Teun Schröder
17 juli 2024, 11:00

Changemaker Hanneke van de Vijfeijke (IKEA): ‘Er is grote bereidheid onder consumenten om tweedehands te kopen’

De Zweedse meubelgigant IKEA leerde mensen massaal bouwtekeningen volgen. Daarbij wil het bedrijf inmiddels zijn klanten meenemen in de duurzaamheidsstrategie, op weg naar klimaatneutraliteit in 2050. Changemaker Hanneke van de Vijfeijke is verantwoordelijk voor die strategie in Nederland. “Het is niet zo moeilijk om de duurzaamheidscommunity te overtuigen. Het is de kunst om het superaantrekkelijk voor zoveel mogelijk consumenten te maken.”

Beige "In 2030 willen we alleen nog maar materialen gebruiken die uit hernieuwbare bronnen komen of gerecycled zijn."

Je bent al ruim zes jaar in verschillende functies betrokken bij de duurzaamheidsstrategie van IKEA. Hoe heeft de strategie zich in de afgelopen jaren ontwikkeld?

“We willen wereldwijd tegen 2030 onze uitstoot halveren en in 2050 op netto-nul uitkomen, zonder CO2-compensatie. Deze doelen zijn onderdeel van de internationale strategie die in de tussentijd zijn gevalideerd door het Science Based Target Initiative. Wat dat betreft zijn de doelstellingen dus nog concreter geworden. Je ziet wel dat bepaalde onderwerpen urgenter zijn geworden. Toen ik begon, ging het al wel over circulariteit, maar dat is nu veel groter geworden.”

Onderscheidt de duurzaamheidsstrategie van IKEA Nederland zich nog op vlakken van de internationale strategie?

“In Nederland heeft IKEA het voortouw genomen met het recyclen van matrassen. In samenwerking met Retourmatras stonden we aan de basis van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Als grote speler in de matrassenmarkt dragen we nu bij aan het netwerk van inzameling en recycling.

Verder zagen we ook dat we lokaal relevant konden zijn gedurende de energiecrisis na de inval van Rusland in Oekraïne. De focus kwam toen te liggen op van het gas afstappen. We hebben in 2023 aangekondigd dat we stoppen met het verkopen van gaskookplaten en alleen gaan inzetten op inductieplaten, voorzien van een verlaagde prijs. Vanaf begin dit jaar is dat besluit effectief.”

Hoe zorg je dat je mensen intern meekrijgt in de duurzaamheidstrategie van zo’n grote onderneming?

“Opgeleid als organisatiepsycholoog vind ik dat een interessant vraagstuk. Hoe maak je een strategie voor iedereen relevant? Het antwoord is deels organisatorisch. De CEO van IKEA Nederland waar ik aan rapporteer, is ook onze chief sustainability officer. Die is eindverantwoordelijk voor de uitrol van de internationale strategie in Nederland. Daarnaast hebben we de storemanagers op hun beurt weer eindverantwoordelijk gemaakt voor de duurzaamheidsdoelstellingen van hun vestiging. En we organiseren geregeld momenten waarop alle mensen die met duurzaamheid bezig zijn samenkomen om ervaringen en ideeën uit te wisselen.

Om collega’s onderdeel te maken van de verduurzaming is het belangrijk te balanceren tussen kansen op de lange en korte termijn. Dus wat doen we nu al goed en waarop kunnen we doorbouwen? Het is voortdurend schipperen tussen het voortouw nemen en ideeën benutten die er nu al zijn.”

Voor welke aspecten van de duurzaamheidsstrategie voorzie je uitdagingen?

“Een uitdaging – niet zozeer specifiek voor IKEA – is dat onze klimaatambities deels samenhangen met elektrificatie. Daarin zit een afhankelijkheid van het elektriciteitsnet, maar de druk daarop neemt toe. Tegelijkertijd willen we al onze winkel laten opereren op hernieuwbare warmte en koeling en ook onze thuisbezorging 100 procent elektrisch maken. In de winkel in Amsterdam ging een tijd lang ’s nachts de elektriciteit uit in het restaurant, zodat de bezorgbussen elektrisch kunnen laden; een tijdelijke oplossing. We zoeken nog steeds naar schaalbare oplossingen.

Verder hebben we een heel scherpe circulaire ambitie. Iets meer dan de helft van onze CO2-voetafdruk ligt bij de materialen die we gebruiken. In 2030 willen we alleen nog maar materialen gebruiken die uit hernieuwbare bronnen komen of gerecycled zijn. Die stip op de horizon staat, maar de uitdaging is gigantisch.”

Wat voor rol spelen reparatie en hergebruik in de duurzaamheidsstrategie van IKEA?

