Rianne Lachmeijer 12 mei 2021, 12:08

‘Beleggers hebben steeds meer interesse in duurzaam beleggen'

De belangstelling voor duurzaam beleggen neemt nog steeds toe. Dat concludeert Morningstar op basis van cijfers over de fondsstromen in het eerste kwartaal van dit jaar. In totaal stroomde er wereldwijd 19 procent meer geld naar duurzame fondsen.

Adobestock 246974257 windmolens duurzaam beleggen Investeren in windenergie is een vorm van duurzaam beleggen, deze windmolens staan in Australië. Afbeelding: Adobe Stock.

Wereldwijd wordt nu circa 1.635,9 miljard euro belegd in zogenoemde ESG-fondsen, stelt investeringswebsite Morningstar. De afkorting ESG staat voor environmental, social en governance. Fondsen met dit kenmerk stellen extra eisen op het gebied van milieubeheer, maatschappij en goed en transparant bestuur. Om die reden worden deze fondsen aangemerkt als duurzaam.

Europa loopt voorop

Bijna 80 procent van de wereldwijde ESG-beleggingen vindt in Europa plaats. Het merendeel van de fondsen is ook Europees: van de 4.524 fondsen wereldwijd zijn er 3.444 afkomstig uit Europa. Wat dat betreft is het wellicht niet verassend dat Europa afgelopen kwartaal verantwoordelijk was voor het grootste deel van de wereldwijde instroom duurzame beleggingen: 79,2 procent kwam uit Europa, tegenover 11,6 procent voor de Verenigde Staten.

Het aantal ESG-fondsen groeit nog steeds: afgelopen kwartaal kwamen er 169 fondsen bij. In haar data neemt Morningstar alleen fondsen mee die bindende ESG-selectiecriteria hanteren. Fondsen die bijvoorbeeld alleen  bedrijven uitsluiten, zoals wapen- en sigarettenfabrikanten, vallen buiten de telling van Morningstar.

De échte impact van duurzaam beleggen

Duurzame beleggers wegen bij investeringen de gevolgen voor mens en milieu mee, maar welke invloed fondsen die op deze manier te werk gaan écht uitoefenen op het gebied van duurzaamheid is vaak onduidelijk. De Europese Unie wil die onduidelijkheid tegenaan. Bijvoorbeeld door regels waarmee financiële instellingen verplicht moeten bewijzen wat hun fondsen groen maakt: de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR). Daarnaast lanceerde de Europese Unie een classificatiesysteem die helpt om te bepalen wat groen is en wat niet.

Op dit moment is het lastig te bepalen hoe groen de financiële sector is, stelde Raoul Köhler, senior beleidsadviseur bij de autoriteit financiële markten (AFM) dan ook in een eerder interview. Maar bijvoorbeeld de SFDR kan daar verandering in brengen doordat financiële instellingen moeten rapporteren over duurzaamheid. “Dat is juist waar men nu transparanter over moet zijn. Dus het inzicht in hoe groen de sector is, hopen we te gaan krijgen dankzij de SFDR.”

Lees ook: Zeven prangende vragen over de EU-taxonomie

CDP: "Klimaatadaptatie in steden is cruciaal om klimaatverandering tegen te gaan"

Het CDP analyseerde 812 wereldsteden die milieugegevens publiceren over klimaatadaptatieplannen. Adaptatieplannen zijn volgens het CDP essentieel voor een stad om voorbereid te zijn op het toenemende aantal klimaatrampen, zoals overstromingen, hittegolven en extreem weer.Bijna de helft blijft achterHoewel 57 procent van de landen plannen heeft voor klimaatadaptatie, blijft 43 procent van de steden achter en maakt – ondanks aan te geven dat er wel degelijk klimaatrisico’s zijn – geen plannen om ze te voorkomen. Voor een kwart van die steden is een gebrek aan budget het grootste obstakel, zoals in Amsterdam, Athene en Heidelberg.Het meeste geld zou nodig zijn voor projecten die betrekking hebben op vervoer, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, renovatie en waterbeheer. Hoewel Amsterdam niet hoog scoort op klimaatadaptatieplannen van het CDP, werkt de stad wel als eerste ter wereld aan de donuteconomie. Wil je meer weten? Je leest het hier.Transparant over klimaatadaptatieHet rapport laat ook zien welke steden vooruitgang boeken met het aanpakken van klimaatrisico's. De afgelopen tien jaar zag het CDP een 17-voudige toename van het aantal steden dat transparant is over klimaatadaptatieplannen: van 48 in 2011 tot 812 in 2020. Zo zijn steden bezig met het vergroenen van de stad (20 procent) tot het in kaart brengen van overstromingen (18 procent). In Berlijn werd bijvoorbeeld het programma 1.000 Groene Daken gelanceerd, Parijs creëert ‘koele eilanden’ om de impact van toegenomen hittegolven te beheersen, en Malmö beheert de overstromingsrisico's door eisen te stellen aan nieuwe gebouwen; die moeten minstens drie meter boven zeeniveau zijn.Eerste stapVolgens Mirjam Wolfrum, Director Policy Engagement bij CDP Europe, moeten steden actief stappen zetten. “Als eerste stap om klimaatdreigingen te beheersen, moet elke stad een klimaatrisico- en kwetsbaarheidsanalyse uitvoeren om de cruciale maatregelen te identificeren die ze moeten nemen."Toch zijn de klimaatadaptatieplannen slechts plannen en geen daadwerkelijke acties. Dat 42 procent van de ruim 800 wereldsteden zelfs geen plannen heeft om klimaatrampen te voorkomen, is volgens het CDP zorgelijk. "Steden moeten nu dringend hun ambitie en inspanningen opvoeren om een ​​veerkrachtig, groen herstel van COVID-19 en een klimaatveilige toekomst veilig te stellen", schrijft het CDP. Wil je weten wat het bedrijfsleven kan doen om voorbereid te zijn op gevolgen van klimaatverandering? Je leest het hier.