Sebastian Maks
31 mei 2023, 11:30

Binnenkort meer warmtepompen gebouwd op Nederlandse bodem

Remeha brengt de productie van hybride warmtepompen naar Nederland. De technische dienstverlener fabriceert zijn hybride warmtepompen momenteel alleen nog in Frankrijk, maar vanaf juli gaat er ook een fabriek in Apeldoorn open. Dit jaar moeten daar al 50.000 stuks van de band rollen. En dat is slechts het begin.

Adobe Stock 562728734 Als de productielijn van Remeha helemaal af is, kunnen er per jaar 140.000 hybride warmtepompen worden gefabriceerd. | Credits: Adobe Stock

De warmtepomp is bezig met een flinke opmars. De overheid heeft namelijk onlangs besloten dat een (hybride) warmtepomp vanaf 2026 de norm wordt voor het verwarmen van onze gebouwen. Afgezien van enkele uitzonderingen, zal de CV-ketel mettertijd steeds meer worden uitgefaseerd. Volgens een analyse van Warmte365, zal in zo’n 75 procent van de toekomstige woningen een warmtepomp aanwezig zijn. “Op dit moment is het al een uitdaging om aan de sterk groeiende vraag te voldoen”, zegt Edu Veldhuis van Remeha in een persbericht. “En die vraag zal de komende jaren, ook vanuit andere Europese landen, verder toenemen.”

Fabriek in Apeldoorn

Remeha, vooral bekend als CV-ketelontwikkelaar en -installateur, zet daarom steeds meer in op de productie en installatie van (hybride) warmtepompen. Vanaf juli gaat er een fabriek in Apeldoorn open waar dit jaar al 50.000 hybride warmtepompen moeten worden gefabriceerd. Als de productielijn verder ontwikkeld is, rond 2024, zal die productie worden opgeschroefd naar 140.000 stuks.

Het gaat om de ‘Elga Ace’, naar eigen zeggen het meest gewilde exemplaar van Remeha. Momenteel vindt de productie daarvan alleen nog in Frankrijk plaats, maar met de opening van de Apeldoornse fabriek zal dit vanaf juli dus ook in Nederland plaatsvinden. Daarmee hoopt Remeha te kunnen voldoen aan de fors toegenomen vraag.

Drie nieuwe fabrieken

Remeha is één van de drie bedrijven die de productie van hybride warmtepompfabrieken in Nederland opzetten. Ook Itho Daalderop en Intergas schroeven hun productie op en hebben geïnvesteerd in nieuwe fabrieken. Daarmee hopen ze dit jaar al recordaantallen warmtepompen van de band te laten rollen.

Lees ook:

Wat doet droogte met Nederlandse akkers?

Droogte speelt de agrarische sector parten. Zo zorgde het extreem droge jaar 2018 voor een aanzienlijke dip in de opbrengst van zowel aardappelen, uien als tarwe - gewassen waar Nederlandse akkerbouwers sterk van afhankelijk zijn. Volgens klimaatmodellen van het KNMI nemen deze problemen de komende decennia alleen maar toe. In het meest ongunstige scenario nemen periodes van droogte met dertig procent toe tot 2050. Wat kan de akkerbouw doen om dit te ondervangen? En wat is financieel haalbaar? Dat hebben onderzoekers van Wageningen University en ABN AMRO onderzocht. De resultaten hiervan zijn vandaag gepresenteerd in een rapport. Andere gewassen Niet alle gewassen kunnen even goed tegen droogte. Met name aardappels en uien zijn hier erg gevoelig voor. Geschat wordt dat de opbrengst per hectare van uien tot 18 procent en van aardappelen tot 40 procent kan afnemen. Deze percentages verschillen van regio tot regio en van grondsoort tot grondsoort. Met name in Noordwest-Nederland wordt een zeer sterke daling in de opbrengst van aardappelen verwacht. Overschakelen op meer droogtebestendige gewassen is daarom een logische keuze. Tarwe is bijvoorbeeld veel beter bestand tegen lange periodes van droogte. Een probleem voor Nederlandse akkerbouwers is echter dat tarwe veel minder geld in het laatje brengt dan aardappels. De onderzoekers becijferen dat een droogtebestendige mix van gewassen akkerbouwbedrijven 3000 tot 75.000 euro minder oplevert dan een doorsnee gewassenmix. Paradoxaal genoeg wijzen de onderzoekers er ook op dat een mindere oogst niet altijd minder winst betekent. In jaren met tegenvallende oogsten, liggen de voedselprijzen vaak ook hoger - een kwestie van vraag en aanbod. Hogere prijzen kunnen soms compenseren voor een lagere opbrengst. Waterhuishouding Akkerbouwers kunnen ook droogteschade voorkomen door slimmer met het beschikbare water om te springen. Nu gebeurt het besproeien van gewassen meestal met grote sproeiers. Dit water wordt voor 60 procent uit de ondergrond opgepompt en 40 procent is oppervlaktewater, bijvoorbeeld uit sloten en meren. Waterschaarste kan door boeren deels worden ondervangen door zelf water op te slaan - bijvoorbeeld door regenwater op te vangen. Bij het besproeien gaat relatief veel water verloren - met name omdat grote hoeveelheden water in de warme zon verdampen. Daarom kiezen boeren steeds vaker voor zogenaamde druppelirrigatie: een methode waarbij onder de grond waterslangen worden aangebracht. Zo kan heel precies, en dus met minder water, een akker worden bewaterd. Dit levert wel extra kosten op - in sommige gevallen wel 2000 euro per hectare. Of dit soort kosten uit kunnen, verschilt sterk van bedrijf tot bedrijf. Slimme investeringen? Nederland bestaat grosso modo uit akkerbouwbedrijven op kleigrond en op zandgronden - voor beide hebben de onderzoekers uitgezocht of investeringen in waterberging en besproeiing uit kunnen. Het onderzoek stelt dat voor akkerbouwbedrijven op zandgrond deze investeringen niet lonen. De kosten voor waterberging en efficiëntere besproeiing zijn waarschijnlijk hoger dan het verlies aan inkomsten wanneer wordt overgeschakeld op een droogtebestendige mix van gewassen. Voor akkerbouwbedrijven op kleigronden ligt dit anders. Hier worden doorgaans veel droogtegevoelige, maar hoogrenderende gewassen zoals aardappelen geteeld. Overschakelen op systemen zoals druppelirrigatie, of het ondergronds opslaan van water kunnen in veel gevallen uit. Het is voor die boeren veel te duur om afscheid te nemen van de aardappels en uien. Daarom is de economische prikkel om te investeren in een zorgvuldigere omgang met water groot. Meer over droogte: Droogte als businesscase: deze 5 bedrijven doen hetHistorische droogte in Spanje heeft gevolgen voor jouw portemonneeDroogtebestendige tarweplanten in de maak