Jeroen de Boer
28 augustus 2025, 14:00

Bijtelling leaseauto's omhoog: toch blijft elektrisch vaak voordeliger dan benzine

De fiscale regels voor elektrische leaseauto’s worden in 2026 minder gunstig, met onder meer een verhoging van de bijtelling voor privégebruik. Tegelijk blijft er voor werkgevers sterke druk om te verduurzamen. De relatief gunstige prijsontwikkeling van elektrische auto’s helpt daarbij mee.

elektrische auto | Credits: KIA Press EU

De zakelijke markt is in Nederland de drijvende kracht achter de verkoop van nieuwe elektrische auto’s. Aangezien de fiscale regels voor de bijtelling voor privégebruik van leaseauto’s minder gunstig worden in 2026, kan dat van invloed zijn op de aantrekkelijkheid van een elektrische leaseauto voor werknemers. Voor werkgevers blijven er sowieso sterke prikkels om in te zetten op verduurzaming van zakelijk rijden.

Bij de verkoop van nieuwe elektrische auto’s neemt de zakelijke markt liefst 70 procent voor zijn rekening en het aandeel van de zakelijke markt bij de totale autoverkopen is iets meer dan 60 procent. Dit betekent dat veranderingen in de fiscale voordelen voor elektrische leaseauto’s van invloed kunnen zijn op het tempo van de verduurzaming van het wagenpark in Nederland.

Een leaseauto is een zogenoemde secundaire arbeidsvoorwaarde, waarbij de werkgever doorgaans de kosten van het leasecontract op zich neemt, inclusief verzekeringskosten, reparatiekosten, onderhoudskosten, afschrijvingen en de wegenbelasting. Ook brandstofkosten worden vaak vergoed via een tankpas.

Voor een werknemer die meer dan 500 kilometer per jaar privé rijdt in de leaseauto, geldt een fiscale bijtelling die het belastbare inkomen verhoogt. Daarnaast is er soms een eigen bijdrage, als een werknemer bijvoorbeeld een duurdere leaseauto wil dan past in het budget van de werkgever.

Bijtelling elektrische leaseauto naar 22% in 2026

De fiscale bijtelling bestaat uit een percentage van de cataloguswaarde van de leaseauto en wordt opgeteld bij het belastbare inkomen van de werknemer. Zo geldt er voor 2025 voor het deel van de catalogusprijs tot 30.000 euro een bijtellingspercentage van 17 procent. Daarboven geldt het reguliere bijtellingstarief van 22 procent. Vanaf 2026 verdwijnt de korting op het bijtellingspercentage en vallen elektrische leaseauto’s onder het standaard bijtellingstarief van 22 procent.

Aangezien het bijtellingspercentage vanaf de aanvang van de leaseperiode voor vijf jaar vaststaat, kan het uitmaken of je dit jaar een nieuwe elektrische leaseauto neemt of in 2026. Stel dat een werknemer in 2025 een Kia EV3 met een catalogusprijs van 44.719 euro als leaseauto neemt, dan is de bijtelling voor privégebruik 8.338 euro (17 procent over 30.000 euro plus 22 procent over 14.719 euro). Afhankelijk van of je meer of minder dan 76.817 euro bruto per jaar verdient, betaal je over het bijtellingsbedrag 37,58 procent of 49,50 procent belasting, dus 3.133 euro of 4.127 euro.

Doe je hetzelfde sommetje voor 2026 met een bijtelling van 22 procent over de gehele cataloguswaarde, dan komt de fiscale bijtelling op 9.838 euro, wat afhankelijk van het belastingpercentage neerkomt op een kostenpost van 3.697 euro of 4.870 euro op jaarbasis voor de werknemer. De fiscale druk voor de werknemer gaat in dit voorbeeld dus met 564 euro tot 743 euro omhoog, waardoor het relatief gezien aantrekkelijk wordt om nog voor het eind van dit jaar een nieuwe elektrische leaseauto te nemen. Analisten van ING verwachten voor dit jaar daarom nog een eindsprint bij de zakelijke autoverkopen.

Werkgever houdt prikkels om te sturen op duurzame mobiliteit

Relevant in het fiscale plaatje is verder dat de fiscale korting voor de motorrijtuigenbelasting (mrb) van elektrische auto’s in 2026 wordt afgebouwd. Dat heeft waarschijnlijk gevolgen voor de prijzen van leasecontracten van elektrische auto’s. Het hangt er dan vanaf of bijvoorbeeld hogere kosten in het leasecontract voor rekening van de werkgever komen, of dat werknemers een hogere eigen bijdrage moeten betalen.

