Hannah van der Korput
26 juni 2024, 13:12

Changemaker Erik Does (Ekoplaza): ‘Biologisch eten duurder? Niet als je de toekomstige kosten meeneemt’

Erik Does is de directeur van Udea, het moederbedrijf van Ekoplaza. Met de biologische supermarkt zet hij zich in voor een gezonder, eerlijker en duurzamer voedselsysteem. Dat werkt door in de voedselproductie, maar ook in verpakkingen en transport.

Thumbnail Todays Change Makers Erik Does blauw “Binnen Ekoplaza worden meerdere wereldproblemen aangepakt.”

Is het imago van biologisch de afgelopen jaren veranderd?

“Biologisch wordt steeds meer als een deel van de oplossing gezien. Dat is positief, al is de oorzaak verre van positief. Het wordt namelijk steeds duidelijker wat er gebeurt wanneer er veel chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. De roep om alternatieven wordt luider.”

Bij Ekoplaza gaan de principiële keuzes altijd voor het commerciële belang, staat op de website. Is dat soms niet lastig?

“Nee, dat is niet lastig. Bij Ekoplaza hebben we een missie, we hebben een visie en we hebben waarden. Daarbinnen hebben we een economisch model gebouwd dat werkt. In dat model zorgen we niet voor de maximale aandeelhouderswaarde. Het is wel een aandeelhouderswaarde waarbij we continuïteit realiseren. In die zin denk ik dat het kan. Sterker nog: we bewijzen dat het kan. We kunnen die keuzes maken waar we achter staan en continuïteit realiseren op economisch vlak.

De structuur laat het toe om naar de lange termijn te kijken. We worden niet door aandeelhouders gepusht om meer dividend uit te betalen of om meer winst te maken. Daardoor kunnen we keuzes maken die niet meteen renderen. Dat is belangrijk, want juist door onze keuzes zijn we succesvol. Al gaan die soms ten koste van de omzet.”

Bij Unilever gebeurde onlangs het tegenovergestelde. Daar werden de duurzaamheidsambities juist teruggeschroefd om meer winst en dus aandeelhouderswaarde te creëren.

“Klopt, en ik ben bang dat meer organisaties zullen volgen. Ik vrees dat Unilever voor een aantal vergelijkbare bedrijven een negatief voorbeeld zal zijn. Zelf ben ik van mening dat er veel meer is dan winst uitgedrukt in euro’s. Winst in geld betekent vaak een verlies voor andere elementen.”

Een principiële keuze is dat alle producten luchtvracht-vrij zijn. Hoe werkt dat bij verse voedingsmiddelen die van ver weg moeten komen, neem avocado’s?

“Die komen per boot. Dat duurt een stuk langer, dat staat vast. Het transport per boot is redelijk eenvoudig te realiseren. De vervolgstap is om de productie te verplaatsen, zodat we een lokaler aanbod realiseren. Daarvoor zijn we veel in overleg met telers. Recentelijk hebben we de graansoort spelt naar Nederland gehaald. Met een teler en een pletterij die de producten verpakt, zet je dan zo’n systeem op. Dat scheelt voedselkilometers en je haalt ook een stukje werkgelegenheid hierheen. Ik denk dat lokaal de toekomst is. Als Nederland exporteren we ons helemaal dol. In toenemende mate moeten we ervoor zorgen dat we in ons kleine landje producten voor onszelf produceren. Dus niet produceren om te exporteren, maar om hier op te eten.”

Ekoplaza, zelf een familiebedrijf, werkt veel samen met andere familiebedrijven. Zo worden de nadelen van grootschaligheid voorkomen, stond in een column van jouw hand. Op welke nadelen doel je?

“Het inkopen van producten op de wereldmarkt voor de laagste prijs werkt anonimiteit in de hand. Vaak is onduidelijk hoe en door wie een product wordt gemaakt. Het kan ertoe leiden dat je elkaar niet meer als mens behandelt. Dat moeten we echt niet willen. We moeten meer gaan voor kwaliteit. Als we met partijen werken van een soortgelijke schaalgrootte, dan kunnen we samen afspraken maken en voor kwaliteit op maat gaan. Daarmee krijgen we een stukje controle terug.”

