1. Wat is het bossenfonds?
Met het ‘bossenfonds’ wordt verwezen naar de Tropical Forest Forever Facility (TFFF). De financiële tak daarvan is het Tropical Forest Investment Fund (TFIF), dat het geld beheert. De TFFF omschrijft zichzelf als een once in a generation-initiatief dat de toekomst van tropische bossen veilig gaat stellen met een ‘innovatief financieringsmodel’. Uitgangspunt is het financieel waarderen van de ecologische en maatschappelijke waarden van tropisch regenwoud.
Er wordt al aan het concept gewerkt sinds COP28 in Dubai. De TFFF is officieel gelanceerd tijdens COP30 in Brazilië. Dat land, waar 60 procent van het Amazone-regenwoud ligt, neemt het voortouw. Enkele andere landen met tropische bossen én potentiële investeerders als Frankrijk en Duitsland zijn betrokken bij de vormgeving.
Het fonds wil een einde maken aan de vaak eenmalige of kortlopende financiering voor het regenwoud, dat afhankelijk is van het politieke klimaat. In plaats van te werken met projecten geeft het fonds landen met tropisch regenwoud jaarlijks een vergoeding voor het aantal hectare grond dat zij behouden of herstellen. Dat moet het behoud van tropische bossen financieel aantrekkelijk maken, daar waar nu vooral geld wordt verdiend met het kappen van regenwoud voor landbouw of mijnen.
Het bossenfonds ziet het tropisch regenwoud als een collectief goed dat onmisbaar is voor de hele wereld, en waar we dus ook samen voor moeten betalen. Regenwoud is niet alleen het leefgebied van liefst 80 procent van planten- en dierensoorten wereldwijd, maar kan ook veel CO2 uit de atmosfeer opnemen. Momenteel zorgt ontbossing er alleen voor dat een groot deel van die CO2-opname teniet wordt gedaan.
De Wereldbank heeft gezegd de faciliteit te willen beheren en het interim-secretariaat te huisvesten.
2. Hoe werkt het precies?
De TFFF is geen goed doel, maar zegt uitdrukkelijk te werken ‘volgens de logica van de markt’. Het bossenfonds investeert zijn geld in een ‘divers portfolio van vastrentende activa’, aldus de TFFF. Investeringen in fossiele brandstoffen worden uitgesloten.
Het gaat met name om investeringen in EMDE’s: emerging market and developing economies. Van de jaarlijkse rente worden eerst investeerders en overheden uitbetaald. De rest gaat naar tientallen landen met tropische bossen. Die volgorde van uitbetaling baart experts zorgen, blijkt uit een analyse door Carbon Brief.

De voorselectie van landen die mogelijk geld ontvangen vanuit het fonds. | Credits: Tropical Forests Forever Facility
TFFF heeft een voorselectie gemaakt en bepaalt later welke landen daadwerkelijk geschikt zijn om geld te ontvangen. In totaal kunnen dat meer dan zeventig landen zijn, die samen meer dan 1 miljard hectare tropisch en subtropisch regenwoud bezitten.
Hoewel het daadwerkelijke bedrag afhankelijk is van beleggingsrendementen, belooft de TFFF de uitgekozen landen jaarlijks een vast bedrag per hectare tropisch regenwoud die zij behouden of herstellen. Het initiële bedrag bedraagt 4 dollar per hectare. Landen mogen dat naar eigen inzicht besteden, maar moeten in elk geval 20 procent van het ontvangen geld direct beschikbaar stellen voor inheemse en lokale gemeenschappen, die doorgaans een grote rol spelen in natuurbehoud.
De vraag wat als tropisch regenwoud geldt, is hierbij een belangrijke. In een conceptnota van de TFFF wordt gesteld dat bestaande bosgebieden een bladerdakbedekking van ten minste 20 tot 30 procent per hectare moeten hebben om in aanmerking te komen voor betalingen. Volgens enkele wetenschappers is die drempel te laag, maar de TFFF zegt het juist belangrijk te vinden om ook de gebieden met een lage bladerdakbedekking te behouden.
