Sebastian Maks
24 januari 2024, 10:00

Changemaker Chantal Schrijver (EIB): 'We investeren alleen in bedrijven die duurzaam én innovatief zijn'

Chantal Schrijver is hoofd van het Nederlandse kantoor van de Europese Investeringsbank (EIB). Dat is de publieke investeringsbank van de 27 lidstaten van de Europese Unie. Het merendeel van haar tijd luistert Schrijver naar pitches van bedrijven die financiering zoeken. Welke kansen ziet ze om Nederland duurzamer te maken?

Todays Change Makers Chantal Schrijver: "Ik moet anderen ervan overtuigen dat wij een speciale soort bank zijn."

Hoe houdt de EIB zich bezig met duurzaamheid?

“Veel mensen weten het niet, maar de EIB is de grootste multilaterale bank ter wereld. Groter nog dan de Wereldbank. Wij financieren projecten en bedrijven die in lijn zijn met de beleidsdoelen van de Europese Unie. De EIB is geen beleidsmaker, maar implementeert beleid. Dus als de EU besluit om in te zetten op het klimaat, dan bewegen wij in dezelfde richting. We hebben een heel breed palet aan producten. We kunnen publieke, semipublieke, private bedrijven en banken financieren, maar ook start- en scale-ups. En we doen aan projectfinanciering. De EIB haalt zijn geld van de kapitaalmarkt, maar tegen heel gunstige voorwaarden. We hebben namelijk een triple A rating (een waardering om de kredietwaardigheid van een instelling of land te rangschikken; triple A is de hoogste score met dus het laagste beleggingsrisico, red.). Die gunstige voorwaarden kunnen wij doorzetten naar de beste bedrijven en projecten van Europa.”

Heb je een voorbeeld van zo’n bedrijf of project?

“Wij hebben bijvoorbeeld afgelopen jaar in Battolyser geïnvesteerd, een combinatie van een batterij en een elektrolyser om waterstof te maken. Een ander mooi voorbeeld is In Ovo, een spin-off van de Universiteit Leiden die een technologie bedacht heeft om de kuikenslacht te verminderen.”

Wat drijft jou als persoon om je in te zetten voor het klimaat?

“Het is voor mij eigenlijk een heel makkelijke strijd. Want ik heb gewoon het beest van de EIB achter mij, dat in 2019 een klimaatstrategie heeft vastgesteld. Ik hoef dus zelf geen strategie neer te zetten, want ik word al gesteund door een grotere organisatie die dat ook wil. Ik sta er wel heel erg achter, en mijn collega’s ook. We spreken allemaal een beetje dezelfde taal. We vinden dezelfde dingen belangrijk. Daarom is het voor mij ook makkelijk om tegen bepaalde bedrijven te zeggen: sorry, dit past niet binnen onze strategie. Het is heel fijn dat mijn persoonlijke waardes op het gebied van duurzaamheid worden gesteund op hoger niveau.”

Die drijvende kracht van de EU, zie je daar met het nieuwe politieke landschap verandering in komen?

“Nu nog niet, maar ik verwacht het wel. Als je specifiek kijkt naar Nederland is het maar de vraag wat er bijvoorbeeld met een Nationaal Groeifonds gaat gebeuren. Het is een groot probleem als dat zou verdwijnen, want dan valt er een groot gat in de financiering die bedrijven nodig hebben. Bedrijven die essentieel zijn voor de transitie.”

Al wordt ook vaak gezegd: op klimaatgebied dendert die Europese trein gewoon door.

“Dat klopt, maar dat kan ook van tijdelijke duur zijn. Binnenkort zijn er namelijk Europese verkiezingen. Dus wat er de afgelopen twaalf maanden in de lidstaten is gebeurd, zullen we ongetwijfeld gaan terugzien in die verkiezingen. Ik denk wel dat we in Europa het punt voorbij zijn dat je nog kunt zeggen: klimaat is niet meer belangrijk.”

Moet je wel eens anderen overtuigen van jullie strategie?