Er zijn best wat mensen die Ekoplaza als duur bestempelen. Wat zou je tegen hen zeggen?

“Als je niet met de seizoenen mee-eet en niet goed naar de inhoud kijkt, dan denk ik dat dat klopt. Aan de andere kant liggen er in de supermarkten genoeg A-merken die niet eens biologisch, maar toch duurder zijn. Dat heeft vooral te maken met marketing en reclame. Wanneer er veelvuldig geadverteerd wordt, ben je eerder bereid om wat meer te betalen dan voor een product dat je minder goed kent, maar wat kwalitatief technisch wel beter is. Ik wil maar zeggen: duur is relatief.

De vraag is ook: is biologisch wel zo duur? Als je het vandaag afrekent misschien wel. Neem je de toekomstige kosten mee, is het zeer de vraag. Dan zijn biologische producten een logische keuze met respect voor de komende generatie. Ik las laatst dat er 25 miljard euro nodig is om ons drinkwater schoon te krijgen. Ook de beschikbaarheid van zoet water is in het geding, dus dat bedrag zal waarschijnlijk verder oplopen. Dat zijn kosten die je zonder chemische spuit grotendeels niet zou hebben. Dat is pijnlijk. Zo zijn er meer elementen die niet worden meegenomen in de huidige productprijs, maar die we op den duur moeten betalen. Stikstof, CO2-opslag, verzuring van de bodem: het zijn allemaal zaken die niet goed geregeld zijn in de gangbare landbouw. Inmiddels kunnen we niet meer wegkijken voor de gevolgen. Veranderen is lastig, maar het moet echt anders.”

Zijn er nog andere uitdagingen waar je tegenaan loopt?

“Het veranderende klimaat is een enorme uitdaging voor onze voedselkwaliteit. Het desbetreffende ministerie is onlangs omgedoopt naar voedselzekerheid. Om eerlijk te zijn word ik een beetje bang van dat woord. Als we van kwaliteit naar zekerheid gaan, begin ik te vermoeden dat dat met gif geregeld moet worden. Dan is er namelijk meer controle over de opbrengst. Dat vind ik een enge verwachting. Ik hoop dat mijn interpretatie volledig onjuist is, maar het feit dat we niet meer gaan voor kwaliteit baart mij zorgen. We zien meer bewijzen dat chemische bestrijdingsmiddelen leiden tot de ziekte van Parkinson. Ook kanker en Alzheimer worden ermee in verband gebracht. Dat zijn allemaal zaken waar we last van gaan krijgen. Door het probleem steeds verder vooruit te schuiven, komen we niet tot een oplossing. Dat vind ik verontrustend, helemaal voor de komende generatie.”

Laten we afsluiten met een positieve noot. Waar zie je dat je impact maakt?

“Op dit moment groeit het bedrijf in de Benelux. Met de problemen van nu worden we steeds relevanter. Het is duidelijk waar Ekoplaza voor staat. We blijven te allen tijde trouw aan onze missie en visie. Dat een toenemend aantal consumenten dat waardeert, is fijn. Ook zetten we stappen met ons plasticvrije systeem Wisselwaar. Daarmee verkopen we biologische producten in navulbare statiegeldpotten. Dat scheelt weer plastic, wat ook een groot dilemma is. Binnen Ekoplaza worden zo meerdere wereldproblemen aangepakt.

Onze nieuwe campagne heet ‘Principieel voor een betere wereld (en niet een beetje)’ en wil zeggen dat we diverse keuzes maken en daar vol overgave mee aan de slag gaan. Het voorbeeld van Unilever vind ik vrij dramatisch. Er komt een nieuwe CEO die zegt: we gaan het anders doen, minder duurzaam dan we beloofd hebben. Of duurzaamheidsresultaten worden gemeten met een systeem waarbij de prestatie niet wordt verbeterd, maar de uitkomst mooi naar voren komt. Dat is heel jammer. Bij Ekoplaza maken we bepaalde keuzes en daar blijven we bij, ook in tijden van bijvoorbeeld inflatie. Dat maakt het merk duidelijk. Doelen bijstellen doen we niet. Ik zou me daar als CEO niet prettig bij voelen.”

