Redacteur Maaike
Maaike Kooijman
11 november 2025, 15:15

Brazilië wil $ 125 miljard voor bossenfonds – wat gaat daarmee gebeuren?

COP30 vindt momenteel plaats in Belém: een Braziliaanse stad aan de rand van de Amazone. Het regenwoud is een belangrijk onderwerp tijdens de klimaattop, met het zogenoemde bossenfonds als stokpaardje. Wat is dat precies?

GettyImages-2217721486 Brazilië wil in totaal 125 miljard dollar ophalen voor de Tropical Forest Forever Facility. | Credits: Getty Images

1. Wat is het bossenfonds?

Met het ‘bossenfonds’ wordt verwezen naar de Tropical Forest Forever Facility (TFFF). De financiële tak daarvan is het Tropical Forest Investment Fund (TFIF), dat het geld beheert. De TFFF omschrijft zichzelf als een once in a generation-initiatief dat de toekomst van tropische bossen veilig gaat stellen met een ‘innovatief financieringsmodel’. Uitgangspunt is het financieel waarderen van de ecologische en maatschappelijke waarden van tropisch regenwoud.

Er wordt al aan het concept gewerkt sinds COP28 in Dubai. De TFFF is officieel gelanceerd tijdens COP30 in Brazilië. Dat land, waar 60 procent van het Amazone-regenwoud ligt, neemt het voortouw. Enkele andere landen met tropische bossen én potentiële investeerders als Frankrijk en Duitsland zijn betrokken bij de vormgeving.

Het fonds wil een einde maken aan de vaak eenmalige of kortlopende financiering voor het regenwoud, dat afhankelijk is van het politieke klimaat. In plaats van te werken met projecten geeft het fonds landen met tropisch regenwoud jaarlijks een vergoeding voor het aantal hectare grond dat zij behouden of herstellen. Dat moet het behoud van tropische bossen financieel aantrekkelijk maken, daar waar nu vooral geld wordt verdiend met het kappen van regenwoud voor landbouw of mijnen.

Het bossenfonds ziet het tropisch regenwoud als een collectief goed dat onmisbaar is voor de hele wereld, en waar we dus ook samen voor moeten betalen. Regenwoud is niet alleen het leefgebied van liefst 80 procent van planten- en dierensoorten wereldwijd, maar kan ook veel CO2 uit de atmosfeer opnemen. Momenteel zorgt ontbossing er alleen voor dat een groot deel van die CO2-opname teniet wordt gedaan.

De Wereldbank heeft gezegd de faciliteit te willen beheren en het interim-secretariaat te huisvesten.

2. Hoe werkt het precies?

De TFFF is geen goed doel, maar zegt uitdrukkelijk te werken ‘volgens de logica van de markt’. Het bossenfonds investeert zijn geld in een ‘divers portfolio van vastrentende activa’, aldus de TFFF. Investeringen in fossiele brandstoffen worden uitgesloten.

Het gaat met name om investeringen in EMDE’s: emerging market and developing economies. Van de jaarlijkse rente worden eerst investeerders en overheden uitbetaald. De rest gaat naar tientallen landen met tropische bossen. Die volgorde van uitbetaling baart experts zorgen, blijkt uit een analyse door Carbon Brief.

De voorselectie van landen die mogelijk geld ontvangen vanuit het fonds. | Credits: Tropical Forests Forever Facility

TFFF heeft een voorselectie gemaakt en bepaalt later welke landen daadwerkelijk geschikt zijn om geld te ontvangen. In totaal kunnen dat meer dan zeventig landen zijn, die samen meer dan 1 miljard hectare tropisch en subtropisch regenwoud bezitten.

Hoewel het daadwerkelijke bedrag afhankelijk is van beleggingsrendementen, belooft de TFFF de uitgekozen landen jaarlijks een vast bedrag per hectare tropisch regenwoud die zij behouden of herstellen. Het initiële bedrag bedraagt 4 dollar per hectare. Landen mogen dat naar eigen inzicht besteden, maar moeten in elk geval 20 procent van het ontvangen geld direct beschikbaar stellen voor inheemse en lokale gemeenschappen, die doorgaans een grote rol spelen in natuurbehoud.

De vraag wat als tropisch regenwoud geldt, is hierbij een belangrijke. In een conceptnota van de TFFF wordt gesteld dat bestaande bosgebieden een bladerdakbedekking van ten minste 20 tot 30 procent per hectare moeten hebben om in aanmerking te komen voor betalingen. Volgens enkele wetenschappers is die drempel te laag, maar de TFFF zegt het juist belangrijk te vinden om ook de gebieden met een lage bladerdakbedekking te behouden.

