Teun Schröder
10 februari 2023, 13:00

Bouw- en installatiebranche komt bijeen op allereerste Transitiediner: "We moeten van die stoptrein een sneltrein maken.”

‘Transitie in turbostand’, ‘In de stoptrein naar Parijs’ en ‘Polderend ten onder’; het is een kleine greep uit de ‘krantenkoppen’ die de bestuurders uit de bouw- en installatiebranche opwerpen om de huidige duurzame transitie te omschrijven. Over wat er nodig is om te versnellen, zijn de ruim tachtig aanwezigen wel eensgezind: “Meer samendoen, meer leiderschap tonen.”

Eerste Transitiediner voor top bouwsector in teken van versnellen duurzame groei Jan Peter Balkenende: "Je moet geïnspireerd worden en zorgen dat je mensen mee krijgt." | Credits: Jaarbeurs

De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor 38 procent van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Het staat buiten kijf dat hier dus nog grote slagen gemaakt moeten worden. Daarom organiseerde Change Inc., de Dutch Green Building Council (DGBC) en Koninklijke Jaarbeurs dit jaar het allereerste transitiediner, exclusief voor de top uit de bouw- en installatiesector, met als thema ‘Duurzaamheid: the perfect storm’.

Woord van de organisatoren

“Het Transitiediner heeft als doel om op het hoogste niveau met elkaar van gedachten te wisselen, samen te bouwen aan constructieve en duurzame samenwerkingen voor de toekomst en vooral om samen duurzame groei te versnellen”, zegt Jeroen van Hooff, CEO Koninklijke Jaarbeurs tijdens de opening.

“We kunnen veel meer doen, dan we nu al doen”, zegt Annemarie van Doorn, voorzitter van DGBC. “We laten ons belemmeren doordat we niet genoeg waarderen waarom duurzaamheid belangrijk is. We moeten van die stoptrein, een sneltrein maken.”

“De economie heeft een voorhoede nodig die de massa in beweging brengt”, valt Yoeri van Alteren, oprichter van Change Inc., Van Doorn bij. “Vanavond zijn we met de partijen bij elkaar die het moeten gaan doen. Zij kunnen leiderschap tonen en de voorhoede worden van deze transitie.”

“Vanavond zijn we met de partijen bij elkaar die het moeten gaan doen.” | Credit: Jaarbeurs

‘Revolutionaire’ bijeenkomst

Tussen de gerechten door passeren verschillende sprekers de revue. Zo vertelt wethouder ruimtelijke ordening Eelco Eerenberg over de woningbouwambities van Utrecht en geeft Jan Peter Balkenende (nu voorzitter van de Dutch Sustainable Growth Coalition, hoogleraar en werkzaam bij advieskantoor EY) een keynote over de uitdagingen van duurzame systeemverandering. Ook is er tijd voor een rondetafelgesprek tussen Rob Steijn (Dura Vermeer), Boudewijn Ruitenburg (EDGE), Doekle Terpstra (Techniek Nederland) en Jacqueline Cramer (Betonakkoord) over systeembelemmeringen, kwetsbare verdienmodellen en samenwerkingen tussen ketenpartners. Terpstra: “Alleen al het feit dat hier installatie en bouw bij elkaar zitten is revolutionair te noemen. Techniek kan in veel gevallen een oplossing bieden voor de uitdagingen in de bouw.”

Na afloop van het diner greep Change Inc. de kans om nog een aantal sprekers aan de mouw te trekken, waaronder Jan Peter Balkenende.

Wat is de meerwaarde van dit soort avonden voor het versnellen van de duurzame transitie?

“Als je de transitie wilt versnellen, moeten zaken worden opgeschaald. Maar het is ook belangrijk dat je mindset verandert. Je moet geïnspireerd worden en zorgen dat je mensen mee krijgt. Daarnaast moet duurzaamheid mainstream worden. Ik heb de indruk dat de partijen die hier aanwezig zijn dat kunnen bewerkstelligen. Ze hebben een belangrijke rol te vervullen. Het is een combinatie van initiatiefnemers en partijen uit de praktijk. Het is mooi dat die op zo’n avond samenkomen.”

In uw keynote kwam de rol van de volgende generatie aan bod. Hoe zorg je dat deze generatie ook op plekken komt waar ze daadwerkelijk beslissingen kunnen maken?

“Leiders van ondernemingen moeten investeren in echte contacten met young professionals. Zij willen er niet alleen bij zijn, om het ‘erbij zijn’; ze willen ook daadwerkelijk invloed uitoefenen. Daarom is het belangrijk dat je de volgende generatie betrekt bij de beslissingen van je organisatie. Het gaat erom dat je op een geloofwaardige manier hun ideeën oppakt.”

