Bas Joosse 16 januari 2019, 10:38

Bodemgezondheid is nieuwe prioriteit voor Lamb Weston / Meijer

Aardappelverwerker Lamb Weston / Meijer gaat zich de komende jaren richten op het verbeteren van de bodemgezondheid. Daarvoor is in Nederland het ‘Duurzame Teelt Plan’ onder 200 telers uitgerold. De overige telers in onder andere Frankrijk en Duitsland worden de komende jaren ook bij het plan betrokken.

Adobestock aardappel grond bodem

Dat blijkt uit het uit het nieuwe duurzaamheidsverslag van het bedrijf.

De FAO, de landbouworganisatie van de Verenigde Naties, luidde vorig jaar ook de noodklok over de afnemende bodemgezondheid: een goede bodem is essentieel om de voedselproductie op niveau te houden. Met de extreem droge zomer van 2018 merkten ook Nederlandse boeren en telers de gevolgen.

Lamb Weston / Meijer heeft sinds 2017 bodemgezondheid toegevoegd als een zevende focusgebied in haar duurzaamheidsagenda. “Afnemende bodemgezondheid is een serieus issue”, zegt Bas Alblas, CEO van Lamb Weston / Meijer. “Het is echt belangrijk dat we hier iets aan doen. Wij kunnen de grootste impact maken door nauw samen te werken met onze telers.”

Lees ook: Duurzame teelt: aan de slag met bodemgezondheid

Vorig jaar rolde Lamb Weston / Meijer het 'Duurzame Teelt Plan', waarin bodemgezondheid centraal staat, al uit onder Nederlandse telers. De komende jaren worden ook de telers uit België, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Engeland betrokken bij het programma.

Bodemgezondheid beoordelen

Om de bodemgezondheid te beoordelen, krijgen telers scores voor maatregelen die zij nemen om de bodemgezondheid te verbeteren. Daarbij gaat het onder andere om het telen van zogeheten rustgewassen, of om gewasrotatie. Telers krijgen individuele scores, variërend van ‘basis’ tot ‘expert’. Het doel is om de milieu-impact van de telers te verlagen terwijl de opbrengst per hectare en kwaliteit van de oogst omhoog gaat. 

Daarnaast wil Lamb Weston / Meijer de telers ook ondersteunen in het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering. De aardappelverwerker verwijst naar de extreme droogte van 2018. Die laat zien dat een nauwe samenwerking van belang is. Gezonde bodems ondersteunen namelijk het vermogen om water langer vast te houden.

Resultaten over 2018

De duurzaamheidsstrategie van Lamb Weston / Meijer bestaat uit zeven pijlers. In haar duurzaamheidssverslag toont de aardappelverwerker de geboekte vooruitgang. Zo daalde in 2018 het waterverbruik in het productieproces met 3,8 procent in vergelijking met het basisjaar 2008. Verder werd er per kilo product 24 procent minder energie gebruikt. De CO2-uitstoot per kilo product ging met 30 procent omlaag, en de CO2-voetafdruk door teelt en verwerking daalde met 20 procent ten opzichte van 2008.

In het transport werd ook een verlaging in de CO2-uitstoot gerealiseerd. Door de jaarlijkse transportkilometers met 6,5 miljoen  te verminderen ging de transport-gerelateerde CO2-uitstoot met 9 procent omlaag.

Lamb Weston / Meijer vindt het belangrijk om de verwaarding van haar afvalstromen en bijproducten te optimaliseren. Op dit moment wordt ruim 97 procent hergebruikt, teruggewonnen of gerecycled. De frites en andere eindproducten worden verpakt in recyclebaar plastic.

Lees het duurzaamheidsverslag

Plannen voor 2019

Dit jaar wil het bedrijf in de fabriek in Kruiningen starten met een nieuw waterzuiveringssysteem, waardoor 50 procent minder drinkwater hoeft te worden gebruikt. In 2020 moet het systeem ook in twee andere fabrieken gaan draaien. 

Ook wil Lamb Weston / Meijer de aardappel steeds beter benutten. In 2018 werd 6,8 procent meer aardappel benut, ten opzichte van 2008. In 2017 lag dit percentage zelfs op 7,9 procent. Het bedrijf verwacht zijn doelstelling van 10 procent betere aardappelbenutting voor 2020 te behalen. 

Lees ook: Er gaan 2 kilo aardappels in 1 kilo frites: waar blijft de rest?