De prestaties van de landen in het behoud worden vervolgens bijgehouden met satellieten. Gaat regenwoud verloren of wordt het minder waard door menselijke activiteiten, dan krijgen de landen minder geld. In dat geval wordt een bedrag ingehouden dat 100 tot 200 keer hoger is dan het bedrag dat anders bij bosbehoud was uitgekeerd, waarschuwt de TFFF.

3. Waar moet dat geld vandaan komen?

De TFFF wil in totaal 125 miljard dollar (ruim 108 miljard euro) ophalen. Dat zou het één van de grootste multilaterale fondsen wereldwijd maken, achter de Wereldbank. Het fonds staat in principe los van de 1,3 biljoen dollar die ontwikkelingslanden jaarlijks nodig hebben voor klimaatbeleid en bescherming.

Ongeveer 25 miljard dollar moet van regeringen en filantropen komen. Regeringen wordt niet gevraagd om een steeds terugkerende subsidie, maar om een eenmalige lening die binnen veertig jaar wordt terugbetaald. Daarmee wil het bossenfonds ook landen als China en landen in het Midden-Oosten aantrekken.

Dat geld moet een katalysator zijn voor 100 miljard dollar van private investeerders. Investeerders kopen vastrentende obligaties tegen voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die van obligaties uitgegeven door multilaterale ontwikkelingsbanken. Investeerders lopen daarnaast minder risico van overheden, belooft de TFFF.

Het fonds kijkt met name naar institutionele investeerders als pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen en staatsinvesteringsfondsen. Het belooft investeerders ‘zowel financieel rendement als rendement in de vorm van ecosysteemdiensten’. Op dit moment financieren banken en pensioenfondsen juist nog op grote schaal ontbossing.

Kritiek over de risico’s van investeren in ontwikkelingslanden en het gebrek aan transparantie daarover, wordt weerlegd door de Braziliaanse regering. Die wijst erop dat de risico’s zijn beoordeeld door de Wereldbank en meerdere adviesbureaus. Bovendien investeert het fonds niet in aandelen, maar in obligaties. Enkel een situatie als de covid-pandemie of een ernstige financiële crisis zou ervoor kunnen zorgen dat het fonds tijdelijk niet uitkeert.

4. Hoeveel geld is er al opgehaald?

Brazilië wilde de 25 miljard dollar van overheden en filantropen in eerste instantie tijdens COP30 al veilig stellen. Die verwachting werd vorige week bijgesteld. Het land hoopt nu op 10 miljard dollar aan het einde van het jaar, zei de Braziliaanse minister van Financiën Fernando Haddad.

Enkele landen hebben al een lening of donatie aan het fonds toegezegd. Zo spreekt Noorwegen over een lening van 3 miljard dollar, mits Brazilië ook genoeg anderen kan overtuigen en Noorwegen niet meer dan 20 procent van het totaal financiert. Brazilië en Indonesië steken 1 miljard dollar in het fonds, Frankrijk tot een half miljard.

Nederland steekt 5 miljoen euro in het fonds, zei premier Dick Schoof vorige week tegen Nu.nl. Volgens de website erkent Schoof dat dat een ‘bescheiden bijdrage’ is.

5. Kunnen EU-landen hier carbon credits voor krijgen?

Onderdeel van de EU-doelstelling voor emissiereductie in 2040 is het compenseren van uitstoot met carbon credits buiten Europa. Lidstaten mogen investeringen buiten de EU laten meetellen in hun netto reductie. In totaal 5 procent van de uitstoot van broeikasgassen kan zo afgedekt worden.

Dat roept de vraag op of het bossenfonds daarvoor ingezet kan worden. TFFF is daar duidelijk over: nee. Op de factsheet van het fonds staat dat TFFF geen credits zal genereren voor projecten. Carbon credits zijn weliswaar ook onderwerp van gesprek tijdens COP30, maar de TFFF zegt daar een aanvulling op te willen zijn in plaats van een onderdeel.

Daarbij moet wel gezegd worden dat nog niet alle afspraken over het fonds definitief zijn. Europese landen gaan hier mogelijk nog over in gesprek.

Lees ook:

Groene waterstof voorbij de hype: ‘We zijn inmiddels terug op aarde, maar de belofte is nog steeds groot’

