Hannah van der Korput
17 juli 2024, 14:15

Boermarke gaat met plantaardige producten de foodservice in

Boermarke verkoopt zijn plantaardige kaas, yoghurt en ijs in supermarkten verspreid over 24 Europese landen. Binnenkort komen daar bedrijfsrestaurants, cateringpartijen en zorginstellingen bij. Met de stap wil het Nederlandse bedrijf de eiwittransitie in de foodservice aanjagen.

Web05 Dat het familiebedrijf de eiwittransitie heel serieus neemt, werd duidelijk na een opvallende koerswijziging. | Credits: Boermarke

Onder de merknaam Vairy gaat Boermarke de foodservicemarkt op. Het assortiment is helemaal plantaardig en omvat alternatieven voor kaas, vla, ijs en bavarois. Ook gaat het samenwerken met Vivera, dat vleesvervangers op de markt brengt. Op die manier biedt Boermarke hartige en zoete plantaardige opties aan.

Koerswijziging

Dat het familiebedrijf de eiwittransitie heel serieus neemt, werd duidelijk na een opvallende koerswijziging. Van oudsher is Boermarke een zuivelbedrijf. In 1987 begon Bertine Varvik met ijs maken van het melkoverschot van de koeien van haar man. Vorig jaar maakten zoons Reynier (45) en Alexander (52) Varvik bekend volledig over te stappen naar plantaardige zuivel. Binnen drie jaar wordt de gehele zuiveltak uitgefaseerd en ondergebracht bij de Zuivelhoeve. Daarmee transformeert het zuivelbedrijf naar een plantaardig bedrijf.

“Ik geloof ook niet dat je plantaardig ‘er even bij’ kunt doen”, zei Reynier Varvik daarover tegen Foodagribusiness. “Als je goede producten wil maken, en dan bedoel ik lekkere, betaalbare en gezonde producten, dan moet de gehele focus daarop liggen. Boermarke maakt hierin een duidelijke keuze en dat wordt ook gewaardeerd door onze klanten.”

Plantaardige kaas

Europa telt een handvol fabrieken die plantaardige kaasalternatieven in grote volumes kunnen produceren. De fabriek van Boermarke is er daar één van. In Twente werd vorig jaar geïnvesteerd in een nieuwe productielijn met grote kookunit voor blokken plantaardige kaas, een lijn voor het snijden van plakken en een raspinstallatie.

Lees ook:

Changemaker Hanneke van de Vijfeijke (IKEA): ‘Er is grote bereidheid onder consumenten om tweedehands te kopen’

