Teun Schröder
18 juni 2025, 07:00

Changemaker Birgit Dekkers (Rival Foods): 'Retailers pakken relatief hoge marge op vleesvervangers'

Oprichter en ceo Birgit Dekkers van Rival Foods heeft een flinke stap gezet met een nieuwe financieringsronde waarin ze 10 miljoen euro ophaalde. Na haar promotieonderzoek richtte ze in 2019 de startup voor vleesvervangers op. Met een unieke technologie en plantaardige eiwitten kan het bedrijf vleesalternatieven maken die bijna niet van echt te onderscheiden zijn. ‘Er zal altijd behoefte zijn aan producten die qua mondgevoel op vlees lijken.’

Birgit Dekkers bruin 'Investeerders waarderen onze Nederlandse aanpak: underpromise, overdeliver.'

Kun je uitleggen hoe de technologie van Rival Foods precies werkt?

‘We maken gebruik van een technologie die je simpel kunt vergelijken met een snelkookpan met een roterend onderdeel. Door temperatuur, lichte druk en gecontroleerde rotatie toe te passen, kunnen we plantaardige eiwitten in een specifieke richting leggen. Vervolgens koelen we het geheel af, waardoor er een vleesachtige structuur ontstaat. We kunnen eiwitten uit allerlei verschillende bronnen halen, zoals soja, erwten, tarwe, zonnebloem en tuinbonen. Dit combineren we met kruiden, natuurlijke smaakstoffen en kleurstoffen om vlees na te bootsen.’

Hoe zit het met de smaak en structuur van jullie producten?

‘Onze producten zijn inmiddels op de markt en worden veelvuldig gekocht. Dat is voor mij het grootste bewijs dat het aanslaat. Vaak valt het bij maaltijden niet op dat het geen vlees is. Natuurlijk blijven er altijd critici. Voor ons is het essentieel dat de smaak goed is. In de transitie naar een dieet met meer plantaardige eiwitten is het belangrijk dat mensen kunnen overstappen op alternatieven voor vlees. Je zou ons product misschien een transitieproduct kunnen noemen. Maar met onze technologie kunnen we ook gewoon lekkere producten maken die op zichzelf staan. Consumenten zullen uiteindelijk niet alleen maar bonen, tofu en tempeh eten. Er zal altijd behoefte zijn aan producten die qua structuur en mondgevoel op vlees lijken.’

Je hoort ook wel eens dat het maken een dit soort vleesvervangers een energie-intensief proces is. Hoe zit dat bij jullie?

‘Wij gebruiken plantaardige eiwitten direct, wat efficiënter is dan dierlijke productie. Tegelijkertijd is de vleesindustrie inmiddels zeer geoptimaliseerd. Terwijl wij nog aan het begin van de ontwikkeling staan. Er zijn verschillende life cycle assessments gedaan, en daaruit blijkt dat er veel duurzaamheidswinst is, als je plantaardige eiwitten vergelijkt met bijvoorbeeld rundvlees. Bij kip is dat verschil kleiner, maar nog steeds significant. We willen onze technologie natuurlijk blijven doorontwikkelen om onze milieuafdruk verder te verlagen.’

Jullie hebben recent 10 miljoen euro aan financiering opgehaald. Wat gaan jullie hiermee doen?

‘We hebben vorig jaar een voormalige vleesfabriek overgenomen en aangepast, of eigenlijk ‘geplantificeerd’, voor onze productie. In 2026 verwachten we ons machinepark verder uit te breiden, zodat we onze productiecapaciteit – nu zo’n 250 ton per jaar – kunnen verdubbelen. Ook breiden we ons team en de salesactiviteiten uit. Nu zijn we met zo’n twintig mensen. We willen uitbreiden tot dertig.’

Wat vraagt zo’n investeringsronde van je als ondernemer?

‘Het was geen gemakkelijke weg. Het kost veel tijd en energie – 70 procent van je tijd ben je bezig met financiering ophalen, naast het runnen van je bedrijf. De vorige ronde in 2022 was makkelijker, omdat de financieringsmarkt toen gunstiger was en alternatieve eiwitten populairder waren. Nu hebben we gelukkig investeerders gevonden die op de lange termijn willen meebouwen.

De sleutel is een concreet en realistisch, maar ambitieus plan. Investeerders waarderen onze Nederlandse aanpak: underpromise, overdeliver. Maar uiteindelijk blijft het gewoon ook keihard werken.’

Geregeld duiken berichten op dat de markt voor vleesvervangers en plantaardige eiwitten lijkt te stagneren. Baart deze ontwikkeling je zorgen?

‘Zeker. De transitie moet versnellen, want op de huidige manier doorgaan is niet houdbaar. We moeten slim samenwerken. Onze echte concurrent is het dierlijk eiwit, niet onze collega’s in de plantaardige eiwitsector. De stagnatie komt deels doordat de markt een paar jaar geleden ongezond hard gegroeid is, met veel durfkapitaal en verwachtingen die niet waargemaakt konden worden. En uiteindelijk willen consumenten producten die ze lekker vinden. Dat is het allerbelangrijkste.’