‘We vlogen naar de maan, maar zijn inmiddels weer op aarde’, begint Marjan Oudeman, voorzitter van GroenvermogenNL, het innovatieprogramma van de overheid dat inzet op een versnelling van het gebruik van groene waterstof. Samen met vier andere organisaties – Nationaal Waterstof Programma, NLHydrogen, Topsector Energie en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) – is ze verantwoordelijk voor het congres waarop de ontwikkelingen, uitdagingen en kansen van het gebruik van groene waterstof centraal staan.Alle betrokken partijen zien de toekomst van groene waterstof nog steeds met veel vertrouwen tegemoet. 'We kunnen een gidsland zijn', zegt Oudeman. 'Groene waterstof kan zowel ons verdienvermogen versterken als helpen bij het realiseren van onze klimaatagenda.’'We zijn kampioen geworden met de fossiele industrie', voegt Marcel Galjee van NLHydrogen daaraan toe. ‘Maar met de Noordzee als powerhouse van Nederland, het achterland en een aardgasnetwerk aan de kust kunnen we ook de economie van morgen vormen.’ Waar waterstof gebruiken Waar groene waterstof eerder als duurzame oplossing voor alle sectoren werd gepresenteerd – van brandstof voor personenauto’s tot verwarming van huizen (Change Inc. schreef zelfs ooit over de waterstoffiets) – is het de industrie steeds meer duidelijk waar de energiedrager daadwerkelijk een verschil kan maken. Bijvoorbeeld als brandstof voor zwaar vervoer over de weg, de scheepvaart of bij zware industriële processen zoals de productie van staal, kunstmest en chemische basiselementen.Daarnaast kan waterstof een cruciale rol spelen bij het tegengaan van lokale netcongestie, zegt Olof van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). ‘In een nieuw energiesysteem is flexibiliteit belangrijk.’ Nu worden op piekmomenten in de vraag gascentrales aangezet om huishoudens van voldoende elektriciteit te voorzien. Als deze gascentrales straks op groene waterstof draaien, biedt dat een schoon alternatief voor fossiele brandstof.En is er door veel wind en zon een overschot aan hernieuwbare energie? Dan kan die via elektrolyse worden omgezet in waterstof voor later gebruik. Groene waterstof: verwachtingen versus realiteit De voordelen van groene waterstof zijn inmiddels bekend. Toch gaat de opschaling van de techniek langzamer dan een paar jaar geleden werd gedacht. Eerder stelde de overheid het doel van 4 gigawatt elektrolyservermogen in 2030, en 8 gigawatt in 2032. Rond 2022 was er voor meer dan 10 gigawatt aan projecten aangekondigd, blijkt uit onderzoek van TNO. Maar inmiddels zijn er slechts twee grote waterstoffabrieken (200 megawatt) in aanbouw, van Shell en Air Liquide. Andere projecten wachten op finale investeringsbeslissingen.Europese bedrijven wachten op de benodigde aanpassing van wetten en regels, stimuleringssubsidies van overheden en voldoende beschikbaarheid van goedkope, groene stroom. De huidige kosten van groene waterstof spelen het verdienmodel nog parten. Mede door de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne is de wereld in rap tempo veranderd. Daardoor zijn de investeringskosten een stuk hoger geworden dan vijf jaar geleden werd geraamd. Volgens TNO kost groene waterstof nu zo’n 10 tot 14 euro per kilo – 5 tot 6 keer zo veel als grijze (gemaakt met aardgas) of blauwe (waarbij de CO2 wordt afgevangen en opslagen) waterstof. Lange adem bij opzetten waterstoffabriek Dat het opzetten van een waterstoffabriek een langdurig project is, weet Gert Jan ten Cate, VP large industries and hydrogen energy bij Air Liquide ook. Het bedrijf bouwde al kleine waterstoffabrieken van 20 megawatt in Denemarken en Canada. In juli dit jaar nam Air Liquide de definitieve investeringsbeslissing (500 miljoen euro) voor een fabriek van 200 megawatt op de Maasvlakte.Dat project, genaamd Elygator, begon ruim vijf jaar geleden al, zegt Ten Cate. ‘De realiteit is dat je voor dit type project een heel lange adem nodig hebt.’ Subsidies, contracten voor het binnenhalen van groene stroom en niet onbelangrijk, een klant die de groene waterstof afneemt. Allemaal moeten ze opgelijnd worden. ‘Door de ontwikkelingen in de wereld lopen gedurende de looptijd van het project de kosten almaar op. Terwijl sommige kosten aan het begin van het traject in subsidies zijn vastgezet.’Door afspraken met de leverancier van groene stroom, kon Air Liquide zich vertraging van de bouw niet veroorloven. Eind 2024 startte het bedrijf al met de bouw, nog voor de finale investeringsbeslissing een half jaar later werd genomen. ‘Dan is de eerste 20 miljoen al uitgegeven', zegt Ten Cate. Inmiddels is de investering rond en loopt het bouwproces volgens plan. Eind 2027 moet Elygator operationeel zijn. Waterstof van zee naar land Mintens zo belangrijk als de productie van groene waterstof is de ontwikkeling van de infrastructuur om waterstof daar te krijgen waar het nodig is. De haven van Amsterdam ziet zichzelf als een cruciale speler in dit netwerk. 