen je spullen bij buren en vrienden of koop je tweedehands. Dat is het beste voor de aarde. Maar we zijn ook realistisch: mensen kopen nu eenmaal nieuwe spullen om het huis in te richten en leuker te maken. Dan willen wij een zo goed mogelijk aanbod hebben. Kwalitatief, tijdloos, voorzien van de juiste keurmerken en tegen een nog te begrijpen prijs. Daar zit altijd een spanningsveld. Je kan producten duurzaam maken wat je wil, maar als de prijzen sky high zijn dan bereik je ook niks. Het is dus balanceren op een aantal assen. Naast de duurzamere keuzes die er zijn, bijvoorbeeld lenen, willen we de next best thing zijn. Met onderhoudsadviezen en inspiratie geven we tips hoe mensen hun producten zo lang mogelijk kunnen behouden. Dat vinden we een taak voor ons.”

Hoe werk je dan toch zo duurzaam mogelijk?

“We proberen mensen al tijden over te halen om natuurlijker schoon te maken. Dat kan met sodiumcarbonaat en natuurazijn. Of met marseillezeep om het lekker te laten ruiken. We hebben diverse producten ontwikkeld die bewijzen dat je heel goed zonder chemische spullen je huis kan schoonmaken. We zetten ook in op duurzamer textiel. Het merendeel is biologisch katoen en GOTS-gecertificeerd. Bij Dille & Kamille hebben we ook een aanzienlijk percentage textiel dat bestaat uit ‘pre-consumer waste’. Van wat bij de productie van een katoenproduct overblijft als snijafval, maken wij weer theedoeken en handdoeken. Dat is een soort upcycling en nog beter dan duurzame grondstoffen gebruiken. Materialen die anders zouden worden weggegooid of verbrand, eindigen nu alsnog in producten. Zo zijn we continu aan het kijken hoe we de boel duurzamer krijgen. Dat is natuurlijk mooi gezegd, maar in de praktijk is het verdomd lastig. Een doelstelling die de CSRD ons oplegt, is dat we in 2050 CO2-neutraal moeten zijn. We gaan ons best doen, maar ik ben heel benieuwd of dat überhaupt kan.”

Een andere keuze is dat Dille & Kamille geen producten met stekkers verkoopt.

“Klopt. Dat is overigens niet alleen vanuit duurzaamheidsoverwegingen. De oprichter van Dille & Kamille, Freek Kamerling, maakte zich vijftig jaar geleden zorgen over de oprukkende wegwerpmaatschappij. Veel producten waren uitgerust met plastic, stekkers en batterijen. Daar had hij zo zijn bedenkingen bij. Ook was hij van mening dat je blijer wordt wanneer je dingen met de hand en met aandacht doet. Zo hebben we een mooie, ouderwetse slagroomklopper in het assortiment. Daarmee gaat handmatig slagroom kloppen net zo snel als met een machine. Dat geeft ook meer voldoening, want dan heb je het écht zelf gemaakt. Misschien is het een beetje zweverig, maar bij Dille & Kamille geloven we dat je gelukkig wordt door dingen met aandacht te doen.”

Waar veel winkels Black Friday vieren met hoge kortingen, sluiten jullie die dag juist de winkels en de webshop. Waarom?

“In 2018 waaide Black Friday vanuit Amerika over naar Nederland. Mijn e-commerce-collega’s wilden daar wat mee doen en verzonnen een online zolderopruiming. We gaven toen korting, iets wat we eigenlijk nooit doen. Hoewel die actie heel goed liep, voelde het slecht. We hebben daar intern veel gesprekken over gevoerd. Het jaar erop besloten we om geen korting te geven, maar bij elke transactie wat geld apart te houden. Dat geld werd vervolgens besteed om bomen te planten. We noemden het Green Friday en werkten samen met Trees4All. Dat sloeg aan en meer retailers haakten aan. Het initiatief is inmiddels flink gegroeid en loopt nog altijd. Maar ondanks de goede bedoelingen, blijft het om transacties draaien. Vanuit waar we vandaan komen, willen we mensen juist laten nadenken over hun koopgedrag. Sinds twee jaar zijn zowel de fysieke winkels als de webshop tijdens Black Friday gesloten. Het is een druppel op een gloeiende plaat, maar we hopen dat mensen toch nadenken over wat ze allemaal aanschaffen op zo’n dag. Het is één groot marketingfeest. Vaak zijn de kortingen ook geen echte kortingen en worden mensen voor de gek gehouden. Zoals gezegd is het een druppel op een gloeiende plaat, maar veel druppels bij elkaar kunnen samen zorgen voor wat groters.”

Dat lijkt me een behoorlijke dure keuze.