Jullie richten je nu vooral op de zakelijke markt. Waarom heb je die keuze gemaakt?

‘De kern van ons bedrijf is onze technologie: het samenspel tussen machines, receptuur en een specifiek proces. Daar zit het gros van ons geld in. Een merk bouwen is ontzettend kapitaalintensief. En er zijn nu al ontzettend veel merken, om te beginnen van de supermarkten zelf. Uiteindelijk denk ik dat er ook weer merken zullen verdwijnen, of dat ze geconsolideerd worden met andere merken, zoals met de Vegetarische slager en Vivera is gebeurd.’

Wie zijn nu jullie belangrijkste afnemers?

‘Wij leveren vooral aan foodservicegroothandels zoals Hanos en Sligro. Ook staan we op het menu van een aantal grote ziekenhuizen en zorginstellingen. Onze producten bevatten veel eiwitten en weinig vet en zout. Daardoor zijn we vanuit duurzaamheidsoogpunt interessant én worden we gewaardeerd door diëtisten.’

Wat is er voor nodig om uiteindelijk ook in het supermarktschap te liggen?

‘Dat gaat in ieder geval niet gebeuren onder de naam Rival Foods. Maar we voeren wel al gesprekken met supermarkten. Als we onze productiecapaciteit vergroten, kunnen we de kosten verlagen en daardoor ook de verkoopprijs. Momenteel liggen onze prijzen nog aan de hoge kant voor het supermarktschap. Al hangt dat wel af van waarmee je ons vergelijkt. Kip met een 1 ster-Beter Leven keurmerk is goedkoper, al zal die kip geen ideale omstandigheden hebben gehad. Als je ons vergelijkt met biologische kip, dan zijn wel al concurrerend. Maar feit blijft dat de consument prijs een belangrijke factor vindt.’

Zijn er zaken die je hebt onderschat sinds de oprichting van Rival Foods?

‘Absoluut. We hebben veel geleerd de afgelopen jaren. Als ondernemer moet je ambitieus zijn en daarbij kan het soms zelfs helpen als je een beetje onwetend bent over de uitdagingen. Tegelijkertijd moet je realistisch te blijven. Ik ben voortdurend bezig met het vinden van de juiste balans tussen die twee. Daarbij gaat de eiwittransitie natuurlijk veel te langzaam. Vijf jaar geleden had ik wel gedacht dat we al verder zouden zijn. Je ziet dat supermarkten de ratio dierlijke versus plantaardige eiwitten willen veranderen van 60 / 40, naar andersom. Maar de progressie stagneert. De hele keten moet veranderen – en dat kost tijd.’

Met wat voor partij zou je willen samenwerken om die transitie juist te versnellen?

‘Met grote retailers. De kwaliteit van onze producten is beter dan hetgeen wat nu in de schappen ligt. Maar de business case moeten we samen uitzoeken. De marge die de retailer op vlees pakt, is veel lager dan de marge die ze pakken op vleesvervangers. Dat komt ook omdat de vleesvolumes veel groter zijn. Het zou mooi zijn als de marge op vleesvervangers lager wordt, zodat de prijs ook omlaag kan. Alleen is het nadeel daarvan dat je producenten van vleesvervangers in de hoek duwt, zodat ze gaan inboeten op kwaliteit. Met supermarkten moeten we juist samen op zoek naar een schaalbare oplossing. Dat zijn producten van hoge kwaliteit voor een goede prijs.’

Lees ook:

Lagere CO2-uitstoot levert Nederland economische klimaatbonus op: 'groene productiviteit' neemt toe

