Teun Schröder
12 juni 2024, 11:00

Changemaker Christian de Jong (Bever): ‘Het succes van onze duurzame initiatieven gaat verder dan alleen het financiële aspect’

Huren, repareren, terugkopen; outdoor retailer Bever timmert de laatste jaren behoorlijk aan de weg om duurzamer gebruik en koopgedrag te stimuleren. Van lineair naar circulair, aldus duurzaamheidsmanager Christian de Jong. “Wij voelen liever niet die hete adem van een veranderende markt of de wetgeving.”

Christian de Jong Beverb “Er zijn meer redenen om niet in actie te komen, dan wel. De vraag is: waar laat je je oren naar hangen?”

De afgelopen periode zijn flink wat duurzame initiatieven door jullie gelanceerd, zoals de verhuur van hikingspullen en het terug- en door verkopen van afgedankte kleding. Waarom besloten jullie hierop in te zetten?

“Inmiddels zijn we al enkele jaren bezig om duurzaamheid centraal te zetten in onze bedrijfsvoering. Dat is een continu proces. We willen van een lineair naar een circulair model. Als je naar die cirkel kijkt, waar kun je dan impact maken? Bij ons begint dat bij een kwalitatief product dat op een duurzame wijze is geproduceerd, gerepareerd kan worden als het kapot gaat en een goede end-of-life-oplossing heeft aan het einde van de levensduur. Maar we misten nog elementen, zoals non-ownership. Dat gaan we nu invullen met verhuur en door de tweedehandsmarkt verder uit te breiden. We zien een onbenut potentieel voor spullen die bij mensen thuis liggen te verstoffen, terwijl je ze ook kunt doorverkopen. Het voordeel ten opzichte van andere verkoopplatforms is dat wij de kwaliteit van deze tweedehandsproducten, na eventuele reparatie, kunnen garanderen en verkopen via een van onze winkels.”

Eerder hadden jullie ook al een verhuurpropositie, maar daar werd de stekker uit getrokken. Wat is er nu anders?

“Voor mijn tijd, zo’n zeven jaar geleden, zijn we gestopt met verhuur. Verhuur stond toen in een ander daglicht. Het model kreeg te weinig liefde en was moeilijk schaalbaar. Dan belandt zoiets in een neerwaartse spiraal. Vanuit het perspectief van non-ownership is het hartstikke logisch om het weer te proberen. We hebben betere systemen en zijn er goed op voorbereid. We gaan ons in eerste instantie richten op producten voor meerdaagse wandeltochten, zoals kampeerspullen, hikingstokken, slaapzakken en backpacks.”

Gekscherend wordt nog wel eens gezegd: ‘don’t be gentle, it’s a rental’. Hoe zorg je dat mensen spullen ook weer netjes terugbrengen?

“Wat bij Bever denk ik scheelt – ondanks dat we een bedrijf van formaat zijn – is dat we dicht bij onze klanten staan. We zijn allemaal liefhebbers van outdoor. Dat zorgt voor een bepaalde emotionele band. Hoe minder die emotionele band is, hoe minder zorg er gedragen wordt voor je producten. Daarnaast beseffen wij ook dat het gebruiksartikelen zijn. Mocht er iets kapot gaan, dan hebben we ons outdoor service center om reparaties uit te voeren.”

Moeten alle initiatieven als terugkoop, verhuur en reparatie uiteindelijk allemaal winstgevend worden?

“Dat is een terechte vraag. Veel van onze initiatieven zijn geboren vanuit ‘het juiste’ willen doen. Bever is gericht op het buitendomein, dus we voelen ons verplicht voor buiten te zorgen. Maar we willen ook een bedrijf runnen. Als je kijkt naar de verschillende initiatieven willen we op het totaal break-even draaien. Dus een verlies op het ene mag, zolang het andere maar winstgevend is. Idealiter komen we in de plus, maar daar zijn we nog niet. Maar ik heb wel vertrouwen dat dat kan. De inzameling en recycling van gebruikte spullen kost ons nu bijvoorbeeld geld, maar een andere service kan dat compenseren. Het is mijn verantwoordelijkheid om te kijken of we alle initiatieven in ieder geval gezonder kunnen krijgen.”

Hoe houd je vast aan een duurzame koers als de financiële druk toeneemt?