Voor werkgevers blijven er op de langere termijn wel sterke prikkels om aan te sturen op vergroening van het wagenpark. Die liggen onder meer bij de duurzaamheidseisen in de vorm van een rapportageplicht voor bedrijven met meer dan honderd werknemers over de CO2-uitstoot die zakelijke reizen van werknemers veroorzaken. Op termijn kan de overheid dit gebruiken voor het stellen van eisen aan de maximale CO2-uitstoot per zakelijke kilometer voor bedrijven. Het is hiermee in het belang van ondernemingen om aan te sturen op vergroening van de zakelijke kilometers.

Daarnaast is er wetgeving in de maak die werkgevers naar verwachting vanaf 2027 extra belast, als gekozen wordt voor een fossiele of hybride leaseauto die ook privé wordt gebruikt. De heffing voor de werkgever wordt waarschijnlijk gebaseerd op 22 procent van de cataloguswaarde met belastingtarief van 52 procent.

Prijzen benzineauto’s stijgen harder vergeleken met elektrische auto’s

Een belangrijke factor is ook de ontwikkeling van de catalogusprijzen, zo benadrukt sales- en marketingdirecteur Willemijne de Wit van leasemaatschappij Athlon. ‘Als je kijkt naar de ontwikkeling van autoprijzen per brandstofsoort in de afgelopen zes jaar, dan zijn benzineauto’s gemiddeld 19,5 procent duurder geworden, terwijl elektrische auto’s gemiddeld genomen nauwelijks in prijs zijn gestegen. Dit heeft mede te maken met de forse concurrentie op de elektrische markt, waar bijvoorbeeld ook Chinese merken nu flink aan de weg timmeren.’

Het gevolg van deze ontwikkeling is dat de catalogusprijs van vergelijkbare modellen bij benzine vaak iets hoger ligt dan bij elektrische modellen. Als je bijvoorbeeld de elektrische Skoda Enyaq IV 85 Business Edition vergelijkt met het benzinemodel Kodiaq 1.5 TSI in de Business Edition, heeft eerstgenoemde een catalogusprijs van 47.850 euro, ruim 2.000 euro lager dan het benzinemodel. In dit geval is ook met de verhoging van de bijtelling naar 22 procent voor elektrische auto’s in 2026, de elektrische editie gunstiger voor de werknemer, blijkt uit berekeningen van Athlon.

‘Als je wat dieper inzoomt op de ‘total cost of ownership’, inclusief onder meer de brandstofkosten, is elektrisch rijden in veel gevallen nu al voordeliger vergeleken met benzine of hybride’, zegt De Wit. ‘Bedenk daarbij dat de basisversies van elektrische auto’s vaak wat completer zijn, terwijl je met benzine of diesel voor meer comfort meestal nog extra opties moet nemen.’

Werknemer met oud leasecontract merkt meest van hogere bijtelling

Volgens sectorspecialist transport Erik Slaaf van ING kan er door de fiscale wijzigingen wel spanning ontstaan tussen de relatieve aantrekkelijkheid van elektrische leaseauto’s voor werknemers en de aanhoudende prikkels voor werkgevers om het wagenpark te vergroenen. ‘Dat geldt zeker in een krappe arbeidsmarkt, waarin secundaire arbeidsvoorwaarden steeds zwaarder wegen.’

Slaaf wijst erop dat dit vooral kan spelen voor werknemers die uit een oud leasecontract van 2020 of 2021 komen. ‘Deze groep heeft vijf jaar lang genoten van een bijtelling voor privégebruik van respectievelijk 8 of 12 procent over de hele cataloguswaarde van een elektrische auto. Dan is de sprong naar 22 procent bijtelling fors. Voor grote bedrijven die de kracht hebben om werknemers aan zich te binden, valt dat waarschijnlijk nog te overzien, maar voor kleinere bedrijven ligt dat mogelijk anders. De vraag is dan of een elektrische auto zonder fiscale stimulans nog aantrekkelijk genoeg is.’

Een mogelijk alternatief is het zogenoemde mobiliteitsbudget, waarbij de werknemer voor een vast bedrag per maand zelf mag bepalen hoe hij of zij de zakelijke reiskosten invult. Vanuit duurzaamheidsoogpunt is er dan wel een risico dat werknemers voor de minder groene optie kiezen. ‘De ambitie van de overheid om het wagenpark te verduurzamen is duidelijk, maar de gekozen fiscale route kan averechts uitpakken‘, zegt Slaaf hierover.