“Het is meer dat ik anderen moet overtuigen dat wij een speciaal soort bank zijn. Veel mensen denken dat we net zo handelen als elke andere bank. Maar wij investeren bijvoorbeeld sinds 2019 niet meer in fossiele brandstoffen. Dat durven sommige andere banken nog niet aan. En we investeren alleen in bedrijven die duurzaam én innovatief zijn. De zoveelste leverancier van laadpalen, bijvoorbeeld, dat gaan wij dus gewoon niet doen.”

Tegen welke obstakels loop je daarbij wel eens aan?

“Tegen het ecosysteem van financiering in de EU. In Nederland gaat de ondernemer van loketje naar loketje, en krijgt dan steeds relatief kleine bedragen. In Amerika krijgt dezelfde ondernemer vanaf dag één een grote pot geld mee van een investeerder die in hem of haar gelooft en zegt: doe er maar wat mee. In Europa zijn we veel meer risico-avers. We willen alles stapje voor stapje doen, en je moet jezelf als ondernemer heel erg bewijzen. Als we dat anders doen, kunnen we een grotere bijdrage leveren.”

“Ook vind ik het van bepaalde sectoren jammer dat we daar als EIB niet in investeren. Een voorbeeld is kweekvlees. De EIB heeft het beleid: er is momenteel nog geen Europese regelgeving voor, dus dan gaan wij er niet in investeren. Maar al mijn collega’s houden de kweekvleesbedrijven wel in de gaten. Want het moment dat de regelgeving er is, willen wij meteen inspringen. Ik vind het zonde dat we dat niet nu al kunnen doen, zoals Singapore en de Verenigde Staten. Want kweekvlees is wel echt onderdeel van de toekomst. Ik zou het mooi vinden als dat de komende jaren wat meer tractie krijgt.”

Is er iets waar je spijt van hebt?

“We zijn als EIB best terughoudend met onze investeringen. Dat komt omdat die triple A erg belangrijk is voor ons businessmodel, maar ook omdat we verantwoordelijkheid dragen voor alle 27 lidstaten. We kunnen geen cowboypraktijken gaan uithalen. Maar tegelijk wil ik ondernemers wel hoop geven dat we ze van financiering kunnen voorzien. Als dan na een lang proces van due diligence blijkt dat een onderneming te risicovol is en we er als EIB toch niet in gaan investeren, dan heb ik daar moeite mee. Dan denk ik: we hadden van tevoren iets minder enthousiast moeten zijn en iets beter de verwachtingen moeten managen.”

Met welke partij zou je nog eens willen samenwerken?

“Ik zou meer met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) willen doen. Die zijn in ons land vrij klein, maar in bijvoorbeeld Frankrijk zijn ze veel groter. Ook is in Nederland vastgelegd dat ze meestal alleen met eigen vermogen mogen investeren en zelf geen vreemd vermogen mogen aantrekken. Vergelijkbare instellingen in andere landen kunnen met vreemd vermogen van de EIB gefinancierd worden. Ik zou dat ook graag in Nederland zo zien. Helaas kunnen de ROM’s dat niet zelf beslissen, dat moet de politiek doen. Maar ik denk dat er bij hen heel veel waarde zit. De ROM’s kunnen bijvoorbeeld goed het mkb dienen. Als ik Nederland vergelijk met de rest van Europa, kunnen we dat echt beter doen.”

Bekijk ook deze Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.