“Dat hangt erg af van wat voor aandeelhouder je hebt. Wij zijn natuurlijk onderdeel van een internationale groep. Maar ik ben ervan overtuigd dat we met een aandeelhouder werken die onze missie onderstreept. Daarnaast vind ik het mooi dat het succes van onze duurzame initiatieven verder gaat dan alleen het financiële aspect. Als je kijkt wat het ons oplevert aan merkwaarde, bezoek aan onze winkels en onze positie op de arbeidsmarkt ben ik ervan overtuigd dat we de juiste koers varen. Uiteindelijk heeft iedereen twijfels bij het voortbestaan van een lineair verkoopmodel. En vroeg of laat volgen er maatregelen van de overheid die circulariteit stimuleren. Wij voelen liever niet die hete adem van een veranderende markt of de wetgeving. We willen het vanuit onszelf doen.”

Hoe krijg je consumenten mee in de duurzaamheidsmissie van Bever?

“De consument heeft een belangrijke rol te vervullen. In de basis moet de consument veranderen, in de breedste zin van het woord. Al kun je niet zomaar tegen consumenten roepen dat ze geen nieuwe spullen moeten kopen. Met campagnes proberen we het belang van reparatie en onderhoud te benadrukken. Lang deden we dit vanuit duurzaamheidsperspectief. Nu voorzien we ook veel meer in de vraag waarom onderhoud en reparatie relevant is voor jou als consument. Ja, het is goed voor het milieu en de planeet. Maar het is ook mooi dat producten die lang meegaan, de verhalen krijgen van alle reizen die je ermee maakt. En uiteindelijk is het natuurlijk ook goed voor je portemonnee.”

Zijn er dingen geweest in het proces van verduurzaming die je onderschat hebt?

“Bever is best een bedrijf van actie. Zo zit ik zelf ook in elkaar. Maar in de praktijk is het me wel tegengevallen hoe complex sommige zaken in de praktijk blijken te zijn. Neem ons naaiatelier. We hebben allemaal collega’s aangenomen die kleding kunnen repareren. Maar er zijn natuurlijk heel veel verschillende soorten stoffen, die allemaal weer andere reparatietechnieken vereisen. Dan moet je heel goed weten wat de vaardigheden zijn van je reparateurs. Ik heb de aanlooptijd onderschat die nodig is om de juiste kwaliteit en productie te draaien.”

Ik las dat je een bergbeklimmer bent. Draagt die activiteit nog bij aan hoe je naar de wereld kijkt en hoe we daarmee omgaan?

“Absoluut. Op weinig plekken in de wereld is klimaatverandering zo zichtbaar als in de bergen. Mijn overtuiging is dat je als persoon of bedrijf je negatieve impact zo laag mogelijk moet houden. Als iedereen dat doet, dan komen we ergens. Als ik de bergen inga, dan geldt dat uitgangspunt ook. Het draait om goede spullen, die je zorgvuldig hebt uitgekozen, en waar je dus ook graag lang mee doet. Goed onderhoud en reparatie zijn daarbij essentieel. Die manier van denken past heel erg bij veel van onze merken. En bij die van mij.”

Met wie zou je willen samenwerken?

“Ik kijk met heel veel bewondering naar iemand als Boyan Slat van The Ocean Cleanup. Ik ken hem niet persoonlijk, maar zijn manier van doen spreekt me aan. Hij probeert zo’n groot mondiaal probleem te tackelen. Vooral als je kijkt naar hoe hij op de middelbare school is gestart en waar hij nu staat. Ergens proberen we allebei de wereld een beetje mooier te maken. Daarin voel ik wel een bepaalde verwantschap. Vanuit klein beginnen, en dan gewoon doen. Net als in ons geval, zijn er altijd tal van redenen die je kunnen weerhouden om iets te doen. Sterker nog, die zijn er vaak meer dan redenen waarom je wel in actie zou komen. De vraag is: waar laat je je oren naar hangen?”

Lees ook:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Dubbele netwerkkosten voor huishoudens met zonnepanelen en laadpalen: logisch of ongewenst?