Andere Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Hoe houden we de energietransitie eerlijk en rechtvaardig?

Die oplossingen zijn niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Ook hebben verschillende problemen verschillende oplossingen nodig, stellen hoofd klimaat Linda van Dongen en hoofd mensenrechten Kirsten Kossen van ASN Bank. Het moet komen van samenwerking tussen landen, tussen grote bedrijven en sectoren. Van kabinets- en EU-beleid en internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar ook van maatregelen die nu genomen moeten worden. “Natuurlijk doen maatregelen nu pijn en kosten ze geld. Maar als je dat nu niet doet, dan wordt het probleem in de toekomst alleen maar groter en groter. Dat is onrechtvaardig voor mensen die er dan mee geconfronteerd worden”, zeggen de twee. Meer groene energie dan ooit Wat zijn de problemen met de energietransitie? Die lijkt alleen maar de goede kant op te gaan. In 2023 werd volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) 50 procent meer groene energie opgewekt dan in 2022. In rijke Westerse landen werd in 2023 voor het eerst meer elektriciteit opgewekt met schone energie dan met vervuilende fossiele brandstoffen. De energietransitie van fossiel naar hernieuwbaar, noodzakelijk om de voor het klimaat desastreuze uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen te verminderen, komt op stoom. Keerzijde Maar diezelfde transitie heeft ook een keerzijde. Hij gaat gepaard met schendingen van mensenrechten, vernietiging van natuur en vervuiling van het milieu. Neem onze zonnepanelen. Eind 2023 kwam 92 procent van alle zonnepanelen in de wereld uit China. In Nederland is dat volgens het CBS 89 procent. Maar een deel van die panelen wordt gemaakt door onderdrukte Oeigoeren, die dwangarbeid moeten verrichten. Of neem de metalen die nodig zijn voor batterijen, elektrische auto’s en windturbines. Het koper dat hiervoor gedolven wordt in Zambia zorgt voor forse vervuiling van grond, water en lucht, waardoor de plaatselijke bevolking geen voedsel meer kan verbouwen of vis kan vangen. Om kobalt te winnen in Congo worden inwoners gedwongen hun huis te verlaten om plaats te maken voor mijnen. Dat gaat gepaard met bedreigingen, misleiding en zelfs seksueel geweld. Verder vervuilen lithiummijnen overal in de wereld hun omgeving en vormt toekomstige diepzeemijnbouw een bedreiging voor ecosystemen in de oceanen. Zelfde fouten Volgens ASN Bank is een duurzame energietransitie alleen geslaagd als we meer rekening houden met mensenrechten en natuur. “Het grote probleem is dat de productie van hernieuwbare energiebronnen zoals batterijen, zonnepanelen en windturbines onder omstandigheden gebeurt waarbij op grote schaal mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Dat zijn fouten die we in het verleden bij de fossiele industrie hebben gemaakt. Denk bijvoorbeeld maar aan de bloedkolen uit Colombia. Ook nu we een nieuwe, duurzamere weg ingaan, blijven die mensenrechten een ondergeschoven kindje”, zegt Kossen. “Ook is de productie in algemene zin ontzettend vervuilend. Lokale gemeenschappen kunnen bijvoorbeeld niet meer vissen in de meren waar ze van afhankelijk zijn. Ook het werken in die mijnen is geen plezierbaantje. Dat wordt vaak met geweld en gedwongen arbeid verricht.”In de mijnbouw vindt nog steeds kinderarbeid plaats.Meer ongelijkheid Van de andere kant worden de door Oeigoeren gemaakte zonnepanelen uit China wel steeds goedkoper, zodat ook minder draagkrachtige mensen ze op hun dak kunnen leggen. Dat zorgt volgens Kossen en Van Dongen voor een lastige spagaat. Aan de ene kant worden