“Dat is het zeker. Dit jaar valt Black Friday op de laatste vrijdag voor Sinterklaas. Dat is een goede verkoopdag. Je moet wat overhebben voor je principes. Maar wie A zegt, moet ook B zeggen. Je moet voor zo’n keuze staan, ook als het extra pijn doet.”

Past zo’n tegendraadse beslissing bij jouw manier van leiding geven?

“Ik ben wel iemand die durft, al past de keuze denk ik meer bij het bedrijf dan bij mij persoonlijk. We zijn een retailbedrijf, maar ook weer niet. De hele retail drijft op lage prijzen en kortingen. Bij ons in de winkel is het juist zoeken naar de prijzen: die staan heel klein op de artikelen. We zijn eigenlijk ook niet per se opgericht om te retailen, maar om mensen ervan bewust te maken dat een wegwerpmaatschappij geen duurzame oplossing is. In die zin is Dille & Kamille een onconventionele winkelketen die onconventionele beslissingen neemt.”

Vorig jaar is voor de allereerste keer de volledige CO2-voetafdruk van Dille & Kamille in kaart gebracht. Hoe gaat zo’n grootschalig proces in zijn werk?

“We werken daarvoor samen met een onafhankelijk bureau. Het is goed om inzicht te krijgen in de voetafdruk van het bedrijf. Door er een prijs aan te hangen, weten we onze financiële impact op de aarde. Het streven is dat het bedrag dat we aan goede doelen geven, overeenkomt met de onze negatieve impact. Stel: we hebben een half miljoen euro aan negatieve impact, dan willen we ook een half miljoen aan goede dingen doen. Dan kan je denken aan het financieel steunen van voedselbossen, het planten van bomen en het sponsoren van sociale initiatieven.”

Je bent inmiddels al meer dan tien jaar directeur van Dille & Kamille. Wat zie jij als de grootste uitdaging?

“De grootste uitdaging is hoe we onze footprint gaan reduceren. We doen al best veel dingen beter dan de markt, maar de uitstoot moet verder naar beneden. Ik weet niet of een uitstoot van 0 in 2050 een realistisch doel is. Wij hebben nog grote slagen te maken, maar hetzelfde geldt voor de consument. Want laten we eerlijk zijn: uiteindelijk kiest de consument. In de huidige markt gebeurt dit vaak op prijs. Dat is niet gek, want de portemonnee van mensen is de afgelopen jaren een stuk dunner geworden. Duurzaamheid trekt dan aan het kortste eind.”

Met welke partij zou je nog eens samen willen werken?

“We hebben al eens met Ekoplaza samengewerkt. In een aantal supermarkten werden onze non-foodproducten aangeboden, denk aan kaasschaven en borrelplanken. Dat was een leuke samenwerking, maar er zijn veel meer mooie bedrijven met een duurzaam karakter. We zijn nu met een partij in gesprek. Ik kan nog niet zeggen om welke partij het gaat, maar we hebben de natuur als gezamenlijke liefde.”

Andere Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Wat werd er (niet) afgesproken tijdens de klimaattop in Azerbeidzjan?