Bron: Lamb Weston / Meijer | Afbeelding: Adobe Stock

Column: 'De circulaire economie moet van bubbel naar mainstream'

Auteur: Erik HoeksemaDe circulaire economie is hot. Tegelijkertijd dreigt ‘circulair’ langzamerhand net zo’n hol begrip te worden als het woord ‘duurzaam’. Het label wordt op heel veel initiatieven geplakt, ook als die eigenlijk helemaal niet zo circulair zijn. Of op initiatieven die voorheen nog gewoon ‘duurzaam’ waren, terwijl dat zeker niet hetzelfde is. Voorbeelden zijn circulaire koffiebekers, maatpakken en fietspaden (van plastic).Of de samenleving echt gebaat is met deze oplossingen, is lang niet altijd evident; ik vermoed dat de producenten vooral een verkoopkans ruiken. Zo zorgt een fietspad van plastic hoogstens voor een verlenging van de levensduur (van het plastic), maar van een optimale materiaalkringloop lijkt me geen sprake. Veel kunststoffen zijn in principe namelijk geschikt om zonder (veel) kwaliteitsverlies weer als nieuwe grondstof voor producten terug te komen, als we de keten hiervoor maar op de juiste manier organiseren. Dus zijn we nu echt gebaat bij dit soort suboptimale oplossingen?Zinvolle circulaire initiatievenHet gevaar van deze ontwikkeling is dat we niet inzetten op de echt zinvolle initiatieven. En dat circulair op een gegeven moment niet meer serieus wordt genomen. De uitdaging is juist om circulair mainstream te maken en uit onze bubbel te halen.De circulaire economie gaat wat mij betreft over het streven naar zoveel mogelijk waardebehoud van grondstoffen. En dus niet (alleen) over recycling, omdat dit in de praktijk nog vaak ‘downcycling’ betekent: betongranulaat als fundering onder wegen en kunststoffen waarvan bermpaaltjes (of fietspaden) worden gemaakt. Daarnaast gaat de circulaire economie voor mij over een integrale aanpak, waarbij overheden, bedrijven én consumenten nodig zijn om een omwenteling te maken.Concrete, kleine stappen naar circulaire economieHet huidige overheidsbeleid helpt overigens niet om de circulaire economie concreet te maken. De belangrijkste doelstelling is om in 2050 volledig circulair te zijn. Los van de vraag wat dit precies inhoudt (en of het überhaupt kan, want volgens de natuurwetten zijn materialen nu eenmaal aan slijtage onderhevig): Wie kan het oneens zijn met een doelstelling die pas over 31 jaar behaald moet zijn? Om het in perspectief te plaatsen: in 1988 belden we nog vanuit een telefooncel.'We hebben concrete, kleinere stappen nodig richting de circulaire economie, met duidelijke doelstellingen en een helder stappenplan'Naast vergezichten hebben we juist concrete, kleinere stappen nodig, met duidelijke doelstellingen en een helder stappenplan die ervoor zorgen dat het vergezicht tastbaar wordt. Juist op dit vlak laat de overheid het afweten en worden er geen maatregelen genomen die de lineaire economie (en de gevestigde orde dus) pijn doen. Neem bijvoorbeeld de discussie over statiegeld op PET-flesjes en blik. Alhoewel dit volgens CE-Delft de hoeveelheid zwerfafval met 70-90% vermindert, en er veel maatschappelijke support is, aarzelt de overheid al jarenlang om dit in te voeren.Inzichten uit dataHoe moet het dan wel? Het is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, maar toch, laat ik een poging wagen. Waardebehoud van grondstoffen begint bij het nadenken hierover in de ontwerpfase van producten, en moet de aandacht hebben in alle fasen die een product doorloopt, inclusief de verwerking tot nieuwe grondstof. Een op data gebaseerde aanpak is hierbij essentieel. Door het meten van de prestaties in alle fasen van het proces kan verspilling gereduceerd worden en kan optimale ‘verwaarding’ plaatsvinden van de reststromen die vaak onvermijdelijk zijn. Meten is weten dus. Pas als je in kaart hebt gebracht hoe efficiënt je met grondstoffen omgaat, kun je streven naar verbetering.Modulair bouwenDe inzichten uit de data, bijvoorbeeld over hoe producten zijn samengesteld, verbeteren de recycling ervan significant en leveren veel meer behoud van waarde op. Een voorbeeld hiervan is een materialenpaspoort, of een gebouwenpaspoort zoals Madaster. Doordat je weet welke materialen er in een gebouw (maar dat kan net zo goed een PC zijn) zitten, kun je bij einde levensduur de grondstoffen er gepland uithalen en worden bouwmaterialen niet (zoals vaak nu nog het geval is) op een grote hoop gegooid waar je vervolgens weinig mee kunt. Belangrijke voorwaarde is om in de fasen hieraan voorafgaand hier al goed over na te denken, zodat er modulair wordt gebouwd en materialen goed van elkaar te scheiden zijn.Door middel van data maken we van ‘afval’ dus een te verwachten uitkomst van het proces en niet iets dat toevallig ontstaat. We kunnen dan toe naar gebruik, in plaats van naar verbruik van grondstoffen. Zo geven we de circulaire economie handen en voeten.Een ingrijpende verandering als deze moeten we als samenleving gezamenlijk oppakken. De overheid kan de circulaire economie faciliteren (lagere belasting op arbeid, gebruikte grondstoffen aantrekkelijker maken, vervuilers laten betalen), bedrijven en consumenten moeten hem realiseren. En daarbij mogen we best wat kritischer zijn over wat écht circulair is.