mensenrechten geschonden, aan de andere kant wil je dat iedereen panelen kan kopen. “We streven naar een betaalbare, rechtvaardige energietransitie, die toegankelijk is voor iedereen”, zegt Van Dongen. “Wat je nu ziet, is dat deze energietransitie tot meer ongelijkheid gaat leiden, dat het verschil tussen arm en rijk groter wordt en dat niet iedereen kan deelnemen. Zo wordt de energietransitie ook een armoedevraagstuk.” Scheve verhoudingen Zowel wereldwijd als landelijk leidt dat tot onrechtvaardige verhoudingen. Ontwikkelingslanden stoten minder CO2 uit dan rijkere Westerse landen, maar worden het hardst geraakt door klimaatverandering, bijvoorbeeld door droogte, overstromingen en mislukte oogsten. Nederlandse huishoudens die minder te besteden hebben, stoten ook minder CO2 uit dan rijkere gezinnen. Omdat ze kleiner wonen, minder autorijden en minder vliegen. Van Dongen: “Mensen met een laag inkomen zijn kwetsbaar omdat ze minder geld hebben om te vergroenen. Van de andere kant worden ze harder geraakt omdat een groter deel van hun inkomen naar de energierekening gaat.” De EU ziet dat probleem ook en werkt aan een sociaal klimaatfonds om de energietransitie eerlijk te laten verlopen en energie- en mobiliteitsarmoede tegen te gaan. Dat moet in 2026 van start gaan. Beleid voor lange termijn nodig Ook in Nederland moet volgens ASN Bank de overheid ingrijpen en zorgen dat deze mensen mee kunnen komen. Dankzij de salderingsregeling konden meer mensen zonnepanelen betalen, maar die gaat het nieuwe kabinet afschaffen. Wel is nog een bijdrage mogelijk uit het Volkshuisvestingsfonds om particuliere woningen in kwetsbare wijken te verduurzamen. Het demissionaire kabinet nam de afgelopen jaren diverse maatregelen om de stijgende energieprijzen voor lagere inkomens te compenseren en hen te helpen verduurzamen. Onder meer met het Tijdelijk Noodfonds Energie en het Klimaatfonds. Op dat laatste fonds gaat het nieuwe kabinet fors bezuinigen. Wel verlaagt het de energiebelasting op gas. “Er is echt beleid nodig om deze huishoudens te helpen”, stelt Van Dongen. “Het nieuwe kabinet probeert nu de kleine verbruiker te helpen met de verlaging van de energiebelasting, maar dat is alleen om de rekening op korte termijn betaalbaar te maken. Daarmee neem je de prikkels weg om te verduurzamen, waardoor op de langere termijn de rekening alleen maar hoger wordt. Zo vergroot het nieuwe kabinet die ongelijkheid.” Wat is de oplossing? Hoe kunnen we al deze problemen dan oplossen? Dat gaat niet van de een op de andere dag, stellen Kossen en Van Dongen. Vaak zijn overheden of landen samen aan zet, bijvoorbeeld binnen de EU. Of moeten bedrijven zich verenigen, zoals een brede coalitie van zonne- en windenergiebedrijven, brancheorganisaties, de Nederlandse overheid, kennisinstituten, ngo’s en vakbonden dat hebben gedaan in het convenant voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) voor de hernieuwbare energiesector. Doel is om de internationale productieketens voor zonne- en windenergie te verduurzamen en schendingen van mensenrechten en milieuschade gezamenlijk aan te pakken en te voorkomen. Ook ASN Bank heeft zich daarbij aangesloten. Minder afhankelijk worden De afhankelijkheid van Chinese zonnepanelen is een groeiend probleem. Volgens een recent TNO-onderzoek neemt het land ook een steeds dominantere positie in op de markt voor offshore windtechnologie en elektrolysers voor groene waterstofproductie. “We moeten dus die afhankelijkheid verkleinen”, stelt Kossen. “Nu wordt die productie enorm gesubsidieerd door de Chinese overheid. Daar kan de Europese markt niet tegen op