Kun je uitleggen hoe de technologie van Rival Foods precies werkt?
‘We maken gebruik van een technologie die je simpel kunt vergelijken met een snelkookpan met een roterend onderdeel. Door temperatuur, lichte druk en gecontroleerde rotatie toe te passen, kunnen we plantaardige eiwitten in een specifieke richting leggen. Vervolgens koelen we het geheel af, waardoor er een vleesachtige structuur ontstaat. We kunnen eiwitten uit allerlei verschillende bronnen halen, zoals soja, erwten, tarwe, zonnebloem en tuinbonen. Dit combineren we met kruiden, natuurlijke smaakstoffen en kleurstoffen om vlees na te bootsen.’
Hoe zit het met de smaak en structuur van jullie producten?
‘Onze producten zijn inmiddels op de markt en worden veelvuldig gekocht. Dat is voor mij het grootste bewijs dat het aanslaat. Vaak valt het bij maaltijden niet op dat het geen vlees is. Natuurlijk blijven er altijd critici. Voor ons is het essentieel dat de smaak goed is. In de transitie naar een dieet met meer plantaardige eiwitten is het belangrijk dat mensen kunnen overstappen op alternatieven voor vlees. Je zou ons product misschien een transitieproduct kunnen noemen. Maar met onze technologie kunnen we ook gewoon lekkere producten maken die op zichzelf staan. Consumenten zullen uiteindelijk niet alleen maar bonen, tofu en tempeh eten. Er zal altijd behoefte zijn aan producten die qua structuur en mondgevoel op vlees lijken.’
Je hoort ook wel eens dat het maken een dit soort vleesvervangers een energie-intensief proces is. Hoe zit dat bij jullie?
‘Wij gebruiken plantaardige eiwitten direct, wat efficiënter is dan dierlijke productie. Tegelijkertijd is de vleesindustrie inmiddels zeer geoptimaliseerd. Terwijl wij nog aan het begin van de ontwikkeling staan. Er zijn verschillende life cycle assessments gedaan, en daaruit blijkt dat er veel duurzaamheidswinst is, als je plantaardige eiwitten vergelijkt met bijvoorbeeld rundvlees. Bij kip is dat verschil kleiner, maar nog steeds significant. We willen onze technologie natuurlijk blijven doorontwikkelen om onze milieuafdruk verder te verlagen.’
Jullie hebben recent 10 miljoen euro aan financiering opgehaald. Wat gaan jullie hiermee doen?
‘We hebben vorig jaar een voormalige vleesfabriek overgenomen en aangepast, of eigenlijk ‘geplantificeerd’, voor onze productie. In 2026 verwachten we ons machinepark verder uit te breiden, zodat we onze productiecapaciteit – nu zo’n 250 ton per jaar – kunnen verdubbelen. Ook breiden we ons team en de salesactiviteiten uit. Nu zijn we met zo’n twintig mensen. We willen uitbreiden tot dertig.’
Wat vraagt zo’n investeringsronde van je als ondernemer?
‘Het was geen gemakkelijke weg. Het kost veel tijd en energie – 70 procent van je tijd ben je bezig met financiering ophalen, naast het runnen van je bedrijf. De vorige ronde in 2022 was makkelijker, omdat de financieringsmarkt toen gunstiger was en alternatieve eiwitten populairder waren. Nu hebben we gelukkig investeerders gevonden die op de lange termijn willen meebouwen.
De sleutel is een concreet en realistisch, maar ambitieus plan. Investeerders waarderen onze Nederlandse aanpak: underpromise, overdeliver. Maar uiteindelijk blijft het gewoon ook keihard werken.’
Geregeld duiken berichten op dat de markt voor vleesvervangers en plantaardige eiwitten lijkt te stagneren. Baart deze ontwikkeling je zorgen?
‘Zeker. De transitie moet versnellen, want op de huidige manier doorgaan is niet houdbaar. We moeten slim samenwerken. Onze echte concurrent is het dierlijk eiwit, niet onze collega’s in de plantaardige eiwitsector. De stagnatie komt deels doordat de markt een paar jaar geleden ongezond hard gegroeid is, met veel durfkapitaal en verwachtingen die niet waargemaakt konden worden. En uiteindelijk willen consumenten producten die ze lekker vinden. Dat is het allerbelangrijkste.’
