Teun Schröder
28 februari 2024, 10:45

Changemaker en advocaat Danny Hoekzema: 'Duurzame verandering is te maken met een juridische pennenstreek'

In de advocatuur is het mantra van oudsher ‘u vraagt, wij draaien’, ziet Danny Hoekzema, jurist en oprichter van advocatenkantoor The New Paradigm. Maar kun je bedrijven nog wel met advies bijstaan dat indruist tegen het klimaatakkoord van Parijs? “Ik denk dat dat gedragsrechtelijk, maar ook moreel niet meer kan.”

Danny Hoekzema "Ga je de Zuidas echt laten pronken met een maatschappelijke zaak, terwijl je weet dat ze dat in de regel bijdragen aan het tegenovergestelde?”

Waarom probeer je de rol van de advocatuur in het klimaatdebat te veranderen?

“Het begon bij de vraag hoe mijn eigen gedrag een rol kan spelen bij de verduurzaming van de samenleving. Dan gaat het al snel over anders eten en niet meer vliegen. Maar naast een privé Danny is er ook een zakelijke Danny. Ik ben nu acht jaar jurist. Het zette mij aan het denken over de vraag wat de rol van onze beroepsgroep is in het klimaatdebat. We gebruiken het recht om de hele samenleving te organiseren. Recht komt overal in terug, van politieke afwegingen die in de wet verankerd worden tot contracten en aansprakelijkheden. Dat maakt onze rol zo interessant.

Nu geldt voor de advocatuur nog vaak, ‘u vraagt, wij draaien’. Er wordt te weinig nagedacht over de gevolgen van ons advies. Uiteindelijk heeft iedereen recht op verdediging. Maar kun je een bedrijf nog wel bijstaan met advies dat indruist tegen het klimaatakkoord van Parijs? Ik vind dat dat niet kan, zowel gedragsrechtelijk als moreel niet. De advocatuur zou vaker het maatschappelijk belang kunnen laten meewegen in de adviezen die worden uitgegeven.”

Heb je daar een voorbeeld van?

“Heel praktisch: als een douane een lading nagemaakte Louis Vuitton-tassen onderschept bij de grens, wordt als eerste de juridische tak van Louis Vuitton gebeld. Dan is de afspraak dat de neptassen worden vernietigd zodat ze niet de markt op komen. Maar je kunt dat proces veranderen en bijvoorbeeld laten vastleggen dat neptassen niet naar een vernietigingsbedrijf, maar naar een recycler worden gestuurd zodat de grondstoffen opnieuw gebruikt kunnen worden. Louis Vuitton is tevreden, want de neptassen verdwijnen. En de maatschappij profiteert, want grondstoffen blijven behouden. Zo’n duurzame verandering is te maken met een juridische pennenstreek.”

Hoe probeer je het bewustzijn van je eigen beroepsgroep te vergroten?

“Begin februari zijn we de stichting Recht voor het Klimaat gestart. We willen kennis vergaren en delen over hoe juristen het recht kunnen gebruiken voor een duurzame samenleving. Het is een gedecentraliseerde organisatie waarin mensen samenkomen om zich te buigen over juridische vraagstukken. Dit kan bijvoorbeeld een toezichthouder van de Autoriteit Consument en Markt zijn die wil verduidelijken hoe bedrijven duurzaamheidsafspraken kunnen maken, zonder dat er concurrentieregels worden overtreden. Zo iemand verzamelt dan een commissie van professoren en economen om dit uit te werken. Weer een andere commissie zoekt uit in hoeverre het mogelijk is om arbeidsvoorwaarden te vergroenen, bijvoorbeeld door extra vakantiedagen aan te bieden als iemand niet met het vliegtuig gaat. Als het eenmaal lukt om dit goed uit te zoeken en vast te leggen, dan kunnen andere advocaten met dat verhaal naar de legal-afdelingen van corporates als Heineken en KLM, die het kunnen implementeren in arbeidsvoorwaarden.”

Hoe krijgen je anderen mee in je missie?

“Persoonlijk doe ik dat door te laten zien dat ik heel veel energie in die missie wil steken. Ook is het belangrijk dat je je omringt door mensen die je inspireren en je energie geven. Op het moment zitten we in een pand met veel ruimte voor andere bedrijven. Die ruimte willen we delen met partijen die op een andere manier met duurzaamheid bezig zijn.

Tegelijkertijd wil je je tegenstanders kennen. Toen ik laatst een opiniestuk voor het FD schreef, wist ik dat er critici zouden zijn. Dan bereid ik me voor door alles te gaan lezen over wat die kritiek zou kunnen zijn. En met Recht voor het Klimaat heb ik mijn plannen gedeeld met een vriend; een ras-VVD’er. Die heb ik alles laten doorzagen. Uiteindelijk helpt dit om je eigen zaak te versterken.”

Welke ontwikkelingen in de advocatuur stemmen je hoopvol?

“Je ziet steeds meer dat er een generatie opkomt die duidelijk aangeeft wat het niet meer wil. Grote advocatenkantoren worstelen daarmee. Vroeger gingen de knapste koppen naar de Zuidas. Nu is dat allang niet meer vanzelfsprekend. En ook de grote bedrijven gaan niet zomaar meer in zee met kantoren die zich ook bezighouden met vervuilende praktijken. Ahold Delhaize wil van advocatenkantoren weten of ze de fossiele sector nog adviseren. Dat zijn positieve ontwikkelingen.