Mobiliteitsbudget in combinatie met private lease

In theorie zijn er wel mogelijkheden voor werkgevers om keuzes van werknemers met een mobiliteitsbudget te sturen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland stelt dat werkgevers voorwaarden kunnen inbouwen door de hoogte van de vergoeding te laten variëren met de mate waarin werknemers gebruik maken van duurzame opties zoals een elektrische auto of door deels gebruik te maken van het openbaar vervoer.

Met een mobiliteitsbudget kan een werknemer bijvoorbeeld ook kiezen voor private lease van een nieuwe elektrische auto of een elektrische occasion. Toch valt dit voor werkgevers niet heel makkelijk te sturen. ‘Bij een mobiliteitsbudget leg je de keuze bij werknemers. De vraag is dan bijvoorbeeld of je moet gaan controleren of werknemers die zeggen dat ze in privé elektrisch rijden, dat ook daadwerkelijk doen’, geeft sectorspecialist Slaaf van ING aan.

De Wit van Athlon merkt op dat een mobiliteitsbudget fiscaal gezien ook minder wordt begunstigd vergeleken met een leasecontract. ‘Bij een leaseauto neemt de werkgever de kosten van het contract op zich. Dan kun je voor bijvoorbeeld 800 euro per maand een behoorlijk aantrekkelijke auto kiezen. Bij een mobiliteitsbudget betaalt de werknemer daar belasting over en kan die vervolgens uit het nettobedrag voor private lease kiezen. Als de werknemer verhoudingsgewijs netto minder te besteden heeft met een mobiliteitsbudget, verandert dat het keuzeplaatje uiteraard.’

Per saldo verwacht De Wit dat werkgevers voor de langere termijn hoe dan ook blijven inzetten op verdere vergroening van de mobiliteit van werknemers. ‘Dat is niet alleen ingegeven door de wens om te verduurzamen, maar ook omdat de relatieve prijsontwikkeling elektrische auto’s aantrekkelijker maakt voor de werkgever.’

Grotere bedrijven lopen wel duidelijk voor in deze ontwikkeling: ‘Van onze corporate klanten bestelt momenteel 82 procent elektrisch bij leasecontracten’, geeft De Wit aan. ‘Bij het groot-mkb is dat 76 procent en voor het kleinere mkb 58 procent. Maar ook die laatste groep is in beweging en schuift steeds meer op richting elektrisch.’

Lees ook:

Vertical farming herrijst: dit keer op stevigere bodem

‘Rood licht stimuleert de groei van de plant en zorgt voor stevig blad. Blauw licht versterkt de smaak’, zegt Laura van de Kreeke van Growy, terwijl ze ons rondleidt in de vertical farm die ze samen met haar vader Ard oprichtte. We kijken een soort container in waarin boven elkaar gestapeld rijen kleine plantjes groeien, zover het oog reikt. Een slamix in dit geval, badend in rood en blauw licht vertoevend onder een constante temperatuur van 24 graden.Aan de rand van Amsterdam, in een grauw gebouw dat van de buitenkant meer aan een parkeergarage doet denken dan aan een boerderij, teelt Growy verspreid over 48 van dit soort ‘cellen’ groenten. ‘We leveren inmiddels bladgroenten en microgreens (smaakvolle blaadjes en bloemen waarmee chefs garneren, red.) aan een paar honderd restaurants’, zegt Van de Kreeke. ‘En we liggen in zo’n 25 supermarkten, voor dezelfde prijs als vergelijkbare producten van het land of de kas.’ Vertical farming moet businessmodel herzien Growy heeft inmiddels zo’n veertig werknemers en is een zeldzaam succesverhaal in een sector die rake klappen kreeg. Na een periode waarin door lage rentes investeringsgeld tegen de plinten liep, zakte de markt volledig in. Tussen 2022 en 2023 daalden de investeringen in vertical farms met 91 procent. Bedrijven die voor miljoenen werden gewaardeerd, gingen failliet: het Franse Agricool, Kalera uit Colorado, Infarm uit Berlijn en AeroFarms uit New Jersey. Dit laatste bedrijf stond zelfs op het punt om tegen een waarde van 1,2 miljard dollar naar de beurs te gaan.‘Vanaf 2022 schoten de energieprijzen omhoog’, zegt Leo Marcelis, hoogleraar aan de Wageningen University & Research en gespecialiseerd in glastuinbouw en vertical farming. ‘Elektriciteit is een enorme kostenpost. Tegelijk werd geld lenen moeilijker door stijgende rentes. Veel bedrijven onderschatten de kapitaalbehoefte: gebouwen, techniek, installaties. Sommige businessmodellen waren vanaf het begin al niet rendabel, ondanks mooie beloftes.’ Hoe duurzaam is vertical farming? Vertical farming wordt vaak gepresenteerd als een duurzaam alternatief voor traditionele landbouw. Maar de werkelijkheid is genuanceerder, stelt hoogleraar Leo Marcelis van Wageningen University. De positieve punten: Landgebruik: voor een vertical farm is minder landoppervlak nodig. Wat met de vrijgekomen ruimte gebeurt, is een politieke keuze – maar het kán natuur opleveren. Watergebruik: waar in Zuid-Europa soms 60 liter nodig is voor één kilo groenten, gebruikt een Nederlandse kas 15 tot 20 liter. In een vertical farming kan dat met slechts 4 tot 5 liter per kilo. Meststoffen en gewasbescherming: mineralen en andere hulpstoffen kunnen effectief worden toegepast, zonder dat ze uitvloeien naar het milieu. Bestrijdingsmiddelen zijn niet of nauwelijks nodig. Transport: de ideale vertical farm bevindt zich dicht bij een stedelijk gebied en levert zijn gewassen aan haar inwoners. Dat scheelt transportuitstoot met voedsel dat van verder komt. Tegelijk zijn er ook uitdagingen: Energieverbruik: alle planten hebben licht nodig en dat licht wordt gecreëerd met elektriciteit. Wordt deze elektriciteit opgewekt uit fossiele bronnen, in plaats van uit hernieuwbare bronnen, dan stijgt de milieu-impact. Technologie: zonnepanelen en windmolens zorgen voor een duurzamer energieverbruik, maar vragen ook kostbare materialen. Hetzelfde geldt voor de geavanceerde technologie die het mogelijk maakt om een vertical farm zo geautomatiseerd mogelijk te runnen.Zo laag mogelijk kostprijs per vierkante meter Bart Kuiter, projectontwikkelaar bij AMS Institute, herkent die trend. Samen met wetenschappers van Wageningen University & Research, de TU Delft en MIT probeert Kuiter op academische basis oplossingen te bieden voor stedelijke vraagstukken in de regio van Amsterdam. Vertical farming is daarbij een manier om voedsel van dichtbij te halen. ‘De opkomst van vertical farming ging gepaard met veel enthousiasme. Inmiddels is die bubbel doorgeprikt. Deels onvermijdelijk en het zorgde helaas voor een wat negatief imago. Onterecht, want deze sector kan absoluut winstgevend zijn. En vertical farming leent zich juist voor innovaties.’Maar nu het kaf van het koren is gescheiden, kan de technologie zich doorontwikkelen. Kuiter: ‘Vertical farming is nog een jonge sector. Obstakels horen daarbij. De komende jaren zal alles erop gericht zijn om de kosten per vierkante meter omlaag te brengen. Denk aan slimmer omgaan met energie, gebouwen, teeltvoorschriften, maar ook met genetica: bepaalde plantrassen zijn geschikter om verticaal te kweken dan andere.’ Focus op duurzaam, lekker en betaalbaar voedsel Ard van Kreeke, voormalig Zeeuwse boer en medeoprichter van familiebedrijf Growy vertelt hoe kostenbeheersing vanaf dag één centraal stond. ‘High tech en AI zijn bij ons geen doel op zich. Iedereen die bij ons werkt, heeft als functietitel ‘farmer’. Dat is wat we doen: duurzaam, lekker en vooral betaalbaar voedsel produceren. We hebben onze techniek zelf ontwikkeld, waardoor onze investeringskosten per vierkante meter zo’n 20 procent van het marktgemiddelde zijn.’Dat andere farms de energiekosten de schuld geven van hun ondergang vindt hij te makkelijk. ‘Veel ambities gingen uit van veel te hoge investeringskosten. Als je geen betaalbaar product kunt maken voor het schap, is de hype snel voorbij.’