Jullie richten je nu vooral op de zakelijke markt. Waarom heb je die keuze gemaakt?
‘De kern van ons bedrijf is onze technologie: het samenspel tussen machines, receptuur en een specifiek proces. Daar zit het gros van ons geld in. Een merk bouwen is ontzettend kapitaalintensief. En er zijn nu al ontzettend veel merken, om te beginnen van de supermarkten zelf. Uiteindelijk denk ik dat er ook weer merken zullen verdwijnen, of dat ze geconsolideerd worden met andere merken, zoals met de Vegetarische slager en Vivera is gebeurd.’
Wie zijn nu jullie belangrijkste afnemers?
‘Wij leveren vooral aan foodservicegroothandels zoals Hanos en Sligro. Ook staan we op het menu van een aantal grote ziekenhuizen en zorginstellingen. Onze producten bevatten veel eiwitten en weinig vet en zout. Daardoor zijn we vanuit duurzaamheidsoogpunt interessant én worden we gewaardeerd door diëtisten.’
Wat is er voor nodig om uiteindelijk ook in het supermarktschap te liggen?
‘Dat gaat in ieder geval niet gebeuren onder de naam Rival Foods. Maar we voeren wel al gesprekken met supermarkten. Als we onze productiecapaciteit vergroten, kunnen we de kosten verlagen en daardoor ook de verkoopprijs. Momenteel liggen onze prijzen nog aan de hoge kant voor het supermarktschap. Al hangt dat wel af van waarmee je ons vergelijkt. Kip met een 1 ster-Beter Leven keurmerk is goedkoper, al zal die kip geen ideale omstandigheden hebben gehad. Als je ons vergelijkt met biologische kip, dan zijn wel al concurrerend. Maar feit blijft dat de consument prijs een belangrijke factor vindt.’
Zijn er zaken die je hebt onderschat sinds de oprichting van Rival Foods?
‘Absoluut. We hebben veel geleerd de afgelopen jaren. Als ondernemer moet je ambitieus zijn en daarbij kan het soms zelfs helpen als je een beetje onwetend bent over de uitdagingen. Tegelijkertijd moet je realistisch te blijven. Ik ben voortdurend bezig met het vinden van de juiste balans tussen die twee. Daarbij gaat de eiwittransitie natuurlijk veel te langzaam. Vijf jaar geleden had ik wel gedacht dat we al verder zouden zijn. Je ziet dat supermarkten de ratio dierlijke versus plantaardige eiwitten willen veranderen van 60 / 40, naar andersom. Maar de progressie stagneert. De hele keten moet veranderen – en dat kost tijd.’
Met wat voor partij zou je willen samenwerken om die transitie juist te versnellen?
‘Met grote retailers. De kwaliteit van onze producten is beter dan hetgeen wat nu in de schappen ligt. Maar de business case moeten we samen uitzoeken. De marge die de retailer op vlees pakt, is veel lager dan de marge die ze pakken op vleesvervangers. Dat komt ook omdat de vleesvolumes veel groter zijn. Het zou mooi zijn als de marge op vleesvervangers lager wordt, zodat de prijs ook omlaag kan. Alleen is het nadeel daarvan dat je producenten van vleesvervangers in de hoek duwt, zodat ze gaan inboeten op kwaliteit. Met supermarkten moeten we juist samen op zoek naar een schaalbare oplossing. Dat zijn producten van hoge kwaliteit voor een goede prijs.’
Lees ook:
- Changemaker Femke van Es (Efteling): ‘Een toekomstbestendig attractiepark moet zijn zaken op orde hebben’
- Changemaker Lorenzo Engelen (Qarry): ‘Een duurzaam product kan alleen slagen als het ook prijsconcurrerend is’
- Changemaker Kitty Smeeten (Hands Off My Chocolate): ‘Wanneer je iets half doet, voeg je niet zo veel waarde toe’