De prestaties van de landen in het behoud worden vervolgens bijgehouden met satellieten. Gaat regenwoud verloren of wordt het minder waard door menselijke activiteiten, dan krijgen de landen minder geld. In dat geval wordt een bedrag ingehouden dat 100 tot 200 keer hoger is dan het bedrag dat anders bij bosbehoud was uitgekeerd, waarschuwt de TFFF.
3. Waar moet dat geld vandaan komen?
De TFFF wil in totaal 125 miljard dollar (ruim 108 miljard euro) ophalen. Dat zou het één van de grootste multilaterale fondsen wereldwijd maken, achter de Wereldbank. Het fonds staat in principe los van de 1,3 biljoen dollar die ontwikkelingslanden jaarlijks nodig hebben voor klimaatbeleid en bescherming.
Ongeveer 25 miljard dollar moet van regeringen en filantropen komen. Regeringen wordt niet gevraagd om een steeds terugkerende subsidie, maar om een eenmalige lening die binnen veertig jaar wordt terugbetaald. Daarmee wil het bossenfonds ook landen als China en landen in het Midden-Oosten aantrekken.
Dat geld moet een katalysator zijn voor 100 miljard dollar van private investeerders. Investeerders kopen vastrentende obligaties tegen voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die van obligaties uitgegeven door multilaterale ontwikkelingsbanken. Investeerders lopen daarnaast minder risico van overheden, belooft de TFFF.
Het fonds kijkt met name naar institutionele investeerders als pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen en staatsinvesteringsfondsen. Het belooft investeerders ‘zowel financieel rendement als rendement in de vorm van ecosysteemdiensten’. Op dit moment financieren banken en pensioenfondsen juist nog op grote schaal ontbossing.
Kritiek over de risico’s van investeren in ontwikkelingslanden en het gebrek aan transparantie daarover, wordt weerlegd door de Braziliaanse regering. Die wijst erop dat de risico’s zijn beoordeeld door de Wereldbank en meerdere adviesbureaus. Bovendien investeert het fonds niet in aandelen, maar in obligaties. Enkel een situatie als de covid-pandemie of een ernstige financiële crisis zou ervoor kunnen zorgen dat het fonds tijdelijk niet uitkeert.
4. Hoeveel geld is er al opgehaald?
Brazilië wilde de 25 miljard dollar van overheden en filantropen in eerste instantie tijdens COP30 al veilig stellen. Die verwachting werd vorige week bijgesteld. Het land hoopt nu op 10 miljard dollar aan het einde van het jaar, zei de Braziliaanse minister van Financiën Fernando Haddad.
Enkele landen hebben al een lening of donatie aan het fonds toegezegd. Zo spreekt Noorwegen over een lening van 3 miljard dollar, mits Brazilië ook genoeg anderen kan overtuigen en Noorwegen niet meer dan 20 procent van het totaal financiert. Brazilië en Indonesië steken 1 miljard dollar in het fonds, Frankrijk tot een half miljard.
Nederland steekt 5 miljoen euro in het fonds, zei premier Dick Schoof vorige week tegen Nu.nl. Volgens de website erkent Schoof dat dat een ‘bescheiden bijdrage’ is.
5. Kunnen EU-landen hier carbon credits voor krijgen?
Onderdeel van de EU-doelstelling voor emissiereductie in 2040 is het compenseren van uitstoot met carbon credits buiten Europa. Lidstaten mogen investeringen buiten de EU laten meetellen in hun netto reductie. In totaal 5 procent van de uitstoot van broeikasgassen kan zo afgedekt worden.
Dat roept de vraag op of het bossenfonds daarvoor ingezet kan worden. TFFF is daar duidelijk over: nee. Op de factsheet van het fonds staat dat TFFF geen credits zal genereren voor projecten. Carbon credits zijn weliswaar ook onderwerp van gesprek tijdens COP30, maar de TFFF zegt daar een aanvulling op te willen zijn in plaats van een onderdeel.
Daarbij moet wel gezegd worden dat nog niet alle afspraken over het fonds definitief zijn. Europese landen gaan hier mogelijk nog over in gesprek.