'De ambitie is om van Amsterdam een groene waterstofhub te maken’, zegt Gert-Jan Nieuwenhuizen, executive director new business bij Port of Amsterdam. ‘Daarvoor kan het bestaande aardgasnetwerk gebruikt worden. Maar het vraagt ook om nieuwe waterstofleidingen voor de onderlinge verbinding van industrieclusters in Nederland en om de connectie met bijvoorbeeld het Ruhrgebied in Duitsland maken.’Om aan de vraag naar groene waterstof te voldoen, moet de energiedrager niet alleen lokaal met windenergie van de Noordzee worden opgewekt. De haven wil ook groene waterstof importeren uit landen waar door de aanwezigheid van veel hernieuwbare energie goedkoop waterstof gemaakt kan worden. Zo hoopt het havenbedrijf volgend jaar een definitieve investeringsbeslissing te nemen over een strategisch partnerschap met Oman. Dit land heeft enorm veel ruimte om zonne-energie op te wekken. Die kan gebruikt worden om via ontzouting van zeewater en elektrolysers grote hoeveelheden waterstof te produceren. Groei vergelijkbaar met zonnepanelen Zo maken landen in samenwerking met andere naties nog op veel meer plekken in de wereld waterstofcorridors. Het is tekenend voor de fase waarin de technologie op dit moment zit. Ondanks de vertragingen en afgeketste plannen die de media halen, wordt er achter de schermen volop gebouwd aan de opschaling van groene waterstof. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) verwacht dat er in 2030 vijf keer meer lage-emissiewaterstof wordt geproduceerd dan in 2024. Dat is minder dan de ambities van tien jaar geleden. Maar nog steeds is de groei vergelijkbaar met de uitbreiding van andere hernieuwbare energietechnologieën zoals zonnepanelen.Verder verwacht het IEA dat het prijsgat tussen fossiele brandstoffen en groene waterstof richting 2030 kleiner zal worden. In China zou de energiedrager al aan het eind van dit decennium op gelijke voet kunnen komen doordat elektrolysertechnologie steeds goedkoper wordt. Maar ook in Europa, waar de CO2-prijs verder klimt en prijzen van fossiele brandstof stijgen, zal groene waterstof steeds aantrekkelijker worden.En net als met zonnepanelen is opnieuw China de drijvende kracht achter de capaciteitsuitbreiding van elektrolysers. Op dit moment bevindt 65 procent van de geïnstalleerde elektrolysecapaciteit zich in China. Ook ontwikkelt het land zich snel als massaproducent van elektrolysers. En ook India, waar premier Modi de waterstofeconomie tot nationale prioriteit heeft gemaakt, heeft grootste plannen voor de uitbouw van groene waterstoffabrieken.In Europa ontbreekt het aan urgentie en richting, zei waterstofgezant Noé van Hulst eerder deze week in De Telegraaf. ‘Wij blijven steken in commissies, subsidies en pilots. Het risico is dat we straks niet alleen zonnepanelen en batterijen importeren, maar ook onze waterstoftechnologie. Waterstof is niet langer slechts een milieukwestie, het wordt een strategisch instrument.’ Stimuleer vraag en zet in op innovatie De aanwezigen van GroeneWaterstofHuisNL delen deze zorg. ‘Maar het is onvermijdelijk dat we onderdelen van buiten Europa moeten halen’, zegt Karlo van Dam, directeur verduurzaming industrie van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Volgens Van Dam moet Europa zich daarom specialiseren in technologieën die de efficiëntie van elektrolysers verder kunnen verhogen, zoals de ontwikkeling van membranen.Verder werken Europese landen op dit moment aan beleidsmaatregelen die de vraag naar groene waterstof moet stimuleren. Zo openen Nederland en Duitsland een veiling ter waarde van 3 miljard euro waar groene waterstof verhandeld kan worden. En Europa loopt voorop met het invoeren van waterstofquota voor de transport en industrie. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat in 2030 42 procent van de grijze waterstof die de industrie gebruikt wordt vervangen door hernieuwbare brandstoffen, zoals groene waterstof.Dat beleid heeft versnelling nodig, zeggen experts van het IEA. Vraagstimulering begint bij de bedrijven die nu al met waterstof werken, maar ook bij nieuwe toepassingen in bijvoorbeeld de industrie en mobiliteit. Door de vraag te bundelen in industriële gebieden kunnen kosten omlaag en risico’s worden gedeeld. Op die manier wordt groene waterstof een vanzelfsprekend onderdeel van de energietransitie. Lees ook:Is het een probleem als Nederlandse groene waterstof naar het buitenland verdwijnt? 'Het gaat juist om Europese samenwerking' Met deze 4 versnellers kan Nederland de energietransitie alsnog laten slagen (ook goed voor de economie) Opmars groene waterstof is niet te stoppen, ondanks doemverhalen in de media: 'De trein rijdt'