concurreren. Daar is de overheid aan zet. We moeten hier de schaal vergroten zodat de Europese productie goedkoper wordt. Ik heb ook wel eens een gesprek gehad met vertegenwoordigers van Oeigoeren. Die zeggen: het enige waar China naar luistert, is als je stopt met zaken doen.” Anti-wegkijkwet Op bedrijfsniveau kan de pas aangenomen Europese Corporate Sustainablity Due Diligence Directive (kortweg de CSDDD) daarbij helpen. Deze zogeheten anti-wegkijkwet verplicht grote bedrijven mensenrechtenschendingen, uitbuiting, kinderarbeid, milieuvervuiling of klimaatschade tijdens hun productie of door hun leveranciers en zakelijke relaties in kaart te brengen en aan te pakken. Dus in de hele keten. “De hoeveelheid bedrijven die vindt dat dit niet meer kan, moet groeien”, zegt Kossen. “Wij zijn vaak de enige die vragen stellen. Maar als wij iets niet financieren omdat we eisen stellen, verandert er niets. Wij zijn als ASN Bank, maar ook als Nederland te klein, dus heb je samenwerking nodig. We moeten duidelijk met elkaar afspreken dat dit niet kan en niet buigen voor de financiële kant. Als er maar genoeg partijen zijn die eisen stellen, voelt China misschien toch de druk om het anders te doen.”Het Rijksvastgoedbedrijf kijkt of zonnepanelen, zoals hier op Paleis Noordeinde, verantwoord geproduceerd zijnVerbod op dwangarbeid De twee vestigen daarbij ook hun hoop op het nieuwe EU-verbod op de verkoop, invoer en uitvoer van goederen die met dwangarbeid worden gemaakt. Die regeling is in april aangenomen door het Europees Parlement en treedt naar verwachting over drie jaar in werking. In de VS is die wet er al. In Nederland vinden ze dat Rijksvastgoedbedrijf, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Ministerie van Defensie het goede voorbeeld geven met hun nieuwe inkoopbeleid voor zonnepanelen op daken van overheidsgebouwen. Daarbij moeten leveranciers aantonen dat die panelen verantwoord geproduceerd zijn. Kunnen ze dat niet, dan is er een kans dat ze opdrachten mislopen. “Dat is een heel klein voorbeeld, maar het is heel goed dat de overheid dit goede voorbeeld geeft. Hopelijk worden die door veel meer partijen gevolgd”, zeggen de twee. Kortetermijnpolitiek Het koppelen van klimaatbeleid aan het tegengaan van ongelijkheid en groeiende armoede vraagt volgens de twee een sterker optreden van de Nederlandse overheid. Bijvoorbeeld met subsidieregelingen voor lagere inkomens, die daarmee hun woningen kunnen isoleren of verduurzamen. “Zo kun je mensen structureel voor de langere termijn helpen om de energiekosten te drukken”, zegt Van Dongen. In principe staat dit ook in het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet. Dat wil mensen en kleine ondernemers helpen bij het verduurzamen van hun woningen en bedrijfspanden om de energierekening te verlagen. Toch is het Planbureau voor de Leefomgeving kritisch over het klimaatbeleid. Bijvoorbeeld over het schrappen of terugdraaien van klimaatmaatregelen zoals de CO2-heffing voor de industrie, de salderingsregeling, de lagere energieheffing en de verplichte warmtepomp bij nieuwbouw. “Door klimaatmaatregelen te schrappen is er niet genoeg geld om de klimaatdoelen te halen en wordt het probleem afgeschoven op volgende generaties. Dit is kortetermijnpolitiek”, zeggen Van Dongen en Kossen. Lees ook: Hoe je de natuur kunt redden door er een prijskaartje aan te hangenNieuw kabinet, nieuw klimaatbeleid: dit willen de partijen veranderenMoet het oerwoud verdwijnen voor onze windturbines en batterijen?Zon- en windbranche wil groeien zonder vernietiging oerwouden en natuurDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.