[caption id="attachment_163919" align="alignnone" width="900"] Inmiddels liggen verschillende producten in Growy in het supermarktschap | Bron: Growy[/caption] Elke kleur een ander prijskaartje Growy werkt continu aan kostenverlaging. Het ontwikkelt eigen zaden die met minder energie toe kunnen en maakt zelf het duurzame substraat waarop de plantjes groeien. Elke lichtkleur heeft een ander verbruik, dus zoekt het bedrijf naar het slimste lichtprofiel. De arbeidskosten blijven laag doordat één persoon de hele boerderij op afstand kan aansturen. En is er een storing, dan kan een monteur ingrijpen. Wereldhonger oplossen met vertical farming? Een vertical farm past overal en produceert onder ideale omstandigheden voedsel. Dat klinkt als een potentiële oplossing voor wereldhonger. Toch is het niet zo eenvoudig, waarschuwt landbouwexpert Marcelis van Wageningen University. ‘Voor bulkgewassen als tarwe, mais of aardappels is vertical farming onrealistisch. Die produceren te weinig kilo’s oogstbaar product. Technisch kan het prima, maar economisch kan het totaal niet uit.’ Maar voor verse producten – bladgroenten, kruiden, microgroenten – ziet Marcelis zeker potentieel. ‘Je kunt telen zonder veel land, dicht bij stedelijke gebieden, in alle klimaten. Vertical farming is niet de oplossing voor wereldhonger, maar kan wel bijdragen aan de beschikbaarheid van verse en gezonde voeding.Vertical farms: planten inzetten als biologische batterij Zowel Kuiter als Marcelis verwachten dat vertical farming de komende jaren verder zal groeien. Kuiter: ‘Ik zie processen in de toekomst verder geautomatiseerd worden, zodat arbeidskosten afnemen. Daarnaast gaan we farms zien in onherbergzame gebieden waar groenteteelt voorheen onmogelijk was, zoals in arctische gebieden. In Nederland is het vooral belangrijk dat subsidies onderzoek stimuleren om te kunnen blijven innoveren en dat wet- en regelgeving faciliterend is voor deze jonge sector. Vertical farming wordt nu gezien als industrie, niet als landbouw en dat heeft ook weer invloed op vergunningen en subsidies’, zegt Kuiter. Voor de korte termijn is het daarom cruciaal dat de overheid vaststelt wat de rol van vertical farming is in ons voedselsysteem.Volgens Marcelis kunnen supermarkten ook een belangrijke rol spelen in het succes van vertical farming. ‘Met vertical farming kun je het hele jaar door exact dezelfde kwaliteit leveren. Dat is aantrekkelijk voor afnemers die stabiele kwaliteit zoeken. Hij ziet zelfs kansen voor het tegengaan van netcongestie. ‘Bijvoorbeeld door teelt af te stemmen op pieken in duurzame energie en planten dan tijdelijk meer licht te geven. In die zin kun je de plant als een soort biologische batterij gebruiken.’Beiden zien ook toekomst in meer hybride systemen waarbij traditionele kassen worden gecombineerd met vertical farms. Het opkweken van zaadje tot plant kan dan in een vertical farm gebeuren, waarna de verder groei in de kas plaatsvindt. Met name voor planten die wat sneller de hoogte in groeien, zoals tomaten en paprika’s kan dit een interessant combinatie zijn. Vertical farms copy-pasten naar het buitenland Growy lijkt de succesformule zo goed als rond te hebben, al maakt het bedrijf nog geen winst. Maar daar komt volgens de Van de Kreekes snel verandering in. Inmiddels hebben vader en dochter hun pijlen op het buitenland gericht. Laura vliegt vlak na dit interview naar Singapore om de producten van Growy op een boerenbeurs te presenteren. Niet toevallig heeft het bedrijf in dezelfde stadstaat een failliete concurrent overgenomen. ‘Vertical farming is superinteressant op een plek als Singapore, waar ruimte per definitie beperkt is.’Maar als het aan Growy ligt, blijft het niet bij Singapore. ‘Zwitserland, Scandinavië, Canada, de VS; het zijn allemaal potentiële markten voor ons. Uiteindelijk willen we de boerderij in Amsterdam copy-pasten naar andere landen, daar waar de vraag het hoogst is.’ Ondertussen kijkt het bedrijf naast bladgroenten ook naar andere gewassen. Laura: ‘Aardbeien en paddenstoelen hebben enorme potentie.’Hoe is het voor Ard om van Zeeuwse boer, nu een binnenboer te zijn? Lachend: ‘Ik mis mijn tractor wel. Nu heb ik alleen nog een kleine’, wijzend naar de modeltractor in zijn kantoor. Maar één ding blijft overduidelijk hetzelfde. ‘Ik produceer voedsel. Als boer weet ik: als je dat niet kunt verkopen, heeft het geen waarde.' Lees ook:Michiel Schoenmaeckers (ceo Van der Hoeven): 'We leveren geen standaardproduct, maar een oplossing afgestemd op mens, markt en milieu.' Spaans klimaat rukt op naar Nederland: knappe koppen uit Wageningen helpen boeren om zich aan te passen Bloemen besparen appelboeren bestrijdingsmiddelen en duizenden euro’s