Hoelang ben je bezig geweest met dit project?
‘Ik ben er in 2017 voor het eerst mee in aanraking gekomen en in 2019 is Gedachtegoed mede-eigenaar geworden van het G.T. van der Bijl terrein, waar houtzaagmolen De Otter uit 1631 staat.
Het is de oudste houtzaagmolen ter wereld en je kunt zeggen dat dit de bakermat is van het florerende Holland van de zeventiende eeuw. Door nieuwe houtzaagtechnieken kon De Republiek destijds sneller hout zagen dan welk ander Europees land dan ook. Dat vormde de basis voor de enorme vloot uit die tijd, waarmee men producten van heinde en verre naar Amsterdam kon halen. Dus ook voor de stad zelf is deze industrie cruciaal geweest.’
Hoe zit het exploitatiemodel van het terrein eruit?
‘We hebben het vastgoed gekocht met het idee om dit terrein duurzaam en toekomstbestendig te ontwikkelen, zowel voor de komende tien tot twintig jaar, als voor de komende honderd jaar en daarna. De zagerij van de molen levert houtpulp en die wordt in de Amsterdamse houthavens met de hand verwerkt tot zeep. We gebruiken op die manier een circulaire reststroom.
De opbrengsten van de zeep zijn niet voldoende om het project kostendekkend te maken. De verhuur van de bedrijfsruimtes en opstallen op het terrein zorgen voor de cashflow. Voor de langere termijn willen we nog meer activiteiten organiseren op de locatie. We doen er alles aan om de oudste nog werkende houtzaagmolen weer permanent te laten draaien en dit rijksmonument openbaar toegankelijk te maken voor de huidige en toekomstige generaties.’
En welke plannen zijn er verder?
‘Het idee is om een museum in te richten over de geschiedenis van deze locatie, maar ook om een loods bruikbaar te maken voor bijeenkomsten, een restaurant te openen en enkele hotelkamers te maken. Voor de zagerij van de molen wordt hout uit de omgeving gebruikt, bijvoorbeeld als er na een storm in het Vondelpark afgebroken takken zijn. We krijgen vooral aanvragen van ambachtelijke meubelmakers, die graag gezaagd hout willen met een bijzonder verhaal.

Molen De Otter op het G.T. van der Bijl terrein in Amsterdam-West. Foto: Jan Jaap Hubeek
Wat was de grootste uitdaging bij dit project?
‘Het managen van alle belangen is het lastigste aspect. Het gaat om cultureel erfgoed, op een locatie in het centrum van Amsterdam die voor veel mensen terecht een symbolische waarde heeft. Dan krijg je een hoop verhalen en meningen over waar het naartoe zou moeten, iets waar we zorgvuldig mee moeten omgaan. Bovendien heb je te maken met veel wet- en regelgeving.
Vervolgens is er ook nog je eigen ambitie en die van onze missiegedreven partners over hoe je dit toekomstbestendig wilt inrichten voor nieuwe generaties. Stop dat allemaal bij elkaar en je hebt een complex verhaal. De kunst is dan om ervoor te zorgen dat alle betrokkenen zich gehoord voelen, terwijl je tegelijk probeert om voortgang te boeken om naar een einddoel te werken: een aantrekkelijk, duurzaam en financieel haalbaar project.
De innovatieprijs van Provada zien we als een grote erkenning voor jarenlang hard werken en ook als een compliment aan alle deskundigen waarmee we samengewerkt hebben om dit project tot wasdom te laten komen.’
Je profileert je met Gedachtegoed als urbanisator. Wat is het verschil met een projectontwikkelaar?
‘Bij een projectontwikkeling draait het om redelijk strak afgekaderde opdrachten. Het woord urbanisator benadrukt dat je verder kijkt dan puur en alleen het project zelf. Bij Gedachtegoed noemen we dat de ‘hardware’ en ‘software’ van een locatie: dus aan de ene kant het gebouw zelf en de technische invulling. Aan de andere kant gaat het om zaken als de impact op omgeving, de symbolische binding met een plek en de gevoelswaarde. Als je de regierol zo invult dat je dat goed bij elkaar brengt, heb je mooi project.’
Gedachtegoed is specialist in duurzame herontwikkeling, maar doet ook nieuwbouwprojecten. Hoe verschillen die twee van elkaar?
‘Het vertrekpunt is anders. Bij herontwikkeling kijk je meer vanuit de softwarekant naar haalbaarheid en bij nieuwbouw meer vanuit de hardware.
Zo moesten er bij het molenterrein dakpannen worden gedemonteerd, schoongemaakt en teruggeplaatst. Uiteindelijk bleek dat veel oude pannen te broos waren. Toen hebben we een paar oude pannen in de auto gegooid en zijn naar Friesland gereden om bij een tweedehands bouwmateriaalwinkel te kijken welk type dakpan het dichtst in de buurt kwam van de originele dakpannen. Uiteindelijk hebben we zo 14.000 vergelijkbare dakpannen gevonden. Die mate van focus op hergebruik en duurzaamheid is bij bestaande projecten sterker dan bij nieuwbouw.’
Is dat een rode draad in je werk?
‘Ja, in zekere zin wel. We vinden geworteldheid, het DNA van een omgeving, de verhalen uit de buurt en de verwachtingen voor de komende honderd jaar en daarna erg belangrijk. Je hebt een grote verantwoordelijkheid om een plek beter achter te laten dan wat je aantrof. Dat is een belangrijk uitgangspunt. ‘
Wat zijn partijen met wie je graag samenwerkt?
‘Dat is projectafhankelijk. Als het gaat om erfgoed, zoals bij molenterrein De Otter, dan wil je wel met partners werken die dezelfde missie hebben. Dus partijen voor wie maatschappelijk ontwikkelen een belangrijk aspect is. In dit geval gaat het dan om partners zoals Triodos Bank, het Nationaal Restauratiefonds en De Groene Grachten. Die begrijpen hoe ontzettend ingewikkeld het is om zo’n binnenstedelijke gebiedsontwikkeling op te pakken.
Bij een project dat over meerdere jaren loopt, wil je ook schouder aan schouder staan, want je krijgt te maken met verschillende politieke stromingen, economische schommelingen en uiteenlopende financiële tijdsperspectieven. Het is dan belangrijk dat je met elkaar het geloof behoudt, dat je een bepaald einddoel wilt bereiken. Als dat het geval is, komt het uiteindelijk goed.’
Lees ook:
- Changemaker Rosalinde Klein Woolthuis (Damen Shipyards): ‘In de scheepvaart bestaat niet één oplossing
- Changemaker Birgit Dekkers (Rival Foods): ‘Retailers pakken relatief hoge marge op vleesvervangers’
- Changemaker Femke van Es (Efteling): ‘Een toekomstbestendig attractiepark moet zijn zaken op orde hebben’