Han Slootweg, COO bij Enexis, is van mening dat het huidige netwerktarief van 425 euro verdubbeld moet worden voor huishoudens die veel stroom verbruiken. Hij bedoelt daarmee bijvoorbeeld gezinnen met een eigen laadpaal, veel zonnepanelen of een warmtepomp. Huishoudens die juist weinig stroom verbruiken, zouden de helft minder moeten gaan betalen. De netwerkkosten lopen de laatste jaren flink op vanwege de energietransitie. Het opgehaalde geld wordt gebruikt om het elektriciteitsnet te verzwaren, onder meer door dikkere kabels aan te leggen en nieuwe transformatorhuisjes te bouwen. Dat kleinverbruikers daar evenveel aan bijdragen als grootverbruikers, vindt Slootweg oneerlijk. Logisch Maar is dat ook zo? En draagt het voorstel van Enexis in positieve zin bij aan de energietransitie? Theo Scholte, woordvoerder bij Netbeheer Nederland, laat zich er voorzichtig positief over uit. “We gebruiken steeds minder benzine en gas, en stappen over op het steeds méér gebruiken van elektriciteit. Het is logisch om na te denken over het betalen voor energieverbruik. Ofwel, wie veel van het elektriciteitsnet gebruikmaakt, moet ook meer betalen.” Wel is het volgens hem een uitdaging om de juiste verdeelsleutel te bepalen, aangezien je niet wil dat groepen zich achtergesteld gaan voelen. “Aan de ene kant vinden wij het oneerlijk dat klanten die het elektriciteitsnet intensief gebruiken evenveel betalen als klanten die dat veel minder doen. Aan de andere kant willen we dat een eventueel nieuw tariefstelsel ook voldoende perspectief biedt voor klanten die vooroplopen in verduurzamen. Dat is een lastige balans, maar de energietransitie is ook een sociale transitie. We moeten kijken hoe we de kosten zo eerlijk mogelijk verdelen over alle groepen in de samenleving. En hoe we ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen.” ‘Draagt niet bij aan energietransitie’ Nancy Kabalt-Groot, oprichter van adviesbureau Windkrachtvijf en oud-CEO van Stedin, is minder enthousiast over het idee van Enexis. “Het draagt niet positief bij aan netcongestie, en ook niet aan de energietransitie. Het is vanuit een kostenveroorzakers-perspectief geredeneerd, gebaseerd op het ‘verbruiker betaalt’-principe. Puur een kostenmotivatie dus.” In haar ogen worden mensen die zich inzetten voor het verduurzamen van de samenleving onterecht gehinderd. “Het bestraft het verkeerde en stimuleert niet het gewenste gedrag. Dat kan nooit de bedoeling zijn en roept terecht weerstand op. Daarbij is het oneerlijk om het kostenveroorzakers-principe toe te passen zonder de grootverbruikers van energie (bedrijven, red.) mee te nemen in de uitwerking. Op deze manier leg je alles bij consumenten en het mkb neer.” Ad-hoc-oplossingen Ook Reyer Gerlach, hoogleraar milieueconomie aan de Universiteit Tilburg, is geen voorstander van het idee. “Als we niet oppassen, maken we zonnepanelen dusdanig onrendabel dat we op de verkeerde manier netcongestie oplossen.” Volgens Gerlach is het belangrijk om de gewenste doelen scherp te blijven houden: het oplossen van netcongestie zodat de energietransitie versneld kan worden. Effectief beleid zorgt ervoor dat die doelen op de lange termijn gehaald worden. “Nu wordt er te veel gedacht in ad-hoc-oplossingen voor acute problemen. We schaffen salderen af en gaan een hoge capaciteitsheffing vragen voor de eigenaren van zonnepanelen en elektrische auto’s. Het voorstel van Enexis is wel haalbaar, maar deze manier van beleid voeren is onwenselijk.” Andere mogelijkheden Volgens Kabalt-Groot beschikken netbeheerders over andere mogelijkheden die zowel de energietransitie stimuleren als netcongestie tegengaan. “Zoals het stimuleren van thuisbatterijen en energiemanagementsystemen. Dan kan een duurzame consument alles binnen zijn eigen aansluiting oplossen. En daarmee hoeven we geen boete op te leggen aan mensen die juist de goede dingen doen.” Enexis is zich ervan bewust dat de tarieven niet eigenhandig veranderd kunnen worden. Daar is goedkeuring van de toezichthouder, de Autoriteit Consument en Markt (ACM), voor nodig. Die bepaalt de maximale tariefhoogtes voor een netaansluiting. Scholte beaamt dat. “Netbeheer Nederland is nu aan het onderzoeken wat een eerlijke en toekomstbestendige tariefstructuur moet zijn. Daarover praten we onder andere met de toezichthouder.” Lees ook: Hoe een verbindingsstuk voor een revolutie zorgt in de offhore windenergieKersverse CEO Harry Talen (Engie): ‘We hebben in Nederland alle ingrediënten om iets met groene waterstof te doen’Elektrolyser zonder membraan maakt groene waterstof net zo goedkoop als grijze