Welke rol ziet u voor de grote advieskantoren zoals EY in de duurzame transitie?

“Als mondiaal opererende organisatie spelen zij een enorme rol in het adviseren van ondernemingen en instellingen. Je merkt nadrukkelijk dat ze zaken anders willen aanpakken. Er wordt bij deze kantoren op dit moment enorm veel kennis gegenereerd op het gebied van duurzaamheid. De volgende stap is om andere bedrijven hierin echt mee te nemen. Daarnaast verandert ook de taak van de accountant. Die tak, denk aan Integrated Reporting (rapportagemover duurzaamheid en maatschappelijke impact, red.) en het maken van impact analyses, maakt steeds meer meetbaar wat duurzaamheid precies inhoudt, en wat de meerwaarde daarvan is.”

Ook aanwezig op het transitiediner is Jacqueline Cramer, voormalig minister van VROM, nu voorzitter van het Betonakkoord. Dit is een initiatief ondersteund door tientallen organisaties en bedrijven om de betonsector te verduurzamen.

Welke stappen worden de komende periode gezet om de doelstellingen van het Betonakkoord te halen?

“Er zijn veel mooie initiatieven om de betonsector te verduurzamen. Maar als je wilt dat het niet bij enkele iconische projecten blijft, moeten we gaan opschalen. In die fase zijn we nu. Een belangrijke stap daarin is dat de eisen voor duurzaam beton in publieke en private aanbestedingen gelijk getrokken worden. Nu geldt in aanbestedingen nog vaak de minimale wettelijke eis voor beton; goedkoper, maar minder duurzaam. Nieuw, duurzaam beton heeft nog geen plek in de wetgeving. Die zou er wel moeten komen, zodat duurzaam beton het nieuwe normaal wordt.”

Van welke innovaties in de betonsector wordt u enthousiast?

“Het mooiste is natuurlijk als het lukt om CO2-arm beton te produceren. Vooral de vervanging van cement door alternatieve bindmiddelen is kansrijk. We kunnen ook anders ontwerpen. Bijvoorbeeld door meer prefab te bouwen en betonblokken modulair te maken, zodat ze hergebruikt kunnen worden.”

Eerder was u ‘transitiemakelaar’ voor matrassen, nu voor beton en daarnaast bent u ook bezig met een Staalakkoord. Hebben alle milieubelastende materialen zo’n overkoepelende aanpak nodig, denkt u?

“Een transitiemakelaar is nodig als onafhankelijke partij. Hij of zij kan mensen inspireren, partijen verbinden en het transitieproces versnellen in een ambitieuze richting. Hiervoor is dienend leiderschap nodig. Uiteindelijk kun je wat we nu met beton doen, ook met andere materialen tot stand brengen. Na beton ben ik ook met staal in de bouw aan de slag gegaan. Omdat we alle leerervaringen die opgedaan zijn in het Betonakkoord kunnen meenemen, gaat die proces vier keer zo hard. De andere uitdaging waarbij ik ook betrokken ben is circulair textiel; een enorme puzzel, aangezien hier de keten heel anders is georganiseerd dan die van de bouw.”

Tot slot spraken we met Rob Steijn, directeur divisie bouw en vastgoed bij Dura Vermeer.

Wat betekent het voor de bouw- en installatiesector om op een avond als deze bij elkaar te zitten?

“Voor mij is een unieke kans om inzicht te krijgen in hoe andere bedrijven omgaan met de uitdagingen waar we vandaag de dag mee te maken hebben. Tijdens zo’n avond kun je sparren met gelijkgestemden over waar ze tegenaan lopen en hoe we bepaalde verdienmodellen samen kunnen laten werken.”

Je gaf aan ruim 30 jaar in de bouw te werken. In hoeverre is veranderd hoe er binnen de sector over duurzaamheid wordt gepraat de afgelopen jaren?

“Ruim tien jaar geleden werd duurzaamheid echt gezien als een moetje. Toen zat ik er zelf ook nog dubbel in. Ja, ik wil duurzaamheid, maar het moet wel verkoopbaar zijn. Maar de laatste jaren merk ik dat dat sentiment veranderd is. Ook door de jonge mensen om mij heen. Die zijn allemaal supergedreven om hun bijdrage te leveren. Circulariteit kreeg een aantal jaar geleden al helemaal geen aandacht. Inmiddels hebben we met Dura Vermeer Urban Miner een bedrijf dat zich volledig richt op circulariteit. Naderende wetgeving en CO2-beprijzing gaan er voor zorgen dat dit de verdienmodellen van de toekomst worden.”