2023 recordjaar voor offshore windenergie in Europa, maar werk aan de winkel

Nu de eerste maand van het nieuwe jaar op zijn einde loopt, maken organisaties de balans op van 2023. Zo ook op het gebied van duurzame energie. Eerder presenteerde SolarPower Europe al de cijfers over het geïnstalleerde zonvermogen en publiceerde het Internationaal Energieagentschap de laatste mondiale ontwikkelingen over hernieuwbare energie. De boodschap van deze instanties is min of meer gelijk: we zijn goed bezig, maar het moet sneller als we de klimaatdoelen willen behalen. Deze conclusie gaat ook voor het geïnstalleerde offshore windvermogen in Europa. WindEurope bracht afgelopen week de cijfers over 2023 naar buiten. Grootste windpark in Nederland Europa bouwde in 2023 4,2 gigawatt aan offshore windparken. Dat is 1,7 gigawatt meer dan het jaar daarvoor. Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk installeerden de meeste capaciteit. En met 1,5 gigawatt is het Nederlandse windpark Hollandse Kust Zuid de grootste van Europa. Maar naar verwachting komen daar snel grotere windparken bij, zoals Hornsea 3 en Dogger Bank, beide in het VK, met een gepland vermogen van respectievelijk 2,9 en 3,6 gigawatt.Hoeveel offshore windenergie heeft Europa? Volgens dataplatform Statista is het offshore windvermogen van Europa van 5 gigawatt in 2012 uitgebouwd naar 30 gigawatt in 2022. Daar kwam in 2023 dus nog 4,2 gigawatt bij, waardoor het totaal nu uitkomt op 34,2 megawatt. Wat is de doelstelling? De Europese Unie wil in 2030 60 gigawatt aan offshore windvermogen hebben. Marktexperts verwachten wel dat deze ambitie binnenkort wordt opgekrikt. De EU streeft naar een geïnstalleerd offshore windenergievermogen van 300 gigawatt in 2050.Meer investeringen Verder werd er in 2023 nog eens een recordbedrag van 30 miljard euro opgehaald voor acht nieuwe windparken. Hierdoor zal er nog eens 9 gigawatt aan offshore windvermogen bij komen. Die 30 miljard geeft een ietwat vertekend beeld na een rampzalig 2022. Door een hoop onzekerheid en interventies in de markt werd er dat jaar slechts 0,4 miljard euro geïnvesteerd. Definitieve investeringsbesluiten werden toen uitgesteld, om vervolgens in 2023 weer opgepakt te worden. Drijvend windpark Als alle Europese landen zich houden aan hun beloftes gaat er dit jaar nog eens 40 gigawatt aan offshore windvermogen onder de hamer. Vooral Duitsland heeft hier een groot aandeel in. Het land wil in 2024 tenders uitschrijven voor 8 gigawatt. Bijzondere vermelding gaat verder uit naar Frankrijk dat voor het eerst een tender maakt voor het eerste grootschalige drijvende windpark. Uncapped negative bidding Wel geeft WindEurope een waarschuwing af over het veilingproces. In 2023 was er namelijk bij een meerderheid van de veilingen sprake van uncapped negative bidding. Dit betekent dat windparkontwikkelaars in een tweede veilingronde een bedrag bieden dat overheden kunnen gebruiken om bijvoorbeeld investeringen te doen in het verzwaren van het net. Hierbij geldt dat de hoogste bieder wint. Een ongezonde prikkel, zegt WindEurope, omdat dit de kostprijs van windparken omhoog drijft. Deze kosten worden uiteindelijk doorberekend op de energieprijs van de consument of ze komen terecht in de toeleveringsketens van fabrikanten die toch al worstelen met hoge materiaal- en personeelskosten. Windmolenfabrieken Tot slot zoomt WindEurope in op fabrieken waar windturbines worden gemaakt. Daarvan werden er in 2023 drie nieuwe gebouwd in Nederland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Alle Europese fabrieken kunnen nu jaarlijks 7 gigawatt aan windvermogen produceren. In de komende drie jaar komt daar nog 5 gigawatt aan productievermogen bij. Volgens WindEurope is dat niet genoeg om de productiedoelstelling voor 2030 te halen. Die stelt dat Europa in de periode 2027 tot 2030 jaarlijks 24 gigawatt moet kunnen produceren. Lees ook: Duitse e-fuelproducent ontvangt 129 miljoen voor opschaling: ook plannen voor Nederland De elektrische truck in opmars: registraties vertienvoudigd Windmolenbouwer Vestas gaat windturbines maken van emissiearm staal