Nederland heeft een probleem met de stagnatie van de groei van de arbeidsproductiviteit. Die mantra is al een aantal jaar te horen onder economen en wordt ondersteund door analyses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Zo meldde het statistiekbureau onlangs dat de gemiddelde groei van de arbeidsproductiviteit in de afgelopen tien jaar slechts 0,2 procent per jaar bedroeg.In 2023 en 2024 was zelfs sprake van een lichte daling van de arbeidsproductiviteit. Waarom dat een probleem is? Daarvoor moet je kijken naar factoren die zorgen voor economische groei. In traditionele economische modellen wordt economische groei verklaard door drie factoren: de inzet van arbeid, kapitaal en technologische innovatie. Dat laatste zorgt voor productiviteitsgroei, waarbij het idee is dat je met slimmere combinaties van arbeid en kapitaal meer kunt produceren.Als hoogontwikkelde economie valt er voor Nederland slechts beperkte groei te realiseren door de inzet van extra kapitaal (machines, fabrieken). Veel kapitaalinvesteringen zijn per saldo vervangingsinvesteringen.Wat de inzet van meer arbeid betreft, dus extra werkuren, zet de vergrijzing druk op het deel van de bevolking dat de komende decennia beschikbaar is voor betaald werk. Daarmee worden we voor economische groei afhankelijker van innovatie en dus groei van de productiviteit. Stagnatie arbeidsproductiviteit in Nederland? Op basis van de klassieke manier waarop economen productiviteitsgroei meten, scoort Nederland de afgelopen jaren niet al te best. Vanuit klimaatperspectief valt daar alleen flink wat op aan te merken, zo stellen economen Maarten de Ridder en Lukasz Rachel in een artikel dat dinsdag verscheen in economenblad ESB.Klimaatschade heeft naar verwachting aanzienlijke gevolgen voor toekomstige economische groei, onder meer vanwege de gevolgen van het vaker voorkomen van extreem weer zoals extreme droogte, hitte en overstromingen. Je kunt op basis hiervan stellen dat een economie die zeer CO2-intensief produceert, toekomstige economische groei remt en omgekeerd. Risico klimaatschade meenemen in economisch groeimodel De Ridder en Rachel hebben de negatieve invloed van klimaatschade in een alternatief economisch model gekwantificeerd door een economische bonus-malus in te voeren gebaseerd op de CO2-uitstoot van een economie. Daarbij wordt gesteld dat een ton aan CO2-uitstoot gemiddeld genomen de netto contante waarde van toekomstige economische activiteit met 1.250 euro verlaagt.In het model van de twee economen komt dit effect terug in de productiviteitsmetingen, waarbij hogere CO2-emissies leiden tot een lagere voor emissies gecorrigeerde totale factorproductiviteit (tfpe). Het omgekeerde geldt ook.Toegepast op de Nederlandse economie levert dit opvallende resultaten op. In de onderstaande tabel uit het artikel in ESB vertegenwoordigt de oranje lijn (tfp, total factor productivity) de klassieke meting van de arbeidsproductiviteit. De blauwe lijn (tfpe) is de voor emissies gecorrigeerde productiviteit. [caption id="attachment_159846" align="aligncenter" width="900"] bron: ESB[/caption] Te zien is dat tot ongeveer 2014 zowel de klassieke maatstaf voor arbeidsproductiviteit als de voor emissies gecorrigeerde maatstaf een dalende trend laten zien. Vanaf dat jaar begint de voor emissies gecorrigeerde productiviteit echter sterk te stijgen, in tegenstelling tot de klassieke meting van de productiviteit. Daling CO2-uitstoot Nederland: groene innovatie De Ridder en Rachel wijzen erop dat de Nederlandse CO2-emissies vanaf 2014 sterk zijn gaan dalen. Nederland wordt volgens de economen de laatste jaren steeds beter in het produceren van 'groene' economische waarde. 'Nu de klimaatuitdaging steeds duidelijker op het netvlies van beleidsmakers staat, is tpfe een manier om te laten zien dat het vermogen van de Nederlandse economie om te innoveren en efficiëntie te verhogen niet is afgenomen.'Onderliggend is wel sprake van een verschuiving in de manier waarop de baten van een daling van CO2-emissies worden gerealiseerd, aldus de auteurs. 'Productiviteitsgroei draagt op dit moment minder bij aan het verhogen van de levensstandaard, maar draagt wel degelijk bij aan het vergroenen van de economie.' Relatie tussen CO2-uitstoot en klimaatschade Een vraag die je hierbij kunt stellen is hoe het zit met de CO2-impact van geïmporteerde producten, als Nederlanders bijvoorbeeld spullen kopen met een hoge CO2-voetafdruk bij Chinese webshops. Hierbij gaat het om het 'outscourcen' van CO2-uitstoot door producten buiten de landsgrenzen te laten produceren. Dit fenomeen is volgens de Ridder en Lukasz zeker relevant, maar heeft per saldo een relatief klein effect.Een andere kanttekening die je bij het onderzoek kunt plaatsen, betreft de aanname dat een lagere CO2-uitstoot op nationaal niveau direct vertaald kan worden naar een verbetering van de voor emissies gecorrigeerde productiviteit op nationaal niveau.Het achterliggende idee is dat toekomstige klimaatschade wordt vermeden met lagere emissies. Het probleem met klimaatverandering en klimaatschade is alleen dat er geen direct verband is tussen waar broeikasgassen worden uitgestoten en waar klimaatverandering voor economische schade zorgt.Anders gezegd: als Nederland CO2-emissies reduceert, kan de economie nog steeds te maken krijgen met aanzienlijke klimaatschade, als er elders in de wereld veel broeikasgassen worden uitgestoten.Dit laat onverlet dat het verfrissend is als economen klassieke groeimodellen ter discussie stellen en de risico's van toekomstige klimaatschade meenemen in economische statistieken. Lees ook:Barbara Baarsma (PwC): ‘Een nieuw systeem opzetten? Die tijd hebben we niet meer’\ Nieuwe Ikea-ceo zet in op groene groei: ‘Meer verkopen is niet hetzelfde als overconsumptie stimuleren’ Kabinetsval vooral kans voor duurzaam bedrijfsleven: dit zijn de eerste reacties