“Die twee zaken vinden we heel belangrijk. De komende jaren willen we deze allebei goed neerzetten. Alle winkels hebben sinds jaar en dag een zogeheten recovery-afdeling, waar alle showmodellen en klantretouren een tweede leven krijgen of gerecycled worden. Verder bieden we online een reserveonderdelenservice aan. In de winkels hebben we nu ook gigantische, frisdrankautomaat-achtige kasten met productonderdelen die we kunnen gebruiken voor deelruilingen. Medewerkers toetsen een nummer in en het gewenste onderdeel rolt eruit. En we onderzoeken hoe we reparatie nog meer kunnen aanbieden. De focus ligt op wat de klant thuis zelf kan doen, want dat is de meest betaalbare optie. Voor specialistische vragen kijken we naar doorverwijzingen naar andere reparateurs.”

In hoeverre denk je dat de consument bereid is meer tweedehands meubels te kopen en bij te dragen aan het verlengen van de levensduur?

“Wij zien dat er een grote bereidheid onder consumenten is om tweedehands te kopen. Uit de sustainable brand index (merkonderzoek naar duurzaamheid, red.) blijkt dat tweedehands en recycling nu al worden gezien als hygiënefactor, niet als kers op de taart. Volgens mij zijn mensen er wel klaar voor. Onze matrasrecyclingdienst wordt door steeds meer klanten gebruikt. En we hebben recent ook een test gedaan waarbij klanten oude kussens en dekbedden inleverden tegen korting op een nieuw product, zodat we dons en veren opnieuw kunnen gebruiken in onze productie. Het is niet zo moeilijk om de duurzaamheidscommunity te overtuigen. Maar het is de kunst om het superaantrekkelijk voor zoveel mogelijk consumenten te maken.”

Met wie zou je graag willen samenwerken en waarom?

“We willen heel graag het voortouw nemen om een UPV vorm te geven voor de recycling van meubels. Daarvoor hebben we innovatie in recycling nodig. Uiteindelijk is het niet zo ingewikkeld een UPV op te stellen, maar je hebt aan de achterkant de infrastructuur en recyclingcapaciteit nodig om impact te maken. Partijen die op innovatieve en schaalbare wijze meubels kunnen recyclen, mogen zich melden.”

Lees ook:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Deze Brabantse spoortunnel is gebouwd met zelfhelend beton

Allereerst: wat houdt zelfhelend beton precies in? Uitvoerder Heijmans schrijft dat beton zelfhelend kan worden door bepaalde hulpstoffen toe te voegen. Dit microbiologische goedje is ontwikkeld aan de TU Delft en sinds enkele jaren commercieel beschikbaar. De combinatie van bacteriesporen en voedingsstoffen levert als het ware een ‘betongeneesmiddel’ op, of in vaktermen: ‘healing agent’, waarvan de bacteriën actief worden zodra ze door scheuring in aanraking komen met vocht en zuurstof. Als gevolg daarvan worden de scheuren door de bacteriën gevuld met een dichtende kalksteenlaag. Voor het project in Rijen is aan elke kuub beton een mix van zes kilo bacteriesporen en voedingsstoffen toegevoegd. Deze samenstelling zorgt voor een optimale heling. Testen In de spoortunnel is een wand van zelfhelend beton aangebracht in de pompkelder. Om ervoor te zorgen dat het toegevoegde ‘betongeneesmiddel’ de gewenste reactie vertoont, is de pompkelder na de stort van het zelfhelende beton gedurende zes weken onder water gezet. Daarna is de wand geïnspecteerd en zijn in het laboratorium betonmonsters onderzocht op scheurvorming en de daadwerkelijke afzetting van kalk om de scheuren te dichten. De eerste bevindingen zijn positief. Komende jaren blijft Heijmans samen met de projectpartners ProRail en de provincie Noord-Brabant de staat van de spooronderdoorgang volgen. Duurzamer Doordat scheuren op natuurlijke wijze worden hersteld, is de verwachting dat zelfhelend beton de levensduur van bruggen, wegen en viaducten aanzienlijk verlengt. Daarnaast is er met dit type beton fors minder wapeningsstaal nodig in de betonconstructie. In Rijen was de reductie zo’n 35 procent. Dat scheelt de nodige CO2-uitstoot. Volgens Heijmans daalt de zogeheten Milieukostenindicator (MKI) daardoor met circa 10 procent. Betonakkoord Beton heeft een grote impact op het milieu. Het is een mengsel van water, aggregaat (kleine steentjes) en cement. Vooral het laatste ingrediënt is vervuilend. Met een uitstoot van 5 tot 8 procent op de totale wereldwijde CO2-emissie is de cementsector zelfs een van de meest vervuilende industrieën. Dat komt door de enorme vraag: na water is cement het meest geconsumeerde product. Om de betonsector te verduurzamen, werd in 2018 het Betonakkoord in het leven geroepen. Daarin hebben opdrachtgevers, bouwbedrijven en leveranciers doelen en ambities vastgelegd. De aangesloten partijen werken samen aan innovaties die moeten leiden tot een verdere verduurzaming van de sector. Lees ook: Nieuwe wijk in Doetinchem wordt duurzaam hoogstandje: ‘Er wordt al duizenden jaren biobased gebouwd’ Gerrit Hiemstra bouwde zelf een biobased huis, bouwbedrijf BAM gaat er duizenden neerzettenHoe kunnen we blijven bouwen in tijden van netcongestie