Chaotisch, zo kun je de klimaattop in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe het beste omschrijven. De 29e klimaattop van de Verenigde Naties vond plaats gedurende de afgelopen twee weken en bereikte tegen het einde van het weekend zijn summum. Rond het hoofdthema van de top – het mobiliseren van meer geld voor klimaatactie in ontwikkelingslanden – liepen de gemoederen zeer hoog op. Ontwikkelingslanden vonden namelijk dat rijke lidstaten te weinig ambitie en bereidwilligheid toonden. Ze meenden dat ze jaarlijks minimaal 1.300 miljard dollar aan klimaatsteun nodig hebben, terwijl rijke landen niet veel verder wilden gaan dan het huidige doel (100 miljard dollar). Het zorgde voor dusdanig veel ergernis dat de vertegenwoordigers van ontwikkelingslanden op een bepaald moment de onderhandelingstafels verlieten. Zo dreigde er na weken vol felle discussies geen akkoord bereikt te worden. Iets waarover klimaatwetenschapper Pieter Pauw van de TU Eindhoven voorafgaand aan de COP duidelijk was: dat kan gewoon niet. “Er móet iets uitkomen”, zei hij. “Niemand kan het zich permitteren dat er niets uitkomt. Al helemaal ontwikkelingslanden niet.” Marginale verbetering Uiteindelijk werd er in de Ja blessuretijd toch een akkoord gesloten. Rijke landen beloofden vanaf 2035 jaarlijks minimaal 300 miljard dollar aan klimaatsteun naar ontwikkelingslanden te sturen. Sec gezien is dat een verdrievoudiging van het vorige doel, maar critici wijzen erop dat het bedrag slechts een marginale verbetering is wanneer je corrigeert voor inflatie. 300 miljard dollar is in 2035 dan eigenlijk nog maar zo’n 200 miljard dollar waard. Niets vergeleken met de jaarlijkse 1.300 miljard die ontwikkelingslanden vroegen en die door academici vooraf werd aangeraden. De eindtekst van COP29 bevat wel een oproep aan alle landen om het totaalbedrag in 2035 op te krikken naar die 1.300 miljard. Maar omdat de oproep vrijblijvend is, bestempelen velen de ‘finance-COP’ in Bakoe als mislukt. Koolstofmarkten Lidstaten bereikten overeenstemming over het oprichten van een internationale koolstofmarkt. Dit is een mechanisme waarbij landen CO2-reductie als kredieten met elkaar kunnen uitwisselen. Landen die weinig CO2 uitstoten of meer reductie hebben bewerkstelligd dan ‘nodig’, kunnen deze inspanningen als krediet verkopen aan landen met een te hoge uitstoot. Het idee erachter is dat CO2-reductie financieel wordt beloond en dus aantrekkelijk gemaakt wordt voor lidstaten. Ook zou het landen moeten aansporen om samen te werken in het gevecht tegen klimaatverandering. Koolstofmarkten zijn een onderdeel van het Parijsakkoord en zijn al bijna tien jaar het onderwerp van veel discussie. Eerdere pogingen om tot een akkoord over een internationale markt te komen, liepen telkens uit op een fiasco. Nu zijn VN-lidstaten het eens geworden. De reacties op het akkoord zijn wisselend. Sommigen vinden het een significante stap voorwaarts in het terugdringen van de CO2-uitstoot, zoals Axel Michaelowa van de Universiteit van Zurich. “Ze zijn een krachtig instrument om de verspreiding van koolstofarme technologie over de hele wereld te versnellen. De internationale koolstofmarkt is nu klaar om in 2025 van start te gaan. Het kan de mitigatie versnellen en zo helpen de emissiekloof te dichten.” Anderen zijn juist bang dat koolstofkredieten ‘lege hulzen’ zijn. “Er bestaat veel twijfel over kredieten en of ze wel doen wat ze beloven”, zegt expert Isa Mulder van Carbon Market Watch. In het verleden is namelijk gebleken dat sommige koolstofkredieten minder CO2-reductie veroorzaakten dan de bedoeling was. Loss and damage? Verder bleven grote doorbraken op COP29 uit. Bijvoorbeeld op het gebied van het loss and damages-fonds, een pot met geld bedoeld voor arme landen om klimaatschade te repareren. Het fonds werd tijdens de vorige COP in het leven geroepen, en experts hoopten dat de top in Bakoe zou leiden tot toezeggingen van rijke landen om meer geld in het fonds te storten. Tot op zekere hoogte gebeurde dit: enkele landen beloofden meer geld in te leggen, waardoor het totaalbedrag van de pot steeg naar 759 miljoen dollar (volgens de VN is er vanaf 2030 jaarlijks 300 miljard dollar nodig). Toch bleef een collectief doel uit. Wel werd het fonds ‘operationeel’, een formaliteit die betekent dat het fonds vanaf 2025 ook echt geld kan gaan verstrekken aan door klimaatschade getroffen lidstaten. Fossiele brandstoffen Ook op andere onderwerpen deed het Azerbeidjaanse presidentschap oproepen die uiteindelijk niet tot unanieme besluiten leidden. Bijvoorbeeld op het gebied van het ‘wegbewegen van fossiele brandstoffen’, een afspraak gemaakt tijdens COP28 in Dubai. Hoewel verschillende groepjes landen samen intentieverklaringen publiceerden om bijvoorbeeld te stoppen met fossiele subsidies of het opwekken van energie uit steenkool, bleef een collectieve afspraak uit. Hetzelfde geldt voor de uitstoot van methaan, een broeikasgas dat 34 keer sterker is dan CO2. Een groep van zo’n 30 landen sprak af om methaanreductiedoelstellingen op te nemen in de nieuwe Nationally Determined Contributions (nationale klimaatdoelstellingen die in 2025 gesteld moeten zijn). Ook werd er door een groep landen in totaal 500 miljoen dollar beloofd om de wereldwijde methaanuitstoot te beperken. Maar wederom was de steun niet groot genoeg voor een akkoord onder alle VN-lidstaten. Lees ook: Wat staat er op het spel tijdens COP29? ‘Er móet iets uitkomen’COP28 is ten einde; zelfs oliestaten akkoord met afbouwen van fossiele brandstoffenGastland COP29 kondigt klimaatfonds aan dat door fossiele bedrijven gevuld moet worden