Je bent al ruim zes jaar in verschillende functies betrokken bij de duurzaamheidsstrategie van IKEA. Hoe heeft de strategie zich in de afgelopen jaren ontwikkeld? “We willen wereldwijd tegen 2030 onze uitstoot halveren en in 2050 op netto-nul uitkomen, zonder CO2-compensatie. Deze doelen zijn onderdeel van de internationale strategie die in de tussentijd zijn gevalideerd door het Science Based Target Initiative. Wat dat betreft zijn de doelstellingen dus nog concreter geworden. Je ziet wel dat bepaalde onderwerpen urgenter zijn geworden. Toen ik begon, ging het al wel over circulariteit, maar dat is nu veel groter geworden.” Onderscheidt de duurzaamheidsstrategie van IKEA Nederland zich nog op vlakken van de internationale strategie? “In Nederland heeft IKEA het voortouw genomen met het recyclen van matrassen. In samenwerking met Retourmatras stonden we aan de basis van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Als grote speler in de matrassenmarkt dragen we nu bij aan het netwerk van inzameling en recycling. Verder zagen we ook dat we lokaal relevant konden zijn gedurende de energiecrisis na de inval van Rusland in Oekraïne. De focus kwam toen te liggen op van het gas afstappen. We hebben in 2023 aangekondigd dat we stoppen met het verkopen van gaskookplaten en alleen gaan inzetten op inductieplaten, voorzien van een verlaagde prijs. Vanaf begin dit jaar is dat besluit effectief.” Hoe zorg je dat je mensen intern meekrijgt in de duurzaamheidstrategie van zo’n grote onderneming? “Opgeleid als organisatiepsycholoog vind ik dat een interessant vraagstuk. Hoe maak je een strategie voor iedereen relevant? Het antwoord is deels organisatorisch. De CEO van IKEA Nederland waar ik aan rapporteer, is ook onze chief sustainability officer. Die is eindverantwoordelijk voor de uitrol van de internationale strategie in Nederland. Daarnaast hebben we de storemanagers op hun beurt weer eindverantwoordelijk gemaakt voor de duurzaamheidsdoelstellingen van hun vestiging. En we organiseren geregeld momenten waarop alle mensen die met duurzaamheid bezig zijn samenkomen om ervaringen en ideeën uit te wisselen. Om collega’s onderdeel te maken van de verduurzaming is het belangrijk te balanceren tussen kansen op de lange en korte termijn. Dus wat doen we nu al goed en waarop kunnen we doorbouwen? Het is voortdurend schipperen tussen het voortouw nemen en ideeën benutten die er nu al zijn.” Voor welke aspecten van de duurzaamheidsstrategie voorzie je uitdagingen? “Een uitdaging – niet zozeer specifiek voor IKEA – is dat onze klimaatambities deels samenhangen met elektrificatie. Daarin zit een afhankelijkheid van het elektriciteitsnet, maar de druk daarop neemt toe. Tegelijkertijd willen we al onze winkel laten opereren op hernieuwbare warmte en koeling en ook onze thuisbezorging 100 procent elektrisch maken. In de winkel in Amsterdam ging een tijd lang ’s nachts de elektriciteit uit in het restaurant, zodat de bezorgbussen elektrisch kunnen laden; een tijdelijke oplossing. We zoeken nog steeds naar schaalbare oplossingen. Verder hebben we een heel scherpe circulaire ambitie. Iets meer dan de helft van onze CO2-voetafdruk ligt bij de materialen die we gebruiken. In 2030 willen we alleen nog maar materialen gebruiken die uit hernieuwbare bronnen komen of gerecycled zijn. Die stip op de horizon staat, maar de uitdaging is gigantisch.” Wat voor rol spelen reparatie en hergebruik in de duurzaamheidsstrategie van IKEA? “Die twee zaken vinden we heel belangrijk. De komende jaren willen we deze allebei goed neerzetten. Alle winkels hebben sinds jaar en dag een zogeheten recovery-afdeling, waar alle showmodellen en klantretouren een tweede leven krijgen of gerecycled worden. Verder bieden we online een reserveonderdelenservice aan. In de winkels hebben we nu ook gigantische, frisdrankautomaat-achtige kasten met productonderdelen die we kunnen gebruiken voor deelruilingen. Medewerkers toetsen een nummer in en het gewenste onderdeel rolt eruit. En we onderzoeken hoe we reparatie nog meer kunnen aanbieden. De focus ligt op wat de klant thuis zelf kan doen, want dat is de meest betaalbare optie. Voor specialistische vragen kijken we naar doorverwijzingen naar andere reparateurs.” In hoeverre denk je dat de consument bereid is meer tweedehands meubels te kopen en bij te dragen aan het verlengen van de levensduur? “Wij zien dat er een grote bereidheid onder consumenten is om tweedehands te kopen. Uit de sustainable brand index (merkonderzoek naar duurzaamheid, red.) blijkt dat tweedehands en recycling nu al worden gezien als hygiënefactor, niet als kers op de taart. Volgens mij zijn mensen er wel klaar voor. Onze matrasrecyclingdienst wordt door steeds meer klanten gebruikt. En we hebben recent ook een test gedaan waarbij klanten oude kussens en dekbedden inleverden tegen korting op een nieuw product, zodat we dons en veren opnieuw kunnen gebruiken in onze productie. Het is niet zo moeilijk om de duurzaamheidscommunity te overtuigen. Maar het is de kunst om het superaantrekkelijk voor zoveel mogelijk consumenten te maken.” Met wie zou je graag willen samenwerken en waarom? "We willen heel graag het voortouw nemen om een UPV vorm te geven voor de recycling van meubels. Daarvoor hebben we innovatie in recycling nodig. Uiteindelijk is het niet zo ingewikkeld een UPV op te stellen, maar je hebt aan de achterkant de infrastructuur en recyclingcapaciteit nodig om impact te maken. Partijen die op innovatieve en schaalbare wijze meubels kunnen recyclen, mogen zich melden." Lees ook: Changemaker Sacha Göddeke-Mulder (NS): 'Als je elke dag met de trein reist, weet je dat we niet zo vaak stilstaanChangemaker Mirjam Schmüll opent deuren in de circulaire bouw: ‘Wanneer een weg doodloopt, ben ik altijd bezig met wat er wél kan’Changemaker Evelyn Brakema (Groene Zorg Alliantie): ‘Groot deel van Nederland kent de relatie tussen klimaatverandering en gezondheid niet’De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.