Deze avond wordt veel de nadruk gelegd op samenwerken. Met welke partijen die hier aanwezig zijn ga je binnenkort contact opnemen om te verkennen wat jullie samen kunnen doen?

“Voor mij sprongen er vanavond twee dingen uit. Ik was positief verrast over de ambities van mevrouw Cramer binnen het Betonakkoord. Wij praten ook met betonpartijen die bezig zijn om hun CO2-uitstoot te halveren. Maar als mevrouw Cramer zegt dat de sector naar net-zero kan in 2030, wil ik daar graag mee in gesprek. Verder zie ik heel veel potentie in de samenwerking tussen de bouw en de installatiebranche, die hier ook vertegenwoordigd is. Een groot deel van de emissies bij het realiseren van bebouwing zit bij installaties en een nog groter deel in de exploitatiefase. Ik zou graag met ze sparren op welke manier we kunnen samenwerken om onze milieu-impact nog verder te verminderen en onze ambities helpen waar te maken.”

Foto Credits: Jaarbeurs

De veldboon kan het Nederlandse antwoord op soja zijn

Als we minder eiwitten uit vlees en zuivel halen en meer uit plantaardige bronnen, levert dat een flinke CO2-reductie op. Deze beweging van dierlijke naar plantaardige voedingsstoffen staat bekend als de eiwittransitie. De veldboon kan hierin een belangrijke rol spelen, omdat het gewas rijk is aan plantaardige eiwitten. Heilig boontje De veldboon bezit veel gunstige eigenschappen, zoals het hoge eiwitgehalte van 25 tot 30 procent. Daar staat tegenover dat de peulvrucht maar weinig CO2 uitstoot. Er wordt zelfs stikstof opgenomen door de wortels van de plant. Veldbonen dragen ook bij aan de biodiversiteit van het land: vooral lieveheersbeestjes en hommels maken dankbaar gebruik van dit gewas. En dan levert de plant ook nog een grote opbrengst per hectare op. De veldboon kan goed groeien in Nederland Veldbonen gedijen goed in het Nederlandse klimaat. Ze worden al vroeg in het seizoen geteeld en hebben dus niet zo’n last van de steeds drogere zomers. Toch worden veldbonen nu vooral uit het buitenland gehaald. Royal Cosun doet dat ook, geeft de directeur van de proteïne tak toe. Bosch: “We halen veel veldbonen uit Duitsland. Daar is de business veel groter en ook goedkoper.” Een lokale stroming is wel de wens, maar volgens Bosch verbouwen maar weinig Nederlandse boeren veldbonen. Hij wijst hiervoor onder andere naar subsidies. “In Nederland zijn die er niet, in Duitsland wel. Dat doet wat met het aanbod en dat werkt vervolgens door in de prijs.” Toch ziet Bosch genoeg potentie in de toekomst van Nederlandse veldbonen. “Als we veldbonen toepassen in onze voeding en er komt meer vraag, dan biedt dat kansen voor de boeren. Maar ze gaan geen veldbonen telen zonder afzetmarkt.” Veldbonen nu populairder bij kippen dan bij mensen Nu verdwijnen veldbonen vaak in kippenvoer. Als het aan Bosch ligt, komt hier snel verandering in. Veldbonen kunnen volgens hem een goed alternatief voor soja zijn. “Waar je in veel producten soja toch wel proeft, is dat bij de veldboon anders. Deze heeft een hele neutrale smaak. Dat maakt het ideaal om te gebruiken in ons voedsel”, zegt Bosch. Bij Royal Cosun zijn ze er veel mee aan het experimenteren. Bosch: “Yoghurt, ijs, mayonaise en kaas: het is allemaal mogelijk met veldbonen.” Zit de consument te wachten op veldbonenyoghurt? Op de vraag of de consument wel zit te wachten op yoghurt gemaakt van veldbonen, moet Bosch lachen. “Dat hoop ik wel. Ik denk dat plantaardige producten vooral lekker moeten zijn. De smaak van veldbonen is zo neutraal, dat biedt echt kansen. Daarbij staat soja ook onder druk. Er zijn nogal wat misstanden als het gaat om de productie van soja. De roep om lokale productie wordt steeds luider. Hier komt de veldboon weer om de hoek kijken.” Kom meer te weten over de eiwittransitie: Nieuw lectoraat moet de eiwittransitie versnellen. Wat zijn de plannen?Henk Schouten: “Stapsgewijs krijgen we iedereen mee in de eiwittransitie”Albert Heijn breidt plantaardige schappen uit