Aan de andere kant vind ik dat Nederland ambitie mist. Afgelopen jaar kwam in mijn ogen een van de gênantste berichten naar buiten. De grote Zuidaskantoren spraken de ambitie uit dat in 2027 80 procent van het kantineaanbod plantaardig moet zijn. Op dezelfde dag maakte Follow the Money bekend dat een deel van dezelfde kantoren op de Zuidas sinds het Parijsakkoord hadden bijdragen aan de financiering van de fossiele sector voor een bedrag van 43 miljard. We hebben de Orde van Advocaten wel eens benaderd wat hun visie op de rol van advocaten hierin is. Maar die gaven geen thuis. Het zou de Orde passen als naast diversiteit en inclusie, de klimaattransitie ook een pijler wordt.”

Hoe kijk je aan tegen de klimaatzaken die nu lopen tegen ING en Shell?

“Ik zie dat als noodzakelijk kwaad. We moeten niet blij zijn dat er klimaatzaken worden gevoerd. Nu wordt het recht toegepast om bedrijven ter verantwoordelijkheid te roepen. Maar in mijn ogen is het beter als het recht wordt toegepast om van tevoren gedrag te veranderen. Dit gaat enigszins gebeuren met de nieuwe CSRD-wetgeving. Maar we moeten ervoor waken dat duurzaamheid niet alleen iets juridisch wordt. Het gevaar van wetgeving is, dat bedrijven het minimale gaan doen om zich daaraan te houden. Terwijl je natuurlijk wilt stimuleren dat zaken zo duurzaam mogelijk worden.”

Met wie zou je graag willen samenwerken en waarom?

“Voor mijn eigen kantoor zijn dat bedrijven die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Ik hoop dat deze bedrijven gaan onderzoeken wat hun huidige advocaten eigenlijk nog meer adviseren. Als duurzaam bedrijf moet je in mijn ogen ook op zoek naar een advocatenkantoor dat in lijn werkt met je bedrijfsidealen. Net zoals ik kies voor duurzame koffiebonen. Als een NGO juridische hulp zoekt, kunnen ze makkelijk terecht bij de grote kantoren op Zuidas. Die willen een goed doel sowieso helpen, zodat ze dat op de website kunnen zetten en aan rechtenstudenten kunnen laten zien wat voor goede dingen ze allemaal doen. Maar ga je de Zuidas echt laten pronken met een maatschappelijke zaak, terwijl je weet dat ze dat in de regel bijdragen aan het tegenovergestelde?”

Lees ook:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

De EU ziet potentie in eetbare algen en staat er twintig toe

Microalgen zijn hard op weg om het voedsel van de toekomst te worden. Diverse soorten hebben een toelating gekregen van de Europese Commissie. Dat betekent dat de algen vanaf nu mogen worden gebruikt in voeding en voedingssupplementen. Voor algenproducenten is dat goed nieuws: zij hoeven niet meer het tijdrovende novel food-traject te doorlopen om hun product op de markt te brengen. Europa hoopt zo hobbels weg te nemen voor de algenindustrie. Vijf soorten Tot nu waren er maar vijf soorten microalgen toegestaan voor humane consumptie. Eén daarvan is de chlorella vulgaris, die het Zwitsers-Nederlands bedrijf Alver produceert. Ook de Spirulina-alg was al toegestaan: die kweekt de Rotterdamse Floris Zevenbergen in Ghana. Duurzame eiwitbron De afgelopen jaren werden microalgen vooral gezien als biobrandstof, bijvoorbeeld om er biodiesel, biokerosine voor vliegtuigen of een vervanger voor palmolie van te maken. Terwijl een palmolieplantage gemiddeld 6.000 liter olie per hectare per jaar oplevert, kan een algenkwekerij jaarlijks 15.000 tot 20.000 liter per hectare produceren. Inmiddels worden algen vooral gezien als duurzame eiwitbron. “We hebben meer proteïne nodig. Niet alleen omdat de wereldbevolking groeit, maar ook omdat mensen in ontwikkelingslanden meer proteïne gaan eten. Daardoor dreigen we de grenzen van de aarde te overschrijden en daarom zijn er alternatieve proteïnebronnen nodig voor vlees. Algen zijn er daar één van”, zei hoogleraar Maria Barbosa van Wageningen Universiteit & Research (WUR) al eerder. Algen zijn relatief makkelijk en snel te kweken. Bovendien is de milieu-impact van algen aanzienlijk kleiner dan andere eiwitbronnen zoals soja en vlees. Het vraagt ook om veel minder landgebruik. Reden genoeg voor de EU om de algenteelt een duwtje in de rug te geven. Actieplan Het verbeteren van het ondernemingsklimaat is daar een onderdeel van. De Europese Commissie roept de lidstaten dan ook op om de nationale vergunningsprocedures voor de algenteelt eenvoudiger te maken. Europa geeft daar nu zelf het goede voorbeeld voor. Ook wil Europa financiële steun gaan verlenen aan kansrijke bedrijven. Daarnaast moeten de milieu- en klimaateffecten van de algenteelt in kaart worden gebracht, zodat de positieve effecten van algen als eiwitbron beter inzichtelijk worden. Lees ook: Waarom algen de duurzame grondstof van de toekomst zijnAlgen maken CO2-opslag goedkoperAlgen in ramen ter vervanging van zonnepanelen